27-10-04

TUIMELEN

Deze weblog is wat aan het slabakken, en dat terwijl mijn lezersschare alsmaar toeneemt. Waar is de tijd dat de sprankelende stukjes zich hier in ijltempo opvolgden? Is er iets met mij aan de hand, en zo ja, wat? Moe ben ik. Dat is het. Ik ben moe. Ik slaap te weinig. ’s Morgens ben ik heel moe en ’s avonds iets minder, terwijl dat volgens mij andersom hoort te zijn. Gisterenavond had ik zin om languit op de bank te gaan liggen. Ik heb het maar niet gedaan, want het dichtstbijzijnde Fortis-kantoor heeft een zadeldak en dat ligt niet zo lekker. Bovendien heb ik hoogtevrees en leek het me niet zo’n goed idee om het huis te verlaten, want stel je voor dat er plots boze spoken uit het behang opdoemden, dan moest ik toch present zijn om die neer te knuppelen. Dat er in het hele huis geen centimeter behangpapier te bekennen is, moge geen reden zijn om mijn aangeboren alertheid te laten varen. Onderschat spoken niet! Trouwens, behang is niet meer dan een dun laagje papier op een bepleisterde stenen muur, daar komt een spook zo doorheen, en vermits die dubbele bescherming bij mij thuis ontbreekt, kunnen ze nog sneller toeslaan. Een mens zou voor minder zijn nachtrust laten. Was dat wel een goede beslissing, geen pleisterwerk en geen behangpapier? Zorgen, zorgen, moe word ik er van.

Er zijn er die zeggen dat spoken niet bestaan. Kijk, van zo’n tendentieuze prietpraat word ik bijzonder kregelig. Spoken bestaan, een groot deel van hen is zelfs uitermate aardig, in dat opzicht verschillen die vliegende lakens niet veel van het mensenras. Zo’n lief geestje mag bij mij best uit de wanden tevoorschijn komen. Het moet dan allerlei gezelschapsspelletjes met mij spelen, maar mag geen slechte verliezer zijn en niet vals spelen, maar dat doen lieve spookjes niet. Daarnaast moet het voor mij recensie-exemplaren aanvragen bij uitgeverijen, behalve bij WPG. Dat blijf ik doen. Als ik een boek nodig heb van de WPG-groep stuur ik een mail naar ene mevrouw of juffrouw Sandra Gasten, en ’s anderendaags zit dat boek in mijn brievenbus. Soms denk ik wel eens dat Sandra bij mijn brievenbus bivakkeert, of dat ze zich als een spookje door het Vlaamse land beweegt en – je zal het altijd zien – ze heeft altijd net dat boek bij dat ik wens. In elk geval kan dat soort professionalisme mij zeer ontroeren. Meer zelfs, zo’n snelle bestelling staat bijna altijd garant voor een positieve bespreking. Daar kan verandering in komen mocht Joep Kuiper morgen overstappen van Meulenhoff naar WPG-publishers.

Terwijl ik dit schrijf ben ik aan het geeuwen. Ik rek daarbij mijn mond zo ver open dat er net een basketbal in past. Een maatje 5 weliswaar, maar toch een basketbal. Volgende week heb ik een afspraak met mijn uitgevers en redacteur. Ik zie die jongens maar twee à drie keer per jaar, uitgeslapen zijn is dus de boodschap. Waarschijnlijk gaan we praten over mijn nieuwe gedichten. Ik neem hun raadgevingen zeer ter harte, maar de eindbeslissing ligt bij mij. Kerels naar mijn hart. In mijn gedicht ‘Op de uitkijk’ kijk ik door het raam en laat ik mijn hart als een duif over de daken tuimelen. "Duiven tuimelen niet, Philip, in deze context vind ik het niet kunnen," zei Martien, mijn redacteur, toen we in de eindredactiefase zaten. "Tuimelen is een louter dalende beweging, terwijl in jouw gedicht die duif eerst een dak over moet en dan pas kan dalen." Hij tekende het op een blad papier, daarbij ongewild het vooroordeel bevestigend dat Nederlanders menen dat Belgen dom zijn. We zochten naar alternatieven en vonden niks beters. Dedju, dacht ik, en tuimelen bekte zo goed! Plots kreeg ik een geniale inval. "En wat als ik door het raam kijk van vierentwintig hoog, en aan de overkant van de straat staan allemaal van die lage werkmanshuisjes? Kan mijn hart dan als een duif over de daken tuimelen?" Touché, daar had Martien niet van terug. Hij stribbelde nog wat tegen dat hij het een beetje vergezocht vond, at vervolgens zijn tekenblok en potlood op, floot de Brabançonne in de teut van een leeg flesje Jupiler en liet zich interneren.

Tuimelen is het geworden en ik vind het nog altijd het beste woord op de beste plaats. Daar kunnen die 354 lezersbrieven die ik sindsdien ontving en waarin mij soms in onbeschofte taal wordt diets gemaakt dat duiven niet over daken kunnen tuimelen, en de talloze bedreigingen die ik kreeg van de paramilitaire vleugel van het DTN (Duiven Tuimelen Niet-actiecomité) niks aan veranderen.


17:11 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

25-10-04

PROZADEBUUT

Meander is één van de allerbeste literaire e-zines van ons taalgebied. Ik publiceer er vaak (zie in de rechterkolom van deze weblog de link naar mijn Meander-auteurspagina).

Meander wordt vaak afgeschilderd als een bejaardenclub. De poëzie zou ergens het midden houden tussen de degelijke poëzij en de internetbocht. Die kritiek heb ik altijd naast me neer gelegd omdat ik ze niet helemaal terecht vind. Heel regelmatig stuur ik werk naar de redactie en ik ben nog altijd fier als een gedicht of recensie van mij in Meander komt. Ik weet dat ik er een lezersschare mee bereik die groter is dan die van een doorsnee papieren literair tijdschrift. En ook al prefereer ik het gedrukte boven het digitale, die lezers zijn voor mij toch wel bijzonder belangrijk. Bovendien vliegt een papieren tijdschrift na enkele weken ofwel in de diepe krochten van een boekenkast of, o horreur, in de prullenmand, terwijl ik tegenwoordig nog altijd reacties krijg op gedichten die ik twee jaar geleden in Meander publiceerde, omdat bezoekers die zomaar op mijn auteurspagina kunnen aanklikken.

Hoe langer hoe meer wordt Meander ernstig genomen door degenen die de literaire kwaliteitslabels uitdelen, wie dat ook mogen zijn en welk recht van spreken ze zich ook toeëigenen. Ik heb het gevoel dat ik met mijn toewijding een steentje heb bijgedragen aan die opwaardering van Meander, maar een mens kan zichzelf natuurlijk wijsmaken wat hij wil, nietwaar?

Enfin, wat ik wilde zeggen: in Meander 252, dit weekend verschenen, maak ik mijn prozadebuut met het semi-hilarische verhaal De pijnlijke warmte van een Cor Ria Leeman.

U leest het hier:

http://meandermagazine.net/magazines/mea252.html#proza


14:44 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

23-10-04

TROOSTKOPER

"Graag wilden we koperen dakgoten en afvoerpijpen aan ons nieuw huis, maar omdat ons budget sneller slonk dan voorzien, hebben we die dan maar laten vervaardigen in het iets minderwaardiger troostkoper.’

Troostkoper. Het betekent niet wat bovenstaande zin laat vermoeden, maar geef toe, het had gekund.

Wat dan wel?

'De troostkoper slaat aan het winkelen bij relatieproblemen, problemen op het werk of andere narigheid. Troostkopers zoeken rust in hun hoofd en willen zich prettig voelen. Dit denken ze te bereiken door mooie spulletjes te kopen. Ze hopen dat dit de gedachten afleidt van alle narigheid. Troostkopers proberen hun verslaving krampachtig de baas te zijn, maar kunnen beter bij de basis beginnen en de problemen oplossen die aanleiding geven tot de verslaving.' (bron: http://www.worldaccess.nl/planet/show/id=69412/contentid=400355/sc=a551f1)

Gertrude – 80% van de troostkopers zijn vrouwen – is zo iemand.

"Koopverslaafd? Zover zal het met mij niet komen,", zegt Gertrude. "Ik heb mijn verslaving prima onder controle. Bovendien heb ik er alleen last van als ik een teleurstelling te verwerken heb of gewoon niet lekker in mijn vel zit. Dan snak ik ernaar om aan alle narigheid te ontsnappen en wil ik mooie spulletjes kopen en aanraken. Het gevoel dat je hebt als een verkoopster een volle tas in je handen drukt en zegt: "Veel plezier ermee" maakt mij zo gelukkig, al besef ik maar al te goed dat het een uiterst vluchtige vorm van geluk is. Ik weet zeker dat mijn koopziekte niet zal leiden tot excessen, want als het geld op is, dan is het met de kooplust gedaan. Ik heb expres geen creditcard en lenen doe ik ook niet graag, dat is mijn bescherming. Maar ik woon wel boven een bank en krijg een pak onderhoudsgeld van mijn ex.'

Gertrude heeft een moeilijk huwelijk achter de rug en kampt regelmatig met kleine medische kwaaltjes van uiteenlopende aard. Bijna twee jaar geleden leerde ze Ferdy, haar nieuwe vriend, kennen. Ze houden zielsveel van elkaar, dat valt mij telkens weer op als ik hen in de stad tegen het lijf loop. Als verliefde pubers lopen ze hand in hand. Hun stralende gezichten en glinsterende ogen spreken boekdelen. Toch heeft Ferdy mij ooit eens in vertrouwen gezegd dat hij het moeilijk heeft met de koopwoede van zijn liefste. Elk paar nieuwe schoenen, elk setje modieuze kleren ervaart hij als de gecodeerde boodschap dat hij Gertrude niet genoeg liefde geeft, dat hij haar niet gelukkig maakt. Nochtans weet ik haast zeker dat hij haar enorm graag ziet.

Maar omdat Gertrude het troostkopen, dat een aanvang nam toen ze enkele jaren geleden voor het eerst door haar ex-man werd geslagen, niet kan verminderen, ziet hij haar gedrag als een ernstige tekortkoming van zichzelf, in die mate dat hij bij momenten overweegt om de relatie te beëindigen. "Stom," zegt hij, "dat zoiets een wig kan drijven tussen twee geliefden." Heeft hij nog nooit geprobeerd om er met haar over te praten? "Jawel, maar ik ben bang dat ik Gertrude verlies als ik het te veel ter sprake breng. Het is ook zo verdomd moeilijk. Vorige week toverde ze ineens alweer een nieuw paar laarsjes tevoorschijn. Of ik ze mooi vond? Ik antwoordde eerlijk dat ze minstens twintig paar laarzen in haar kast heeft staan die veel mooier en eleganter zijn. Daarop begon ze heel hard te huilen. Diezelfde dag nog kocht ze zich een portie troost onder de vorm van een handtas, twee paar schoenen en een mantelpakje met bijhorende blouse. Troostaankopen."


16:19 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

19-10-04

STOERE UITSPRAKEN VOOR THUIS EN ONDERWEG (1)

In mijn nieuwe reeks 'Stoere uitspraken voor thuis en onderweg', vandaag een eerste quote.
 

"Ober, er hangt soep aan mijn vlieg."

 
Attentie:

  • Het kan geen kwaad altijd een vlieg op zak te hebben, dit voor het geval u een hygiënisch restaurant treft.
  • Deze stoere uitspraak thuis te berde brengen is niet geheel risicoloos. Hou er rekening mee dat uw echtgenote of vriendin niet graag met ober wordt aangesproken, en dat vrouwen bovendien een ander gevoel voor humor hebben dan mannen.
  • Kan het dan wel in een homohuishouden? Ik zou de neiging hebben bevestigend te antwoorden, doch omzichtigheid blijft geboden. Verhelderende studies over het gevoel voor humor bij het andersgeaarde deel van onze bevolking zijn mij onbekend.
Veel succes!



16:44 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

13-10-04

HAAL EEN HOORNE IN HUIS!

Van vrijdag 29 oktober t.e.m. donderdag 11 november 2004 is het weer Boekenbeurs te Antwerpen, de enige periode van het jaar dat de Vlamingen in hun geldbuidel tasten om boeken te kopen, wordt wel eens gezegd. In mijn hoofd is het nu al een beetje Boekenbeurs. Vandaar dat ik het lezerspubliek het volgende, niet te versmaden aanbod doe. Luister goed, ik leg het hieronder maar één keer uit. Maar u mag het natuurlijk meerdere keren herlezen.

Vanaf heden 13 oktober tot en met het einde van de Boekenbeurs krijgt eenieder die in die periode één van mijn twee dichtbundels aanschaft – Niets met jou (12,50 euro, rood voorplat, zie links) of Inbreng nihil (15 euro, blauw voorplat, zie rechts) – een door mij handgeschreven, gedateerd en gehandtekend gedicht, vrij te kiezen uit de aangekochte bundel.

Hoe dit praktisch te organiseren? Met zo weinig mogelijk rompslomp. U stuurt uw aankoopbon of kasticket, waarop duidelijk te lezen staat welk van mijn twee bundels (of beide) u aankocht, naar mijn postadres:

Philip Hoorne

Notelaarstraat 23

B - 8560 Wevelgem

U vermeldt welk gedicht ik voor u met de hand op een hoogwaardig A4-blad mag neerpennen en naar welk adres ik het ongekreukt mag terugsturen (portkosten ten mijnen laste). U krijgt er dus zomaar ineens een door mij handgeschreven enveloppe gratis bovenop, en dat allemaal omdat u doet wat u al veel langer had moeten doen: één of twee, door alle deskundige recensenten van ons taalgebied de hemel ingeprezen, Hoorne-bundels aanschaffen.

U heeft mij al in huis? Dan lijkt het mij handig om nu eindelijk dat tweede exemplaar aan te schaffen. Schenk het aan uw lief, uw vrijer, uw moeder, uw schoonmoeder, de leraar waar u stiekem verliefd op bent, die collega waar u een boontje voor heeft, of bespaar u al dat getob en hou het voor uzelf.

Ik ben nu al aan het trainen voor mijn schrijfsessies – tweemaal daags een halfuurtje tennisballen knijpen – en het dient gezegd, ik heb een uitermate sexy handschrift. Bovendien kan niemand inschatten hoe hoog de waarde van zo’n handgeschreven Hoorne kan oplopen als ik er niet meer zal zijn, en vermits ik te kampen heb met overgewicht, te hoge cholesterol, een torsie van mijn heiligbeen en last but not least die gemene tumor in mijn rechter hersenhelft, waar een heel regiment geneesheren geen raad mee weet, zou uw belegging wel eens sneller kunnen renderen dan u zelf vermoedt. Echte fans geven zo'n originele Hoorne natuurlijk nooit meer uit handen, voor geen geld ter wereld.

Haal een Hoorne in huis!


08:36 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

12-10-04

PET SHOP BOYS

In mijn tweede bundel Inbreng nihil heb ik aan het begin van de tweede afdeling een motto van de Pet Shop Boys geplaatst, meer bepaald de zinsnede "I could leave you / say good-bye / or I could love you / if I try / and I could / and left to my own devices / I probably would". Het is het refrein van ‘Left to my own devices’, een van die vele wonderbaarlijke Pet-songs. De ‘extended version’ op de cd ‘Introspective’ is werkelijk bloedstollend mooi. Door een citaat in mijn boek op te nemen, wilde ik een ode brengen aan de genialiteit van Neil Tennant en Chris Lowe, die luidens de biografie op hun officiële website elkaar op 19 augustus 1981 tegen het lijf liepen in een elektronicawinkel op King’s Road, Londen, waarna ze besloten om samen liedjes te gaan schrijven.

Van de vele songs die PSB ooit hebben opgenomen, is er een deel niet zo best – overbodige remixen, lang uitgesponnen dance-tracks of experimentele nummers – maar anderzijds hebben ze een aantal pareltjes gecomponeerd die waarlijk schitterend en onovertroffen zijn. Nogal wat liedjesschrijvers weten hoe ze een nummer moeten beginnen, slagen erin het verder prima uit te werken, maar raken volledig in de knoei op het moment dat ze beseffen dat er ook nog een einde moet aan gebreid worden. Niet zo bij de Pet Shop Boys. Hun nummers zijn af en getuigen van een groot muzikaal talent.

Over muziek schrijven vind ik nogal lastig. Muziek moet je horen. Hieronder geef ik een alfabetische opsomming van 15 gladgepolijste parels die de Pet Shop Boys op de mensheid hebben losgelaten. Ik krijg het niet over mijn hart om deze kippenvelselectie nog verder uit te dunnen.

  • A new life
  • A red letter day
  • Always on my mind
  • Being boring
  • Go West
  • I wouldn’t normally do this kind of thing
  • I’m not scared
  • It’s a sin
  • Left to my own devices
  • Losing my mind
  • Opportunities (Let’s make lots of money)
  • What have I done to deserve this?
  • Where the streets have no name (I can’t take my eyes off you)
  • Yesterday, when I was mad
  • Young offender

11:09 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

11-10-04

IK BEN NIETS

Ik was van plan om vandaag iets te schrijven over België, het land van de kneusjes. Ik was van plan iets te schrijven over de Rode Duivels(!) die het al voor de aftrap bij de scheidsrechter verkorven hebben, over Vlaamse wielrenners die keihard in hun al dan niet gedopeerde ballen worden geknepen, over een kleine Tsjechische spurtbom, die de trots van sportminnend Vlaanderen, onze veldrijders, in eigen huis het nakijken geeft. Over Belgen die in Nederland op de bank zitten, over onze tennismeisjes en of we die ooit nog op het hoogste niveau terugzien, over onze beste mannelijke ballenmepper die weer een finale verliest, over ons jeugdig voetbaltalent dat tegenwoordig week na week in de fout gaat, over een bondscoach die beter zou zeggen wat op het puntje van zijn tong ligt te branden, nl. dat we niet goed genoeg zijn, dat het een complete aanfluiting van alle logica zou zijn dat een dwergstaat als België voor de zevende opeenvolgende keer naar een WK gaat, over de koploper in de Brusselse marathon die op enkele honderden meters van de aankomst een verkeerde weg inslaat, en niemand die de radeloze man helpt totdat hij enkele minuten later alsnog als winnaar de finish overschrijdt, maar dan wel vanuit de verkeerde kant. Mocht dit laatste zich in Ecuador, Maleisië of zelfs Italië afspelen, we zouden nogal een pret hebben met die zuiderse apen, die niet in staat zijn een deftig evenement op poten te zetten, omdat hun hersenen helemaal verschrompeld zijn van hele dagen in de blakende zon op een terras te zitten.

Maar ach, dacht ik deze morgen, waarom zou ik daar een stukje over plegen? Weer zo’n cynisch artikel, waarom eigenlijk? Laat ik mijn infame plannen maar opbergen en vandaag eens iets helemaal anders doen, bijvoorbeeld een feel good gedicht schrijven waar de meligheid van af druipt, een vers waarmee ik op menige internetpoëziesite hoge ogen zou gooien (neen, niet cynisch bedoeld! niet cynisch bedoeld!) En zo geschiedde.

IK BEN NIETS

Ik heb niets dan bloemen,
niets dan een schamel alfabet
 
om uw naam te noemen.

Lieveling, mijn lief, mijn
hartendief, mijn bladmotief,
mijn allerliefste liefdesgerief,

het is mijn genoeglijk lot
u te mogen minnekozen,
want jij bent alles, ik ben niets.

Niets dan deze witte rozen.


15:22 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

08-10-04

LIVE STRONG

Heeft u ze ook al gezien in het straatbeeld, in de sportclub, op tv, misschien tijdens literaire festivals? Of draagt u er zelf ook eentje, zo’n belachelijk geel polsbandje van de Lance Armstrong Foundation met het opschrift ‘Live Strong’? Deze stichting opgericht door de zesvoudige Tourwinnaar zet zich in voor de strijd tegen kanker. Ik heb niets tegen kankerbestrijding, zo ver reikt mijn cynisme niet. Evenmin heb ik iets tegen de persoon of de renner Lance Armstrong, al kan ik zo voor de vuist weg een paar tientallen wielrenners noemen die mij sympathieker lijken dan de Texaan. Wel heb ik problemen met uiterlijk vertoon en kuddegedrag, en daar draait het bij het dragen van zo’n armbandje toch om. Kijk naar mij, schreeuwen de ‘Live Strong’-people, ik ben een goed mens, want ik ben lid van de Goedemensenclub.

Vraag aan zo iemand om maar meteen pakweg 200 euro te storten aan dat kankerfonds, en het wordt al meteen iets problematischer, hoe welstellend de polsbanddrager ook mag zijn. Dan rijzen er ineens twijfels. Zou dat fonds wel helemaal koosjer zijn? Is het geen malafide schijnorganisatie die de naam en het gezicht van Armstrong misbruikt? En, niet te vergeten, is het fiscaal aftrekbaar?

"200 euro, da’s veel geld."

"U kunt er veel meer levens mee redden dan met die ene dollar, mevrouw Vanhoorelbeke."

"Ja maar ja, ik was van plan om deze week nog een nieuw mantelpakje te kopen en een paar bottines, en mijn man heeft net een moto gekocht, om nog niet te spreken van mijn twee kinderen die rekenen op een flinke erfenis als wij er niet meer zullen zijn. Ge begrijpt dat toch?"

"Tuurlijk niet. U heeft dus twee kinderen, zegt u. Jongen? Meisje?"

"Eén van elks, mijn zoon Wesley is 22 jaar en mijn dochter Shana 16. Echte schatten van kinderen."

"Stel u voor, mevrouw Vanhoorelbeke, dat uwen Wesley of uw Shana aan kanker lijdt. Hij of zij staat in een lange rij met kinderen die allemaal die vreselijke ziekte hebben. Als u één polsbandje koopt, redt u één kind. Of het Wesley of Shana zal zijn, kan u op voorhand niet weten. Maakt u 200 euro over aan de Foundation, dan redt u in één klap alle kinderen, het hele rijtje. Dan vraag ik u nogmaals: is een gift van 200 euro u werkelijk te veel? Aan die twee BMW’s en die fonkelnieuwe Lexus op uw oprit te zien, verdient u die 200 euro in de tijd dat ik het bedrag kan noemen."

Mevrouw Vanhoorelbeke slikt, wrijft met haar vlakke hand over haar mouton retourné alsof ze een laag stof verwijdert, zwijgt even en maakt zich dan boos. Net zoals ik verwacht had. Een mens wordt niet graag geconfronteerd met van die vervelende fictieve gewetensvragen. Ik ben een zagevent, zegt ze. Ik probeer haar geld af te troggelen. Als ik me niet gauw uit de voeten maak, zal ze haar man uit de jacuzzi roepen, of neen, de politie bellen. Wie denk ik wel dat ik ben? Met welk recht kom ik haar de les spellen?

’s Avonds kan ik de slaap niet vatten. Moest dat nu echt, Hoorne, zo’n scène maken? Leven en laten leven is toch één van jouw adagia. Niet oordelen. De rijkdom van de Vanhoorelbekes, fabrikanten van varkensvoeder, deert me totaal niet. Ofwel hebben ze goed geërfd, ofwel zijn ze de Beurs net op tijd ontvlucht. Waarschijnlijk hebben ze een goede boekhouder. Er is zelfs een kans dat ze hun fortuin hebben opgebouwd alleen maar door hard en eerlijk te werken, en zonder de Staat ook maar 1 eurocent op te lichten, alhoewel ik dat laatste niet geloof. Wellicht houden ze hun netto belastbaar inkomen dermate laag dat Wesley en Shana van een fraaie studiebeurs kunnen genieten. Het ergert me, maar slechts oppervlakkig. Frauderen is onze nationale sport, grote kans dat ik het in hun plaats ook zou doen. Mevrouw Vanhoorelbeke zag er ondanks alles niet gelukkig uit, moe, afgeleefd zelfs. Haar zonnebankbruine vel zwabberde omheen haar schedel als de wangzakken van een kalkoen, en dankzij een maar half gelukte chirurgische bijwerking van neus en lippen heeft ze constant een seniel grijnsje op haar gezicht. Toen ze zich boos maakte, had ik moeite om een schaterlach te bedwingen. Ze deed mij denken aan Krusty the clown. Mensen die zich opwinden vind ik sowieso al ontzettend grappig, laat staan zo’n aangeklede bezemsteel met een carnavalsmasker op.

Dat alles is niet de reden dat ik tegen haar uitviel. Hoeveel geld er aan kankerbestrijding wordt besteed, interesseert me niet. Het zal wel altijd te weinig zijn. Als de regeringen van de rijkste landen op aarde echt willen dat er een middel tegen kanker op de markt komt dat voor iedereen betaalbaar is, dan komt het er binnen de kortste keren, zeker weten. Mevrouw Vanhoorelbeke had groot gelijk dat ze geen 200 euro wilde schenken. Ze vatte de ironie niet, en omdat ze die niet vatte, dreef ik haar naar boosheid als de meest voor de hand liggende doch foute vlucht uit een confrontatie die voor mij een spel was, maar voor haar bittere bedreigende ernst. Ze had zich ook kunnen omdraaien en hautain wegstappen zonder mij nog een blik te gunnen, maar dat had ze als een nederlaag ervaren. Alweer fout gedacht van haar.

Dat onnozel geel niemendalletje ontstak een vederlichte razernij in mij. Mevrouw Vanhoorelbeke denkt dat ze haar hemel kan verdienen door zo’n ding rond haar verlepte onderarm te dragen. Komaan, niet zeveren, hé. Als ik ooit Sint-Pieter moet vervangen aan de hemelpoort, dan komt deze dame er bij mij niet in als ze geen andere referenties kan voorleggen dan een opzichtig kanariegeel polsbandje van de Lance Armstrong Foundation. Live Strong. Dood aan alle valse symboliek.


11:11 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

06-10-04

POINDEXTER (1)

Ik heb hier op deze plaats al vaker pseudo-pretentieuze uitspraken gedaan. Wel, hier komt er nog eentje om het af te leren: ik beschik over een aanzienlijke parate kennis van allerlei triviale wetenswaardigheden. Vanuit mijn luie fauteuil speel ik een pak tv-quizkandidaten moeiteloos naar huis, al dient gezegd dat ik niet zo vaak naar dat soort programma’s kijk, omdat de vragen die gesteld worden meestal hemeltergend gemakkelijk zijn, en ik me dan alleen maar opwind als weer eens een sufferd of treezebees vertwijfeld een hulplijn inroept. Hoongelach van mijn huisgenoten is dan mijn deel. Alsof ik het beter zou doen. Dáár staan voor die camera is nog wat anders dan languit in pyjama in de zetel liggen, dikke nek. Men is zelden sant in eigen land, en al helemaal niet in eigen huis. Mijn zoon heeft al een paar keer voorgesteld dat ik me voor een quiz zou inschrijven, liefst ene waar veel poen te rapen valt. Thales is snugger genoeg om te weten dat híj in elk geval niets te verliezen heeft. Ofwel kom ik naar huis met een dikke portefeuille en mag hij hopen dat zijn spaarvarken meedeelt in mijn succes, ofwel ga ik onderuit tegen de een of andere poindexter en leid ik compleet gezichtsverlies tegenover de halve natie en mijn eigen kroost. Vaarwel laatste greintje ouderlijk gezag. Omdat papa tot nader order nog altijd de slimste is thuis, zal ik me haasten om aan zo’n debiele quiz deel te nemen. Dat ik een flinke stuiver laat liggen, kan me gestolen worden.

Poindexter, daar wilde ik naartoe, het scheldwoord ‘poindexter’. In The Simpsons, van het beste wat er ooit op televisie werd vertoond, wordt Barts vriend Milhouse (zie afbeelding) regelmatig een poindexter genoemd. Nerd, jerk, punk, sucker, sissy, creep, asshole, loser … het is niet slecht gesteld met mijn kennis van Amerikaanse koosnaampjes, maar van een poindexter had ik nooit eerder gehoord. Wat is een poindexter? Een quizmaster zal de vraag maar in je gezicht smakken. In onze informatiemaatschappij is het antwoord evenwel nooit meer dan a few mouseclicks away.

Hoe heet die Australische wielrenner ook weer? Mc Ewen? Neen. O’Grady. Neen. Hij is al een tijdje uit beeld, was een nogal goeie sprinter maar niet echt super. Ongeval gehad. Phil Anderson? Neeje! Met een letter –v in zijn naam. Klinkt Nederlands. Mijn zoon is te jong om me te kunnen helpen, maar ineens weet ik het weer – Henk Vogels – oef. En die Spaanse Quick Step/Davitamon-renner die een rit won in de laatste Tour de France. Niet Mancebo, ook niet Azevedo, is Azevedo trouwens een Spanjaard of een Portugees? Thales kan mij dit keer wel ter hulp schieten, maar de plaaggeest vertikt het om het lek in mijn geheugen te dichten. Hij weet dat ik enorm kregelig word als er in mijn kop een steekkaart uit de fichebak tuimelt. En wie zingt dat liedje waar mijn dochter momenteel zo gek van is? See it in a boy’s eyes, zo gaat het. Zwarte zangeres, had enkele maanden geleden een aardige hit die mij nu eveneens ontsnapt. Febe is niet thuis, ik kan het haar niet vragen, maar ook zij vindt het gek dat ik altijd alles wil weten. Of je dat nu weet of niet, papa, wat heb je daar aan, wat maakt het uit? Niks natuurlijk, maar toch wil ik het weten. Dankzij het internet weet ik binnen de minuut dat de zangeres Jamelia heet. Hèhè, dat lucht op. Volstrekt nutteloze kennis, I know. Het internet is niet de mooiste maar misschien wel de belangrijkste uitvinding sinds het wiel. Ik surf omzeggens nooit in het wilde weg, er zijn een tiental websites die ik regelmatig bezoek en voor de rest gebruik ik het om mijn triviale kennis bij te spijkeren. Toch durf ik te stellen dat niemand, zelfs ik niet, kan vermoeden hoe ingrijpend het wereldwijde web mijn leven heeft veranderd.

Waarmee u nog altijd niet weet wat een poindexter is. Maar dat vertel ik een volgende keer. Tenzij u niet kan wachten en het zelf opzoekt.


10:13 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

04-10-04

TIJD

Ik ben iets over de helft in ‘Lotte Weeda’, de nieuwe roman van Maarten ’t Hart. Eerst heb ik het boek enkele weken laten sudderen op mijn bureau, er nu en dan aan geroken, af en toe die typische ’t Hart-omslag geaaid, totdat ik zaterdagmorgen besloot dat het maar eens tijd werd. Maarten ’t Hart verdeelt zijn boek in korte hoofdstukjes, filmische scènes a.h.w., heel overzichtelijk voor de lezer. Zijn vorige boek ‘De Zonnewijzer’ beviel me enorm tot twee hoofdstukken voor het einde. Pagina’s lang kabbelt het boek voort als een ware whodunit en dan lijkt het ineens alsof de auteur onder enorme tijdsdruk een einde aan zijn verhaal moest breien. Totaal verbouwereerd kon ik niet anders dan vaststellen dat de slothoofdstukken totaal de mist ingaan. Dit keer maak ik me sterk dat dat niet het geval zal zijn. Tot op het punt waar ik ben aanbeland is ‘Lotte Weeda’ weer zo’n prachtig en uniek boek van één van mijn absolute lievelingsschrijvers.

Inmiddels is POËZIERAPPORT gelanceerd. Gisteren hebben Tania, Karel en ik een eerste evaluatie gemaakt. De site was nog maar pas in de lucht of we werden in de comments al bestookt door vier Kasper Peters-fans (alle vier, waarvan eentje zich dan nog voordoet als Peters zelf, vuilbekte Tania, doch dit terzijde), maar dan volgden alleen nog positieve commentaren en e-mails. Blijkbaar valt onze stijl in de smaak. Goed zo, want stijl, daar is het ons om te doen. Verder wensen wij geen spontane verklaringen meer af te leggen over POËZIERAPPORT, interviews daarentegen zullen we niet weigeren. Evenmin willen wij ons vastpinnen op een frequentie van publiceren. Kom maar af en toe eens kijken, POËZIERAPPORT is dag en nacht open. We zijn niet van plan te werken met mailbrieven en abonnees of iets dergelijks. Dat is zo opdringerig en opdringerig willen we niet zijn. Gastbijdragen zijn welkom, zolang ze maar dat je-ne-sais-quoi hebben dat bij POËZIERAPPORT past.

Intussen is het alweer oktober. Ik weet niet goed wat ik daar moet van denken. Soms heb ik helemaal geen notie van tijd, zo kan ik eind september opeens denken dat we maart zijn. Tijd is een kwaaie tante. Momenteel werk ik hard aan nieuwe gedichten en één daarvan gaat over de tijd, maar precies dat gedicht stribbelt verschrikkelijk tegen. Tijd is nog erger dan de dood. Voor wie een panische angst koestert voor de tandarts, is dood het moment waarop de tand getrokken wordt, onder narcose. Tijd daarentegen is het cirkeltje op de kalender dat aanduidt op welke dag je bij de tandarts verwacht wordt.

Precies omdat de tijd meedogenloos is, hebben we routine nodig. Of neen, het zijn net die routines die het allemaal zo erg maken. We lopen in cirkels, maar dat is een valse indruk, want we lopen helemaal niet in cirkels. Waarom kan tijdrekening niet iets zijn dat alsmaar verder loopt zonder herhaaldelijk weerkerende merktekens? Daar moest dat weerspannige gedicht dus over gaan, maar voorlopig zit het even in de ijskast.

Spiksplinternieuwe gedichten die daarentegen wel zo goed als af mogen beschouwd worden, zijn het hier eerder geplaatste Bosbegeer en Donut, en verder ook nog Dakman, De klingelaar van de kwart over twee, Oude mensen, Bijna is niet, Dat inzicht, Het geluk weet niets van ons en Dood is een modewoord, enkele titels nog onder voorbehoud. Enkele titels nog onder voorbehoud is voor alle duidelijkheid geen titel van een gedicht, maar het zou er best één kunnen zijn. En nog geen misse ook.


14:41 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |