24-01-05

WK VELDRIJDEN

Nog zes keer slapen en het is zover. Indien ik een agenda zou gebruiken, dan stond 30 januari 2005 in het rood aangekruist: zondag wordt namelijk in het Duitse Sankt Wendel het WK Veldrijden verreden. Veldrijden is een simpele sport zonder veel reglementen en de Belgen, zeg maar de Vlamingen, beheersen die al jaren. Of er een verband is tussen die twee dingen weet ik niet. Enkele Tsjechen, Nederlanders en één enkele Zwitser of Italiaan mogen onze jongens wat voor de wielen rijden om het geheel toch nog een zeker internationale folklore te verlenen, maar op het podium na een cyclocross wordt er normaliter alleen maar Vlaams gesproken.

Een veldrit duurt ongeveer één uur. In dat uur worden meestal negen à tien plaatselijke ronden afgelegd. Hoofdrolspelers zijn het parcours, het weer, het lot en natuurlijk de renners. Eerst het parcours. Elke omloop heeft zijn eigen specifieke kenmerken: vlak als een biljartlaken, glooiend, klimmen en dalen, veel of weinig lussen, balkjes en bruggen, bos, duin, heide of weide … het kader bepaalt voor een groot stuk de charme van deze sport, wat je bijvoorbeeld van schansspringen of tennis niet kan zeggen. (Ja, laat ons maar terug kappen op het tennis, nu onze meisjes niet meer meedoen op het hoogste niveau, en onze tennishoop berust op de schouders van een weliswaar bijzonder sympathieke Waalse smurf die met moeite boven het net kan kijken – gelukkig zijn er gaten in dat net – ‘den kleinen Rochus’ zoals ik hem altijd noem – hij heeft nog een broer die ook tennist en acht millimeter groter is – leuk ventje, mag volgend jaar naar de grote school.)

We dwalen af. Veldrijden. Het weer. Met de fiets rijden op een hard bevroren circuit is niet hetzelfde als in een modderige weide. Tien graden boven of onder nul, het maakt een groot verschil. Iemand als Bart Wellens bijvoorbeeld heeft een hekel aan de kou. Een kwarteeuw geleden zag je wel eens dat de renners moesten ploeteren in modderbaden en onherkenbaar de aankomststreep overschreden. Ligt het aan het broeikaseffect of aan gewijzigde omlopen, maar die tijd lijkt voorbij. Steeds vaker klitten de renners samen tot in de slotronde. Dat verhoogt het spektakel.

Vervolgens het lot. Er is een dubbele materiaalpost in het parkoers ingelast. Dubbel betekent eigenlijk dubbelzijdig, de renners hebben twee keer per ronde de gelegenheid om van fiets te wisselen. Dat gebeurt in dezelfde post, maar op verschillende plaatsen van de omloop. Wie een end van die hulpposten verwijderd lek rijdt of materiaalpech heeft, mag het vergeten. Aan de ene kant is dit verschrikkelijk onrechtvaardig, maar anderzijds mag een renner die in de voorlaatste ronde een halve minuut voorsprong bij elkaar heeft gefietst niet te vroeg juichen, want de pechduivel kan op elk moment toeslaan. Ook een valpartij is snel gebeurd, al moet ik zeggen dat ik er dit jaar niet veel gezien heb. De meeste renners zijn zo behendig dat ze alweer op de fiets zitten vooraleer ze goed en wel de grond raken. De angst voor materiaalpech na een val is eigenlijk groter dan de angst voor de val zelf.

De renners dan. Ik zet de hoofdrolspelers van het komende WK even op een rijtje. Mijn kop eraf als de kampioen niet in mijn lijstje onder de rubriek ‘DE BELGEN’ zit. Ik maak het lijstje dan ook tamelijk uitgebreid, want mijn kop is mij dierbaar.

DE BELGEN

Sven Nys:

Tweemaal wereldkampioen bij de renners onder 23 jaar. Supertalent. Jumpt over balkjes als een springpaard. Eet elke morgen een zak haver om nog beter en hoger te kunnen springen. Maakte zich in eigen land mateloos impopulair door in 2000 de wereldtrui ‘weg te geven’ aan zijn Rabobank-ploegmaat Richard Groenendaal, die dat jaar voor eigen publiek reed. Leefde voor zijn sport als gek, trok zijn fiets bij hem in bed en zette zijn vrouw in het rek. Die overconcentratie speelde hem vaak parten. Dit jaar beweert hij minder gefocust te zijn op het veloke en dat werpt zijn vruchten af. Nys beheerst het huidige seizoen. Hij is een klasse te sterk voor de rest, rijdt weg als hij het moment rijp acht en wordt 8 kansen op 10 de nieuwe wereldkampioen. Zwak punt: zijn eindsprint. Als het straks vriest in Sankt Wendel en hij moet met een groepje naar de aankomstlijn, dan zal die eerste regenboogtrui bij de profs voor een andere keer zijn. Nys moet ze afschudden of hij mag het schudden.

Bart Wellens:

De wereldkampioen van de voorbije twee jaar. Fietste vorig seizoen op een wolk, een beetje zoals Nys dit jaar. Natuurtalent maar ook een jongen van deze wereld, heeft een leven buiten de sport. De enorme terugval die hij momenteel kent, kan te maken hebben met extra-sportieve beslommeringen zoals o.a. zijn docu-soap op VT4. Lijkt de sympathiekste en plezantste van het hele veld. Hart op de tong. Guitig bekje. Sappig taaltje. Recht door zee. Heeft de branie van een champ. Als hij op 30 januari een superdag heeft, kan hij het hele peloton op een half lichtjaar rijden.

Sven Vanthourenhout:

De coming-Sven in het veldrijden. Verstandige leperd die liever zijn krachten doseert dan te kiezen voor een wild offensief. Kan aanklampen tot op het einde en dan uitpakken met zijn sterke eindspurt. Is met Nieuwjaar overgestapt naar de ploeg van Nys. Mijn vrees is dan ook een beetje dat hij straks in Sankt Wendel, gebukt onder de ploegtucht van de Rabobank, volledig in dienst van Nys zal rijden. Mijn droomscenario echter bestaat erin dat hij met Nys naar de streep gaat en wint met een banddikte voorsprong. Vanthourenhout was jarenlang de poulain van Mario De Clercq, de man die onder het motto ‘een wereldtrui geef je niet weg’ ooit landgenoot Erwin Vervecken terugpakte om zelf wereldkampioen te worden, en in Zolder van neen schudde toen Vannoppen in de laatste ronde vroeg of hij er vanonder mocht muizen. That’s the spirit.

Erwin Vervecken:

Een man van de kampioenschappen. Veelvoudig Belgisch kampioen en één keer wereldkampioen. Een door de wol geverfde diesel, start traag en schuift dan op tot hij in de laatste rond zit waar hij moet zitten: helemaal vooraan. Een fietsende Mister Bean met het charisma van een suikerbietenteler. Staat in de gunst van de pechduivel en loslopende bomen, maar als hij dit keer van tegenslag gespaard blijft, kan hij puur op ervaring nog zo’n streepjesmaillot pakken.

Tom Vannoppen:

Wordt wel eens een kleurloze wieltjeszuiger genoemd, maar heeft de klasse van een potentiële wereldkampioen. Wisselt goede wedstrijden af met mindere. Steekt momenteel in grote vorm. Staat straks gegarandeerd op het podium, tenzij er van alles fout loopt.

DE REST

Richard Groenendaal:

Er zijn van die gemene Vlaamse supporters die in de biertenten langs het parcours altijd twee pintjes bestellen: eentje voor henzelf en eentje voor Groenendaal, om naar zijn kop te gooien. Als de Nederlander in België rijdt, ruikt zijn trui na afloop dan ook meer naar bier dan naar zweet. Bij de kenners en geheelonthouders kan Groenendaal wel op veel respect rekenen. Als hij straks weet te profiteren van de Belgische rivaliteit, kan hij op een diefje de gouden plak veroveren, maar dan moet hij wel alleen aankomen en onderweg niet vallen, want geen enkele renner schuift zo vaak uit als Groenendaal. In mijn glazen bol zie ik een offday voor deze Droopy van het peloton, maar omdat deze site ook door veel Nederlanders wordt bezocht, voeg ik er aan toe dat ik enkele maanden geleden in dezelfde glazen bol een tsunami zag … in de buurt van de Waddeneilanden.

Enrico Franzoi:

Wereldkampioen onder 23 in het jaar 2003. Nog wat te groen om al wereldkampioen te worden, maar de kans dat hij in de uitslag de eerste niet-Belg wordt is reëel.

TOT SLOT NOG VIER BOUDE VOORSPELLINGEN

  1. De wereldkampioen wordt een Belg.
  2. Op het podium staat minstens 1 Sven.
  3. De derde in de stand wordt een Belg wiens familienaam begint met de letter V.
  4. Meer dan de helft van de top-10 bestaat uit Belgen.

Als er minder dan drie van deze voorspellingen uitkomen, zal ik een tegenprestatie leveren waarvoor jullie in de reacties zelf voorstellen mogen doen.


12:52 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

Commentaren

Tegenprestatie... ... als er minder dan drie van je voorspellingen uitkomen: een leesmarathon organiseren waarbij jij en eventuele collega's een etmaal lang gedichten voorlezen (van jezelf en van anderen) in het Literair Salon van de HOB.

Gepost door: Librarian | 24-01-05

Wel Librarian, ... ... je voorstel beviel mij wel, maar ik haal toch maar mooi drie op vier en behaal daarmee het beoogde objectief. De wereldkampioen is een Belg, er stond minstens één Sven op het podium, twee zelfs, de derde is een Belg wiens familienaam begint met de letter V, namelijk Vanthourenhout. Ik had ook voorspeld dat meer dan de helft van de top-10 zou bestaan uit Belgen, maar het zijn er maar vijf, net de helft en niet meer dan de helft.

Gepost door: Philip Hoorne | 31-01-05

De commentaren zijn gesloten.