29-07-04

DIALOOG

Jan, ik moet je iets vertellen.

Ja, Peter, wat is er?

Ik weet niet precies hoe ik dit moet zeggen, hoelang kennen we elkaar al, tien, vijftien jaar?

Zoiets, ja.

Toen ik je leerde kennen, viel het me al op, maar het is me gaandeweg meer en meer gaan storen. In het begin dacht ik nog, dit gaat wel over, het is een belachelijke gedachte, te gek voor woorden, maar telkens ik je zag, woog het meer en meer op mij tot het de voorbije maanden haast ondraaglijk werd.

Het spijt me dat ik niet helemaal van het roken af ben, maar ik probeer het toch te beperken als ik bij jou ben, als het dat is wat je bedoelt.

Neen, dat is het niet.

Wat dan wel?

Jouw naam, Jan. Het is jouw naam. Jan. Zeg nu zelf, je ziet er toch helemaal niet als een Jan uit, eerder als een Laurent of François, maar geen Jan. Vroeger dacht ik nog dat je dat zelf ook wel inzag, maar ik heb me daarin vergist. Als je jezelf voorstelt aan mensen, zie ik aan je gezicht dat je het best prettig vindt om die vreselijke naam te dragen. Die naam van jou is een enorme vergissing, het spijt me dat ik het zo moet uitdrukken, en het ergst van al vind ik nog dat jij daar helemaal niks aan doet. Een naamsverandering kost heus geen fortuin meer tegenwoordig. Maar neen, jij laat maar betijen. Jan hier, Jan daar, hoorndol word ik ervan.

Meen je dit echt, Peter, ben je me aan het jennen of zo?

Noem me geen Peter, Jan, je weet dat ik het haat als je mij Peter noemt. Ik heet Peter-Alexander, gewoon simpelweg Peter-Alexander, is dat zo moeilijk?

Rustig maar, rustig maar, wat heb jij ineens?

Het spijt me, Jan, maar ik denk niet dat we nog vrienden kunnen zijn zolang jij je Jan laat noemen.

Ben jij nou helemaal betoeterd?

Neen, ik ben niet betoeterd, jij bent het die volledig dolgedraaid bent. Ik snap niet hoe je het uithoudt met zo’n naam. Ik heb me vreselijk vergist in jou, het spijt me enorm, ik wil niks meer met jou te maken hebben, tenzij je je naam nooit meer uitspreekt in mijn bijzijn en ik jou voortaan Jean-Michel mag noemen.

Ik vind dat een belachelijk voorstel, je stelt je enorm aan, Peter-Alexander. Ik ben trots op mijn naam.

Zie je wel, ik wist het, ik had al zo’n vermoeden. Wel, als het zo zit, dag Jan, het ga je goed in het leven, ajuus!

Maar Peter!

Peter-Alexander!!

(af en doek)


08:17 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

27-07-04

AANGESTAMPTE KANGOEROESTRONT

Vooruit, dacht ik zondagavond, laat ik maar eens een nieuw eigen gedicht plaatsen. Heb ik immers in het vorige bericht niet gezegd dat ik hard aan het werken ben aan nieuwe poëzij. Moet ik dan niet de daad bij het woord voegen, want misschien gelooft u mij niet.

Wat me opvalt is dat mijn gedichten alsmaar langer worden, ook de titels. Titels zijn belangrijk. Iemand zei me onlangs dat ik titels beter weglaat als ze niks essentieel aan het gedicht toevoegen. Wel, mijn beste vriend, ik weet dat je het goed bedoeld, maar mijn antwoord is: ‘Neen!’ Kan je het maken een kind te baren en het dan geen naam te geven? Voor poëzie geldt hetzelfde. Een uitzondering mag best voor een dichtbundel waarin geen enkel gedicht een titel draagt, dan is het overduidelijk dat het zo bedoeld is, maar nu eens wel en dan weer niet, neen, daar hou ik niet van, dat lijkt me te gemakzuchtig. Het is mijn taak als verwekker van mijn gedichten om er sterke titels bij te bedenken. Daar moet desnoods lang en hard over nagedacht worden, maar het mag ook tamelijk impulsief. Met impulsiviteit is niks mis. Behalve zondagnamiddag laatst. Een man op een racefiets reed voorbij mijn huis. Als van de duivel bezeten wipte ik uit de sofa, snelde naar hem toe en sleurde hem over zijn triatlonstuur op de grond. Op het moment dat ik in zijn van angst uitpuilende ogen keek, wist ik dat er iets niet in de haak zat. Dit was very unlike me. Het was evenwel te laat om zonder gezichtsverlies op mijn stappen terug te keren. Ik moest mijn rolletje nu wel spelen tot op het eind, de kelk ledigen tot op de bodem, en gaf zeer tegen mijn zin de renner een paar stoempen tegen zijn pothelm. Het is goed dat die hele Tour de France voorbij is. Heel even moet ik die man op de fiets vereenzelvigd hebben met misschien wel de saaiste Ronde sinds … ja, sinds wanneer eigenlijk? Maakt niks uit, saai is saai en daarmee basta.

In de bloemlezing ‘Gedichten 2004’ van het Davidsfonds, die wordt samengesteld door Willy Spillebeen en Hugo Brems, komt mijn gedicht ‘Een koe, c’est fou’, door de selectieheren genomen uit De Brakke Hond nr. 79. Dit gedicht staat in mijn bundel ‘Inbreng nihil’ met als titel ‘Koeman’. De twee laatste regels heb ik uit de oorspronkelijke versie weggelaten. Het schrappen van de slotstrofe rechtvaardigde de nieuwe titel. Welbewust heb ik dit gedicht, al dan niet na advies van mijn uitgevers en redacteur - u heeft daar geen zaken mee - ietwat aan gekte laten inboeten. Ik heb die beslissing in eer en geweten genomen en heb er geen spijt van. Maar straks wordt ‘Koeman’ dus weer eventjes ‘Een koe, c’est fou’. Ik hou niet van de verwarring die dit met zich meebrengt. Het doet me denken aan Da Costa die Costinha werd, Hossam die als Mido meer uren op de bank sleet dan hem lief was, Goolagong die ineens als Cawley de baan betrad, al gelden er in het laatste geval wel verzachtende omstandigheden. Het gebeurt wel vaker dat vrouwen na het huwelijk de naam van hun echtgenoot aannemen.

Heeft u in de smiezen wat voor een aardig bericht dit weer aan het worden is? Ik startte met wat lulpraat over titels, via de Ronde van Frankrijk kwam ik uit bij een nog te verschijnen bloemlezing, om uiteindelijk te belanden bij een Australische tennisster uit de jaren zeventig, die als kind zo arm was dat ze haar enige tennisracket moest delen met zeven broertjes en zusjes die er veel te onstuimig luchtgitaar op speelden. Het gebeurde af en toe dat de kleine Evonne wedstrijden verloor, die nota bene op een bodem van aangestampte kangoeroestront werden betwist, omdat één van die apen van broers tijdens het imiteren van The Flying Washbears, een glamrockband zo slecht en onpopulair dat ik durf te wedden dat u er nog nooit van heeft gehoord, een snaar had gebroken.

Wat is me dat een overroepen land zeg, Australië. Wat heeft dat land nog meer voortgebracht dan Evonne Cawley-Goolagong, Phil Anderson en Kylie Minogue? Zeg tegen een Australiër Belgian, en hij zal moeiteloos aanvullen met beer, chocolates, waffels, pedophile of Kim Klaaisters. Zeg tegen een Belg Australian en hij staat met zijn mond vol tanden. Laat hem er een nachtje over slapen en nog steeds zal hij met zijn mond vol tanden staan, tenzij hij die nacht betrokken raakte bij een straatgevecht dat hem enkele kiezen kostte. Weet je waar Australië dat mythische aureool vandaan heeft? Wel, als kind kregen we niet één maar wel honderden keren te horen dat in Australië - of hoort u liever het ridicule Down Under? - onze tegenvoeters wonen. Fascinerend vonden we dat. Als je hard op de grond stampte, wipten ze aan de andere kant op en neer in hun bed, want daar sliepen ze als wij wakker waren, en dat is nog altijd zo, veronderstel ik. Australië, dat kon je een beetje vergelijken met de planeet Pluto, maar dan met rare beesten in het struikgewas. Later, als puber, stelden mijn maten en ik ons voor dat, als je heel geconcentreerd naar het plekje tussen je voeten keek, je op den duur het slipje van Kylie Minogue kon zien. Je moest wel heel hard je best doen, niet knipperen met de ogen, bijzonder lastig hoor. Tot Pascal Vandenheede op een dag zei dat hij in de Joepie had gelezen dat Kylie Minogue nooit een slipje droeg. Toen was de pret er voor ons wel af. We hielden wel van een geintje, maar pervers waren we niet, behalve Sébastien Dutroux, een inwijkeling uit Wallonië. Trouwens, die hele Minogue, is dat nu zo’n mooie griet, gooide ik in de groep, neen toch? Dat zei ik snel omdat ik van al dat grondstaren serieus last met mijn ogen begon te krijgen. Tuurlijk niet, antwoordde Jos Vandale, in mijn straat wonen er zeker tien meisjes die veel knapper zijn dan Kylie en weet je wat, er staan maar zeven huizen in mijn straat. Met een bulderlach en een oorverdovende yell onderstreepten we zijn boude uitspraak, waarna we besloten naar de Bloemistenstraat te trekken, waar Jos Vandale in het huis met het nummer 3 woonde, om dat met eigen ogen te verifiëren, want de Jos durfde wel eens overdrijven. Het was een eindje stappen, maar veel minder ver dan naar dat verrekte Australië waar ze, als ooit de zwaartekracht wordt afgeschaft, met zijn allen de ruimte in zullen tuimelen.


23:53 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

25-07-04

GEDICHT

DRIE VOORNEMENS VOOR EEN HALFOUD LEVEN

Hard moet ik worden.
Hard is het doel.
Emotieloos, meedogenloos
en boos, heel heel boos,
bozer dan een boze matroos
die argeloos het schip boven de wal verkoos
en terechtkomt in een dot
van een wind- en waterhoos.

En vechten moet ik doen:
tegen het ei in mezelf,
tegen de verwijfde schijnheiligheid van kerk, staat, volkorenbrood en werk,
tegen mijn eigen naam in zwarte letters op een spikkelgrijze zerk.

En lachen! Lachen met alles, nog en wat,
met de man die niet wilde verdrinken in zijn bad
- te ordinair zoiets doodgewoons  -
wie nat wil sterven, doet dit met stijl in iets ruimer sop
zoals Brian Jones van de Stones.
 
 
Philip Hoorne
juli 2004

19:07 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

22-07-04

MIJMERINGEN VAN EEN DICHTER AAN HET WERK

Misschien vragen mijn fans, u dus, zich af waar ik momenteel zoal mee bezig ben. Verhaaltjes over nonkel Germain, Frank Vandenbroucke en de erotiserende knieholtes van een frituurdel, allemaal goed en wel, maar hoe zit het nu met Hoorne, de dichter, want dat ben en blijf je toch in de eerste plaats, Philip, of niet? We weten nu al wel hoe schitterend die tweede bundel van jou is, want we gaan er mee slapen en staan ermee op, het handige formaat past overigens perfect onder onze hoofdkussens, dank daarvoor, dat heb je goed gezien, en ’s nachts liggen we te woelen omwille van zoveel schoonheid, jouw verzen laten ons werkelijk niet los, maar zeg nu eens, wat brengt de toekomst, mogen wij dat al weten, laat ons a.u.b. niet langer in spanning, wij mogen dan wel gelezen hebben dat er straks een nieuwe Wigman komt, en dat hij uitstekend zal zijn, daar twijfelen wij niet aan, maar de nieuwe Hoorne, hoe zit het daarmee? We weten dat het nog veel te vroeg is, dat we geduld moeten hebben en dat dat niet altijd even gemakkelijk is, dat we je ter compensatie volgende week kunnen aanhoren tijdens het Tuinfeest te Deventer, maar zeg nu eens eerlijk, beste Philip, hoe zit het? Let wel, begrijp ons niet verkeerd, jouw verhalen over die nonkel en dat gedoe bij pater Leman vonden wij best boeiend, maar de vraag die onafgebroken in onze hoofden maalt luidt: wanneer komt Hoorne III?

Wel, vrienden, mijn antwoord is tegelijk eenvoudig en complex zoals alles wat wij doen en laten eigenlijk tegelijk eenvoudig en complex is, of wilt u dat ik alleen spreek voor mezelf? Neen toch, u vindt toch ook dat het leven nog maar half zo lastig is als een daguitstap naar Disneyland Parijs, met u als de enige begeleider van een groepje dat bestaat uit vierenvijftig incontinente, hyperkinetische mongolen met een snotvalling, ja toch? Maar eerst nog even dit, u mag mij tutoyeren, u deed het toch al, maar het mag best hoor, ik ben een dichter van het volk, hoezeer dat volk mij soms zure oprispingen bezorgt, maar dat zullen andere lieden zijn, fans van Roel Richelieu van Londersele, Job Degenaar of Joep Kuiper, jullie zijn anders, jullie zijn goed volk. Ik zou jullie graag namen geven, of beter, jullie namen ontvangen, die ik vervolgens op een bierkaartje zoude noteren en dat bierkaartje zoude ik mede nemen als ik na mijn dood naar de hemel ga, alwaar ik meteen zoude aandringen om die plek een nieuwe naam te geven, want ‘hemel’, is dat niet wel heel erge ouderwetse koude kak? Tegen de poortwachter zoude ik zeggen, hier zie, dit is een lijst met namen van mensen die mij achterna zullen komen, laat hen binnen zonder pasje, fouilleren is niet nodig - al weet ik haast zeker dat je het bij bepaalde vrouwelijke genodigden toch niet zult kunnen laten, jij viespeuk - dit bierviltje is hun adelbrief, het zijn goede mensen, ik weet het zeker. En terwijl de poortwachter in een milde bui is, zoude ik zeggen: als er fans komen van Roel Richelieu van Londersele, Job Degenaar of Joep Kuiper, laat hen ook maar binnen, vergeef hen, ze wisten niet wat ze deden, of beter, ze wisten niet wat ze lazen, en als de poortwachter zoude tegenstribbelen zoude ik hem aanmanen het toch maar te doen, want gelden hier immers niet dezelfde normen en waarden als beneden, moeten wij niet vergeven zoals wij zelf willen vergeven worden, en uiteindelijk zoude de poortwachter mij met een welgemeende fuck off mijn zin geven want, zo gromt hij, de auteur van ‘Niets met jou’, ‘Inbreng nihil’ en ‘Nougabollenpolonaise’ moet je zijn zin geven, (want man, kan die vent zagen en wie weet zitten er tussen de Richelieu-, Degenaar- en Kuiper-fans wel een aantal lekkere wijven, al gelooft hij dat zelf niet) waarmede ik meteen de titel van mijn derde bundel heb verklapt: ‘Nougabollenpolonaise’, en dat moet in één woord op het voorplat, Arjan Weenink kan er nu al niet van slapen, want onze Belg, wat kan die zaniken, een lieve, talentvolle, aardige en gedreven jongen die altijd met twee woorden spreekt, maar zágen, het heeft geen naam! Op het moment dat ik daar bij die poortwachter zal staan, is ‘Nougabollenpolonaise’ al een tijdje geschiedenis, maar hé, wacht eens even, waarom noemt die poortwachter slechts drie bundels? Zal ik dan al heengaan na mijn volgende en zo ja, moet ik dan niet wachten om die uit te brengen totdat ik zo oud zal zijn als Gerrit Kouwenaar nu is, en me voorhouden dat ik dan wel lang genoeg geleefd heb, niet tegen beter weten in door willen gaan tussen al dat jong geweld, of zoude ik toch maar het risico nemen dat die poortwachter, die wel eens de Heer zelve zoude kunnen zijn, alhoewel ik denk van niet, want hij zit te frunniken aan de kont van een vrouw die in de rij enkele plaatsen voor mij staat, en de Heer doet zoiets niet, zo’n jonge vrouw nog, heeft ze ook een lijstje bij, niet dat ik zie, egoïstische trut, het risico nemen zei ik dus, dat die poortwachter niet al mijn titels kent, of er enkele niet meteen uit het hoofd kan opzeggen, of mij opzettelijk wil kleineren door er maar drie van de zesentwintig te noemen, die achterlijke slippendrager van de Heer, of de Heer zelve, kan ook, want hij heeft nu al drie vrouwen laten passeren zonder naar hun borsten te grijpen. Zou de Heer werkelijk het lef hebben om mij net voor ik het eeuwige leven betreed nog wat te jennen, en zo ja, moet ik dan niet op mijn stappen terugkeren en dat hele eeuwige leven laten voor wat het is, en met mij zij wiens naam ik duidelijk leesbaar op dat bierkaartje heb neergepend?

Waarmede ik zeggen wil dat ik hard aan het werken ben en dat ik mijn uitgevers en redacteur binnenkort nieuw werk zal toeschuiven, wat hen ongetwijfeld in vervoering zal brengen, al zullen zij dat ontkennen en playing hard to get. In a publisher’s way of speaking, of course. Maar ik weet wel beter. Zij zullen elkaar in de armen vallen en hete tranen plengen, waarna zich volgende gesprek zal ontwikkelen:

"Vijftien miljoen Nederlanders en vijf miljoenen Vlamingen, mijn vriend, en net wij ontdekken de parel die Hoorne heet. Hoe groot is de kans dat ons dit nog eens lukt?"

"Onbestaande, mijn gulzige vriend, onbestaande, ben jij dan nooit tevreden? Is één Hoorne dan niet genoeg? Nog eerder zullen we een levende hond aantreffen in de keuken van een Chinees restaurant dan een nieuwe Hoorne vinden, toch?"

"Inderdaad, mijn vriend, je hebt gelijk en je verwoordt het zo mooi."

"Ik weet het, mijn vriend, ik weet het."


20:35 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

21-07-04

LANCE, NEIL EN POLLENTIER

Wat hebben we dit jaar toch een saaie Ronde van Frankrijk. De man kan het niet helpen dat hij veel sterker is dan de rest, maar een zesde overwinning van Lance Armstrong had voor mij niet gehoeven. Wie neemt de fakkel over? Ik weet het niet. Het blijft een vreemde sport, dat wielrennen, volks en vrolijk, dat nog steeds, en ik mag er graag naar kijken, maar al die berichten over echte of vermeende dopingzondaars maken toch dat ik het wat minder intens beleef dan vroeger. Als ik naar Armstrong kijk die l’Alpe d’Huez opsnort, dan denk ik aan een bericht van enkele dagen geleden waarin de fameuze Amerikaan door zijn landgenoot en drievoudig Tourwinnaar Greg Lemond openlijk van dopinggebruik wordt beschuldigd. Dan vraag ik me af wat voor tovermiddeltjes die dunne beentjes draaiende houden, of wordt de hetze tegen de Texaan alsmaar harder en feller?

Wat me nog het meest stoort zijn die renners of atleten - want het gebeurt natuurlijk ook in andere sporten - die glashard ontkennen dat ze iets mispeuterd hebben, ook al worden ze op heterdaad betrapt of, erger nog, de zwarte piet doorschuiven naar een anonieme verzorger of zogezegd malafide homeopaat. Renners zijn dommeriken, dat is een beeld dat ze zelf in stand moeten houden, want niettegenstaande de ellenlange duidelijke lijst met verboden producten, slikken ze alles wat je hen serveert, zonder zich vragen te stellen. Natuurlijk kan een coureur geen halve apotheker of dokter zijn, maar elk mens blijft verantwoordelijk voor de rottigheid die anderen in zijn lichaam naar binnen willen loodsen.

En wat mij nog meer dan meest ergert zijn de sportmedia die toch altijd weer vergeten en vergeven, hun ‘helden’ in de armen sluiten, ze als co-commentator, quizkandidaat of panellid opvoeren. Want de show moet altijd door blijven gaan. En het publiek vergeet snel, eigenlijk is het even dom als de wielrenners. Toch kan je de twee goed uit elkaar houden, bij die uit de ene groep bungelt er een fiets tussen de benen.

Vandaag was Michel Pollentier, de meest knullige dopingfraudeur aller tijden, te gast in het Touromkaderend praatprogramma. Het is verdorie meer dan een kwarteeuw geleden, maar iedereen die weet wat een koersstuur is, kent ook het verhaal van Peer Pollentier. We zullen geen oude koeien uit de gracht halen, ik neem aan dat je er al lang over bent, zei Karl Vannieuwkerke ter inleiding, toen de camera even op Pollentier inzoomde. Pollentier zweette als een rund en kon niet anders dan schuchter beamen. Liever had ik gezien dat hij zich op zijn knieën voor de camera gooide en huilend verkondigde dat hij er nog elke nacht van wakker ligt.

Vandaag, op onze Nationale Feestdag, 25 jaar nadat Neil Armstrong als eerste voet op de maan zette, werd Michel Pollentier uitgenodigd als gast in een sportprogramma van de openbare omroep, onze meest kwaliteitsvolle televisiezender. Vandaag weet ik het heel zeker: er is geen schaamte meer. Neil Armstrong, je had je moonsuit naar beneden kunnen schuiven en in een krater kakken, maar je hebt het niet gedaan en dat siert jou. Hoe vrijdenkend ik ook ben, ik ben blij dat het een serene vertoning werd, daar boven op die geblutste knikker, maar vandaag kwam Michel Pollentier op tv, vandaag, mijn beste Neil, is alles om zeep.


21:31 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

19-07-04

KOPBREKENS OP MAANDAG

  • Waarom geloven mensen je meteen als je hen zegt dat er aan de hemel 400 biljoen sterren staan, maar als je vertelt dat de deurpost pas geverfd is, moeten ze absoluut eens voelen.
  • Als je van zwemmen slank wordt, wat doen walvissen dan verkeerd?
  • Waarom hebben vrouwen geld nodig? Ze roken niet, ze drinken niet, ze gokken niet en vrouwen zijn ze van zichzelf al.
  • Wat tellen schapen als ze niet kunnen slapen?
  • Als Amerikanen rijst gooien bij huwelijken, gooien Chinezen dan hotdogs?
  • Waarom gaan toeristen naar de top van een hoge building om daar dan geld in een telescoop te steken, om dingen in close-up te zien die ze beneden van dichtbij en met eigen ogen veel beter kunnen zien?
  • Als het waar is dat porno helpt voor mensen met te weinig seks, waarom sturen we dan geen kookboeken naar Afrika?
  • Sterven in de living, is dat niet een beetje ironisch?
  • Heeft een Brabants trekpaard ooit wel eens echte seks?
  • Toen de mens ontdekte dat melk van koeien kwam, waarmee dacht hij dan dat hij bezig was?
  • Hoe zorgt men ervoor dat herten bij die verkeersborden oversteken?
  • Waar hebben moeders al die dingen geleerd waarvan ze heel zeker weten dat ze voor hun dochter onbetamelijk zijn?
  • Hoe voelde het om je leven als in een film aan jou voorbij te zien gaan vóór de uitvinding van de cinematografie?
  • Waarom zeggen mensen bij een sterfgeval altijd: "Dat is het leven."
  • Als niemand perfect is, kan iemand mij dan zeggen of die niemand een vrouw is en zo ja, waar ze woont?

11:42 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

14-07-04

FRITUUR 'DE NIEUWE FRITUUR'

De nieuwe frituur heet ‘De Nieuwe Frituur’, een naam die de tand des tijds niet zal doorstaan, maar nu zag alles er nog spiksplinternieuw uit, met veel marmer en aluminium. Ongezellig nieuw. Een frituur moet iets ranzigs hebben, maar ook weer niet te ranzig. Het vet of de olie moet regelmatig ververst worden en de uitbater mag niet aan zijn hol krabben vooraleer hij de frikadellen in een papiertje wikkelt.

In een hoek aan een tafeltje zat een slungel met zijn liefje. Hoe ik dat weet? Het kon toch ook een zus of buurmeisje zijn? Wel, hij kauwde op een friet, haalde het prakje uit zijn mond en douwde het vervolgens in haar opengesperd bekje. Liefje dus, wat ik zei, onderbreek me niet meer, ik ken heus wel het verschil tussen een liefje en een zusje. Er waren geen andere klanten behalve die twee en mezelf.

Achter de toonbank stonden een man, een vrouw en hun dochter. Hoe ik nu weer weet dat het hier de dochter des huizes, of beter de dochter des fritures betrof? Wel, ze zeurde tegen haar moeder zoals alleen dochters dat kunnen, dat typische gejengel van ‘mag ik dit?’, ‘hoelang nog dat?’, ‘ik ben moe’, ‘ik wil dat Tom Boonen morgen weer een rit wint’, en haar moeder reageerde op dat gezaag zoals alleen moeders dat kunnen, gespeeld kribbig met net iets te veel mededogen.

De vrouw was slank in de foute betekenis van het woord, mager dus, zonder borsten of andere rondingen, zo’n type dat geen frieten lust omdat je er dik van wordt, en daarom op een dag besloot om er te gaan bakken voor anderen. Als de hele wereld dikker werd van haar frieten, dan zou zij er nog slanker gaan uitzien, ook als haar gewicht gelijk bleef. Geen achterlijke redenering, maar dat maakte haar er niet minder onaantrekkelijk op, alleen haar bovenlip had iets prikkelends, nl. een snor. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat haar knieholten er mochten wezen. Man, wat had die vrouw een sexy knieholten. Toen ze zich weer omdraaide, ging mijn penis evenwel sneller weer liggen dan hij zich had opgericht.

De man noteerde mijn bestelling waarna het trio in actie schoot. Hij deed de frieten, zij zorgde voor het vlees en de sauzen en het meisje liep in de weg. De man hield me de hele tijd in de gaten, ik bedoel daarmee dat hij naar me keek tot ik me ongemakkelijk begon te voelen en van hem wegkeek. Telkens ik naar hem keek om te kijken of hij naar mij keek, keek hij ook effectief naar mij - even een poëtisch getinte zin in dit verhaal verwerken, heet zoiets. Ik vermoedde dat hij een gesprek wilde beginnen. Waarover? Over het weer? Liever niet, ik heb daar geen verstand van. Over Tom Boonen die een rit in de Tour kan winnen als alle andere spurters tegen de grond gaan? Laat ons zwijgen over die janet. Of wilde hij mij het interieur horen prijzen? Wat hij ook verlangde, het kon wel eens lelijk tegenvallen, dat die hufter maar niet dacht dat hij mij dingen kon laten doen die ik niet wilde. Ik was uitgestuurd om ergens een aantal bakken friet en wat toespijs te scoren. Friet was mijn missie, patat de boodschap. Het verzoek om de knieholtes van zijn echtgenote te likken, had ik misschien nog ingewilligd, maar op veel meer hoefde hij niet te rekenen, er zijn grenzen aan mijn sociaal gedrag.

Dit alles flitste door mijn hoofd toen ik mijn protonkaart in de gleuf van de kaartlezer stak en op de OK-knop drukte.


10:28 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

12-07-04

VERHALFJAARDAG

Mijn weblog bestaat vandaag een half jaar. Ik merk dit ineens heel toevallig op. Het is al laat en ik heb geen zin om er nog een spits stukje over te plegen. Ik ben tevreden over mijn log: leuke berichten, pittige verhalen, hoogwaardige bullshit, dat waren mijn objectieven, en ik meen dat ik het doel niet voorbijgeschoten ben.
 
Een publiciteitsspot voor mijn literaire activiteiten, een low profile literair oefenschriftje zonder links in de berichten en met zo weinig mogelijk franje, ook dat waren objectieven, maar hoe langer hoe meer ben ik een tribunespeler geworden en doe ik het allemaal voor u, de gemiddeld 45 personen die hier per dag even langskomen. Ik hoop dat het jullie bevalt.

23:51 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

11-07-04

VANDAAG EEN GASTSCHRIJVER

Dimitri Antonissen is een jonge Antwerpse schrijver die een reeks kortverhalen publiceert op weblogs van anderen, een koekoekschrijver a.h.w. Hij verzocht mij om het onderstaande verhaal met als titel ‘Kermis’ op mijn webstek te willen plaatsen. Wie ben ik om het verzoek van deze jongeman af te wijzen? Zolang hij maar niet de Nobelprijs Literatuur wint in een jaar waarin ik tweedes word, vind ik het allemaal goed.

Het merkwaardige aan zijn verhaaltjes is dat ze uit exact 500 lettertekens bestaan en allemaal over vrouwen gaan. Zijn website http://users.skynet.be/boekblog dient als een soort index om de verhalen terug te vinden.

Komtie!

‘Kermis’ door Dimitri Antonissen. Let’s hear it for the boy!

Ze kleedt zich normaal erg bescheiden, maar als we naar de kermis gaan, doet ze plateauzolen en een minirokje aan. Want "dat hoort zo". In de botsauto's wil iedereen ons wagentje rammen. En van de man in het wafelkraam krijgt ze extra stroop. Ze wordt opgewonden van al die aandacht, giechelt ze, terwijl ze als in een peepshow rondjes draait op zo'n ouderwetse paardenmolen.

Vlak voor we naar huis gaan, koopt ze nog twee tickets voor het spookhuis. In het treintje -ze heeft het laatste wagonnetje gekozen- knoopt ze mijn jeans los en glijdt met één hand naar binnen. Ik schrik nergens meer van.

(Woorden: 105/Tekens: 500/Zij: 9)


23:03 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

08-07-04

OVER ALLOCHTONE SCHRIJVERS EN MIJN BEZOEK AAN PATER LEMAN

Ondertussen wordt op de veelgelezen poëziewebsite www.epibreren.com/rs een poll gehouden om na te gaan wie de populairste recensent is. Zowaar heb ik daar een stem gekregen van de heer Paul Leeuwenkamp. De vraag voor wie hij gekozen heeft, beantwoordt hij met: ‘Philip Hoorne. Omdat hij een heldere kijk meeslepend verwoordt en soms knuppels in hoenderhokken gooit.’

Een driedubbele motivering, welaan! Die heldere kijk kan ik alleen maar beamen. Ik drink heel weinig alcohol, rook omzeggens nooit (ben een sociaal roker, sociaal in de betekenis van ‘als ik dan toch eens rook, verpest ik niet alleen mijn eigen lucht, maar ook de uwe, zonder dank’) en gebruik geen verdovende middelen, dit impliceert het niet aan stiften of vuile sokken snuiven. Omdat ik dagelijks een proper paar aantrek, zou dat qua verdoving al bij al nog meevallen indien ik het toch zou doen, maar neen dus, zelfs dat niet. Meeslepend verwoord. Moeilijk om daar iets over te zeggen, meeslepend verwoorden, ik weet niet goed wat ik me daarbij moet voorstellen. Op dan maar naar het pluimveegedeelte in de stelling van de heer Leeuwenkamp. Ik weet niet hoe hij dat weet, maar ik heb inderdaad ooit eens een knuppel in een hoenderhok gegooid. De details herinner ik me niet meer, maar dat die kip begonnen is, kunnen getuigen bevestigen. Ik zou nooit zomaar een knuppel in een hoenderhok gooien. Eveneens is er toen een proces-verbaal opgesteld door Eerste Wachtmeester Peter Tijgergevecht, de boezemvriend en buurman van die andere Nederlandse inwijkeling Bas Trom (zie een bericht van korte tijd geleden), want hoe je het draait of keert, die Ollanders mogen dan wel de zeven zeeën bevaren hebben en over meer scheepsrelingen gekotst hebben dan om het even welk ander volk ter wereld, toch hokken ze in het buitenland altijd samen, let op de oranje vlek in het straatbeeld.

Iets anders. Zopas heb ik een recensie-exemplaar aangevraagd van het boek ‘Man zoekt vrouw om hem gelukkig te maken’ van Yusef el Halal. Ik vermoed dat dat een leuk boek moet zijn. Halal is een allochtoon die zich een beetje vrolijk maakt om zijn eigen roots. Prima zo, dat scheelt een hoop werk voor het bleke volkje. Welnu, wat lees ik in de promotietekst die bij het boek hoort? "De hoofdpersoon van ‘Man zoekt vrouw om hem gelukkig te maken’, een talentvol, aanstormend schrijver, zoekt naar literaire erkenning, gebruikmakend van een soepel subsidiebeleid en de zucht van uitgevers naar allochtone schrijvers." De zucht van uitgevers naar allochtone schrijvers, ik heb er hier nog nooit iets willen over schrijven, maar ik heb inderdaad meer en meer de indruk dat je met een exotische naam en een allochtone smoel meer kans maakt om in de literaire branche door te breken, dan als ordinaire Vlaamse of Nederlandse kinkel met een Prins Philip- of Prins Willem-Alexander-bakkes. Ik begeef me hier op glad ijs. Dit is een delicate aangelegenheid en ik wens er verder niks over te zeggen tot ik het werk van Nasr, Stitou, Bouazza en andere Saïda en Adinda’s gelezen heb, want ik wil niet de schijn wekken racistisch of bevooroordeeld te zijn. Ik kom hier op terug. Of niet. Allicht niet, dat Gouden Uil-winnend boek van Bouazza, daar heb ik niet zo’n trek in, maar omdat hij de enige allochtone genomineerde was, moest hij die prijs wel krijgen, denk ik, ook al deed A.F.Th. heel hard zijn best om er allochtoon uit te zien. Maar daar trapte de jury - met op kop mevrouw Anna Luyten, die een gezicht heeft dat onverholen uitstraalt dat ze er al jaren van droomt ooit eens in een duistere steeg te mogen botsen op zeven Mbo Mpenza lookalikes die net uit de gevangenis zijn ontslagen - natuurlijk niet in.

Hoe dan ook, van zoiets als positieve discriminatie, mocht het dat al zijn, ga ik compleet door mijn dak. Ooit publiceerde onze groene partij - toen nog Agalev, nu Groen! - een vacature waarin te lezen stond dat bij gelijke bekwaamheid de voorkeur zou worden gegeven aan een vrouw. Nooit heb ik nog gestemd voor dat geitewollensokkengespuis. Meer zelfs, ik heb al mijn stemmen voor Agalev via de rechtbank teruggevorderd. Ik kon tien jaar in de tijd teruggaan, de rest was helaas verjaard. Maar wat besliste die rechter? ‘Ik acht de eis van de eiser onontvankelijk’. De motivering luidde dat elke stemplichtige verondersteld wordt het programma van de partij waar hij voor kiest te kennen. Dat kon ik volledig bijtreden, maar in dat programma, dat ik natuurlijk vooraf grondig had laten bestuderen door een legertje advocaten, stond helemaal niks over positieve discriminatie. Die gadverdamse Groenen waren verdorie nog achterbakser dan het Blok! Niet versaagd, ik naar Pater Leman van het Eenzame Hartenburo, excuseer, ik bedoel het Gelijke Kansenburo. Daar aangekomen stapte ik net op hetzelfde moment de wachtzaal binnen als een andere man, ook van het corpulente type, maar vijf koppen kleiner dan ik. Even spanden we onszelf per ongeluk op tussen de deurposten om er aan de andere kant weer uit te floepen. Pater Leman kwam even later zijn volgende cliënt halen en dat bleek de kleine dikkerd te zijn. Hé, riep ik uit, ik was hier eerst. Neen, ik was hier eerst, repliceerde de man. OK, eerlijk is eerlijk, we waren hier allebei op hetzelfde moment, allebei eerst dus. Omdat de deur niet was uitgerust met fotofinish-apparatuur, geraakten we er niet uit. Wat nu gezongen? Pater Leman zat zichtbaar verveeld met de hele situatie en herhaalde dat hij met de mollige dwerg wilde beginnen, waarop ik de inmiddels legendarisch geworden uitspraak ‘He, Leman, is dit hier het Gelijke Kansenburo of wat?’ in de pater zijn gezicht gooide. Daar had hij niet van terug. Reeds tikte ik het nummer van de politie in op mijn GSM, die ik erbij wilde halen om de nodige vaststellingen te doen en alweder een proces-verbaal op te maken, toen pater Leman met een Salomonsoordeel op de proppen kwam. Hij zou ons tegelijkertijd te woord staan. Geen gelukkige beslissing van de pater. Dat werd daar zo’n kakofonie dat we een uurtje later allebei onverrichter zake terug op straat stonden en dan maar besloten samen een pint te gaan drinken in de dichtstbijzijnde kroeg. In die kroeg hing een bordje aan de muur met de spreuk ‘Arm of rijk, hier zijn alle drinkers gelijk’, wat ook weer niet klopte, want aan de toog zat een langbenige blondine, gehuld in twee zakdoeken - of zouden dat toch een rok en blouse geweest zijn? - die de hele tijd door de cafébaas werd getrakteerd. Na overleg met Jean-Pierre, want zo heette het biertonnetje met voetjes dat net als ik een gelijke-kansen-probleem had, besloot ik dit toch maar niet te rapporteren aan pater Leman. De arme pater had op het einde van de praatsessie zijn natuurlijke ‘cool’ verloren en ons op nogal onbeschofte wijze de deur gewezen. Nog voor die in het slot viel, hoorde ik hoe hij met overslaande stem zijn secretaresse gebood hem een dubbele whisky te brengen, waarna hij weer de vriendelijkheid zelve werd en vroeg of ze hem, nu ze toch bezig was, ook even wilde pijpen. Ik meen nog de klets van een hand op een gezicht gehoord te hebben, maar heel zeker ben ik niet, want Jean-Pierre, mijn metgezel met de vier en een half onderkinnen, en ik stonden al op straat. We vonden dat we daar niet konden blijven staan, want de zweetplas onder Jean-Pierre zijn voeten tastte reeds zijn schoenzolen aan, en zo kwamen we in dat café terecht.

‘Zeg eens, Jean-Pierre,’ probeerde ik een gesprek met mijn partner in crime aan te knopen, ‘ik heb het maar half en half kunnen volgen en niet dat het mijn zaken zijn, maar wat had jíj te melden aan pater Leman?’

Hij gromde en stak een sigaret op. Ik stak er ook ene op, want ik vond dat het groot aantal cafébezoekers wel een sociaal rokertje kon rechtvaardigen. ‘Heb je even tijd, want het is een lang verhaal, razend ben ik, razend, de gewone werkmens moeten ze hebben, altijd de gewone werkmens, ik werk dag en nacht, in een stiel met tal van risico’s en dan krijg je een dreun op je kop van heb ik jou daar. Het is allemaal de schuld van de blauwe en van George Bush!"

Laat ik u de vertelling maar besparen. Kort samengevat kwam het erop neer dat Jean-Pierre als inbreker zijn boterham verdient. Als een moderne Robin Hood gaat hij het geld halen bij de rijken om het aan de armen te schenken. Ha, grapje natuurlijk, ge gelooft dat toch niet? Toch wel? Heb ik u even liggen! Om het voor zichzelf te houden, of wat had je gedacht? Dit is België, 21ste eeuw, halloooo! In het gebied waar hij actief is, voert de lokale overheid een grootscheepse inbraakpreventie- en sensibiliseringscampagne. Met het geld van de belastingbetaler, Philip, jaja, met jouw en mijn geld, voegde Jean-Pierre er met opgeheven vinger aan toe. Waar knelde nu precies de koevoet? Wat had pater Leman daarmee te maken? Wel, in andere landsgedeelten werd die actie niet gevoerd. Overal te lande konden inbrekers met behulp van een simpel aardappelmesje binnengeraken waar ze maar wilden, terwijl in het werkgebied van Jean-Pierre de burgers werden aangemaand om hun gratis veiligheidssloten en busjes peperspray in het gemeentehuis te gaan ophalen.

‘Nooit overwogen om een eerlijk beroep uit te oefenen?’ vroeg ik hem.

Hij verzuchtte. ‘Ik vrees dat ik me zal moeten omscholen, maar de drugs- en vrouwenhandel zijn ook niet meer wat ze geweest zijn. Het is crisis, Philip. Bovendien zijn dat geen sectoren voor jou, zegt mijn vrouw. Je hebt maar school gelopen tot je twaalfde. Nog ambras met het wijf ook. Ze maken ons kapot, Philip. Ik weet niet wie ze zijn en waar ze zijn, maar ze maken ons kapot, langzaam maar zeker. Het is allemaal de schuld van de blauwe. En van George Bush.’

Waar was ik gebleven? Man, ben ik eventjes afgedwaald. Ah ja, Halal. Hoge verwachtingen koester ik aangaande dat boek van hem. Zo’n bruine jongen die de draak steekt met zichzelf en zijn volk, dat bevalt me wel. Spot en zelfspot, ik ben er dol op. Dit geldt trouwens ook voor de witte jongens die de draak steken met zichzelf en hun volk. En de gele, de rode, de purperen en de groen en blauw gestreepte. En meisjes ook natuurlijk, want discriminatie, daar doe ik niet aan, niet negatief en zeker niet positief. Voor positivisme ben je bij Hoorne aan het verkeerde adres. We gaan allemaal dood, de Dood is het eerlijkste en nobelste wezen dat ik ken. Van keizer tot clochard, van kasteelheer tot stoephoer, de Dood komt ze allemaal halen, één na één, in een onbegrijpelijk willekeurige volgorde. Jean-Pierre, de sympathieke inbreker die gezien zijn postuur nooit via de schoorsteen de werkvloer betreedt, en Philip Hoorne, uw allerminst nederige dienaar, zullen evenmin ontsnappen. Zeker weten. Pater Leman, of beter gezegd zijn opvolger, de heer Jozef De Witte (zo heet de man, echt waar!) mag op beide oren slapen, in deze kwestie heb ik geen advies van het Gelijke Kansenburo nodig.


13:06 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

06-07-04

PARANORMALE HAVEN

West-Vlamingen hebben moeite met de uitspraak van de g-klank. Op onbewaakte momenten, en dan druk ik me nog heel beleefd uit, wordt die wel eens een h- of ch-. We hebben een minister die een schitterende ch-uitspraak heeft, alleen gebruikt hij die waar het een g- of h- moet zijn.
 
Wie zal het gelach betalen?
 

Slecht voorbeeld. Er zijn betere voorbeelden van dat typisch West-Vlaamse taalgebruik:
 
Paranormale haven: haven die al op voorhand weet welke schepen hem zullen aandoen.
 
Mijn hulp staat open.
 
Ik heb de wonde verzorgd met ontsmettende zalf en een haasverband, want er waren geen konijnenpleisters meer.
 
Vlaamse Haai: Jaws-achtige monstervis die vooral slachtoffers maakt tussen De Panne en Knokke-Heist.
 
Ik wil geen kinderen, zei Hein, en denk maar niet dat ik een heintje maak.
 
Halstenen: bouwstenen waarmee de inkom van een West-Vlaams huis is gemetseld.
 
Het vlees is haar, ik denk dat we het beter niet meer opeten.
 
Heidi komt in de naam des heren, ontferm U over ons.
 
Ik weet het antwoord niet, dus zal ik moeten hokken. Ha uw hang, antwoordde de kwismaster.
 
Iemand die huichelt is een huichelaar en iemand die hoochelt is een hoochelaar.
 
De hesp van mijn broeksriem is stuk, zal ik die dan voorlopig maar vervangen door een stukje lookworst?
 
Ik vraag me af hoeveel Belgen er straks op de Olympische Spelen van Athene hout zullen halen. Zal wel meevallen, het is daar een nogal bosrijk gebied, heb ik mij laten vertellen.
 
De leider van de KSA wilde een Chirorekening openen.
 
Niettegenstaande haar man ooit eens twee kinderen en een hond uit een kolkende bergrivier had gered en voor zijn moed enkele eretekens had ontvangen, voelde de vrouw zich toch niet goed bij hem. Inderdaad, held maakt niet gelukkig.

10:29 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

05-07-04

GANGBANG FRANKY

Met welke megalomane quatsch zal u ik vandaag eens amuseren? Moeilijk. Ik ben moe en dat is te zien aan de zakken onder mijn ogen, waarin zich met gemak twee kangoeroekleintjes kunnen verstoppen. Ik ga er prat op dat ik maar zes uur slaap per nacht nodig heb - de rest kan ik overdag op het werk inhalen - maar het vervelende is natuurlijk dat die vermoeidheid nogal nefast is voor de schrijverij. Ach, Hoorne met zijn schrijverij altijd, hoor ik u al denken. Get a life! U heeft gelijk. Vandaag even geen gezeik over literatuur. Ook niet over voetbal. Waarover dan wel? Over de fluwelen baltoets van Roger Federer? Geen zin. Over de zelfmoord van Ivo Van Damme? Later. Over de nieuwe carrièrewending van ‘wielrenner’ Frank Vandenbroucke? Neen, vandaag eens niet over sporters. Alhoewel, wacht eens even, als ik het vandaag niet over sportlui wil hebben, dan kan ik u toch perfect een verhaal vertellen over Frank Vandenbroucke, de levende parodie van een sportman, niet?

Ik mag dan wel elke avond tussen elf en twaalf uur gaan slapen en dat veel te laat vinden als ik er ’s morgens om halfzeven al terug uit moet, mijn buurman Theo bakt het nog bruiner. Die zoekt pas zijn bed op om drie uur ’s nacht en om kwart over drie moet hij alweer opstaan, want hij werkt in een ploegensysteem en doet altijd ‘de vroegen’ zoals wij dat hier noemen. Ik heb niet veel slaap nodig, zegt Theo altijd. Tja, dat had ik zelf ook al wel gemerkt.

Theo is een bijna 50-jarige vrijgezel van het heel waarschijnlijk heteroseksuele soort, het type man dat de sleutel van de voordeur niet meteen vond telkens als de horden prinsessen op hun witte paarden voorbij galoppeerden. Hij is niet mooi maar ook niet lelijk, niet rijk maar ook niet arm, niet slim maar ook niet dom, niet handig maar ook geen kluns. Hij stinkt soms een beetje uit zijn bek, maar zijn voeten zijn meestal proper. Zijn haar is zelden netjes gekamd, maar er groeit geen naaldbos uit zijn neus. Een gemiddelde man zoals je ze overal in het Vlaamse land, waar je ook gaat en staat, in groten getale ontmoet, behalve dan misschien in de travestietenclub ‘Pink Zizi’ aan de Brugsesteenweg te Kuurne.

Vorig jaar kreeg Theo de gelegenheid om via zijn werkgever een initiatiecursus internet te volgen. Kort na het beëindigen van de opleiding schafte hij zich een pc aan, een gloednieuw type met flat screen en gigantisch veel gigabytes. Binnen de kortste keren had Theo de smaak van het virtuele leven te pakken en alras stuitte hij op datgene waarvoor elke ouder zijn of haar kind waarschuwt, (of net niet, want je moet geen slapende honden wakker maken): harde, fantasiedodende porno. Nu is het zo dat dit nogal eendimensionale surfgedrag van een 50-jarige oude rukker zoals Theo, die altijd het hoefgeroffel van de veulentjes te laat had gehoord, eigenlijk minder nefast is voor ‘s mans seksuele en relationele ontwikkeling dan dat dit het geval zou zijn voor mijn zoon van dertien. Vrouwen zijn geen verbeterde versie van de haast levensecht geconcipieerde opblaaspoppen zoals je ze in de Erotheek in de Zwevegemsestraat te Kortrijk kan kopen. (Momenteel in de aanbieding, slechts 29,95, niet tevreden geld terug mits voorlegging van het kasticket.) Het zwakke geslacht – om even een verouderde term te gebruiken, want zwak zijn de dames van tegenwoordig al lang niet meer – is geen koopwaar dat je in de supermarkt kan aanschaffen, dat moeten we onze mannelijke pubers bijbrengen. Maar wat kan er nog mislopen in de ontwikkeling van zo’n ten onrechte al halfdood verklaarde Theo, die nog altijd zijn inkopen door zijn moeder laat doen. (Mama, mijn opblaaspop moet binnen voor herstel, er zit een gaatje in, draag jij ze even naar de winkel, hier heb je het garantiebewijs.) Wat leeft er nog aan fantasie in deze in het wild levende kloosterbroeder? Moeten we niet heel veel mededogen hebben met de vieze venten van deze wereld zolang ze maar in hun eigen slip rommelen? Overigens, waarom denkt u dat de Minister van Telecommunicatie alle gepensioneerden en bejaarden achter de computer wil krijgen? Weet u het niet? Ik wel. Gepensioneerden en bejaarden kosten de gemeenschap handenvol geld. Er zijn te weinig rustoorden. Het stimuleren van internetopleidingen voor onze oudjes zal hen langer in hun eigen huisje houden, want probeer maar eens rustig een blootsite te bezoeken als er tien anderen over je schouder aan het meekwijlen zijn. Internet voor onze ouderen om hen de kans te geven met de overheid te communiceren, jaja, dat kennen we. Administratieve vereenvoudiging? Ammehoela.

Hoe ik dit nou allemaal weet over Theo? Wel, enkele dagen geleden waren we door de haag wat aan het kouten toen opeens zijn tong uitgleed (vrije vertaling van slip of the tongue).

"Dit weekend begint de Tour de France, Theo. Lucien Van Impe mag op zijn beide oren slapen, de kans dat een Belg straks Parijs binnenfietst met de gele trui om zijn schouders is klein."

"Klein, zeg jij. Onbestaande! Welke Belg zie jij in staat de Tour te winnen?" Theo en ironie, ook dat werd nooit wat. Ik negeerde zijn retorische vraag.

"We hebben geen renners meer. Rijdende reclamepanelen zoals Mattan of Dierickxsens, die als de tv-uitzending begint even een half kilometertje voorop rijden om de merken op hun trui te showen, dat wel. En kerels als Frankske Vandenbroucke, de meest omhooggeschreven flapdrol in de geschiedenis van het Belgische wielrennen, al vier keer wereldkampioen, niet op de weg, niet op de piste, ook niet in het veld, maar in zijn dromen. De nieuwe Merckx, zei men tien jaar geleden, ja, Axel Merckx zeker, nog zo'n loser, zou beter gaan basketten met die lange stelten van hem."

Theo grinnikte. Hij is dol op mijn tirades. En dan gaf hij zich bloot, nou ja, in figuurlijke zin natuurlijk.

"Vandenbroucke, die zien we niet meer terug in de koers, let op mijn woorden. Die speelt nu mee in films."

"Wist ik niet, het is het eerste wat ik ervan hoor. Stond het in de krant?"

"Bwah, denk het niet, het zijn ... allez ... je weet wel, niet van die gewone films, hoe moet ik dat nu zeggen, filmkes met niet veel om het lijf, zijt ge mee?"

Ik peuterde het verhaal helemaal uit de alsmaar roder wordende kop van Theo en aldus kwam ik te weten dat onze 'nationale wielertrots' onder het pseudoniem Gangbang Franky zijn carrière een andere wending heeft gegeven.

"Maar ik bezoek ook veel andere websites zulle, de nieuwsite van de VRT bijvoorbeeld, wreed interessant, en ... en nog vele andere. Weet je wat ik laatst zelfs las op een forum over atletiek?"

"Neen, Theo."

"Dat Ivo Van Damme waarschijnlijk zelfmoord heeft gepleegd, dopingtoestanden en zo."

"Kijk eens aan, en daar komen ze nu mee af, na bijna dertig jaar. Ik wil een en ander niet tegenspreken, Theo, maar je moet veel informatie op het net met een flinke korrel zout nemen. Iedere pipo kan zomaar wat verkondigen. Enfin, ik ga naar binnen, het is nogal frisjes 's avonds, vind je niet? Gangbang Franky, zei je? Gangbang, schrijf je dat in één woord of in twee woorden?"

Aan elkaar geschreven, dacht hij, maar helemaal zeker wist hij het niet.


17:03 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |