30-01-04

10!

Het voorbij jaar stond ik twee keer samen op de affiche van een poëziefestival met de Groninger dichter Jean-Pierre Rawie. Best een aardige man, zelfbewust, praat graag en veel - wat ik in principe eigenlijk meer als een min- dan als een pluspunt beschouw - maar in dit geval kwam het me goed uit dat ik als kleine dichter kon luisteren naar de anekdotes van een grote die ik bewonder. Zelf ben ik niet zo'n prater en wie weet steek je nog iets op van zo'n man. De eerste keer dat ik hem zag, zei ik op een passend moment - urinerend, één vrije pisbak tussen ons in, een plassend moment eigenlijk - dat ik van zijn werk hield. Hij dankte me oprecht, zei dat dit hem veel plezier deed en stopte zijn piemel weg. De tweede keer viel me op dat hij net als ik witte wijn dronk. Dat schiep een band, een illusoir bandje van niemendal, maar toch een band.

Tussen onze gezamenlijke optredens in zat een tijdsspanne van nauwelijks enkele weken. 'Dat wordt stilaan een traditie, het samen optreden', zei hij de laatste keer, waarop ik terugkaatste of twee maal wel voldoende was om al van een traditie te kunnen spreken. Ik moet in een ludieke bui geweest zijn, want stelde voor dat hij, telkens hij gevraagd werd voor een festival, de organisator zou vragen of Hoorne ook op de affiche mocht. Ik zou me op identieke wijze over hem ontfermen. Partners in poetry. Hij grinnikte en schudde alweer een anekdote uit zijn als een cape omheen zijn schouders gedrapeerde winterjas.

Rawie schreef heel wat mooie gedichten, maar bovenal, Rawie schreef Sterfbed. Sterfbed is een 10! Het publiek van het Sappho-festival applaudisseerde spontaan na het lezen van dit sublieme sonnet. Ik zat helemaal achterin de zaal en fladderde met mijn oogleden een traan weg. Tegen zoveel schoonheid ben ik moeilijk bestand. Een 10 is uiterst zeldzaam. Ettelijke meters dichtbundels moet de poëzieliefhebber doorploegen om er eens een te vinden, en meestal wordt zo'n vondst dan nog ontmaskerd als een pronkzuchtige 9 en een half.

Niet zo met Sterfbed.

Mijn vader sterft; als ik zijn hand vasthoud,
voel ik de botten door zijn huid heen steken.
Ik zoek naar woorden, maar hij kan niet spreken
en is bij elke ademtocht benauwd.

Dus schud ik kussens en verschik de deken,
waar hij met krachteloze hand in klauwt;
ik blijf zijn kind, al word ik eeuwen oud,
en blijf als kind voor eeuwig in gebreke.

Wij volgen één voor één hetzelfde pad,
en worden met dezelfde maat gemeten;
ik zie mijzelf nu bij zijn bed gezeten

zoals hij bij zijn eigen vader zat:
straks is hij weg, en heeft hij nooit geweten
hoe machteloos ik hem heb liefgehad.


08:27 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

Commentaren

(zonder titel) Rawie is heel goed. Jammer dat hij maar zo weinig publiceert.

Gepost door: Niels | 31-01-04

Ach Binnenkort een bundel "Verzamelde verzen". Dat dan weer wel.

Gepost door: V. | 01-02-04

sterfbed een 10 voor dit gedicht is een onderwaardering
superlatieven zijn er niet
in mijn leven is dit helaas een uitstekend passend relaas
ik voelde de botten, en kon niet meer met hem spreken, alzheimer was te overheersend.
nadat mijn vader stierf heb ik dit met betraande ogen op het net gelezen, bedank de man voor dit werk
het was mij tot steun in de verwerking van mijn verlies

Gepost door: jaap van dalen | 16-02-04

De commentaren zijn gesloten.