29-11-04

REVERSE

Ik woon te Wevelgem, een uit zijn voegen gebarsten dorp aan de Leie, waar in een nog niet zo ver verleden de vlasnijverheid welig bloeide. De gemeente ook alwaar Eugène Vanneste ongeveer een halve eeuw geleden het linnen condoom uitvond. Zijn dochter Marie, bijzonder opgezet met de uitvinding van haar vader, wilde het attribuut koste wat kost als eerste uittesten, en liet zich bezwangeren door Mon de Mongool, echte naam Leopold Stragier, maar iedereen, zelfs zijn eigen moeder, noemde hem Mon de Mongool. Mon had het in zijn hele leven nog nooit met een echte vrouw gedaan, wel al eens met twee kippen tegelijkertijd, een pony die bij dageraad een ezel bleek te zijn en zijn onafscheidelijke linnen opblaaspop, eveneens een uitvinding van zijn toekomstige schoonvader. Zot van opwinding schoot Mon een halve emmer zaad dwars door de stoffen theemuts tot tegen de amandelen van Marie, de enige dochter van vlashandelaar en uitvinder Eugène Vanneste, die eerder ook al de linnen schroevendraaier en het linnen koersstuur had ontwikkeld, allebei zonder noemenswaardig succes.

Omdat papa Vanneste de linnen abortuspil niet op tijd klaar kreeg, werd zeven en een halve maand later de kleine Sus Stragier geboren, een kwetsbaar hoopje mens dat voortijdig de baarmoeder verliet omdat het dringend van het echte leven wilde proeven en de buik meer dan vol had van die macrobiotische navelstrengkost, want Marie lette zeer op haar voeding en had het pijproken definitief opgegeven vanaf het ogenblik dat dokter Busschaert haar het aanvankelijk niet zo heuglijke nieuws had medegedeeld.

Alras groeide de premature Sus op tot een bijdehante uk die altijd en overal met twee woorden sprak: kaka pipi (wijzend op zijn volgescheten pamper), vuile teef (wijzend naar zijn moeder), syndroom down (zijn vader) en siliconen siliconen (wijzend naar de linker en de rechter borst van de buurvrouw die elke woensdagmiddag op de koffie kwam).

Twee decennia later, na werkelijk briljante studies, werd Sus tot priester gewijd en aangesteld als pastoor van de Notre Dame Blanche Pistache en Straciatella-parochie te Wortegem-Petegem, alwaar hij op een onbewaakt moment trouwde met Xena, de gebochelde kosteres, die nog geen jaar later een tweeling op de wereld zette.

"Hé, W817," mompelde Sus toen hij zijn kroost op een avond in hun wiegjes legde, in zijn gemompel een subtiele verwijzing leggend naar zijn favoriete tv-soap, "ik ben een priester en heb in die hoedanigheid gekozen voor het celibaat. Die vrouw, die tweeling, dat mag niet. Dit is fout en wel goed fout!" Met de typische vastberadenheid van Gods gezant op aarde, stapte Eerwaarde Heer Stragier naar zijn werkkamer en startte de pc, een Olivetti 666 die hij van tussenpaus Wilfried Pius de Voorlaatste had gekregen en tot nu toe alleen maar had gebruikt voor enkele online duivelsuitdrijvingen. Hij opende het programma Glasramen XP, bewoog zijn muiscursor naar de standaard werkbalk en klikte op de reverse-knop. Vanuit de woonkamer weerklonk een luide gil. "Yes!" gromde Sus en maakte daarbij het bijhorende armgebaar van een machinist die aan het koordje van de stoomfluit snokt.

Sus haastte zich naar de living, zag dat het goed was en prees Gods software. Met een druk op de knop ‘Ongedaan Maken’ had hij één van de tweelingen terug in Xena’s buik gefloept. Hij beval haar mee te komen naar zijn bureau. Daar drukte hij nog een keer op de knop met het blauwe pijltje, waarna de tweede boreling ook in zijn moeder verdween. Xena kantelde bijna van de last die ze moest torsen, maar gelukkig zorgde haar bochel voor wat tegengewicht. Nog een muisklik en ook de buik verdween. Hé, dit is leuk, dacht Sus en wederom klikte hij. De bult op de rug van zijn echtgenote was ineens nergens meer te bespeuren. Er verscheen een glimlach op haar gezicht die Sus in een fractie van een seconde moeilijk kon beoordelen, want met de volgende muisklik ging zijn echtgenote in rook op.

Sus vond het zo wel genoeg geweest. Hij knielde en vroeg de Heer om vergiffenis voor zijn zonden. Nadat een vreemde tinteling aan zijn scrotum hem sterkte in zijn overtuiging dat de Heer zijn smeekbede had verhoord, trok hij zijn groene loden aan, verliet zijn woonst, die hem ineens veel te ruim leek, en wandelde in de richting van de Notre Dame Blanche Pistache en Straciatella-kerk alwaar hij een kaars zoude branden voor de Schepper, die neemt en geeft, maar altijd rechtvaardig is.


17:19 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

24-11-04

GOED GEZWELSCHAP

Ooit heb ik gezegd: als ik hier meer dan twee weken niets van mij laat horen, ben ik waarschijnlijk dood. Niet dus, al scheelt het momenteel niet veel. Hoog tijd toch maar voor een nieuwe post.

Ik schreef de afgelopen dagen een gedicht over het thema 'lezen-boeken-bibliotheek', bestemd voor een folder die weldra wordt uitgegeven door het gratis verkrijgbaar cultuurblad Dertien. Dertien slaat niet op het aantal lezers, maar wel op het aantal gemeenten in de omgeving van Kortrijk, waarvoor het blad allerlei culturele evenementen aankondigt en verslaat. Mijn gedicht is zo goed als af, ik kan me dus even een verzetje veroorloven en eindelijk weer eens iets van mij laten horen. Andere medewerkers zijn o.a. Luuk Gruwez, Joris Denoo, Lut de Block en Alain Delmotte, om er maar enkele te noemen. Goed gezelschap. Indien we alle vijf een tumor hadden, dan ware de omschrijving ‘goed gezwelschap’ meer op zijn plaats geweest. Vooraleer een slimmerd mij terechtwijst, zal ik maar zelf bekennen dat dit een straatoud woordgrapje is, afkomstig van Urbanus, die zich in die tijd nog Urbanus van Anus liet noemen, maar al snel zijn afkomst uit zijn artiestennaam wegliet.

Daarnaast ben ik nog bezig met iets wat nog veel meer tijd opslorpt, namelijk een aanvraagdossier indienen bij eerst het Vlaams en vervolgens het Nederlands Fonds voor de Letteren. Op 20 november ontving ik van het VFL een brief waarin stond vermeld dat ik tot 1 december de tijd krijg om een dossier in te dienen. 10 dagen slechts, maar het zal moeten volstaan.

Al geruime tijd heb ik te kampen met vervelende rugpijn, een bizarre ontsteking van een zenuw. Mijn schoenveters knopen duurt een halve voormiddag, maar omdat schoenen zonder veters iets voor janetten is, moet ik de kelk elke keer weer tot op de bodem ledigen. Gisterenavond liet ik een blad papier op de grond vallen en vooraleer ik het opraapte heb ik er eerst een drietal minuten staan naar kijken. Zou het lukken of niet? Ik besloot het te laten liggen en ’s anderendaags te vragen of de poetsvrouw het wilde oprapen, tot ik ineens besefte dat we helemaal geen poetsvrouw hebben. Het ging om een afdruk van mijn laatste nieuw vers Berlijner, een gedicht dat ik, omdat het toevallig zo uitkwam, liet lezen door Menno Wigman. Hij vond het heel goed, liet hij me weten, maar intussen neemt den Menno wel geen gedicht van mij op in de door hem samengestelde Meulenhoff’s Dagkalender van de Poëzie 2005, terwijl Mario Molegraaf er vorig jaar twee uitkoos. En dat niettegenstaande mijn voortdurende lofbetuigingen aan zijn adres, die de bundelverkoop van Wigman in Vlaanderen het afgelopen jaar met 400% deed stijgen.

Hoorne, hoor ik u zeggen, is wat je nu zegt geen typische uiting van die al even typisch Belgische ‘If you scratch my back, I will scratch yours’-ritselpolitiek. Tuurlijk, lezers, ik maakte maar een grapje. Trouwens, ik heb al een kalender voor 2005.


09:03 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

15-11-04

GEDACHTEN OP MAANDAG

Er zijn heel wat problemen in de wereld, ik ben daar niet blind voor. Ik kijk ernaar als een konijn naar een lichtbak. Geen enkele oplossing zal door mij worden aangereikt, daar hebben we gespecialiseerd personeel voor. Mijn oplossingen zouden trouwens van een verregaande naïveteit getuigen. Dus hou ik maar mijn mond.

Overmorgen spelen de Rode Duivels tegen Servië & Montenegro. Het is de wedstrijd van de laatste kans, meer nog, de wedstrijd van het jaar. Tegenwoordig is er zowat elke maand een wedstrijd van het jaar. Goed zo, superlatieven moeten er zijn. Brood, spelen en kranten vol met lulpraat, dat heeft het volk nodig. Een wedstrijd met hoge verwachtingen en als straks geen ervan wordt ingelost, hebben we toch die verwachtingen gehad.

Iedereen haat maandagmorgen, het begin van de werkweek. Iedereen is blij als het einde van diezelfde werkweek nadert. Hoe meer vrije dagen, hoe liever. En toch komen mensen op straat als ze hun job dreigen te verliezen. Snappen jullie het?

Enige tijd geleden scheerde een grote steen onze planeet op enkele honderdduizenden kilometers afstand. Rakelings noemde men het. We ontsnapten aan het ergste. Sindsdien denk ik dat de mensheid op die manier aan haar einde zal komen. Christenen, moslims, hindoes, goeroes, trappisten, atheïsten, rare tisten, allemaal op dezelfde wijze op hetzelfde moment dezelfde dood. Ik zal het niet meer meemaken, maar het heeft iets, vind ik. De afsluitende Big Bang. Ultieme rechtvaardigheid. Alle mensen worden broeders, in hun laatste uur, als het te laat is.


21:25 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

08-11-04

FATA MORGANA

Deze maand word ik 40. De exacte datum vertel ik jullie niet, geen zaken mee. Niet dat ik er onder lijd, in geen geval. Die dag zal voorbijglijden, net zoals alle andere dagen open en dicht gaan, geruisloos, gelijkend op elkaar en toch verschillend. 2/3 van mijn leven moet er ongeveer opzitten, een hele ouwe rakker zal ik wel nooit worden. Ik schrijf dit neer zonder de minste emotie in mijn tikvingers. Nochtans ben ik een heel gevoelige kerel. Ik durf wel eens huilen. Huilen kan zeer bevrijdend werken. Na een huilbui moet ik altijd enorm lachen, dat soort pipo ben ik dus. Onberekenbaar? Neen, absoluut niet, op mij kan je bouwen en ik heb een peperkoeken hartje. Het is heel waarschijnlijk dat ik in dit leven geen mens of dier zal doden, als ik de kleine insecten even buiten beschouwing laat. Even groot is de kansdat ik niet zal gedood worden door een mens. Of door een dier. Tenzij een wesp in mijn mond vliegt, daar een prikje plaatst, waarna de hele toestand begint te zwellen tot ik stik. Daarvoor moet het wel eerst weer zomer worden. Toch denk ik niet dat dit zal gebeuren. Stikken moet vreselijk zijn, maar niet zo vreselijk als onthoofd of levend verbrand. Ik maak me sterk dat de kans dat ik ooit onthoofd word minimaal is. Verbrand worden lijkt me ook wat vergezocht. Mocht ik ooit in een brand terecht komen, dan maak ik me sterk dat ik er uit raak. Stikken is van de drie mogelijkheden het meest reële en ook het meest aantrekkelijke. Wat niet wil zeggen dat ik aan wurgseks doe of zou doen, geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt. Maar misschien worden dat soort kinky toestanden wel de norm over een jaar of twintig, maar tegen die tijd ben ik misschien al dood. Hèhè, wat lucht een mens toch op van zijn eigen gedachten af en toe.

Ik zit zo maar wat te tikken, impulsief loggen, want ik wil iets posten. Het vorige bericht leek nergens op. Die flauwekul over de Boekenbeurs en Katja Retsin. Er is helemaal geen Boekenbeurs en Katja Retsin bestaat niet, en als ze al mocht bestaan heeft ze zo'n kleine borstjes dat ik daar mijn hand niet naar uit steek. Laat Eriek Verpaele dat maar doen, die houdt van PVV-vrouwen. Ha, die grap begrijpen de Nederlanders onder jullie natuurlijk niet. Trouwens, die hele Boekenbeurs is een fata morgana. De reportages die u ziet in het journaal zijn vakkundig in een studio in scène gezet. Ik kan het weten, want ik zat gisteren in het publiek. Bij het verlaten van het omroepgebouw duwde een man een folder in mijn handen, niet meer dan een dubbelgevouwen A4-tje eigenlijk. Daarin stond allerlei flauwekul te lezen, o.a. dat de maanlanding fake is, en dat de kans groot is dat er morgen, 9/11/2004, iets vreselijks zal gebeuren. Er zijn in het verleden namelijk wel meer dingen gebeurd op een 9de november, de Kristalnacht, de val van de Berlijnse Muur en nog een boel dingen. Even zien of die klojo gelijk krijgt.

Wat is het leven toch spannend. Ik moet er bijna van huilen. En later deze maand word ik 40. Het doet me niets, helemaal niets.


21:45 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

06-11-04

ALLERLEI OP 6/11/2004

In de nieuwe Poëziekrant staat een interview met mij. Het is een boeiend stukje leesvoer. Ik zeg dingen die er toe doen, want in Poëziekrant verkoop je immers geen onzin. Naast het interview zijn er ook een foto en een pak gedichten afgedrukt. De foto dateert van bijna twee jaar terug (zie bericht ‘Spleet’ van enkele weken geleden), en de gedichten staan helaas een beetje ongelukkig op het papier vanwege een te groot aantal onesthetisch afgebroken versregels, maar dat heeft te maken met de lay-out van Poëziekrant. Ik wil niet moeilijk doen. Ik heb het op één na hoogste bereikt wat een dichter in Vlaanderen kan bereiken, 6 pagina’s in het bekendste glossy literaire tijdschrift. Nu nog die taart in Hugo Claus zijn gezicht gooien en mijn carrière kan niet meer stuk.

Bovendien komt er weldra een gedicht van mij in De Revisor. Jawel, je leest het goed, De Revisor. Jezuslief, wie had dat ooit durven denken.

Morgen ga is signeren op de Boekenbeurs. Men heeft mij na herhaaldelijk aandringen van mijnentwege beloofd dat ik naast Katja Retsin mag zitten. Dat kan nog boeiende gesprekken opleveren zoals "Katja, als ik je borsten even mag aanraken, beloof ik dat ik zal ophouden met ernaar te kijken," waarop zij: "Allez, 't is goed voor één keer, omdat je met je karakterkoop in de nieuwe Poëziekrant en straks in De Revisor staat." Waarop ik dan weer: "Betekent dit dat ik ze twee keer mag aanraken?"

Alleen jammer dat ik van nabij zal geconfronteerd worden met al die geilaards die haar boek willen kopen en laten signeren. Bah!


21:55 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

03-11-04

SHE'S ELECTRIC

In het gedicht ‘Slotpleidooi’ uit mijn laatste bundel ‘Inbreng nihil’, en in het afgelopen weekend in Meander gepubliceerde verhaal ‘De pijnlijke warmte van een Cor Ria Leeman’ haal ik min of meer semi-autobiografisch uit naar mijn ouders. Vandaag ga ik over tot volledige bekentenissen, ga ik tot op het bot. Zet u schrap, klem u vast aan uw beeldscherm of bureaublad, want wat ik nog nooit aan iemand heb durven toevertrouwen, zeg ik vandaag met luide stem: MIJN MOEDER SLIEP OP EEN ELEKTRISCH DEKENTJE!

Nog vaak wordt die babyblauwe, licht gewatteerde lap stof op mijn netvlies geprojecteerd. Uit één hoek slingerde een kleurloos snoer met een witte regeldoos en dito stekker. Een half uur voor het slapengaan ging mijn moeder naar boven, trok haar nachtpon en haarnetje aan, en stak de stekker in het stopcontact aan haar kant van het bed, een stopcontact dat nooit voor iets anders heeft gediend dan om dat elektrisch dekentje van stroom te voorzien. Als ze al eens vergat om het dekentje aan te zetten, en dat pas besefte op het moment dat ze haar sofabreed achterwerk reeds in het koude bed had neergeploft, dan strompelde ze terug naar beneden en bleef een halfuurtje langer op tot het dekentje de gewenste temperatuur bereikt had. Het gebeurde dat mijn vader vroeger onder de wol kroop en de opdracht meekreeg om het dekentje te activeren. Wee hem als hij dat vergat. Dat mijn vader de eerste jaren van hun huwelijk meer op café zat dan thuis, heeft ze hem moeiteloos vergeven. Trouwens, in die tijd hoorde een vent niet thuis te zijn, alleen maar last mee. Dat ze hem twee keer op korte tijd met een vreemde vrouw in het (onverwarmde) echtelijke bed heeft betrapt, spons erover. Maar dat hij op 4 oktober 1973 en 15 januari 1976 vergat de stekker van haar elektrisch dekentje in de contactdoos te stoppen, dat wordt bij echtelijke twisten nog steeds opgerakeld. "En jij dan," luidt steevast haar beslissende punch, "jij" – priemende wijsvinger in zijn richting – "vergat tot twee maal toe mijn elektrisch dekentje aan te zetten." Mijn vader buigt dan verslagen het hoofd. Tegen zo’n beschuldiging bestaat er geen enkel verweer. Moord kan nog worden afgezwakt tot onvrijwillige doodslag. Maar voor het dubbele misdrijf dat mijn vader ten laste wordt gelegd, kan zelfs de beste advocaat geen verzachtende omstandigheden of ontoerekeningsvatbaarheid inroepen.

Dat elektrisch dekentje staat symbool voor de seksloze relatie die mijn ouders hadden. Ik heb hen altijd weten slapen met de kamerdeur open. Wat had ik kunnen horen? Er viel daarbinnen toch niets te beleven. Of toch. Eén keer heb ik mijn moeder hard horen gillen. Wat een orgasme, dacht ik bij mezelf. Wauw, way to go, dad! Ik voelde enige plaatsvervangende schaamte, Trokken ze die deur maar dicht! Doch wat bleek? Het dekentje was oververhit geraakt en dampte als een Turks stoombad zonder dat daar enige lijf aan lijf gevechten voor nodig waren geweest.

Mijn ouders gingen ook bijna altijd op verschillende tijdstippen naar bed. Mijn vader tamelijk vroeg, mijn moeder iets later, of omgekeerd. Dan weet je het wel. Zoiets zegt alles. Toen ik nog een kind was, hielden de tv-uitzendingen op omstreeks half elf ‘s avonds. Ideaal voor echtgenoten of partners om elkaar nog even alle hoeken van de slaapkamer te laten zien, maar neen hoor, dan zat mijn vader te snurken in zijn fauteuil en las mijn moeder de krant aan de keukentafel. Wie het eerst naar boven ging, verplichtte de andere om nog een dik halfuur op te blijven. Dat was een ongeschreven, onuitgesproken, bijzonder subtiele overeenkomst die mij pas jaren later helemaal duidelijk werd.

Ik heb weinig of geen vrienden, en kennissen, daar doe ik niet aan, te vaag, te ver, te flets, maar als ik van mensen hoor dat ze niet op het zelfde moment gaan slapen, dan hoor ik tussen de regels dat ze een tot op de draad versleten huwelijk of relatie met zich meeslepen. En ik heb het dan niet alleen over seks, maar ook en misschien zelfs vooral over een uitnodigende arm die snakt naar een warme knuffel. Geen beter slaapmiddeltje denkbaar.


21:59 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |