29-03-04

HET GESLACHT DE PAUW

Omwille van aangeboren scepticisme heb ik de eerste twee afleveringen aan mij voorbij laten gaan. Ik beken dat ik me vergist heb: 'Het geslacht De Pauw' is meesterlijke televisie. Bart De Pauw speelt de verwaande en megalomane tv-ster, die hij ongetwijfeld een beetje is, en hanteert daarbij een voor BV's zelden geziene zelfspot. Voor zelfspot mag men mij altijd wakker maken.

Maar hij is niet de echte vedette van deze serie. Schoonzus Tine flaneert op mijmerende wijze als een chronisch intriest engeltje op rode schoentjes door het grote huis, en broer Benny struint dermate apathisch en inert door zijn bestaan dat ik me vergeleken met hem een Prins Carnaval voel. Ik kan op het vlak van stille vijandigheid jegens het leven nog heel wat leren van die jongen. Blij ook dat er op televisie weer eens een dikkerd wordt opgevoerd die gewoonweg ongezellig dik mag zijn.

De scène waarin hij gepest wordt op de schildersacademie, daarna door een aardige medestudente in bescherming wordt genomen, een beetje op haar verliefd wordt om uiteindelijk door zijn beschermengel brutaal vernederd te worden, behoort tot het mooiste wat 50 jaar televisie die geweest zijn, en miljoenen jaren televisie die nog moeten komen, ons ooit zal bieden. Die pestkoppen sterkten mij weer eens in mijn overtuiging dat een deel van de mensheid - voornamelijk zij die zich in kuddes voortbewegen - niets anders verdient dan tussen vier houten planken twee meter diep onder de grond te liggen, alhoewel crematoria tegenwoordig ook fel in trek blijken te zijn. Aan de andere kant heb ik verschrikkelijk gelachen om Benny's zwarte gezicht. Misschien behoor ik ook wel tot dat deel, ben ik niets meer dan een van de kudde afgedwaald dier.

Op het einde wordt Benny getroost door een ander en nogal onduidelijk meisje van de schildersschool. Jammer, dat had niet gehoeven. Benny had ongeremd en in stilte moeten lijden zoals hij alleen dat kan. 150 kilogram verdriet. Wellicht vonden de programmamakers dat ze een contragewicht in de schaal moesten gooien voor de smeerlapperij waaraan ze hem hadden blootgesteld. Ik vind van niet.


10:38 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

23-03-04

WIE ZIJN JULLIE EN WAAROM?

Berichten in kleine letters en dan weer in grote letters, ik weet dat het esthetisch te wensen over laat, maar het heeft te maken met de gebrekkige opmaakmogelijkheden van de berichten die ik op jullie loslaat.

Inmiddels bestaat deze weblog ruim twee maanden. Het was me vanaf het begin te doen om de tekst en niks dan de tekst, een publiek literair oefenschriftje, waarin ik het heb over heel wat dingen, maar me over nog veel meer dingen op de vlakte hou. Gemiddeld krijg ik 50 mensen per dag over de vloer. Wie zijn ze en waarom? Ik had me voorgenomen mij die vragen niet te stellen, maar soms is de verleiding groot.

Verder wil ik vandaag nog kwijt dat 'Een waarschuwing voor de scheepvaart' van Lévi Weemoedt het grappigste verhaal is dat ik ooit heb gelezen. Het staat in de verhalenbundel 'Zondagskind'. Ik las het enkele weken geleden op de internationale trein naar België. Tussen Den Haag en Dordrecht heb ik onafgebroken zitten proesten en schuddebuiken. Als dat geen kwaliteitslabel is, dan weet ik het ook niet meer.


14:34 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

18-03-04

SIRTAKI

Ik wil nog even doorbomen op wat ik eergisteren schreef, want voetbal, geef toe, je kan er blijven over lullen tot in het oneindige, in het slechtste geval tot de Rode Duivels eens Europees of Wereldkampioen worden. Eergisteren gebruikte ik in mijn bericht de termen 'AA Gent', 'Standard Luik', 'Grieks' en 'Miele'. Neem de doorsnede en je komt uit bij Alexandros Kaklamanos, de Griekse spits van Standard die in het tussenseizoen overkwam van AA Gent en in zijn stamkroeg steevast als 'Miele' wordt aangesproken. Geen mens die weet waar die roepnaam vandaan komt, maar het klinkt alleszins beter dan 'Kak', zoals hij aanvankelijk werd genoemd.

De stoere spits uit Rhodos is mateloos populair. Als hij scoort, klinkt de sirtaki door het stadion. Dat was in Gent zo, in Luik is dat niet anders. Ik ben niet dol op dat soort gein. Muziek na een doelpunt kan nooit tippen aan het gejuich van een volle tribune en mag voor mijn part uit het stadion verbannen worden. Hoorden we vroeger 'Fly like an eagle' als Cisse Severeyns begon te zweven na een trefzekere stiftbal? Neen toch. Moet het bestuur van KV Mechelen alvast een collectie hardrockplaten aanschaffen omdat Patje 'Boem Boem' Goots er volgend jaar wis en zeker de netten zal doen trillen? Weerklinkt straks 'Ladies' night' na elk doelpunt van Bjorn De Wilde? 'Material girl' als mevrouw Hoefkens haar zitje in de tribune opzoekt? 'Guus, ga naar huus want de koeien staan op springen' als Baseggio een vrije trap hoog over de muit knalt? Ook al valt zeker voor dat laatste iets te zeggen, het antwoord is 'neen'! Er zijn alvast twee mensen die mij onvoorwaardelijk steunen: de stadionomroeper en geluidstechnicus van Standard Luik.

Bal in de kluts, stuitert tussen vier roodhemden en enkele verdedigers van de tegenpartij. De keeper grijpt naast het leer. Meer spelers in het doelgebied dan op de rest van het veld. Iemand valt op de grond en trekt een ander mee in zijn val. De doelman grabbelt in het ijle. Aanzwellend gegrom. En dan … hij zit, de bal is over de lijn. Hij zit. Goaaaal! De scheidsrechters loopt achterwaarts naar het midden van het veld. Parallel met hem doet de assistent langs de lijn hetzelfde. Oorverdovend gejuich. De hel barst los.

In de technisch kamer hoog in de tribune klinkt een ingetogen 'yes'. André en Michel weten wat hen nu te doen staat.

"Autogoal?"

"Pense pas. Bangoura."

Bangoura wordt gefeliciteerd en omhelsd door Moreira en Dragutinovic. Intussen loopt Kaklamanos naar de hoekschopvlag aan de andere kant, trekt ze uit de grond en zwaait ermee naar de supporters.

"Non, Kaklamanos. C'est Kaklamanos. La cassette! Vite!"

"Kaklamanos, t'es sûre, Michel?

Op het veld steekt de Griek de vlaggenstok terug in de grond. Hij kijkt vragend naar de nok van het stadion.

"Le sirtaki, vite, espèce de con. Comment c'est possible?"

De sirtaki galmt over Sclessin. Kaklamanos glundert en fatsoeneert zijn haardos. Bangoura kijkt op zijn beurt naar boven. Twee witte oogbollen flikkeren in zijn gezicht. Hij heft zijn arm. Aan het uiteinde van die arm zit maar één vinger, de middelvinger.

"Je t'ai dis hein, Michel. Bien sûr que c'était Bangoura. Tout le monde a vu. Ah, merde."

Michel neigt zijn gezicht naar de microfoon, open zijn mond, maar er komen geen klanken uit. Nog drie minuten officiële speeltijd. 1-1. Het kan nog.


11:32 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

16-03-04

IK WAS EEN SCHEIDS

Er bestaat geen waardigheid meer, geen menselijkheid, we zijn ten dode opgeschreven. Sensatiezoekers die de media afschuimen op zoek naar smeuïge verhalen en ranzige beelden komen dezer dagen ruim aan hun trekken. De spannendste soapserie is te zien of alle zenders en is droogweg getiteld 'Journaal'. Naast 'Dutroux, the verdict' en 'Spanish bombs' hebben we nu ook het meesterlijke voetbaldrama 'The Italian mob in Lüttich (referee wanted, dead or alive)'.

Even recapituleren: Standard Luik speelde afgelopen weekend op het veld van AA Gent. Diep in de tweede helft wordt Emile M'penza - hij die rent als een kip zonder kop en af en toe eens per ongeluk een ei in het mandje legt - aan de schouder getrokken in het strafschopgebied. Verder spelen! Woede alom. Na de wedstrijd schopt M'penza een deur - de schop-deur-aan-flarden-reflex is een woedegebeuren dat zich louter voordoet bij uitwedstrijden - en de hand van een steward kapot. De grote man van Standard, een Italiaan met een maffiose naam, wil de ref aanvliegen en spoort anderen aan dat ook te doen. Aanvoerder Dragutinovic wil de boel kalmeren, maar - en dat vond ik eigenlijk best grappig - wordt zelf door een man uit de Standard-entourage bij de keel gegrepen.

Het Belgische voetbal is corrupt, beweert M'penza, zelf nota bene een uithangbord van de nationale ploeg. Club Brugge moet tweede eindigen en een ticket pakken voor de Champion's League, daarom fluiten de arbiters tegen Standard. Een theorie die de Luikenaars aanhangen om vooral hun eigen zwakheden te verdoezelen. Dat de ref een menselijke fout maakte, speelt in heel deze zaak een betrekkelijk kleine rol. In een competitie van 34 speeldagen heb je de ene week tegenslag en de volgende week meeval, en op het einde van het seizoen is de geluk- en pechbalans ongeveer in evenwicht. In elk geval is een anti-Standard-complottheorie te gek voor woorden.

Wist u dat ik zelf ook voetbalscheidsrechter ben geweest: eerst in de jeugdreeksen, later in de provinciale afdelingen, en dat ik zelfs een wedstrijd leidde in 1ste nationale, Kuurne tegen de Eva's uit Kumtich? Bijna elke week zonder grensrechters, stel je voor. Ik deed het graag en had er ook wel enige aanleg voor - weinigen konden de gele en rode kaart zo elegant en vastberaden de lucht in steken als ik, yep, ook in die tijd had ik in alle omstandigheden al oog voor het artistieke - maar als je hogerop wilt geraken in de arbitrage, moet je voor en meer nog na de wedstrijd pinten zuipen met allerlei enge en onaangename individuen alsook elke gelegenheid aangrijpen om de regionale voetbalbobo's naar de mond te praten. En dat kon ik niet zo goed. Bovendien kreeg ik af te rekenen met hardnekkige hielpijn, die mijn opmars naar E- en WK's definitief stuitte.

Iemand raadde me ooit aan om mijn voetbalavonturen op te schrijven, dat kon nog een leuk boekje opleveren. Misschien wel. Maar zullen de lezers mij geloven als ik het zal hebben over die keer dat ik in mijn kleedkamer werd aangerand door de Griekse voorzitster van Sirtaki Rovers United FC, terwijl de materiaalmeester - een namaak Sumo-worstelaar in trainingspak - een lading semtex van minderwaardige kwaliteit in mijn fluiteniersbroekje frommelde, die pas tot ontploffing kwam in onze wasmachine, een gloednieuwe Miele Lavomatic 1300 met maar liefst acht verschillende centrifugeermogelijkheden? Neen toch?



14:25 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

15-03-04

BERICHTJE

Een dichter wordt soms heel subtiel beledigd. Enkele voorbeeldjes:

"Ben je van plan om ook ooit eens een echt boek te schrijven?" (iemand die ik inlichtte over de nakende verschijning van mijn tweede dichtbundel)

"Een echte schrijver was veel te duur, daarom vragen we het maar aan jou." (een kleuterleidster vroeg me of ik een poëzieprogrammaatje voor kleuters wil verzorgen)

"Ben je in slaap gevallen achter je computer?" (mijn vrouw als ik een kwartiertje zit te tobben over het meest treffende woord of de juiste wending)

Ook haat ik het als men het heeft over 'gedichtjes schrijven', die vreselijk minimaliserende verkleinvorm. Ik zeg toch ook niet dat deze of gene schrijver binnenkort met een nieuw romannetje komt of dat weldra weer het wielerseizoentje aanbreekt of dat er in het Spaanse hoofdstadje heel veel bommetjes zijn ontploft op treintjes en dat er veel dodekes waren, dat dat waarschijnlijk het werkje is van moslimmekes die eerder al twee torentjes hebben kapot gemaakt met vliegtuigjes en dat ik dat helemaal niet prettigkes vind omdat ik veel liever zou hebben dat alle mensjes op onze wereldje elkaar een heel klein beetje graag zouden zien?

Dat laatste wil ik dan wel weer onderschrijven: een heel klein beetje graag zien. Voor sommige dingen in het leven moet je de lat laag leggen wil je niet hele dagen ongelukkig rondlopen.


09:35 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

09-03-04

WERK

Het voorbij weekend was ik in Amsterdam. Ik had er op zaterdagmiddag een afspraak met mijn uitgevers en redacteur, en 's avonds trad ik op tijdens het Nuwijweer!-event. Twee van de drie dichters op de affiche waren Belgen, Vlamingen. West-Vlamingen bovendien. Dat hoeft geen verwondering te wekken. West-Vlamingen worden geroemd om hun nooit aflatende gedrevenheid en professionaliteit, en daar vorm ik geen uitzondering op. Het tijdschrift Klasse publiceerde onlangs de resultaten van een onderzoek waaruit bleek dat de West-Vlaamse leerlingen van het hele land veruit de beste schoolresultaten behalen. Normaal gezien reinig ik mijn aars met dergelijke wetenschappelijke rapporten - ik ben een man van taal, geen geleerde - maar omdat wat in die Klasse stond helemaal in mijn kraam past, maak ik graag een uitzondering - naast slimmeriken zijn West-Vlamingen immers ook grandioos laag-bij-de-grondse opportunisten; daar bestaat geen berichtgeving over, maar dat weet ik zo uit het hoofd ook wel. Indien ik bijvoorbeeld een Limburger was geweest, had ik mijn mond wel gehouden over dat Klasse-gezwets. Dan zou ik überhaupt altijd en overal mijn mond houden over om het even wat, denk ik. Grapjeeee!!!

Met twee Nederlandse boekenbonnen - één die ik kreeg voor een publicatie in Tzum lang geleden en één als geschenk voor de opname van een gedicht op de website van de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren - heb ik in een Amsterdamse boekhandel drie titels gekocht: 'Tijdelijk nieuw' van Kees van Kooten, 'Werk' van Josse De Pauw en de dichtbundel 'Vergeef mij de liefde' van Bart Moeyaert. Moet je helemaal naar Nederland voor, om twee Vlaamse schrijvers te kopen, aankopen puur op basis van al het positieve dat over die twee boeken is gezegd en geschreven trouwens. Onderschat de invloed van recensies niet. Zelfs de kritische consument die ik ben, blijkt er niet ongevoelig voor te zijn.

Momenteel ben ik bezig met een lijst op te maken met alle adressen van kranten, tijdschriften en organisatoren van literaire festivals die zich over enkele weken mogen verheugen op een ongevraagd gratis exemplaar van mijn tweede bundel die - ik doe voor de zoveelste keer aan namedropping - 'Inbreng nihil' zal heten. Hopen maar dat de literatuurrecensenten daar iets over schrijven, liefst iets aardigs, en dat de inrichters van poëziefestivals mij niet over het hoofd zien bij het opmaken van het programma voor hun volgende editie. Na de publicatie van 'Niets met jou' mocht ik niet klagen. Alle grote Nederlandse kranten hebben uitvoerig aandacht besteed aan mijn debuut. 'Komrij ontdekt prima Vlaamse dichter', dat was de teneur in de meeste van die stukjes. In Vlaanderen was de respons beduidend minder. Ik kwam paginagroot in De Morgen - journalist Armand Plottier ben ik nog steeds heel dankbaar omdat hij op een doordeweekse dag helemaal met de trein vanuit Antwerpen naar Wevelgem kwam afgezakt om een urenlange babbel met mij te hebben, die resulteerde in een mooi artikel met bijhorende foto waarop ik ten voeten uit als een literaire god de lens in blik - en dat was het zo een beetje. Deze keer beter, Vlaanderen! Maar daar moet en wil ik zelf hard voor werken: een goed boek maken en het vervolgens maximaal promoten. Mijn Nederlandse uitgever 521 doet op dit vlak hard zijn best en over Van Halewyck, het verspreidingscentrum dat mijn boek naar de Belgische boekenwinkels verspreidt, heb ik evenmin te klagen, maar zelf moet ik ook aan de slag, want wat ik zelf doe, doe ik beter. West-Vlaming, remember. Dus, als u mij nu wilt excuseren, ik heb nog een pak werk voor de boeg.


10:02 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

03-03-04

OVER LAW AND ORDER, ZATLAPPEN EN DUTROUX

Toen ik een kind was en achter in de auto van mijn ouders zat, gebeurde het wel eens dat zich voorin het volgende gesprek ontwikkelde:

"Zij moar voorzichtig, 't es nen roaren chauffeur vworn oes'", mijn moeder tot mijn vader.

Waarop hij dan repliceerde: "Allez, bezie da, ie rie gjil skjif."

"T'es voorzekers nen dronkoard, ge moe ter nie te dichte achter riên da we gin aksident èn."

Kunnen mijn Nederlandse vrienden bovengaande conversatie een beetje volgen? Wacht, ik vertaal even:

"Kijk maar uit je doppen, een malle autobestuurder voor ons."

"Jemig, hij laveert van links naar rechts over de weg."

"Ik durf er mijn hachje op te verwedden dat het een alcoholist is, hou afstand, want een aanrijding is zo gebeurd."

Ik zou de zuiplappen die in de jaren '60 en '70 ons wegennet onveilig maakten niet te drinken willen geven. Vaak konden mijn ouders er nog om grinniken. Er werd een zucht van opluchting geslaakt als de zatlap opeens een andere weg insloeg - natuurlijk zonder dat vooraf met zijn knipperlicht aan te kondigen - of als mijn vader hem kon inhalen en afschudden, blij dat geen onheil het koetswerk van onze Simca had getroffen. Dat die man een gevaar betekende voor zichzelf en voor de anderen, daar stonden weinigen bij stil. De man had een pint gepakt (doodgewone zaak) en moest met zijn auto (doodgewonere zaak) huiswaarts toe (doodgewoonste zaak).

Vanaf 1 maart zijn in België superboetes van toepassing. Wie minder dan een half uur voor hij de wagen in stapt een Mon Chéri eet, riskeert levenslange dwangarbeid. Wie een scheet laat met het raampje open, zal in de gevangenis wel leren zijn aars dicht te knijpen.

Ik vind dit een goede zaak. Ergens geloof ik in law and order, in recht en rechtvaardigheid. Ik ben van mening dat Vadertje Staat, zoals een oud-leraar van mij de overheid altijd noemde, moet zorgen voor de welvaart en vooral het welzijn van zijn onderdanen. Alleen jammer dat een mens die zich in een machtspositie manoeuvreert vaak zelf valt voor allerlei dubieuze verleidingen, waardoor hij of zij die moet zorgen voor law and order en sunshine and happiness net het tegenovergestelde gaat doen ter meerdere eer, glorie en rijkdom van zichzelf. De mens is corrupt, de mens is slecht, ja, ik ook, en u, zeker weten. Dat we het goed kunnen wegstoppen, betekent nog niet dat we het zelf ook niet in meer of mindere mate zijn.

Dat de mens slecht is, daar moest ik aan denken bij de start van het proces-Dutroux. Verder wil ik hier niks over zeggen, behalve dan dat noch Aspe noch Geeraerts noch Mendes noch om het even welke misdaadschrijver ter wereld dit verhaal had kunnen schrijven. Als een schrijver een manuscript van een roman voorlegt aan een uitgever, kan hij wel eens te horen krijgen dat het over the top is. Dat mag niet, het moet geloofwaardig blijven. Alleen de realiteit mag over the top zijn, daar is ze tenslotte realiteit voor. Schrijvers mogen niet de pretentie hebben slimmer en vindingrijker te zijn dan het leven zelve.


15:24 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

02-03-04

GEDICHT

Als ik even geen tijd of goesting heb om hier op mijn eigenste weblog wat uit mijn nek te kletsen, kan ik nog altijd een gedicht plaatsen. Daar ben ik ten slotte dichter voor.
 
Uit mijn bundel 'Inbreng nihil' die over enkele weken verschijnt: 'Op visite'
 
OP VISITE
 
Je deed weer averechts vanavond. Ja, dat is waar.
Daar zal in de psychologie wel een naam voor
bestaan. We zaten aan een tafel met te veel mensen
die ik haatte. Tot overmaat van ramp klonk gelach,
later zelfs gebral, en werden er gesprekken gevoerd
met een wel heel hoge zinloosheidsgraad.
 
Ik zweeg en bleef zwijgen, werd enkele keren genodigd
tot een onvermijdelijke strijd. In kamikazestijl
bekampte ik de unanimiteit. Alom klonk wit,
ik opperde zwart, iedereen koos Tom, ik stemde Bart.
Mijn buurman kirde lekker, ik siste vies.
Iemand zei: je doet vervelend, ik zei: precies!
 
Averechts, dat heb je goed gezien, maar wat wil je dan:
een man van dertien in een dozijn misschien?
Laat iedereen maar vliegen met parelwitte vleugels,
ik zit op mijn tak als een zwarte zwarte raaf.

09:28 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

01-03-04

BART RAES

 

 

 

Patje 'Boem boem' Goots
Danny 'Speedy Gonzales' Boffin
David 'Spiceboy' Beckham
Philippe 'The Prince' Albert
Marc 'Zoef de haas' Overmars
Jean-Marie 'El Simpatico' Pfaff
Jan 'de Caje' Ceulemans
Roy Keane 'the Mean Machine'
Lorenzo 'de Lorre' Staelens
Johan 'Bossie' Boskamp
Franky 'the Fox' Vanderelst
Henk 'Henkie' Houwaart
 
Ik haat het wanneer voetballers voortdurend met hun bijnaam genoemd worden. Eén keer kan nog wel, maar niet de hele tijd, niet elke week. De ongekroonde koning van dit ergerlijke gedoe is Bart Raes, de presentator van Stadion. De man praat zo bekakt en heeft een kijk-eens-hoe-grappig-en-spits-ik-wel-ben-air die mij elke week weer de gordijnen injaagt. Kan je iemand haten puur om zijn uitstraling en taalgebruik? Absoluut! Hij heeft het ook de hele tijd over 'het nummer laatst' als hij de 18de in de rangschikking bedoelt. Op zich is daar niks op tegen, maar toch niet elke week? Ik vind hem een heel irritante vent, net zoals ik die blauwige sfeer rond onze commerciële zender VTM na meer dan tien jaar nog altijd hemeltergend vind. Kijk dan niet, hoor ik u zeggen. Dat probeer ik ook te doen, maar ze hebben nu eenmaal het voetbalcontract en de rechten op bepaalde andere sportverslaggeving afgesnoept van de nationale zender.

Het valt me ook op dat die troetelnamen bijna altijd een positieve weerklank hebben. Ik vind dat nogal flauw en slijmerig. Discriminerend ook tegenover voetballers waar wel iets op aan te merken valt. En discriminatie, daar zijn we toch tegen, of niet soms? Welnu, als Raes dan toch zo graag koosnaampjes gebruikt, krijgt hij van mij enkele nieuwe. Een beetje afwisseling kan absoluut geen kwaad, deze man van het scherm halen nog minder.

Thomas 'Helmut Lotti' Buffel
Patrick 'Rapeman' Kluivert
Edgar 'Paardenbril' Davids
Gilles 'Janet' De Bilde
Bjorn 'Superjanet' De Wilde
Zinedine 'de Zweter' Zidane
Michael 'Sinaasappelbakkes' Reiziger
Jan 'Frankenstein' Koller
Walter 'Boerke' Baseggio
Bernd 'de Vuurtoren' Thijs
Vincent 'het Voorhoofd' Kompany

09:37 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |