26-01-04

OP WACHT BIJ DE TAAL

Een heel weekend in het teken van de poëzie achter de rug. Gisteren voorgelezen in de Waalse Kerk te Leiden. Zaterdag met een hele troep West-Vlaamse dichters poëzie gelezen in stations. 's Avonds was er een afsluitende poëzieavond te Ieper die min of meer in het teken stond van de Eerste Wereldoorlog, in de Westhoek nog altijd brandend actueel.

Ik ben te moe om een spits verslagje te maken en heb er ook helemaal geen zin in. Vier dingen zijn me bijzonder bijgebleven:

Eén: De Kortrijkse dichter Alain Delmotte bracht een nogal aangrijpende lezing. Alain, als je dit leest, bezorg mij even dat gedicht dat eindigt op 'klote'.

Twee: Tijdens het lezen van mijn eigen versjes viel mij weer op wat voor een fantastisch dichter ik ben.

Drie: Benno Barnard (geen West-Vlaming, maar toch aanwezig om redenen die ik niet wil toelichten - te moe, remember) bracht in smetteloos Engels onderstaand gedicht van W.H. Auden, een dichter die aanvankelijk weigerde soldaatje te spelen omdat hij 'op wacht moest staan bij de taal'. Je moet het maar kunnen uitleggen. Een kerel naar mijn hart.

Vier: Terwijl ontelbare manschappen elkaar op het slagveld te lijf gingen, zaten nog meer manschappen in de loopgraven dichies te schrijven. De Grote Oorlog, noemen ze dat dan. De Grote Poëziewedstrijd, ja.

W. H. Auden

O What Is That Sound

O what is that sound which so thrills the ear
Down in the valley drumming, drumming?
Only the scarlet soldiers, dear,
The soldiers coming.
O what is that light I see flashing so clear
Over the distance brightly, brightly?
Only the sun on their weapons, dear,
As they step lightly.
O what are they doing with all that gear
What are they doing this morning, this morning?
Only the usual manoeuvres, dear,
Or perhaps a warning.
O why have they left the road down there
Why are they suddenly wheeling, wheeling?
Perhaps a change in the orders, dear,
Why are you kneeling?
O haven't they stopped for the doctor's care
Haven't they reined their horses, their horses?
Why, they are none of them wounded, dear,
None of these forces.
O is it the parson they want with white hair;
Is it the parson, is it, is it?
No, they are passing his gateway, dear,
Without a visit.
O it must be the farmer who lives so near
It must be the farmer so cunning, so cunning?
They have passed the farm already, dear,
And now they are running.
O where are you going? stay with me here!
Were the vows you swore me deceiving, deceiving?
No, I promised to love you, dear,
But I must be leaving.

O it's broken the lock and splintered the door,
O it's the gate where they're turning, turning
Their feet are heavy on the floor
And their eyes are burning.


08:53 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

Commentaren

arme Phil Still no reaction ... Klote!

Gepost door: Sven Kersse | 23-02-04

De commentaren zijn gesloten.