24-11-04

GOED GEZWELSCHAP

Ooit heb ik gezegd: als ik hier meer dan twee weken niets van mij laat horen, ben ik waarschijnlijk dood. Niet dus, al scheelt het momenteel niet veel. Hoog tijd toch maar voor een nieuwe post.

Ik schreef de afgelopen dagen een gedicht over het thema 'lezen-boeken-bibliotheek', bestemd voor een folder die weldra wordt uitgegeven door het gratis verkrijgbaar cultuurblad Dertien. Dertien slaat niet op het aantal lezers, maar wel op het aantal gemeenten in de omgeving van Kortrijk, waarvoor het blad allerlei culturele evenementen aankondigt en verslaat. Mijn gedicht is zo goed als af, ik kan me dus even een verzetje veroorloven en eindelijk weer eens iets van mij laten horen. Andere medewerkers zijn o.a. Luuk Gruwez, Joris Denoo, Lut de Block en Alain Delmotte, om er maar enkele te noemen. Goed gezelschap. Indien we alle vijf een tumor hadden, dan ware de omschrijving ‘goed gezwelschap’ meer op zijn plaats geweest. Vooraleer een slimmerd mij terechtwijst, zal ik maar zelf bekennen dat dit een straatoud woordgrapje is, afkomstig van Urbanus, die zich in die tijd nog Urbanus van Anus liet noemen, maar al snel zijn afkomst uit zijn artiestennaam wegliet.

Daarnaast ben ik nog bezig met iets wat nog veel meer tijd opslorpt, namelijk een aanvraagdossier indienen bij eerst het Vlaams en vervolgens het Nederlands Fonds voor de Letteren. Op 20 november ontving ik van het VFL een brief waarin stond vermeld dat ik tot 1 december de tijd krijg om een dossier in te dienen. 10 dagen slechts, maar het zal moeten volstaan.

Al geruime tijd heb ik te kampen met vervelende rugpijn, een bizarre ontsteking van een zenuw. Mijn schoenveters knopen duurt een halve voormiddag, maar omdat schoenen zonder veters iets voor janetten is, moet ik de kelk elke keer weer tot op de bodem ledigen. Gisterenavond liet ik een blad papier op de grond vallen en vooraleer ik het opraapte heb ik er eerst een drietal minuten staan naar kijken. Zou het lukken of niet? Ik besloot het te laten liggen en ’s anderendaags te vragen of de poetsvrouw het wilde oprapen, tot ik ineens besefte dat we helemaal geen poetsvrouw hebben. Het ging om een afdruk van mijn laatste nieuw vers Berlijner, een gedicht dat ik, omdat het toevallig zo uitkwam, liet lezen door Menno Wigman. Hij vond het heel goed, liet hij me weten, maar intussen neemt den Menno wel geen gedicht van mij op in de door hem samengestelde Meulenhoff’s Dagkalender van de Poëzie 2005, terwijl Mario Molegraaf er vorig jaar twee uitkoos. En dat niettegenstaande mijn voortdurende lofbetuigingen aan zijn adres, die de bundelverkoop van Wigman in Vlaanderen het afgelopen jaar met 400% deed stijgen.

Hoorne, hoor ik u zeggen, is wat je nu zegt geen typische uiting van die al even typisch Belgische ‘If you scratch my back, I will scratch yours’-ritselpolitiek. Tuurlijk, lezers, ik maakte maar een grapje. Trouwens, ik heb al een kalender voor 2005.


09:03 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

De commentaren zijn gesloten.