28-01-05

DRIEK

Driek van Wissen is dus de nieuwe Nederlandse Dichter des Vaderlands. Had u, en nu richt ik mij tot mijn Vlaamse lezers, al ooit van de man gehoord? Misschien, het handvol kenners onder u. Iets van hem gelezen? Denk het niet. Driek van Wissen is Nederlandser dan pindakaas, zo lijkt het wel. Tot voor enkele jaren dacht ik dat Driek van Wissen een alter ego was van Jean-Pierre Rawie, omdat de twee vaak in één adem genoemd worden en de ene zelden of nooit in beeld komt en de andere nogal vaak. Een beetje zoals Han van der Vegt en Peter Holvoet-Hanssen, Yusef el Halal en Ernest van der Kwast, Bjarne Donderdag en Joris Denoo, Cynthia C. O’Twé en Diana Ozon.

Maar hij bestaat dus, den Driek, ik heb hem op de vooravond van Gedichtendag met mijn eigen ogen gezien op de Nederlandse buis, terwijl op VTM de meest voorspelbare Gouden Schoen aller tijden werd uitgereikt tijdens een gala waarin de moppen over elkanders baarden struikelden. Driek van Wissen is een wat jofele man, het gifgroene pak dat hij droeg in zijn introductiefilmpje liet daar geen twijfel over bestaan. Hij leek zo van onder een Parijse brug weggeplukt. Maar daar gaat het niet om, gelukkig maar. Trouwens, zijn voornaamste tegenstanders leken ook van onder bruggen weggeplukt.

Van Wissen is een rijmelaar, een pretpoëet, een Sinterklaasdichter wordt er her en der geroepen. Mens erger je niet, denk ik dan, maar ik heb makkelijk praten, ik woon in een land waar poëzie zo goed als doodgezwegen wordt. Wij hebben niks om ons collectief druk over te maken. Tijdens de voorbije verkiezingscampagne heeft men er in de media de nadruk op gelegd dat een DdV vooral gelegenheidsversjes uit zijn mouw moet kunnen schudden als weer eens een kind van koninklijken bloede uit een royale baarmoeder wordt getrokken of als een door de tand des tijds aangetaste dijk doormidden breekt. Vergelijk het met wat mijn nonkel Gustaaf doet op trouwfeesten en partijtjes, maar dan gepubliceerd in de krant en voorgedragen op radio en tv. Nederland heeft gekregen wat het wilde: een Pipo de Clown, een Bassie, en dat zeg ik met alle respect, want het light verse is mij genegen – mits kwaliteitsvol – en de avonturen van Bassie en Adriaan behoren tot het mooiste wat ik ooit zag op tv. Ik bedoel maar: niet zeuren, Nederland. En Driek van Wissen mag dan vanuit Vlaamse ogen bekeken een DdV zijn van de tweede of derde garnituur, laten we de man een kans geven. Als hij mij met zijn dichies aan het lachen kan brengen, zal ik hem snel sympathiek gaan vinden. Pas op, Wissen, ik lach niet makkelijk, maar als ik lach beeft de zee aan de andere kant van de wereld. Met mijn excuses aan de mensen die daar onlangs last van hebben ondervonden.

Komrij is de vader van de Sandwich-reeks, de Poëzieclub en het poëzietijdschrift Awater. Vinkenoog is de peter van de Windroos-reeks, dat is gezien zijn kort interregnum ook niet mis, al moeten ze nu niet gaan overdrijven met die poëziereeksen. Voor dat soort van poëziebevorderende initiatieven hebben we een DdV, zo zie ik het. Welke initiatieven de nieuwe zal nemen, daar heb ik het raden naar. Balpennen en postzegels ter zijner promotie kan hij als de beste in elkaar flansen, maar zal de man ook iets betekenen voor dé poëzie? Zal van Wissen er in slagen iets te betekenen voor deze verre Vlaamse dichter? Ik ben benieuwd.

Driek van Wissen als DdV: ik ben niet voor, ik ben niet tegen, want ik ken de man niet, heb deze week voor het eerst een vers van hem gelezen, over een hond die bijt en wordt teruggebeten. Misschien heb ik over vier jaar wel een mening. Ach, waar moet een mens het op zijn verdomde weblog altijd over hebben?


20:18 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

24-01-05

WK VELDRIJDEN

Nog zes keer slapen en het is zover. Indien ik een agenda zou gebruiken, dan stond 30 januari 2005 in het rood aangekruist: zondag wordt namelijk in het Duitse Sankt Wendel het WK Veldrijden verreden. Veldrijden is een simpele sport zonder veel reglementen en de Belgen, zeg maar de Vlamingen, beheersen die al jaren. Of er een verband is tussen die twee dingen weet ik niet. Enkele Tsjechen, Nederlanders en één enkele Zwitser of Italiaan mogen onze jongens wat voor de wielen rijden om het geheel toch nog een zeker internationale folklore te verlenen, maar op het podium na een cyclocross wordt er normaliter alleen maar Vlaams gesproken.

Een veldrit duurt ongeveer één uur. In dat uur worden meestal negen à tien plaatselijke ronden afgelegd. Hoofdrolspelers zijn het parcours, het weer, het lot en natuurlijk de renners. Eerst het parcours. Elke omloop heeft zijn eigen specifieke kenmerken: vlak als een biljartlaken, glooiend, klimmen en dalen, veel of weinig lussen, balkjes en bruggen, bos, duin, heide of weide … het kader bepaalt voor een groot stuk de charme van deze sport, wat je bijvoorbeeld van schansspringen of tennis niet kan zeggen. (Ja, laat ons maar terug kappen op het tennis, nu onze meisjes niet meer meedoen op het hoogste niveau, en onze tennishoop berust op de schouders van een weliswaar bijzonder sympathieke Waalse smurf die met moeite boven het net kan kijken – gelukkig zijn er gaten in dat net – ‘den kleinen Rochus’ zoals ik hem altijd noem – hij heeft nog een broer die ook tennist en acht millimeter groter is – leuk ventje, mag volgend jaar naar de grote school.)

We dwalen af. Veldrijden. Het weer. Met de fiets rijden op een hard bevroren circuit is niet hetzelfde als in een modderige weide. Tien graden boven of onder nul, het maakt een groot verschil. Iemand als Bart Wellens bijvoorbeeld heeft een hekel aan de kou. Een kwarteeuw geleden zag je wel eens dat de renners moesten ploeteren in modderbaden en onherkenbaar de aankomststreep overschreden. Ligt het aan het broeikaseffect of aan gewijzigde omlopen, maar die tijd lijkt voorbij. Steeds vaker klitten de renners samen tot in de slotronde. Dat verhoogt het spektakel.

Vervolgens het lot. Er is een dubbele materiaalpost in het parkoers ingelast. Dubbel betekent eigenlijk dubbelzijdig, de renners hebben twee keer per ronde de gelegenheid om van fiets te wisselen. Dat gebeurt in dezelfde post, maar op verschillende plaatsen van de omloop. Wie een end van die hulpposten verwijderd lek rijdt of materiaalpech heeft, mag het vergeten. Aan de ene kant is dit verschrikkelijk onrechtvaardig, maar anderzijds mag een renner die in de voorlaatste ronde een halve minuut voorsprong bij elkaar heeft gefietst niet te vroeg juichen, want de pechduivel kan op elk moment toeslaan. Ook een valpartij is snel gebeurd, al moet ik zeggen dat ik er dit jaar niet veel gezien heb. De meeste renners zijn zo behendig dat ze alweer op de fiets zitten vooraleer ze goed en wel de grond raken. De angst voor materiaalpech na een val is eigenlijk groter dan de angst voor de val zelf.

De renners dan. Ik zet de hoofdrolspelers van het komende WK even op een rijtje. Mijn kop eraf als de kampioen niet in mijn lijstje onder de rubriek ‘DE BELGEN’ zit. Ik maak het lijstje dan ook tamelijk uitgebreid, want mijn kop is mij dierbaar.

DE BELGEN

Sven Nys:

Tweemaal wereldkampioen bij de renners onder 23 jaar. Supertalent. Jumpt over balkjes als een springpaard. Eet elke morgen een zak haver om nog beter en hoger te kunnen springen. Maakte zich in eigen land mateloos impopulair door in 2000 de wereldtrui ‘weg te geven’ aan zijn Rabobank-ploegmaat Richard Groenendaal, die dat jaar voor eigen publiek reed. Leefde voor zijn sport als gek, trok zijn fiets bij hem in bed en zette zijn vrouw in het rek. Die overconcentratie speelde hem vaak parten. Dit jaar beweert hij minder gefocust te zijn op het veloke en dat werpt zijn vruchten af. Nys beheerst het huidige seizoen. Hij is een klasse te sterk voor de rest, rijdt weg als hij het moment rijp acht en wordt 8 kansen op 10 de nieuwe wereldkampioen. Zwak punt: zijn eindsprint. Als het straks vriest in Sankt Wendel en hij moet met een groepje naar de aankomstlijn, dan zal die eerste regenboogtrui bij de profs voor een andere keer zijn. Nys moet ze afschudden of hij mag het schudden.

Bart Wellens:

De wereldkampioen van de voorbije twee jaar. Fietste vorig seizoen op een wolk, een beetje zoals Nys dit jaar. Natuurtalent maar ook een jongen van deze wereld, heeft een leven buiten de sport. De enorme terugval die hij momenteel kent, kan te maken hebben met extra-sportieve beslommeringen zoals o.a. zijn docu-soap op VT4. Lijkt de sympathiekste en plezantste van het hele veld. Hart op de tong. Guitig bekje. Sappig taaltje. Recht door zee. Heeft de branie van een champ. Als hij op 30 januari een superdag heeft, kan hij het hele peloton op een half lichtjaar rijden.

Sven Vanthourenhout:

De coming-Sven in het veldrijden. Verstandige leperd die liever zijn krachten doseert dan te kiezen voor een wild offensief. Kan aanklampen tot op het einde en dan uitpakken met zijn sterke eindspurt. Is met Nieuwjaar overgestapt naar de ploeg van Nys. Mijn vrees is dan ook een beetje dat hij straks in Sankt Wendel, gebukt onder de ploegtucht van de Rabobank, volledig in dienst van Nys zal rijden. Mijn droomscenario echter bestaat erin dat hij met Nys naar de streep gaat en wint met een banddikte voorsprong. Vanthourenhout was jarenlang de poulain van Mario De Clercq, de man die onder het motto ‘een wereldtrui geef je niet weg’ ooit landgenoot Erwin Vervecken terugpakte om zelf wereldkampioen te worden, en in Zolder van neen schudde toen Vannoppen in de laatste ronde vroeg of hij er vanonder mocht muizen. That’s the spirit.

Erwin Vervecken:

Een man van de kampioenschappen. Veelvoudig Belgisch kampioen en één keer wereldkampioen. Een door de wol geverfde diesel, start traag en schuift dan op tot hij in de laatste rond zit waar hij moet zitten: helemaal vooraan. Een fietsende Mister Bean met het charisma van een suikerbietenteler. Staat in de gunst van de pechduivel en loslopende bomen, maar als hij dit keer van tegenslag gespaard blijft, kan hij puur op ervaring nog zo’n streepjesmaillot pakken.

Tom Vannoppen:

Wordt wel eens een kleurloze wieltjeszuiger genoemd, maar heeft de klasse van een potentiële wereldkampioen. Wisselt goede wedstrijden af met mindere. Steekt momenteel in grote vorm. Staat straks gegarandeerd op het podium, tenzij er van alles fout loopt.

DE REST

Richard Groenendaal:

Er zijn van die gemene Vlaamse supporters die in de biertenten langs het parcours altijd twee pintjes bestellen: eentje voor henzelf en eentje voor Groenendaal, om naar zijn kop te gooien. Als de Nederlander in België rijdt, ruikt zijn trui na afloop dan ook meer naar bier dan naar zweet. Bij de kenners en geheelonthouders kan Groenendaal wel op veel respect rekenen. Als hij straks weet te profiteren van de Belgische rivaliteit, kan hij op een diefje de gouden plak veroveren, maar dan moet hij wel alleen aankomen en onderweg niet vallen, want geen enkele renner schuift zo vaak uit als Groenendaal. In mijn glazen bol zie ik een offday voor deze Droopy van het peloton, maar omdat deze site ook door veel Nederlanders wordt bezocht, voeg ik er aan toe dat ik enkele maanden geleden in dezelfde glazen bol een tsunami zag … in de buurt van de Waddeneilanden.

Enrico Franzoi:

Wereldkampioen onder 23 in het jaar 2003. Nog wat te groen om al wereldkampioen te worden, maar de kans dat hij in de uitslag de eerste niet-Belg wordt is reëel.

TOT SLOT NOG VIER BOUDE VOORSPELLINGEN

  1. De wereldkampioen wordt een Belg.
  2. Op het podium staat minstens 1 Sven.
  3. De derde in de stand wordt een Belg wiens familienaam begint met de letter V.
  4. Meer dan de helft van de top-10 bestaat uit Belgen.

Als er minder dan drie van deze voorspellingen uitkomen, zal ik een tegenprestatie leveren waarvoor jullie in de reacties zelf voorstellen mogen doen.


12:52 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

17-01-05

RICK DE ... (GEEUW)

"Heb je nog optredens in het vooruitzicht?" vroeg mijn uitgever Harold – yep, daar istie weer – afgelopen zomer na mijn lezing op het Tuinfeest te Deventer. Ik keek deemoedig naar de punten van mijn schoenen en stamelde verlegen van ‘neen’. Ik vond het erger voor hem dan voor mezelf, ik ben heel erg onderhevig aan van die kleine schuldgevoelentjes die nergens op stoelen. Ik had het gevoel dat ik Harold ontgoochelde en dat wilde ik niet, dat ik niet hard genoeg mijn best deed om mijn dierbare uitgever ter wille te zijn. Een kwartier daarvoor had het publiek mij nog in triomf door de straten van Deventer rondgedragen, maar na die vraag voelde ik me een nul. Dat was halverwege de zomervakantie en zie, een half jaar later loopt mijn hoofd alweer om van allerlei gedoe dat op me afkomt, van megafestivals tot miniprojectjes. Opsommen? Neen, lezers, alles op zijn tijd. Ik zal u ten gepaste tijde wel meedelen waar ik zoal uithang, als ik dat opportuun acht tenminste. Voel ik me meer dichter door al dat randgebeuren? Neen, het oeuvre staat centraal, boekjes maken komt op de eerste plaats, maar ik doe er graag aan mee en beschouw het als een erkenning van mijn werk.

Gisteren op de VRT gekeken naar de Sportpersoonlijkheid van het Jaar. Heel even heb ik plaatsvervangende schaamte gevoeld, namelijk toen Rick de Leeuw – yep, daar wastie weer – een zelfgeschreven wielergedicht voorlas. Zijn inleiding was niet goed, het gedicht was niet goed, het lezen was niet goed, het opzet was niet goed. Het was grappig noch ernstig, maar het suckte wel van alle kanten. Ik erger me niet meer aan dat soort klojo’s op de buis, schaamte is de ergernis voorbij.

Volgende week starten op dezelfde goeie ouwe tante VRT nieuwe reeksen van Het Eiland en Het Geslacht De Pauw. Dat maakt heel veel goed, de VRT mag nog veel Rickjes de Leeuw op me loslaten voor ik haar ontrouw zal worden, maar als die gozer ooit een gastverschijning maakt bij de De Pauws, dan sta ik niet in voor de gevolgen. Tenzij hij wordt opgevoerd in een scène waarin hij een dokter bezoekt, die hem een voorschrift aflevert voor – het is nooit te laat – een doorgedreven logopedische behandeling.


13:28 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

05-01-05

2 + 0 + 0 + 5 = 7

Zo, 5 januari al, het nieuwe jaar schiet goed op. En maar goed ook, want 2005 wordt een klotejaar – klotenjaar zegt mijn automatische spellingscontrole, maar dat maakt geen verschil. Wist u, geachte lezer, dat alle jaartallen waarvan de som van de cijfers gelijk is aan 7 klotejaren waren – jaaa, spellingscontrole, klotejaren, want in die tijd nog geschreven zonder tussen –n.

Neem nu het jaar 1114. In het jaar 1114 werd te Sint-Omaars door graaf Boudewijn en de bisschoppen Jan en Lambertus de vrede hernieuwd. Maar denk je dat de man in de aardeweg daar gelukkig mee was? ’t Zal wel zijn. Vergeet niet dat we in het jaar 1114 temidden van de Middeleeuwen zaten en dat zowat de hele wereldbevolking aan een Medieval Crisis leed. Wie in 1114 leefde wist maar al te goed dat hij nooit oud genoeg kon worden om uit die dekselse Middeleeuwen weg te geraken. De mensen hadden geen greintje courage en waren maar al te blij als ze ten prooi vielen aan de pest. De volksspreuk ‘Doe je best, krijg de pest’ stond in menige houten schoorsteenmantel gekerfd. ’t Was een donkere en ruige tijd. TL-lampen en Gilette-scheermesjes bestonden nog niet, maar boysbands al wel, want naar het schijnt hebben Jan, Lambertus en graaf Boudewijn die hernieuwde vrede a cappella gezongen, mét bijhorende danspasjes én geblondeerde kopjes. In die tijd bestonden evenmin al audio- of videoapparatuur. Belangrijke boodschappen gingen van mond tot mond, de orale traditie zoals dat toendertijd zo dubbelzinnig heette. Iedereen te Sint-Omaars aanwezig, was verplicht de act van Jan, Lambertus en graaf Boudewijn op zoveel mogelijk plaatsen na te doen. Vandaar dat het jaar 1114 het begin inluidde van een groot tekort aan tapdansschoenen en eksterstront, in die tijd hét natuurlijke blondeermiddel bij uitstek. Dient na al het voorgaande nog onderlijnd te worden dat de era na 1114 een hoogtijd was voor homofielen en plattelandsjanetten. Plattelandsjanetten, inderdaad, want in die tijd gingen mensen nog niet naar het strand. De strandjanetterij zou pas aan haar opmars beginnen in de tweede helft van de vorige eeuw, ongeveer gelijktijdig met de uitvinding van de zonnebril met spiegelglazen.

Het jaar 601 dan. In dat jaar gaf Gregorius van Tours zijn zendelingen de even lepe als geniale richtlijn mee om heidense heiligdommen en tradities een christelijke betekenis te geven. Zo ontvreemdde men, zonder echt te stelen, staat het fijntjes vermeld in menig geschiedenisboek. Het was me er eentje, den Gregory, een klootzak van het zuiverste water, van het soort waarvan er nog elk jaar een paar duizend bijkomen. Allemaal afstammelingen in rechte lijn van die Gregorius van Tours, bijgenaamd Gregorius Den Vrouwenzot, die echter alleen maar wilde copuleren op gewijde plaatsen. Dat is de reden dat die zendelingen de opdracht kregen al dat heidense in christelijkheden om te zetten, omdat mijnheer Grégoire op zoveel mogelijk plaatsen met gerust gemoed zijn fluit van onder zijn pij tevoorschijn kon toveren. Dit alles speelde zich af in het jaar 601. 6 plus 0 plus 1 is 7, wat heb ik gezegd?

Een ander voorbeeld is het jaar 43 onder nul, het jaar waarin Julius Caesar niet werd vermoord. Dat gebeurde namelijk in het jaar 44 onder nul, maar de intentie was wel te wachten tot na de solden – alle moord- en folterinstrumenten -50%, en bij aankoop van drie stuks wapentuig een gratis peperspray voor mevrouw – van het jaar 43. Maar Brutus, bijgenaamd Brutus de Moordlustige, of ook wel Brutus de Ongeduldige (zie foto) en Cassius, bijgenaamd Mike Tyson, konden niet wachten en vermoordden Julius Caesar abusievelijk een jaar te vroeg. Maar het had wel moeten gebeuren in 43 onder nul, en 4 + 3 =... 7.

Het laatste jaartal in onze tijdrekening waarvan de som van de cijfers gelijk is aan 7 was het vermaledijde jaar 1600. Wat er dan allemaal gebeurd is, het heeft geen naam. Stuur vooraleer verder te lezen eerst uw kinderen en het inwonend tante nonneke naar bed, zo gruwelijk is het. Wie kent er immers niet De Slag bij Nieuwpoort, tegenwoordig gekend onder de naam Flanders Youth Regatta. De vijfjarige Benjamien Dekeuckeleer lag aan de leiding toen zijn zelfgebouwde zeepschuit door een bronstige walvis met pedofiele neigingen omver werd gekwakt. Dekeuckeleer verdronk en de internationale jury onder het voorzitterschap van de Franse graaf Arsène Frangipane besloot geen eindklassement op te maken, wat niet naar de zin was van de tweede aan de aankomst, Theodoor Groenendaal van het Raboruilcenter-team. Groenendaal diende klacht in, maar die werd verworpen. Dit was voor menig Groenendaal-supporter het sein om met woeste pas naar de boten te stappen, het ruime sop te kiezen tot net buiten de grenzen van de gemeente Nieuwpoort, aldaar aan te meren en hevige gevechten te beginnen met de inheemse bevolking. Immers, zo de strijd reeds was aangevangen in Nieuwpoort zelf, dan spraken we nu niet van De Slag bíj Nieuwpoort, maar van De Slag ín Nieuwpoort. Er vielen meer dan 15.000 doden, 4.000 volgens de tellingen van de ordediensten. Eenmaal de Slag bij Nieuwpoort beëindigd, hielden de inwoners van het kuststadje massaal erediensten tot lof en heerlijkheid van de Heer hun God, want het had allemaal nog veel erger kunnen zijn, 'eenen grooten watergolf' bijvoorbeeld, wat wij tegenwoordig een tsunami noemen.

2005 wordt geen goed jaar, beste lezer, moge dat duidelijk wezen. Denk even aan mij telkenmale je de komende maanden met je reukorgaan op de droeve feiten wordt gedrukt. U mag gerust mompelen dat Hoorne het bij het rechte eind had, maar noem mij a.u.b. – s.v.p. voor de Nederlanders – geen visionair. Een beetje historisch inzicht, op meer dan dat kan en wil ik mij niet beroepen. En de geschiedenis zo u weet, herhaalt zich steeds weer opnieuw en opnieuw.


17:29 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |