09-03-04

WERK

Het voorbij weekend was ik in Amsterdam. Ik had er op zaterdagmiddag een afspraak met mijn uitgevers en redacteur, en 's avonds trad ik op tijdens het Nuwijweer!-event. Twee van de drie dichters op de affiche waren Belgen, Vlamingen. West-Vlamingen bovendien. Dat hoeft geen verwondering te wekken. West-Vlamingen worden geroemd om hun nooit aflatende gedrevenheid en professionaliteit, en daar vorm ik geen uitzondering op. Het tijdschrift Klasse publiceerde onlangs de resultaten van een onderzoek waaruit bleek dat de West-Vlaamse leerlingen van het hele land veruit de beste schoolresultaten behalen. Normaal gezien reinig ik mijn aars met dergelijke wetenschappelijke rapporten - ik ben een man van taal, geen geleerde - maar omdat wat in die Klasse stond helemaal in mijn kraam past, maak ik graag een uitzondering - naast slimmeriken zijn West-Vlamingen immers ook grandioos laag-bij-de-grondse opportunisten; daar bestaat geen berichtgeving over, maar dat weet ik zo uit het hoofd ook wel. Indien ik bijvoorbeeld een Limburger was geweest, had ik mijn mond wel gehouden over dat Klasse-gezwets. Dan zou ik überhaupt altijd en overal mijn mond houden over om het even wat, denk ik. Grapjeeee!!!

Met twee Nederlandse boekenbonnen - één die ik kreeg voor een publicatie in Tzum lang geleden en één als geschenk voor de opname van een gedicht op de website van de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren - heb ik in een Amsterdamse boekhandel drie titels gekocht: 'Tijdelijk nieuw' van Kees van Kooten, 'Werk' van Josse De Pauw en de dichtbundel 'Vergeef mij de liefde' van Bart Moeyaert. Moet je helemaal naar Nederland voor, om twee Vlaamse schrijvers te kopen, aankopen puur op basis van al het positieve dat over die twee boeken is gezegd en geschreven trouwens. Onderschat de invloed van recensies niet. Zelfs de kritische consument die ik ben, blijkt er niet ongevoelig voor te zijn.

Momenteel ben ik bezig met een lijst op te maken met alle adressen van kranten, tijdschriften en organisatoren van literaire festivals die zich over enkele weken mogen verheugen op een ongevraagd gratis exemplaar van mijn tweede bundel die - ik doe voor de zoveelste keer aan namedropping - 'Inbreng nihil' zal heten. Hopen maar dat de literatuurrecensenten daar iets over schrijven, liefst iets aardigs, en dat de inrichters van poëziefestivals mij niet over het hoofd zien bij het opmaken van het programma voor hun volgende editie. Na de publicatie van 'Niets met jou' mocht ik niet klagen. Alle grote Nederlandse kranten hebben uitvoerig aandacht besteed aan mijn debuut. 'Komrij ontdekt prima Vlaamse dichter', dat was de teneur in de meeste van die stukjes. In Vlaanderen was de respons beduidend minder. Ik kwam paginagroot in De Morgen - journalist Armand Plottier ben ik nog steeds heel dankbaar omdat hij op een doordeweekse dag helemaal met de trein vanuit Antwerpen naar Wevelgem kwam afgezakt om een urenlange babbel met mij te hebben, die resulteerde in een mooi artikel met bijhorende foto waarop ik ten voeten uit als een literaire god de lens in blik - en dat was het zo een beetje. Deze keer beter, Vlaanderen! Maar daar moet en wil ik zelf hard voor werken: een goed boek maken en het vervolgens maximaal promoten. Mijn Nederlandse uitgever 521 doet op dit vlak hard zijn best en over Van Halewyck, het verspreidingscentrum dat mijn boek naar de Belgische boekenwinkels verspreidt, heb ik evenmin te klagen, maar zelf moet ik ook aan de slag, want wat ik zelf doe, doe ik beter. West-Vlaming, remember. Dus, als u mij nu wilt excuseren, ik heb nog een pak werk voor de boeg.


10:02 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

De commentaren zijn gesloten.