31-05-04

Het ongedierte in mijn computer is uitgeroeid. Het gevolg va

Het ongedierte in mijn computer is uitgeroeid. Het gevolg van de installatie van die Norton trialware is wel dat hij nog trager opstart dan vroeger. Na de on/off-knop te hebben ingedrukt, kan u zich gerust een tijdje zoet houden met het verzameld werk van Eddy van Rijmenam. "Eddy van Rijmenam?" hoor ik menig onwetend bezoeker zich afvragen, "moet ik mij schamen als ik die kerel niet ken?"

Wel, Eddy van Rijmenam, pseudoniem van Albertus van Bonheiden, is de auteur van de botanische bestsellers ‘Bespoten sla, ik kan het niet langer verkroppen’, ‘Tomaten kweken zonder zelf een rode kop te krijgen’ en ‘Het recht van de banaan om krom te zijn’, alledrie prominent in mijn boekenkast aanwezig. De tuiniersgidsen van van Rijmenam onderscheiden zich van andere boeken in dit genre door de pseudo-relativerende toon waaraan hij het tuinieren blootstelt. Eén van van Rijmenams adviezen luidt overigens: ‘Bij de keuze van een woonplaats, kan het geen kwaad zich in de buurt van een groetenzaak te vestigen, just in case.’ ‘Just in case’, het staat er echt. Hij had ook kunnen schrijven ‘u weet maar nooit’ of ‘voor het geval u van uw moestuintje een Tsjernobyl maakt’, maar hij gebruikt op pagina 281 van ‘Bespoten sla, ik kan het niet langer verkroppen’ wel degelijk de populaire Engelse zinssnede ‘just in case. Van Rijmenam is immers de mening toegedaan dat de moderne tuinder niet langer een bejaarde keuterboer op klompen is, maar wel een hoogopgeleide yuppie die de stress die zijn ongetwijfeld drukke baan met zich meebrengt, probeert te kanaliseren richting aardkern door met spade en schoffel het oppervlak van diezelfde aarde te lijf te gaan. Dat de toepassing van de wetten der hortologie ook effectief leidt tot het oogsten van eetbare resultaten, is in de filosofie van Eddy van Rijmenam compleet bijkomstig. De leer van deze toch wel miskende non-fictionauteur wordt trouwens gretig toegepast in de psychiatrie. Geef een geestesgestoorde een blad papier en een pen, of erger nog, een computer met muis en klavier, en de kans is groot dat hij helemaal door het lint gaat, eenvoudigweg omdat hij negen kansen op de tien niet goed weet hoe hij met de hem aangereikte tuigen overweg kan. Geef hem een lapje grond en wat landbouwgereedschap en zijn toestand zal verbeteren of in het slechtste geval stabiel blijven. ‘Om het onoordeelkundig gebruik van het gereedschap te vermijden, matigt u best het aantal patiënten per are gronds’, voegt van Rijmenam er fijntjes aan toe in de slotparagraaf van het hoofdstuk ‘Spitten, harken en hakken, zet de gekte in uw hoofd te kakken’ uit het al eerder geciteerde werk ‘Bespoten sla, ik kan het niet langer verkroppen’.

Af en toe wordt naar Eddy van Rijmenam verwezen als de Vlaamse Midas Dekkers. Informeer naar zijn boeken in uw lokale boekhandel of openbare bibliotheek.


21:36 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

26-05-04

COMPUTERMISERIE

Mijn computer is gecrasht, hoor ik iemand wel eens zeggen. En een kennis vertelde me laatst dat je altijd één vierde deel van je harde schijf moet vrij laten om crashes te vermijden. Ach, ach, allemaal verkoperspraatjes met als enig doel de brave consument naar de computerwinkel te lokken om een bijkomende schijf, extra staafjes RAM, BOK of GEIT en wat nog allemaal. Daar trapt Hoorne niet in. De schijf van mijn pc is nog geen 2 GB groot en constant flirt ik met zowat 150 MB vrije ruimte, en nog nooit problemen gehad. Vorige week was de taart zelfs even helemaal blauw, ik had geen byte meer over. Snel hier en daar wat opgeruimd en nu kan ik weer verder met terug zowat 150 MB. Geen vuiltje aan de lucht. Trouwe, trage computer van mij, wat ben je toch een kranig oudje. Wat zou ik je inruilen voor zo'n moderne rechtopstaande CPU met een flat screen? Laat de prijzen van al dat informaticatuig nog maar een beetje zakken, dan zien we wel of ik je er alsnog uitgooi of niet, want zo close ben ik nu ook weer niet met mijn computer.

Dat was dus vorige week. Vanaf zekere dag echter gebeurden er opeens allerlei gekke dingen en sinds gisterenavond weet ik het zeker: 'er is iets hier van binnen, er is iets binnenin' - zo ging toch dat mooie liedje van Walter Verdin - maar ik heb het in dit geval wel degelijk over mijn kwakkelend computertuig. Er zit een gemeen beest in zijn lijf en ik weet nog niet wat het is, een bromvlieg, een muis of een draak. Virus- en andere scanners beweren dat alles O.K. is maar ik weet wel beter. Soms als ik een link aanklik, kom ik op een Engelstalige zoeksite waar ik helemaal niet naartoe wil. Gebruikersnamen en paswoorden blijken plots verkeerd te zijn, terwijl ik zeker weet dat dat niet zo is. Ben je wel genoeg beveiligd, hoor ik daar een wijsneuzig wizkid vragen. Wel, ik heb een firewall en een virusscanner en dat adaware-dinges, is dat niet genoeg misschien?

In elk geval, de komende dagen ga ik mijn dierbare kreng te lijf met Spybot en Norton. Eens zien wat dat geeft. Zolang ik kan mailen, surfen en het officepakket gebruiken is er in principe geen man overboord, maar voor een schrijver is clean materiaal nu eenmaal een erezaak.


17:20 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

23-05-04

KOUDE KAK VLAK VOOR MIDDERNACHT

We zijn ruim een week na de lancering van ‘Inbreng nihil’, een dichtbundel die wis en zeker de wereld niet zal veranderen, daar steek ik mijn hand voor in het vuur. Een dichter die de intentie heeft de wereld te veranderen zouden ze meteen zijn beide handen moeten afhakken, behalve als hij de pech heeft te zijn geboren in een apenland waar ze hun kunstenaars plegen te verminken, onder andere door hen de handen af te hakken. Enfin, als u mijn mening niet wenste te weten over 'geëngageerde poëzie', u kreeg ze toch. 'Geëngageerd', breek me de bek niet open. Enkele decennia geleden werd er nogal wat afgemekkerd over El Salvador. Het ging niet goed in El Salvador. Heeft u de afgelopen vijf jaar nog iets vernomen over dat hele verrekte El Salvador? Het was de tijd van de Koude Oorlog, zegt die term u nog iets? Ach, heerlijke koude oorlog, waarom hebben ze die ooit afgeschaft? Het kleinste kind kon toch weten dat er een andere en veel gevaarlijker vijand de plaats van die koukleumen met hun berenmutsen ging innemen. Waar ik naartoe wil? Wel, ieder zinnig mens weet toch dat het rijke Noorden absoluut wil dat het arme Zuiden het arme Zuiden blijft, alle al dan niet goedbedoelde snoepreisjes van Minister Michel naar onze voormalige kolonie ten spijt? En denk je dat al die geëngageerde bananenrepubliekpoëten willen dat de toestand in hun land verbetert? Ammehoela. Waar gaan die lamstralen anders over schrijven? En de Nobelprijs die die kerels ooit hopen te winnen mag toch niet in gevaar worden gebracht door een plots opflakkerende conjunctuur en betere levensstandaard. Hugo Claus zit al zijn hele leven te wachten op een bloederige burgeroorlog in ons land om daar dan zijn opus magnum over te schrijven, maar tarara, het wil maar niet lukken. Op een gegeven moment heeft hij die hoop min of meer verdrongen en de titel 'Het verdriet van België' dan maar aan een ander boek toegekend. 

Ik dwaal af. Ik had het dus over 'Inbreng nihil', mijn zinloos mooie bundel. De boekhandels zijn bevoorraad, de recensenten slijpen hun pennen, de promotiemachine draait op volle toeren. Ik stond in kranten en sta straks in nog andere kranten; ik kwam op tv, of beter gezegd, mijn bundel kwam op tv, want ikzelf had helaas geen tijd omdat ik net die namiddag een gesprek had met mijn Spaanse vertaler, een zekere senõr Pachico. Nu het daar aanzienlijk beter gaat dan twintig jaar geleden en de geëngageerde dichtbundels en masse naar het containerpark worden afgevoerd, wil hij mijn werk in het gat op de Salvadoraanse markt storten. Ik weet niet goed wat ik van zijn voorstel moet denken. El Salvador, is dat niet wel hele koude kak? Wat met de rest van het Spaanssprekend deel van de wereldbevolking, vroeg ik hem. Na El Salvador richten we onze pijlen op Honduras, antwoordde hij. Woensdagavond komt hij nog eens langs voor een tweede verkennend gesprek. Niettegenstaande ik me enorm geflatteerd voel, kamp ik toch met een onbehaaglijk gevoel. Heel mijn leven al heb ik aan de ophalers van de Broederlijk Delen- en 11.11.11.-enveloppes monopoliegeld meegegeven. Zouden ze dat speelgoedgeld ginder gebruiken? En zo ja, word ik dan niet opgelicht als ze met dat geld mijn bundel aanschaffen? Of zou zoiets net mijn verdiende loon betekenen? Allemaal vragen die ik senõr Pachico nog eens met enige omzichtigheid moet voorleggen.

Alweder dwaal ik af. Morgenochtend laat mijn uitgever een nieuwe lading bundels uit Amsterdam overkomen per supersnelle exprespost, want ik heb er geen een meer. De symbolisch eerste bundel die ik vorige vrijdag uit handen van Paul Rigolle mocht ontvangen, heb ik voor het dubbele van de prijs verkocht aan een man die deze namiddag helemaal uit Schellebelle naar hier kwam gereden om een exemplaar aan te schaffen. ‘Waarom?’ vroeg ik hem. ‘Omdat de winkels vandaag gesloten zijn’, zei hij. Daar kon ik weinig tegen in brengen. Inbreng nihil ging voor één keer helemaal op.

Het is nu zondagavond 23 mei, bijna middernacht. Ik heb me aan het recenseren gezet: de debuutbundels van Maurice Buehler en Joep Kuiper. Jongens, jongens, wat een koude kak is me dat zeg. Als ze dit maar nooit op de Salvadoranen loslaten, dat volk heeft al genoeg geleden.


23:53 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

15-05-04

VIRTUELE KUS VOOR ARJAN

De dichter keek en zag dat het goed was. Ik heb het over Inbreng nihil, mijn tweede dichtbundel die gisterenavond aan het publiek werd voorgesteld. Enkele uren voordien had ik het boek te zien gekregen. Schitterende cover, net het mooie sombere blauw dat ik wenste. Arjan Weenink, de helft van mijn uitgevers, ook wel gekend onder het pseudoniem Studio 521, had ik wel kunnen kussen ware het niet dat ik niet zo dol ben op gekus met mannen, maar vermits hij er niet bij kon zijn viel dat al bij al nog reuze mee.

Een dag eerder kreeg ik bijna een hartaanval toen ik op de website van mijn uitgever iets las over flappen. Wat flappen? Hoe flappen? Ik wil helemaal geen flappen. ’s Nachts droomde ik dat mijn gedichten werden uitgegeven in oude omslagen van overtollige tweedehands boeken van al even overtollige schrijvers die, om het zuinigheidje te camoufleren, in schools kaftpapier waren gewikkeld. Als nachtmerrie kan dit tellen.

Overigens gaat het mijn Uitgeverij 521 voor de wind. Na de eerdere samenwerkingsverbanden met kleppers als Komrij, Bril en de in Vlaanderen geheel onbekende Beau van Erven Dinges, hebben ze nu ook een Claus-boek uitgegeven, en ik heb het wel degelijk over den Hugo.

Over de presentatie kan ik kort zijn: indien u er was weet u hoe het geweest is, indien u er niet was, zorg dan dat je er de volgende keer bij bent voor de presentatie van mijn derde bundel die Altijd en overal noppes zal heten al ligt Niks niemendal (gedichten uit de koeienstal) ook nog in de weegschaal. Morgen begin ik ook aan mijn roman Nul komma nul literaire mille en een non-fictieboek met als titel Waar is de tijd van de Fonsen?, een epos over twee vergeten Vlaamse sporthelden uit mijn kindertijd die allebei Alfons heetten. Plannen, plannen, mijn hoofd loopt om, zou Guggenheimer zeggen.

Maar laat ons vooral niet op de dingen vooruitlopen. Het enige wat ik u vandaag wil zeggen is dit: Inbreng nihil is een superbe bundel, die in geen enkele geloofwaardige boekenkast mag ontbreken.


23:17 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |