15-03-05

BLOEDIG VERHAAL (SLOT)

Even voor de laatste schoolbel ontving Jessica een sms van Paolo. Sorry wacht fietsenrek heb verrassing, las ze. Even overwoog ze om het bericht te negeren, maar dat gevoel werd even snel als het opkwam alweer overweldigd door haar popelende hartje. Paolito een verrassing, o, wat zou dat kunnen zijn? Om iets na vijven stond Paolo haar inderdaad op te wachten in de fietsenstalling.

“Surprise, ik wil mijn surprise,” jengelde Jessica met een kleuterstemmetje.

“Straks, Jess,” zei hij, “kom, we gaan. Hou je vast.”

 

Ze hoefde niet te trappen, mocht zich aan Paolo’s schouder laten meedrijven door de kracht van zijn brommertje. Hij verkeerde in een prima bui, want normaal gezien hield hij niet van dit soort ongein. Toch begon ze na een eindje aan die goede luim te twijfelen. Paolo zweeg en bleef zwijgen, hij leek nerveus en afwezig. Tweemaal reed hij bijna op een auto in. Zou er toch meer zijn tussen hem en Maaike? Was dat de verrassing, dat ze zo meteen de bons zou krijgen? Neen, zo was Paolito niet. Hij hield van haar op zijn manier. Toch had ze geen goed oog in wat haar te wachten stond. Paolo was de hele tijd op school geweest, hoe raakte hij dan zo één twee drie aan iets wat haar ook maar enigszins zou kunnen verrassen?

 

De Vespa minderde vaart. Paolo deed een teken dat hij rechtsaf wilde. Waarom week hij af van het gebruikelijke traject? Meteen begreep ze dat dit vast deel uitmaakte van het verrassingsplan. Ze reden voorbij huizen en pleintjes die haar volstrekt onbekend voorkwamen. Even van de vertrouwde route af en ze waande zich in een geheel andere wereld. Vervolgens reden ze een tijdlang tussen akkers en weilanden om uiteindelijk de woonkern te bereiken van een dorpje dat daarnet, van op afstand, niet groter had geleken dan een kerk omringd door enkele met een losse pols rondgestrooide huizenrijtjes en villawijkjes. Ineens rukte Paolo zich los van Jessica die nog altijd aan zijn schouder bengelde. Hij remde bruusk. De piepende banden van zijn Vespa trokken een zwarte streep over het wegdek.

 

“Wat nu weer? Waarom stoppen we? Waar zijn we eigenlijk? Waar gaan we heen?” riep Jessica verschrikt uit toen ze drie huisnummers verder ook tot stilstand kwam.

“Dat wilde ik jou ook vragen, Jess. Heeft dit allemaal nog wel zin?”

“Zie je wel, ik wist het, hé, ik wist het.” De tranen stroomden in gulpen over Jessica’s sproeten.

“Komaan meid, wat krijgen we nu? Dat bedoel ik helemaal niet. Ik heb het over dit Bloedig verhaal, waarin eerst jouw vader en nu wij de hoofdrol spelen.”

“Wat voor een verhaal, wat bazel je eigenlijk?”

“Wij zijn personages, Jessica, ontsproten aan het brein van de een of andere derderangsscribent met een weblog.”

“Weblog?”

“Heb je het dan niet door? Die mafkees laat mij maar benzine verkwisten, laat ons maar draven. En zonet schoot me te binnen waarom dit verhaal Bloedig verhaal heet. Dat stuk krapuul stuurt natuurlijk aan op alweer een gewelddadig einde.”

 

Jessica was met opgetrokken knieën tegen een huisgevel gaan zitten en leek te verbouwereerd om ook maar een woord uit te brengen. Goed zo, want de dialoog tussen die bakvis en haar pokdalige pastador (hé, waarom keurt mijn spellingscontrole dit woord goed?) begint aardig op mijn systeem te werken. Laat die Jessica maar haar wafel houden. Het begon zo grappig op 25 februari in deel 1 van dit verhaal met die hansworst van een Jakobus Notredame – neen, bloedworst lijkt mij een betere benaming –  maar intussen lijkt dit nergens meer op. Boring! Komaan, Paolo, zeg wat je te zeggen hebt, maar make it snappy, want ik ben volop bezig met mijn derde dichtbundel. Denk je dat ik tijd te over heb?

 

“We moeten uit dit verhaal zien te geraken, Jess. Eerst zich vrolijk maken over het aarslek van je vader, hem dan laten doodbloeden, vervolgens die bloedneus, als we niet opletten gebeuren er nog meer ongelukken. We moeten die sadist te vlug af zijn. Die kerel is gestoord. Het zou mijn niks verbazen dat hij ons hier zo meteen de liefde laat bedrijven, in het moestuintje achter die haag bijvoorbeeld, om ons vervolgens te doden, of toch één van ons.”

Ik snap wel waar die viespeuk op aanstuurt, maar Jessica is nog minderjarig. Geen seks met minderjarigen in mijn verhaal, kerel. Trouwens, herinner je je niet meer wat ik de vorige keer over jou schreef, dat je geen greintje romantiek in je tagliatelletorso hebt. Terwijl jij daar staat te zeuren bij het binnenrijden van een dorpje, waarvoor ik nog niet eens een naam wil verzinnen, denk jij helemaal niet aan seks. Neen, jochie. Meer zelfs, laat ik je maar impotent maken, wat bij deze aan de lezers kond is gedaan. Wat zou je dan verlangen naar gewriemel tussen de sla en de snijboontjes, als je je plasser niet eens recht kan krijgen? Wees blij dat ik je voor deze schande behoed. Vergeet niet dat deze weblog dagelijks door grofweg 150 mensen wordt bezocht. Misschien is Maaike Moerman wel één van hen, ik weet wel dat je haar meer dan gewoon sympathiek vindt, nu nog niet, maar laat dit verhaal nog een paar duizend woorden duren en het is zover. Ik herhaal: impotent ben je. En geen gemaar.

 

“Mijn vader? Doodgebloed?” Jessica viel in katzwijm, met haar hoofd tegen het rooster van een kelderraampje. Zal ik het een beetje laten bloeden of niet? Zal ik daar eerst een lezersenquête of televoting over organiseren en dan volgende week nog wat verder schrijven aan dit palliatief stukje? Laat maar zitten. Trouwens, die Paolo heeft mij door. De fun is er voor mij een beetje af.

 

Paolo boog zich over zijn gewond vriendinnetje. Hij tilde haar van de grond. Zijn verwilderde ogen verrieden grote schrik. Waarom eigenlijk? Dat hoeft helemaal niet, jij schrikkepiet, want dit verhaal stopt nu.


19:49 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

De commentaren zijn gesloten.