09-12-04

DEBUTANTENFORUM

Zaterdag ging ik naar het Debutantenforum, een bijeenkomst ingericht voor schrijvers die binnenkort debuteren of dat kortelings gedaan hebben, een initiatief van het Vlaams Fonds voor de Letteren en de stichting Creatief Schrijven.

Het programma moest een aanvang nemen om 14u. Tien (!) sprekers waaronder uitgevers, redactieleden van literaire tijdschriften en auteurs hadden samen een uurtje de tijd om vanuit hun invalshoek iets zinnigs te verkondigen. Op zich al een haast onmogelijke opgave qua timing, en vermits men besloot om er in een muffe bovenzaal van Centrum Elzenveld met ruime vertraging alsnog de beuk in te gooien, liep de agenda al meteen in de soep. Sprekers die net op dreef raakten, werden ineens door de organisator aangemaand af te ronden. Desalniettemin hoorde ik een leuk en fantasierijk verhaaltje van een Nederlandse debutante en het met veel euh’s en gegiechel doorspekte betoog van Annelies Verbeke. Spontaan, dat zeker, maar een beetje voorbereiding kan nooit kwaad, ook niet als je Annelies Verbeke heet. Nochtans vond ik haar aanwezigheid bijzonder nuttig. Debuteren zoals zij het deed, is slechts weinigen gegund. Velen dromen ervan haar huzarenstukje na te doen, maar het zal allicht bij dromen blijven. Verbeke sneerde ongepast dat De Brakke Hond ooit een verhaal van haar had geweigerd, en dat terwijl net voordien een redactielid van dat fijne literaire blad aan het woord was geweest. De boeiendste lezinkjes waren die van de uitgevers met de dierennamen Joos Kat (Wereldbibliotheek) en Leo de Haes (Houtekiet). Hun boodschap was simpel: schrijf een keigoed boek en we geven het uit. Minder dan keigoed is niet voldoende, want uitgeverijen zijn ook maar commerciële bedrijven net zoals de bakkerij of de gasmaatschappij. Van manuscripten wordt vaak maar een stukkie gelezen. Geen tijd, ook niet voor een kleine schriftelijke beoordeling.

Dan werden we opgedeeld in discussiegroepjes. Ik kwam terecht in een gelegenheidsgezelschap dat geleid werd door een ongezellige, halfkale jongen met een knalrode varkenskop die zich monkelend voorstelde. Ik begreep dat hij onder meer verbonden was aan Yang. I was not impressed. Hij deed hard zijn best om mij niet aan het woord te laten. Nochtans was ik er als schrijver met de voorbij drie jaar elk jaar een boek zowat Koning Eénoog in het land van de slechtzienden. Uiteindelijk kon ik toch datgene zeggen wat ik te zeggen had. Voor de rest waren het altijd dezelfde twee of drie – de grootste nobody’s hebben altijd het grootste bakkes, dat was zaterdag niet anders – die klaagden en holle stellingen heen en weer katapulteerden. Pighead bestreed alles wat gezegd werd met eigenzinnig en tegendraads weerwerk, om toch maar geen conclusies te moeten neerpennen waar hij zelf niet achter stond.

Vervolgens werden de resultaten van de groepsbesprekingen nog eens in het plenum gegooid. De voorzitter van het VFL stelde plechtig dat onze opmerkingen zouden gebundeld worden in het Staten-Generaal van het Boek. Hoezee! Tijdens de koffiepauze werd ik aangeklampt door een jonge dichteres die van de grote Hoorne wat advies wilde, dat ik dan ook prompt verstrekte, want ik ben nog de kwaaiste niet. De hele tijd voelde ik me een beetje triest en eenzaam, en ik troostte me met de gedachte dat ik nu pas heel goed wist wat ik enkele uren tevoren eigenlijk ook al had moeten weten, maar als een koppige ezel niet onder ogen had willen zien, nl. dat ik me de moeite had kunnen besparen. Mensen lijken wel geboren om altijd naar plaatsen te gaan waar ze eigenlijk niet horen te zijn, en zelfs een geoefende thuisblijver als ik had me deze keer laten vangen. Dit Debutantenforum had gezellig en leerrijk kunnen zijn, het was het helaas niet. Een applausje voor de inspanning, meer niet, zo’n wuft damesapplausje dat geen geluid voortbrengt.

"Er zijn geen debutanten," zei Joos Kat, en hij spinde van genot om zo’n raadselachtige uitspraak. Iemand anders, of was het ook die Kat weer, stelde dat er van heel wat schrijvers nooit een tweede publicatie komt, laat staan een derde. Rondom mij zonk moed in schoenen. Alle schrijvers met een beetje naam en faam komen uiteindelijk bij een Nederlandse uitgever terecht, trapte iemand een open deur in. Tiens tiens, hoe zou dat komen?

Frederik Lucien de Laere vroeg me bij het verlaten van de zaal hoe ik de namiddag had ervaren. Hij gaf geen krimp. En ik gaf geen krimp. "Lees het binnenkort op mijn weblog," zei ik hem, en ik spinde van genot om zo’n raadselachtige uitspraak.


09:48 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

De commentaren zijn gesloten.