24-08-04

NEUS

Ik heb een zwakke plek. Op mijn neus. Het is een heel klein puistje dat af en toe open gaat, meestal 's morgens bij het wassen. Voorzichtig, bezwoer ik mezelf de voorbije dagen telkens ik de lichte, mij zo vertrouwde, pijnscheutjes voelde. Ik tastte naar het bobbeltje en keek met angst, die recht evenredig is aan het te verwachten leed, in de spiegel. Niets aan de hand, gave neus. Deze morgen was het dan weer zover. Te ruw met het washandje over mijn reukorgaan gewreven en daar vloeide al rijkelijk het bloed. Ik depte het met mijn wijsvinger en spoelde die af onder de koudwaterkraan. Dit nauwelijks waarneembare puistje, dat me gelukkig geen esthetische last berokkent, baart me zorgen. Als ik ooit kanker krijg, zal dit hobbeltje er voor iets tussen zitten. Kwade krachten zullen langs dit kanaal mijn lichaam binnendringen en de kankermachine in gang zetten. Via een klein zwak plekje gaan de indringers op zoek naar mijn echt zwakke plek. Ik ben ten dode opgeschreven. Ruim honderd kilogram vlees, maar alle overgewicht ten spijt zal een onooglijk puntje schuin boven het topje van mijn neus mijn ondergang inluiden.

Nogmaals depte ik - het was een smaller bloedstreepje dan daarnet - en na het reinigen van mijn vinger keek ik in de spiegel. Het vloeide niet meer. Nooit voorheen stopte het bloeden zo snel. Ik herinnerde mij de ochtenden dat ik aan de ontbijttafel met mijn ene hand een boterham in de koffie sopte en met mijn andere potsierlijk een pluk wc-papier tegen mijn gezicht hield. Ik liet mijn vinger over mijn neus glijden. Droog. Een goed teken. Vele jaren geleden had een leraar ooit een verhaal verteld van een jongentje dat altijd voorzichtig moest zijn en nooit buiten mocht spelen. Bij het minste schrammetje zou hij helemaal leegbloeden. Ik geloof zelfs dat het kind constant een beschermend pak moest dragen. Dat mijn neus zo snel stolde stelde me gerust. Maar betekende dit stollingsproces dan ook dat ik dik bloed had? En dik bloed, betekende dat dan een slechte doorbloeding met kans op klontervorming en alle risico’s die daaraan verbonden zijn? Het is ook altijd wat.

Eind dit jaar word ik veertig. Na je veertigste verdrievoudigt de kans op allerlei medische besognes, hoorde ik laatst op tv. Ik haat dergelijke belerende onheilstijdingen, want meestal word je dan in één ruk door opgezadeld met een hoop goedbedoelde raadgevingen van dokters die ofwel nog nooit in hun leven een druppel alcohol hebben gedronken en op extatische wijze genieten van het sabbelen op een rauwe wortel, ofwel zelf twee pakjes sigaretten per dagen roken en in hun Artsen Zonder Grenzen-tijd half zwart Afrika hebben platgeneukt, zonder condoom. Mijn beste jaren liggen nog voor mij, zeker weten, maar als het hier opeens enkele weken stil blijft, dan ben ik waarschijnlijk dood. U hoort het wel van iemand, u leest het wel ergens.


20:23 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

De commentaren zijn gesloten.