01-03-05

VIJS

Iets kopen boezemt me angst in, zeker als het gaat om een object waarvoor ik diep in de geldbuidel moet tasten. Er scheelt altijd wel wat: een vijsje dat ontbreekt, een functie die niet naar behoren werkt… dan eerst het gehakketak thuis, had je maar dit, had je maar dat, ik had toch gezegd zus, ben je nu nog niet geleerd zo… vervolgens terugrijden naar de winkel, discussie met een zich wellustig in zijn macht wentelende verkoper. Of als het gaat om een ding dat hersteld moet worden: garantie die niet geldt voor uitgerekend dat euvel waar mijn apparaat mee kampt. De waarborg geldt voor het snoer, mijnheer, en niet voor de stekker, en het euvel, dat hebben onze klojo’s in de fabriek in Duitsland na elfendertig manuren, die u ook moet betalen, achterhaald, stelt zich in de stekker en niet in het snoer, het spijt me, ziehier de rekening, daa-aag.

Grote aankopen stel ik zo lang mogelijk uit om die zorgen aan mijn kop te vermijden. Hoe onmaterialistisch ik ook ben, ik kan vreselijk wakker liggen van een vijs die ik niet heb. In een wereld waarin de god die aanbeden wordt een klatergouden rund is, zie ik achter elke vitrine Ome Dagoberts in wit hemd en lelijke das of veel te vriendelijke verkoopsters met foute mantelpakjes die er alleen op uit zijn mijn geld om te ruilen voor alles behalve kwaliteit. Beroepseer bestaat al lang niet meer. Alleen al om dat soort besognes het hoofd te bieden zou ik rijk willen zijn: ik koop tien, bijvoorbeeld, opbergkastjes, een niet onaanzienlijke kans dat er eentje tussen zit waarvan geen enkel toebehoren ontbreekt. Uit de negen andere verpakkingen kies ik de mooiste wisselstukken en berg die op op zolder, voor het geval dat... De rest gaat naar het stort. Daar aangekomen bots ik op een man die me gek verklaart omdat ik zo’n schone marchandise weggooi. Hij vraagt of hij enkele plankjes naar huis mag meenemen voor een nieuw hondenhok. Ik stem volmondig toe en ben gelukkig in mijn rol van onbaatzuchtige weldoener. Zo ook de mij onbekende hondenbaas in zijn rol van de al even onbaatzuchtige ‘welgedane’. That makes two of us. En de hond niet te vergeten, want die gaat uiteindelijk met het been lopen.

Tussen Kerst en Nieuw des jaren 2003 vergaarde ik al mijn moed om even te gaan rondkijken in een klein computerbedrijfje. De oom van de uitbater was een vage kennis van mij. Ik vond dat ik hem dat moest zeggen, deze nerd meteen laten voelen dat hij de schande van de familie kon worden zo hij mij een inferieur product aansmeerde. Daar stond ik dan, in een koud schuurtje, op pad gestuurd door mijn kinderen die voortdurend sakkerden op de oude Olivetti, een afdankertje van op het werk, met zijn schamel 2 gigabyte-schijfje en geen cd-schrijver. Ik vond die ouwe bak nog best te doen, lees: had verschrikkelijke angst om een nieuwe computer met ongetwijfeld heel wat ontbrekende of slecht gemonteerde vijsjes aan te schaffen. Ik keerde na ruimschoots inlichtingen te hebben ingewonnen huiswaarts, apetrots, met een reclamefoldertje en een prijslijst die ik allebei zo snel mogelijk liet verdwijnen. Uit het oog, uit het hart. Ik had mijn goede wil getoond en mijn goede wil is véél meer waard dan zo’n nieuwerwets blinkende machine. Kous af, einde verhaal, verder met de dingen des levens en een 2 gigaschijf die al enkele keren helemaal blauw was geweest, de bits en bytes stroomden het floppydesk uit.

Het zou duren tot februari 2005 voor ik er terug kwam. Hé, knul, herken je me nog? In vijf minuten tijd kocht ik een desktop en monitor, had geen andere keus, thuis stonden mijn dochter van 16 en mijn zoon van 14 mij op te wachten, gewapend met respectievelijk slagersmes en elektrische heggenschaar. Mijn zoon is bijna zo groot als ik en heeft schoenmaat 47, zeg ik er even bij om te vermijden dat u mij een mietje vindt. Met een witte vlag uit het autoraam wapperend parkeerde ik op de oprit. Het is OK, jongens, berg die moordwapens maar weer op, netjes op hun plaats, hé, papa heeft een computer gekocht, wordt overmorgen geleverd. Miserie, kom binnen in mijn nederige stulp, dacht ik bij mezelf. En zo geschiedde.

Ergernis 1: Het gezoem. Heb ik nu een computer of een straaljager gekocht? Dat zijn de ventilatoren, mijnheer. De processor heeft afkoeling nodig. Het went wel, dit type valt eigenlijk nog mee, en, onderschat het voordeel niet, voortaan kan u uw haar drogen met de computer. Voor alle duidelijk, het grapje komt van mij. Ondernemers zijn niet grappig, humor en met geile ogen geld bijeen schrapen gaan nu eenmaal niet samen.

Ergernis 2: Bij het overplaatsen van mijn bestanden heeft het computerjoch mijn adresboek laten verdwijnen. Ik heb een kopie op diskette, maar ook die blijkt waardeloos.

Ergernis 3: Mijn oude modem werkt gebrekkig, is niet compatibel met XP, maar dat besef ik eerst niet. Veel gepruts en ellende, systeemherstel, uninstall, herinstalleren … uiteindelijk belandt het Sempron-kreng terug in het schuurtje bij het neefje van mijn verre kennis. Let op man, je krediet slinkt zienderogen, nonkel Jan zal hier van horen, durf ik hem niet te zeggen, want ik heb mijn factuur al betaald. Mijn lot ligt in handen van deze kleine zelfstandige oetlul met vier spraakgebreken en anderhalf varkensoog. De meest recente software voor die modem blijkt het ook niet te doen, in tegenstelling tot wat te lezen staat op de website van de fabrikant. Alweer veel gepruts en ellende, ik kan de modem niet meer uninstalleren, krijg een foutmelding. Het toestel terug in een deken gewikkeld om beschadiging te voorkomen en terug naar het computerukje, gelukkig maar een kwartiertje rijden.

Meer ergernissen: door al het gewriemel is mijn jaar gratis Norton Antivirus om zeep. Proeftijd verstreken luidt de boodschap op mijn scherm. Wat gaan de jaren toch snel tegenwoordig. Dan maar terug die vertrouwde en solide free edition van AVG. Verder, mijn dochter krijgt van een vriendinnetje een simpel word-document toegestuurd naar haar hotmail-adres en kan het niet openen. Service pack gedoe, zegt neefje neringdoener. Mijn pc lijkt wel strenger beveiligd dan het Navo-hoofdkwartier. Wat nog? Illegale software die ik vroeger wel kon downloaden op mijn twee gigaatje, kan ik nu niet meer binnenhalen. Ik kies dan maar voor een legaal equivalent. I fought the law and the law won. Ik ben moegestreden en droom heel even van een solitair leven als schapenneuker in de Schotse Highlands.

Bovendien lijkt dit nieuw beest mij uitermate geschikt om schijfjes te spelen en te branden, om videootjes te bekijken, maar nodigt hij absoluut niet uit om te schrijven. Het is allemaal een beetje flashy en erg onpoëtisch, ook al heb ik uitdrukkelijk niet gekozen voor het model met de ingebouwde lichtinstallatie. De invloed van dit tuig op mijn toekomstig literair werk kan ik op dit moment moeilijk inschatten, maar als ik straks een sonnet schrijf over geworstel met soft- en hardware, weet dan dat het autobiografisch is.

Ik heb gisteren een andere modem gekocht, een Thomson Ethernet. Het ziet ernaar uit dat het dit keer zal lukken, maar ik besef dat ik door dit te schrijven allerlei nieuw onheil over mij afroep.


13:35 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

De commentaren zijn gesloten.