27-07-04

AANGESTAMPTE KANGOEROESTRONT

Vooruit, dacht ik zondagavond, laat ik maar eens een nieuw eigen gedicht plaatsen. Heb ik immers in het vorige bericht niet gezegd dat ik hard aan het werken ben aan nieuwe poëzij. Moet ik dan niet de daad bij het woord voegen, want misschien gelooft u mij niet.

Wat me opvalt is dat mijn gedichten alsmaar langer worden, ook de titels. Titels zijn belangrijk. Iemand zei me onlangs dat ik titels beter weglaat als ze niks essentieel aan het gedicht toevoegen. Wel, mijn beste vriend, ik weet dat je het goed bedoeld, maar mijn antwoord is: ‘Neen!’ Kan je het maken een kind te baren en het dan geen naam te geven? Voor poëzie geldt hetzelfde. Een uitzondering mag best voor een dichtbundel waarin geen enkel gedicht een titel draagt, dan is het overduidelijk dat het zo bedoeld is, maar nu eens wel en dan weer niet, neen, daar hou ik niet van, dat lijkt me te gemakzuchtig. Het is mijn taak als verwekker van mijn gedichten om er sterke titels bij te bedenken. Daar moet desnoods lang en hard over nagedacht worden, maar het mag ook tamelijk impulsief. Met impulsiviteit is niks mis. Behalve zondagnamiddag laatst. Een man op een racefiets reed voorbij mijn huis. Als van de duivel bezeten wipte ik uit de sofa, snelde naar hem toe en sleurde hem over zijn triatlonstuur op de grond. Op het moment dat ik in zijn van angst uitpuilende ogen keek, wist ik dat er iets niet in de haak zat. Dit was very unlike me. Het was evenwel te laat om zonder gezichtsverlies op mijn stappen terug te keren. Ik moest mijn rolletje nu wel spelen tot op het eind, de kelk ledigen tot op de bodem, en gaf zeer tegen mijn zin de renner een paar stoempen tegen zijn pothelm. Het is goed dat die hele Tour de France voorbij is. Heel even moet ik die man op de fiets vereenzelvigd hebben met misschien wel de saaiste Ronde sinds … ja, sinds wanneer eigenlijk? Maakt niks uit, saai is saai en daarmee basta.

In de bloemlezing ‘Gedichten 2004’ van het Davidsfonds, die wordt samengesteld door Willy Spillebeen en Hugo Brems, komt mijn gedicht ‘Een koe, c’est fou’, door de selectieheren genomen uit De Brakke Hond nr. 79. Dit gedicht staat in mijn bundel ‘Inbreng nihil’ met als titel ‘Koeman’. De twee laatste regels heb ik uit de oorspronkelijke versie weggelaten. Het schrappen van de slotstrofe rechtvaardigde de nieuwe titel. Welbewust heb ik dit gedicht, al dan niet na advies van mijn uitgevers en redacteur - u heeft daar geen zaken mee - ietwat aan gekte laten inboeten. Ik heb die beslissing in eer en geweten genomen en heb er geen spijt van. Maar straks wordt ‘Koeman’ dus weer eventjes ‘Een koe, c’est fou’. Ik hou niet van de verwarring die dit met zich meebrengt. Het doet me denken aan Da Costa die Costinha werd, Hossam die als Mido meer uren op de bank sleet dan hem lief was, Goolagong die ineens als Cawley de baan betrad, al gelden er in het laatste geval wel verzachtende omstandigheden. Het gebeurt wel vaker dat vrouwen na het huwelijk de naam van hun echtgenoot aannemen.

Heeft u in de smiezen wat voor een aardig bericht dit weer aan het worden is? Ik startte met wat lulpraat over titels, via de Ronde van Frankrijk kwam ik uit bij een nog te verschijnen bloemlezing, om uiteindelijk te belanden bij een Australische tennisster uit de jaren zeventig, die als kind zo arm was dat ze haar enige tennisracket moest delen met zeven broertjes en zusjes die er veel te onstuimig luchtgitaar op speelden. Het gebeurde af en toe dat de kleine Evonne wedstrijden verloor, die nota bene op een bodem van aangestampte kangoeroestront werden betwist, omdat één van die apen van broers tijdens het imiteren van The Flying Washbears, een glamrockband zo slecht en onpopulair dat ik durf te wedden dat u er nog nooit van heeft gehoord, een snaar had gebroken.

Wat is me dat een overroepen land zeg, Australië. Wat heeft dat land nog meer voortgebracht dan Evonne Cawley-Goolagong, Phil Anderson en Kylie Minogue? Zeg tegen een Australiër Belgian, en hij zal moeiteloos aanvullen met beer, chocolates, waffels, pedophile of Kim Klaaisters. Zeg tegen een Belg Australian en hij staat met zijn mond vol tanden. Laat hem er een nachtje over slapen en nog steeds zal hij met zijn mond vol tanden staan, tenzij hij die nacht betrokken raakte bij een straatgevecht dat hem enkele kiezen kostte. Weet je waar Australië dat mythische aureool vandaan heeft? Wel, als kind kregen we niet één maar wel honderden keren te horen dat in Australië - of hoort u liever het ridicule Down Under? - onze tegenvoeters wonen. Fascinerend vonden we dat. Als je hard op de grond stampte, wipten ze aan de andere kant op en neer in hun bed, want daar sliepen ze als wij wakker waren, en dat is nog altijd zo, veronderstel ik. Australië, dat kon je een beetje vergelijken met de planeet Pluto, maar dan met rare beesten in het struikgewas. Later, als puber, stelden mijn maten en ik ons voor dat, als je heel geconcentreerd naar het plekje tussen je voeten keek, je op den duur het slipje van Kylie Minogue kon zien. Je moest wel heel hard je best doen, niet knipperen met de ogen, bijzonder lastig hoor. Tot Pascal Vandenheede op een dag zei dat hij in de Joepie had gelezen dat Kylie Minogue nooit een slipje droeg. Toen was de pret er voor ons wel af. We hielden wel van een geintje, maar pervers waren we niet, behalve Sébastien Dutroux, een inwijkeling uit Wallonië. Trouwens, die hele Minogue, is dat nu zo’n mooie griet, gooide ik in de groep, neen toch? Dat zei ik snel omdat ik van al dat grondstaren serieus last met mijn ogen begon te krijgen. Tuurlijk niet, antwoordde Jos Vandale, in mijn straat wonen er zeker tien meisjes die veel knapper zijn dan Kylie en weet je wat, er staan maar zeven huizen in mijn straat. Met een bulderlach en een oorverdovende yell onderstreepten we zijn boude uitspraak, waarna we besloten naar de Bloemistenstraat te trekken, waar Jos Vandale in het huis met het nummer 3 woonde, om dat met eigen ogen te verifiëren, want de Jos durfde wel eens overdrijven. Het was een eindje stappen, maar veel minder ver dan naar dat verrekte Australië waar ze, als ooit de zwaartekracht wordt afgeschaft, met zijn allen de ruimte in zullen tuimelen.


23:53 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

De commentaren zijn gesloten.