28-09-04

SPLEET

Binnenkort is het gedicht ‘Scherts’ uit mijn nieuwste bundel ‘Inbreng nihil’ te lezen in de Rotterdamse stations, tram- en metrostellen. Dit heuglijke nieuws kwam als een complete verrassing. Ineens kreeg Harold de Croon, de helft van mijn uitgevers, een mail waarin gevraagd werd of ik mijn toestemming wilde geven om in Rotterdam her en der aangeplakt te worden. Daar denk je als dichter niet lang over na. Doen!

Behalve ‘Scherts’ heb ik nog wel meer treingedichten. Ik kan geen trein opstappen of ik scheid poëzie af, waar dan logischerwijze nogal eens een trein in voorkomt. Met mijn fietsgedichten is het dan weer minder goed gesteld. Probeer maar eens iets neer te pennen, laat staan iets lyrisch, terwijl je op die trappers moet stampen.

Onlangs stelde ik mijn uitgever – ja, diezelfde Harold weer – voor om een bloemlezing met treingedichten te maken, maar blijkbaar bestaat er reeds zo’n boek. Fleur Spleet heeft die klus al geklaard. Fleur Spleet hé? Die naam zei mij iets. Even mijn brein afgetast en ik wist het weer. Fleur Spleet moest twee jaar geleden voor Poëziekrant een recensie schrijven over mijn debuutbundel ‘Niets met jou’, maar die bespreking is er nooit gekomen omdat mevrouw Spleet ineens geen zin meer had om voor Poëziekrant te werken, zo heeft men mij toch verteld. De fotograaf was al langs geweest, ik had speciaal voor de gelegenheid mijn beste kostuum naar de stomerij gebracht, én de duurste kapper van Wevelgem bezocht, plus twee weken doorgebracht op een beauty farm, kortom, alles liep als een trein, en dan geeft die Spleet er ineens de brui aan. En nu dit weer. Als die Spleet mij nog één keer voor de voeten loopt, dan, dan … ja, wat dan?

Vooraleer ik verder schrijf, ben ik toch wel benieuwd hoe die Spleet er uit ziet. Momentje, eerst even een zoekmachine raadplegen. Misschien ziet ze er wel ontzettend aardig uit, maar voor hetzelfde geld kan het een manwijf zijn gelijk die Nederlandse lesbodichteres van wie de naam me nu even ontsnapt, en die ik zelfs al mocht hij mij niet ontsnappen toch niet zou durven noemen uit vrees dat de bedoelde geitenbok mij ontmant als we nog een keer samen moeten optreden. Enfin, de uitstraling van Fleur Spleet kan belang hebben voor het vervolg van dit bericht, want we leven nu eenmaal in een maatschappij waarin uiterlijkheden belangrijk zijn, hoezeer Clouseau de griezels van deze wereld tevergeefs een hart onder de riem probeert te steken met hun nieuwste hit ‘Vanbinnen’.

"Nee, nóu wordt ie mooi!" roep ik Ome Joop-gewijs uit, want wat leren mij enkele opzoekingen met Yahoo? Het is niet Spleet maar Speet. Had ik dit nu echt al die tijd verkeerd voor? Ik ben een crack in het onthouden van namen, vergis me daar zelden of nooit in, maar dit keer toch wel schromelijk. Fleur Spleet vind ik eigenlijk best mooi, die dubbele l-klank, en door de macht der gewoonte zal ik deze dame wel altijd Spleet blijven noemen. Maar het is dus wel degelijk Speet. Mijn excuses, Fleur. Het spijt me, Speet.


16:01 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

23-09-04

HdC

 

Tijdens mijn opruimingswerkzaamheden waar ik het gisteren over had, vond ik een document met de volgende tekst. Ik tik het even letterlijk over (kopiëren en plakken bedoel ik natuurlijk, zo stom ben ik nu ook weer niet):

HdC Intimiteit onder de melkweg

13 Door een beschaving van het te veel, sterft de kunst van het weinige uit.

17 De poëzie die mij het liefst is, is begrijpelijk en stelt desondanks vragen. Onbegrijpelijke poëzie stelt valse vragen, stelt hoofdzakelijk de vraag: wat betekent dit allemaal? Na veel moeite blijkt het antwoord meestal: niets. Goede poëzie stelt juist vragen die ik perfect begrijp, maar waarop ik geen antwoord weet. Goede poëzie gaat om de interpretatie van wat duidelijk is. Het is duidelijk, maar ik weet niet wat ik ermee moet. Er staat wat er staat, maar wat moet ik erbij voelen?

Film: je trekt de tijd uit die de film duurt om even iemand anders te mogen zijn. Voor poëzie maak je de duur beschikbaar die je nodig hebt om aan de hand van een tekst jezelf te zijn.

Poëzie: de kunst om ook te kunnen niet leven.

Dit zijn notities die ik nam tijdens het lezen van de essaybundel Intimiteit onder de melkweg van Herman de Coninck. Het is niet zo veel. Een sterk boek is in staat me zodanig mee te slepen dat ik mijn potlood en blad papier werkeloos naast mij kan laten liggen. Toen ik de laatste Brusselmans helemaal uit had, constateerde ik dat ik haast niks had genoteerd. Daar kwam uiteindelijk toch nog een recensie van (zie: http://meander.italics.net/recensies/recensie_a.php?id=275) evenwel zonder overdadig uit het boek te citeren, iets wat ik meestal wel graag doe.

Terug naar de extracten uit Herman de Conincks 'Intimiteit onder de melkweg'. De getallen 13 en 17 slaan volgens mij op de paginanummers waar het citaat te vinden is. U ziet dat ik goede voornemens had, op bladzijde 17 al twee maal iets opgeschreven. De Coninck had ook iets met ‘niet’ en ‘niets’ en ‘weinig’, dingen die ook in mijn werk overdadig aanwezig zijn. Verder probeerde hij het begrip poëzie nogal eens in oneliners te treffen, en wat hij zegt over begrijpelijke poëzie, tja, dat kan ik alleen maar volmondig beamen. Helaas zijn er nogal wat dichters, ook youngsters, die menen dat poëzie een onontwarbaar kluwen moet zijn – het Joep Kuiper-syndroom a.h.w. – wat ongetwijfeld te wijten is aan foute invloeden. Alleen daarom al jammer dat HdC dood is, hij had de Joep Kuipers van deze wereld wel een uitbrander gegeven waar ze niet van terug hadden, maar dan wel op zijn manier, streng maar rechtvaardig, kordaat maar begripvol. Als u het niet met mij eens bent, dan heeft u dat recht, en u heeft eveneens gelijk als u stelt dat ík niet bepaal wat fout en niet fout is, maar hey, we zijn hier wel op http://philiphoorne.skynetblogs.be, ik ben hier thuis en in mijn huis mag ik zeggen wat ik wil.

Jammer dat ik Herman de Coninck nooit heb mogen ontmoeten. Ik denk dat hij van mijn gedichten zou hebben gehouden, ik weet het welhaast zeker, hoe pretentieus dit ook moge klinken. Omgekeerd vind ik hem ook een prima dichter, maar daarenboven een nog veel betere essayist. Als ik dan toch iets negatiefs over de man moet zeggen, dan is het dat hij in zijn werk een massa woord- en taalgrapjes verwerkte die uitermate geschikt zijn om scholieren en studenten op het pad der poëzie een eind op weg te helpen, maar toen ik die gedichten twintig jaar later herlas, kwam menige vergelijking en personificatie mij ietwat flauw en melig over. Voor de rest, alle respect voor deze poëziereus. Had Herman de Coninck niet geleefd, dan was Hoorne Hoorne niet geweest.



15:38 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

22-09-04

POËZIE

Het voorbije weekend heb ik mijn oud poëtisch materiaal opgeruimd. Concreet betekent dit dat ik een paar honderd bestandjes heb geopend, gelezen en vervolgens bewaard of weggesmeten. Die bestandjes bevatten ofwel een gedicht dat het nooit tot de top van mijn hitparade heeft geschopt, een aanzet tot een gedicht of in enkele gevallen enkele woordjes. Ik ben niet zo’n wegsmijter, het meeste heb ik dan ook bewaard, al besef ik dat een nieuw huis bouwen gemakkelijker is en tot een mooier resultaat leidt dan een krot opkalefateren.

Ik heb me enkele keren geschaamd om dat vroeger werk, enkele keren maar, want in de meeste gevallen hebben die oude dichies wel iets, ook al is dat iets soms niet meer dan een verrassende regel of een goed bekkende woordencombinatie. Dat het vaak toch geen goede poëzie blijkt te zijn, heeft veel te maken met het feit dat ik als beginneling de fouten maakte waar vele aspirant-poëten zich aan bezondigen, nl. te snel tevreden en overmatig gebruik van ‘grote woorden’.

Een liefdesgedicht waar het woord liefde in voorkomt is geen goed gedicht, verklaart een erudiet schrijver, dichter en literatuurwatcher in het laatste nummer van een Nederlands literair tijdschrift. Ik hou de bron bewust vaag omdat het niet gaat om wie het zegt en waar, maar wel om de stelling zelf, die ik te categoriek vind. Grote woorden maken een gedicht veelal kapot, dat is waar, maar als het woord ‘liefde’ adequaat wordt ingepast in een uitstekend gedicht, dan zal ik dat gedicht niet verwerpen omwille van dat ene woord. Integendeel, het gebeurt wel eens dat een sterk gedicht zijn kracht haalt uit het feit dat het elementaire regels van de dichtkunst met voeten treedt. Wie met foute woorden iets prachtigs maakt, verdient meer lof dan iemand die altijd de geëffende paden bewandelt, paden die anderen al hebben platgetreden. Wie altijd binnen de lijntjes kleurt zal nooit vernieuwend zijn, al dient hier meteen opgemerkt dat veel zogenoemde vernieuwing niet echt innovatief is en zich beperkt tot vormaspecten: poëzie verweven met muziekbeats, poëzie aan torenspitsen, poëzie in de stationshal, poëzie op koeienruggen. Een slecht gedicht wordt geen beter gedicht omdat iemand het idee in zijn hoofd haalt om het op een reuzenvlag of op de flank van een beest te kladden en daar wat publiciteit uit te slaan. Het enige wat we in zo’n gevallen mogen verhopen, is dat dergelijke gimmicks zieltjes winnen voor De Poëzie.

Het is allemaal niet zo simpel als het lijkt, dat zal u wel merken als we op 1 oktober starten met POËZIERAPPORT, dat is

http://poezierapport.blogspot.com

wijrapporteur@skynet.be

POËZIERAPPORT

Notelaarstraat 23

B – 8560 Wevelgem

Intussen blijven de recensie-exemplaren ter redactie toestromen zonder dat wij tot nu toe overdreven veel reclame maakten rond onze website. De promotiemachine komt pas over een week in werking, één dag voor we POËZIERAPPORT voeden met de eerste besprekingen.

Bepaalde uitgeverijen of verdeelcentra zijn bliksemsnel met het toesturen van opgevraagd materiaal. Ik noem o.a. Passage, Contact en WPG. Mijn eigen uitgever, 521, laat ik even buiten beschouwing, het zou te gemakkelijk zijn om die hier ook een pluim te geven. Bij andere moet ik dan weer aandringen en ik ben niet zo’n aandringer, maar die Verzamelde Verzen van Rawie, die wil ik toch wel heel graag ontvangen, PBO, zelfs na twee onbeantwoorde e-mails en nog geen Rawie in mijn bus.


16:21 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

20-09-04

IN BELGIË

Voor mijn Nederlandse vrienden die geen tijd hebben om Belgische kranten te lezen, geef ik hieronder even kort de hoofdpunten uit het Belgische nieuws:

  • Het koerierbedrijf DHL chanteert de Belgische regeringen (jawel, meervoud): als we niet mogen uitbreiden en voor meer nachtlawaai zorgen, gaan we naar een andere hoofdstad en mogen jullie nog wat dieper in de toch al bijna lege werkloosheidsbuidel tasten. Mocht ik premier zijn, ik zou me naar hun hoofdkwartier reppen, tegen de gevel van hun hoofdgebouw plassen en in het bijzijn van de voltallige Belgische pers de legendarische woorden ‘ik plas hier namens mezelf en niet namens de voltallige regering’ uitspreken.
  • Autoloze zondag in drie grote steden. De Brusselse Minister van Mobiliteit glunderde in zijn vrijetijdskloffie voor de televisiecamera’s, maar vandaag wordt er weer geraasd en vervuild als vanouds. Zou ik de enige zijn die zo’n autoloze zondag volksverlakkerij vindt?
  • De trainer van voetbalclub Bergen, Mons pour les francophones, een Italiaanse pastavreter, weert een van zijn topspelers uit de ploeg omdat die tijdens de lichte maaltijd voor de wedstrijd een stuk stokbrood met choco at. Yep, never a dull moment in Belgium.
  • Maar … er is nog heuglijk nieuws. De nieuwe Eddy Merckx heet Nick Nuyens. Hij wint tegenwoordig elke koers waaraan hij deelneemt. Als hij deze vorm nog aanhoudt tot het WK kunnen we straks weer fier zijn op ons landeke. Maar, vreest niet, dierbare noorderburen, na een nachtje slapen gaat dat vanzelf wel weer over.

Binnenkort in de rubriek 'In België':

  • De gebouwen van DHL ernstig aangevreten door vreemde gelige plekken op de gevels. Het koerierbedrijf verlaat Brussel voor Berlijn.
  • Nick Nuyens, betrapt op het gebruik van choco, moet zijn regenboogtrui inleveren bij het UCI.

15:06 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

13-09-04

POËZIERAPPORT (2)

Het blijft wat stil hier op mijn eigen weblog, maar dat heeft alles te maken met het feit dat ik met Tania en Karel voortdurend in digitaal conclaaf ben over hoe we van ons POËZIERAPPORT (http://poezierapport.blogspot.com) iets moois kunnen maken. Wat zijn onze doelstellingen en hoe kunnen we die het beste bereiken? Wel, de eerste betrachting is natuurlijk het onder de aandacht brengen van leuke dichtbundels. Wij zijn er van overtuigd dat elke bundel zijn bestaansrecht heeft. Wijze dames en heren van uitgeverijen hebben beslist om een bepaald werk uit te geven, dat op zich houdt al een waardeoordeel in dat wij niet willen weerleggen. Wij spelen een spel waarvan anderen de regels hebben uitgevonden. Als je op een ernstige manier wilt gaan voetballen, moet je de buitenspelregel aanvaarden, hoezeer die soms het spektakel afremt omdat er ten onrechte gevlagd wordt.

Zo is het ook met dat hele gerecenseer. Wat wij gaan doen, is hooguit wat kietelen aan de grote teen van het literaire beest. Als Karel Smits morgen de nieuwe bundel van Hugo Claus maar niks vindt, dan moet hij weten dat, als den Hugo zijn broek naar omlaag stroopt om op Karels kop schijten, zo’n eenparig versnelde Claus-drol wel eens voor een serieuze hersenschudding zou kunnen zorgen. Maar ach, wat zou zo’n man die bovenaan de literaire pikorde staat zich druk maken over wat zo’n Smitsjochie over hem schrijft. Het enige erge wat Hugo Claus nog kan overkomen is dat hij sterft – alhoewel dat de verkoopscijfers van zijn boeken flink de hoogte in zal jagen, way to go, Hugo, maar het één is het één en het ander is het ander. Een mens kan niet alles hebben, zei de sultan, en gezeten temidden zijn harem keek hij kwijlend naar de buurvrouw die de was ophing – of dat hij problemen krijgt met zijn mannelijkheid, om het even beleefd te stellen, want straks starten we met POËZIERAPPORT, en dat moet een site worden met keurig en correct taalgebruik. Het was Tania die daar op aandrong, die wijven altijd, maar goed, laat ik maar doen wat ze zegt en op mijn eigen weblog al een beetje oefenen.

Er zijn al tal van dichters en ook een paar uitgeverijen die ons gevraagd hebben waar ze hun recensie-exemplaren naartoe moeten sturen. Wel, dat is:

POEZIERAPPORT

Notelaarstraat 23

B – 8560 Wevelgem

Alle overige correspondentie gebeurt per e-mail (wijrapporteur@skynet.be), want wij zijn kinderen van het digitale tijdperk. Het enige papier dat wij nog frequent gebruiken is WC-papier, al geldt dit in veel mindere mate voor de chronisch hardlijvige Karel, maar ikzelf schijt dan weer voor twee, want …

Oeps, sorry Tania, ik schoot even verbaal door het papiertje, ’t zal niet meer gebeuren.


11:37 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

07-09-04

POËZIERAPPORT (1)


Binnenkort

POEZIERAPPORT

http://poezierapport.blogspot.com


Nog enkele dagen geduld ...

Dank u!


Tania Donker - Philip Hoorne - Karel Smits

14:24 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

01-09-04

DE KAMPIOENEN

Het beeld dat mij het meest is bijgebleven van deze 28ste Olympische Spelen is de brede glimlach van de met goud omhangen Justine Henin-Hardenne. Zoveel tandvlees had ik bij Justine niet vermoed. Ze slaapt in het atletendorp, merkte de commentator fijntjes op, en onze tenniskampioene verkondigde dat ze er een fijne tijd beleefde, jazeker, ze amuseerde zich uitstekend en had zich heel goed geïntegreerd. Vroeger dacht ze al te vaak dat alles rond haar persoontje draaide – "Ik was een machine", las ik enkele dagen later op Teletekst – maar het verblijf in het Belgische kamp had haar geleerd dat die andere sporters ook hard moeten werken voor een in bijna alle gevallen beduidend minder resultaat. Om haar integratie te illustreren schonk ze na afloop van de gewonnen finale haar bloemen aan turnster Aagje Vanwalleghem en dat leek me heus geen schouwtoneel omdat er toevallig - nou ja, zo toevallig was dat ook weer niet – nogal wat camera’s in de buurt waren. Ik vond het een heel oprecht gebaar. Justine verrees uit het blessureleed dat haar elf weken van de court had gehouden en won goud. "Pour la Belgique."

Dat geïntegreer van Justine Henin valt me wat tegen. Zich integreren is iets voor allochtonen; zij die tennis brengt van een andere planeet, mag daar gerust van vrijgesteld worden. Ik heb het altijd meer gehad voor Henin dan voor Clijsters, precies omdat Henin zo’n verbeten vechtjas is, terwijl Clijsters het spelletje heel wat beter kan relativeren, wat haar ongetwijfeld een betere nachtrust oplevert, maar in de galerij der sportgoden koop je daar niks mee. Henin die in Athene zit te kleurwiezen met Wouter D’Haene, Catherine Jacques en Elodie Oueaoueueadrogo, enkele blikken Aquarius en een thermos halfkoude kamillethee binnen handbereik, ik vind het maar een eng beeld. De echte kampioenen – een paar toppers zo gering in aantal die, als ze zich heel smal maken, net met zijn allen in een Britse telefooncel kunnen – mogen best nukkig, asociaal en wereldvreemd zijn, als het maar niet neigt naar onredelijkheid of arrogantie. Ze behoren tot leven gewekte striphelden te zijn, ongenaakbare iconen, nauwelijks mensen van vlees en bloed, want daar zijn er al genoeg van. Bij voorkeur kappen ze ermee na een topprestatie of op hun hoogtepunt. Ze blèren niet tien keer, zoals Johan Museeuw, dat ze gaan stoppen om het dan de elfde keer toch te doen, in mineur, met een speciaal voor het klootjesvolk georganiseerde pensenkermis. Echte kampioenen monkelen één keer binnensmonds dat ze ermee stoppen en houden meteen woord. Én – niet onbelangrijk – vanaf dat moment schuwen ze het publieke leven om het plaatje van sportheld, dat ze zorgvuldig hebben opgebouwd, gaaf te houden.

Fons Brydenbach is één van de grootste atleten die ons land ooit heeft gekend, hoorde ik één van Frank Raes’ gasten zeggen. Ik knikte instemmend. Brydenbach liep in Moskou de 400 meter vlak. Na 300 meter lag hij aan de leiding, uiteindelijk werd hij vijfde. Declasseer de waarschijnlijke dopingzondaars die voor hem eindigden en hij had ook een plak beet, maar misschien is het beter zoals de geschiedenis het gewild heeft. Na zijn carrière heb ik hem nooit meer teruggezien, niet op tv, niet elders, hij leek als van de aardbol verdwenen. Brydenbach blijft in mijn herinnering de ranke, blonde Belg die in een smetteloze witte outfit met Olympisch eremetaal flirtte, terwijl bijvoorbeeld iemand als Eddy Merckx mij hoe langer hoe meer een slordig pratende fietsenfabrikant lijkt, zo’n doorsnee neringdoener die apetrots is op zijn bollenwinkel, terwijl de grootste coureur aller tijden de kneuterige fierheid van de wegens tijdsgebrek slechtgewassen en bijgevolg naar okselzweet en tenenkaas ruikende commerçant eigenlijk niet nodig heeft. Merckx zou ver van alle drukte het leven moeten leiden van een Kannibaal op rust in plaats van een kannibaal op dieet. Idem dito voor Bernard Hinault die na de aankomst van elke Touretappe de ritwinnaar en de klassementsleiders een handje mag geven, als was hij een prima afgerichte menselijke woef die goed heeft opgelet in de hondenschool, en al die anderen die de wereld waarin ze ooit schitterden niet kunnen loslaten. Begrijpelijk, maar in het licht van de eeuwigheid, hoe lang of hoe kort die ook moge duren, is wat ze doen geheel en volledig af te raden.

Onlangs stuitte ik al zappend op een sloom heertje in een kleurig jasje. STER, dacht ik. Ik wachtte even om te zien welk product de man mij zou aanprijzen: waspoeder? scheermesjes? verzekeringen? … Niets van dat alles, het bleek Marco Van Basten te zijn, de kersverse Nederlandse bondscoach. Ik had hem niet meteen herkend. Van Basten is toch die jongen die, in de tijd dat de truitjes van het Nederlands elftal wel heel erg lelijk waren, de bal desondanks in één tijd op de slof nam en hem diagonaal over het hoofd van Dasaev in doel joeg? Wat deed hij in dat gekke jasje op tv? Hé, de man kon ook praten. Niet doen, Marco, niet doen! Houd je bek dicht, de mythe intact, en verdwijn! Ga vissen met Robbie Rensenbrink, als je hem kan vinden tenminste, en neem Johan Cruyff mee.


17:22 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |