29-03-05

POËZIECURSUS

Momenteel volg ik een vierdelige poëziecursus. Poëzie van 1945 tot nu, zo heet hij. De docent is prof. Dirk de Geest van de KU Leuven. De eerste les kwam hij van achter in de zaal naar voren gestormd met een wit laken over zijn hoofd getrokken. Wij cursisten schrikken natuurlijk, maar dat was nog niks vergeleken met de schrik die door de aula zinderde toen hij zich van het laken ontdeed.

"Ik ben professor Dirk de Geest," zei hij "en ik durf te wedden dat jullie dit mede dankzij dit klein stukje eenmanstheater nooit meer zullen vergeten."

Terwijl haar bejaarde vriendin door twee ambulanciers werd afgevoerd, vroeg een zohaast nog oudere vrouw op de eerste rij of het de professor beliefde om het laken terug aan te trekken, wat hij prompt weigerde. Maar, zo mompelde hij in zichzelf:

"Ik mag deze gimmick niet langer gebruiken, elke cursus hetzelfde liedje: angstaanvallen, hartstilstanden, haaruitval en in het gelid springende vrouwentepels."

De dagen vóór aanvang van de eerste les had ik me afgevraagd welke houding ik zoude aannemen tegenover mijn medecursisten en de docent. Wat mijn medecursisten betreft was ik daar tamelijk snel uit. Ik ging er niet naartoe om de dichter Philip Hoorne uit te hangen, wel om te luisteren en bij te leren. De megalomane etter spelen, daar heb ik deze weblog voor, dat spaart een hoop energie uit in het echte leven. U zou er van staan kijken hoe aardig, lief en bescheiden ik wel ben. Mijn attitude tegenover mijnheer de Geest bleek een ander paar mouwen. Ooit heeft hij mijn eerste bundel Niets met jou positief gerecenseerd voor Leesidee, het huidige Leeswolf. Aan de andere kant maakte hij deel uit van de zeskoppige commissie die mij een stimuleringsbeurs onthield voor mijn inmiddels voor de J.C. Bloemprijs genomineerde tweede bundel met als intrigerende titel Inbreng nihil. Gemengde gevoelens dus en als er iets is waar ik de pest aan heb, dan zijn het wel gemengde gevoelens. Ik besloot daar net als de prof een passend stukje eenmanstheater bij te bedenken. Bij het afscheid nemen na de eerste les (de klassieke poëzie) omhelsde ik hem innig waarna ik een snoeiharde rechtse in zijn maagstreek neerplantte. Omdat positieve en negatieve krachten elkaar opheffen, wandelde professor de Geest het lokaal uit alsof er niks gebeurd was, onder zijn ene arm zijn bruine boekentas, onder de andere een slordig opgevouwen wit laken.

Na afloop van de derde les, afgelopen vrijdag was dat, vroeg de prof of ik Philip Hoorne was. Ik ontkende dit ten stelligste.

"Eigenlijk heet ik Joep Kuiper, maar mijn vrienden noemen mij Elly de Waard."

"Joep Kuiper, vreemde naam voor een Vlaming," antwoordde hij. "Heeft u Nederlandse roots?"

"Voor 25%. Mijn grootvader aan moeders zijde heeft destijds nog geholpen om de Waddeneilanden netjes op een rijtje te slepen. Hij had een eigen sleepdienst, ziet u."

"Boeiend, boeiend," monkelde de professor en hij struikelde met zijn versvoeten over een pasgeschoren buxushaagje.

Enfin, genoeg geluld. Nu wil ik graag wat verder lezen in nummer 77 van het legendarische tijdschrift Barbarber. Ha, straffe gast die weet wat er niet klopt aan de vorige zin. Laat het mij weten per e-mail. Mijn waardering om zoveel poëtische kennis zal de uwe zijn.



12:36 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

15-03-05

BLOEDIG VERHAAL (SLOT)

Even voor de laatste schoolbel ontving Jessica een sms van Paolo. Sorry wacht fietsenrek heb verrassing, las ze. Even overwoog ze om het bericht te negeren, maar dat gevoel werd even snel als het opkwam alweer overweldigd door haar popelende hartje. Paolito een verrassing, o, wat zou dat kunnen zijn? Om iets na vijven stond Paolo haar inderdaad op te wachten in de fietsenstalling.

“Surprise, ik wil mijn surprise,” jengelde Jessica met een kleuterstemmetje.

“Straks, Jess,” zei hij, “kom, we gaan. Hou je vast.”

 

Ze hoefde niet te trappen, mocht zich aan Paolo’s schouder laten meedrijven door de kracht van zijn brommertje. Hij verkeerde in een prima bui, want normaal gezien hield hij niet van dit soort ongein. Toch begon ze na een eindje aan die goede luim te twijfelen. Paolo zweeg en bleef zwijgen, hij leek nerveus en afwezig. Tweemaal reed hij bijna op een auto in. Zou er toch meer zijn tussen hem en Maaike? Was dat de verrassing, dat ze zo meteen de bons zou krijgen? Neen, zo was Paolito niet. Hij hield van haar op zijn manier. Toch had ze geen goed oog in wat haar te wachten stond. Paolo was de hele tijd op school geweest, hoe raakte hij dan zo één twee drie aan iets wat haar ook maar enigszins zou kunnen verrassen?

 

De Vespa minderde vaart. Paolo deed een teken dat hij rechtsaf wilde. Waarom week hij af van het gebruikelijke traject? Meteen begreep ze dat dit vast deel uitmaakte van het verrassingsplan. Ze reden voorbij huizen en pleintjes die haar volstrekt onbekend voorkwamen. Even van de vertrouwde route af en ze waande zich in een geheel andere wereld. Vervolgens reden ze een tijdlang tussen akkers en weilanden om uiteindelijk de woonkern te bereiken van een dorpje dat daarnet, van op afstand, niet groter had geleken dan een kerk omringd door enkele met een losse pols rondgestrooide huizenrijtjes en villawijkjes. Ineens rukte Paolo zich los van Jessica die nog altijd aan zijn schouder bengelde. Hij remde bruusk. De piepende banden van zijn Vespa trokken een zwarte streep over het wegdek.

 

“Wat nu weer? Waarom stoppen we? Waar zijn we eigenlijk? Waar gaan we heen?” riep Jessica verschrikt uit toen ze drie huisnummers verder ook tot stilstand kwam.

“Dat wilde ik jou ook vragen, Jess. Heeft dit allemaal nog wel zin?”

“Zie je wel, ik wist het, hé, ik wist het.” De tranen stroomden in gulpen over Jessica’s sproeten.

“Komaan meid, wat krijgen we nu? Dat bedoel ik helemaal niet. Ik heb het over dit Bloedig verhaal, waarin eerst jouw vader en nu wij de hoofdrol spelen.”

“Wat voor een verhaal, wat bazel je eigenlijk?”

“Wij zijn personages, Jessica, ontsproten aan het brein van de een of andere derderangsscribent met een weblog.”

“Weblog?”

“Heb je het dan niet door? Die mafkees laat mij maar benzine verkwisten, laat ons maar draven. En zonet schoot me te binnen waarom dit verhaal Bloedig verhaal heet. Dat stuk krapuul stuurt natuurlijk aan op alweer een gewelddadig einde.”

 

Jessica was met opgetrokken knieën tegen een huisgevel gaan zitten en leek te verbouwereerd om ook maar een woord uit te brengen. Goed zo, want de dialoog tussen die bakvis en haar pokdalige pastador (hé, waarom keurt mijn spellingscontrole dit woord goed?) begint aardig op mijn systeem te werken. Laat die Jessica maar haar wafel houden. Het begon zo grappig op 25 februari in deel 1 van dit verhaal met die hansworst van een Jakobus Notredame – neen, bloedworst lijkt mij een betere benaming –  maar intussen lijkt dit nergens meer op. Boring! Komaan, Paolo, zeg wat je te zeggen hebt, maar make it snappy, want ik ben volop bezig met mijn derde dichtbundel. Denk je dat ik tijd te over heb?

 

“We moeten uit dit verhaal zien te geraken, Jess. Eerst zich vrolijk maken over het aarslek van je vader, hem dan laten doodbloeden, vervolgens die bloedneus, als we niet opletten gebeuren er nog meer ongelukken. We moeten die sadist te vlug af zijn. Die kerel is gestoord. Het zou mijn niks verbazen dat hij ons hier zo meteen de liefde laat bedrijven, in het moestuintje achter die haag bijvoorbeeld, om ons vervolgens te doden, of toch één van ons.”

Ik snap wel waar die viespeuk op aanstuurt, maar Jessica is nog minderjarig. Geen seks met minderjarigen in mijn verhaal, kerel. Trouwens, herinner je je niet meer wat ik de vorige keer over jou schreef, dat je geen greintje romantiek in je tagliatelletorso hebt. Terwijl jij daar staat te zeuren bij het binnenrijden van een dorpje, waarvoor ik nog niet eens een naam wil verzinnen, denk jij helemaal niet aan seks. Neen, jochie. Meer zelfs, laat ik je maar impotent maken, wat bij deze aan de lezers kond is gedaan. Wat zou je dan verlangen naar gewriemel tussen de sla en de snijboontjes, als je je plasser niet eens recht kan krijgen? Wees blij dat ik je voor deze schande behoed. Vergeet niet dat deze weblog dagelijks door grofweg 150 mensen wordt bezocht. Misschien is Maaike Moerman wel één van hen, ik weet wel dat je haar meer dan gewoon sympathiek vindt, nu nog niet, maar laat dit verhaal nog een paar duizend woorden duren en het is zover. Ik herhaal: impotent ben je. En geen gemaar.

 

“Mijn vader? Doodgebloed?” Jessica viel in katzwijm, met haar hoofd tegen het rooster van een kelderraampje. Zal ik het een beetje laten bloeden of niet? Zal ik daar eerst een lezersenquête of televoting over organiseren en dan volgende week nog wat verder schrijven aan dit palliatief stukje? Laat maar zitten. Trouwens, die Paolo heeft mij door. De fun is er voor mij een beetje af.

 

Paolo boog zich over zijn gewond vriendinnetje. Hij tilde haar van de grond. Zijn verwilderde ogen verrieden grote schrik. Waarom eigenlijk? Dat hoeft helemaal niet, jij schrikkepiet, want dit verhaal stopt nu.


19:49 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

11-03-05

DE MUUR

U dacht allicht bij mijn vorige post: daar istie weer, die ijdele, zelfvoldane Hoorne met zijn kijk-eens-naar-mij-attitude. U vergist zich, maar omdat u dat toch niet gelooft, heb ik hier nog wat meer van hetzelfde. In het gloednieuwe nummer 9, maart 2005, van DE MUUR, Wielertijdschrift voor Nederland en Vlaanderen, staat mijn verhaal 'De fabel van de leeuw en de wespen', en ik ben er verdomd ontzettend tevreden over.
 
Ik weet niet hoe het met de uwe is, maar mijn dag kan niet meer stuk. Ik ga nu verder met het strelen van het voorplat. Natuurlijk sta ik daarbij voor de spiegel, terwijl op de achtergrond een bandopname met mijn eigen stem te horen is.

18:50 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

09-03-05

VANDAAG MAG U EEN KIJKJE NEMEN IN...

 

...mijn literair fotoalbum


20:44 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

04-03-05

BLOEDIG VERHAAL (DEEL 2 - I)

Jessica Notredame peddelde met haar roze Kettler richting Grote Baan waar haar vriendje Paolo Simoni haar opwachtte. Toen hij haar zag naderen, startte hij zijn spiksplinternieuwe Vespa PX 150, die hij enkele weken eerder had gestolen uit de toonzaal van Luigi Lanterfanti, een ingeweken Siciliaan van een foute clan, een daad waar hij al meteen spijt van kreeg, want vader Gilberto was in een wilde razernij ontstoken toen hij zijn zoon in het holst van de nacht de PX 150 de garage zag binnenrijden.

"Amateur, figlo di una femmina, rotte olijf, wat is me dat voor stuk speelgoed, jij mislukte lasagne, had Lanterfanti echt geen duurdere modellen staan?"

"Maar papa, dit is mijn eerste diefstal, ik ben nog maar een beginnende ladro, ik moet de professione nog leren."

Gilberto Simoni bleek niet onder de indruk van die verzachtende omstandigheden. Integendeel, hij had zijn enige nog inwonende zoon bij de kraag gegrepen en hem opgedragen het er de volgende keer beter vanaf te brengen.

Jessica vond het vreselijk dat Paolito, zoals ze hem liefkozend noemde, zijn bromfiets al startte voor ze hem goed en wel had bijgehaald. Een vluchtige zoen kon er met moeite af, Paolo had geen greintje romantiek in zijn lijf. Vurige Italianen, my ass, dacht Jessica en ze moest glimlachen om de geheimzinnige ziekte van haar vader. Als je het van alle dramatiek ontdeed, was zo’n bloedend gat om nooit meer bij te komen van het lachen, maar als ze ’s avonds met een dweil rondging om de aangekoekte vlekken op vloer of erger nog, tapijt, te verwijderen, vond ze het lang niet zo komisch meer. Dan schreeuwde ze dat hij verdorie harder moest zoeken naar een dokter die hem wél kon genezen. Mensen sturen raketten naar Mars, graven tunnels onder de zee en zijn in staat om levende wezens te kopiëren, maar met het aarslek van ene Jakobus Notredame weet niemand raad. Komaan zeg! Get a life!

Paolo snorde nog steeds voor haar uit op zijn nichtenbrommer. Godver, waarom hield ze eigenlijk van die klootzak? Het antwoord op die vraag was even simpel als complex. Alle meisjes van haar klas bleken dol op hem. Het vriendinnetje te zijn van die nukkige pizzavreter verschafte haar een status die ze een half jaar geleden niet voor mogelijk had gehouden. Ineens was de kleine Jessica met haar sproetensmoel het middelpunt van alle belangstelling. Als Jessica een trui kocht van het merk huppeldepup, dan liepen één week later alle meisjes en janetten ook met zo’n trui rond. Als Jessica de nieuwste van Britney Spears maar niks vond, reken dan maar dat het geen hit werd in Herk-de-Stad en omstreken.

Die middag zat het er bovenarms op tussen Jessica en haar Paolo. Naar haar smaak had hij op weg naar de speelplaats iets te uitbundig gedold met Maaike Moerman, een wicht van 5LTMT dat vorige maand met haar ouders was teruggekeerd uit Amerika, waar haar vader iets belangrijks deed. Maaike had van Moeder Natuur alles meegekregen wat een meisje maar kon wensen, inclusief een stel hersenen en het obligate schoonheidsfoutje dat het verschil maakt tussen een Barbie uit de speelgoedwinkel en een Barbie van vlees en bloed. Het schoonheidsfoutje bij Maaike Moerman bestond erin dat ze wenkbrauwen had waarmee Jessica’s vader in een mum van tijd alle straatgoten van Herk-de-Stad zou kunnen schoonvegen. Man, had die Maaike een wenkbrauwen. Jessica begreep niet waarom ze die twee poedels boven haar ogen niet met een schaar of tondeuse te lijf ging. In de menigte had Jessica gezien hoe Paolo steels op Maaikes rug tikte, waarna hij snel wegrende, maar niet snel genoeg opdat ze hem niet op haar beurt kon tikken, en dan hij weer, en dan zij weer, de trappen af, tot ze beneden op de speelplaats stonden uit te hijgen als twee hyperkinetische puppies. Ach zo, die macaronimacho kon blijkbaar goed opschieten met Miss Moerman. Jessica naderde Paolo ongemerkt in de rug en trok keihard aan zijn rechter oorlel. Dat had ze beter niet gedaan. In een reflex stootte Paolo zohaast nog harder met zijn elleboog naar de belager achter hem. Gevolg: een bloedneus en een ernstig vermoeden van dentale schade. En nog het ergst van allemaal, die in een onbedaarlijke lach schietende bitch van een Moerman die nog steeds als een loopse teef rond haar lief stond te huppelen. Paolo wist even niet of hij voorrang moest verlenen aan de ernst of het komische van deze situatie. Terwijl hij met een schaapachtige grijns een groezelige zakdoek uit zijn jaszak opdiepte, stoof Jessica in tranen naar het damestoilet om in stilte haar wonden te likken.

Later op de dag, even voor de laatste schoolbel ontving Jessica een sms'je van Paolo…

(wordt vervolgd)


09:30 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

01-03-05

VIJS

Iets kopen boezemt me angst in, zeker als het gaat om een object waarvoor ik diep in de geldbuidel moet tasten. Er scheelt altijd wel wat: een vijsje dat ontbreekt, een functie die niet naar behoren werkt… dan eerst het gehakketak thuis, had je maar dit, had je maar dat, ik had toch gezegd zus, ben je nu nog niet geleerd zo… vervolgens terugrijden naar de winkel, discussie met een zich wellustig in zijn macht wentelende verkoper. Of als het gaat om een ding dat hersteld moet worden: garantie die niet geldt voor uitgerekend dat euvel waar mijn apparaat mee kampt. De waarborg geldt voor het snoer, mijnheer, en niet voor de stekker, en het euvel, dat hebben onze klojo’s in de fabriek in Duitsland na elfendertig manuren, die u ook moet betalen, achterhaald, stelt zich in de stekker en niet in het snoer, het spijt me, ziehier de rekening, daa-aag.

Grote aankopen stel ik zo lang mogelijk uit om die zorgen aan mijn kop te vermijden. Hoe onmaterialistisch ik ook ben, ik kan vreselijk wakker liggen van een vijs die ik niet heb. In een wereld waarin de god die aanbeden wordt een klatergouden rund is, zie ik achter elke vitrine Ome Dagoberts in wit hemd en lelijke das of veel te vriendelijke verkoopsters met foute mantelpakjes die er alleen op uit zijn mijn geld om te ruilen voor alles behalve kwaliteit. Beroepseer bestaat al lang niet meer. Alleen al om dat soort besognes het hoofd te bieden zou ik rijk willen zijn: ik koop tien, bijvoorbeeld, opbergkastjes, een niet onaanzienlijke kans dat er eentje tussen zit waarvan geen enkel toebehoren ontbreekt. Uit de negen andere verpakkingen kies ik de mooiste wisselstukken en berg die op op zolder, voor het geval dat... De rest gaat naar het stort. Daar aangekomen bots ik op een man die me gek verklaart omdat ik zo’n schone marchandise weggooi. Hij vraagt of hij enkele plankjes naar huis mag meenemen voor een nieuw hondenhok. Ik stem volmondig toe en ben gelukkig in mijn rol van onbaatzuchtige weldoener. Zo ook de mij onbekende hondenbaas in zijn rol van de al even onbaatzuchtige ‘welgedane’. That makes two of us. En de hond niet te vergeten, want die gaat uiteindelijk met het been lopen.

Tussen Kerst en Nieuw des jaren 2003 vergaarde ik al mijn moed om even te gaan rondkijken in een klein computerbedrijfje. De oom van de uitbater was een vage kennis van mij. Ik vond dat ik hem dat moest zeggen, deze nerd meteen laten voelen dat hij de schande van de familie kon worden zo hij mij een inferieur product aansmeerde. Daar stond ik dan, in een koud schuurtje, op pad gestuurd door mijn kinderen die voortdurend sakkerden op de oude Olivetti, een afdankertje van op het werk, met zijn schamel 2 gigabyte-schijfje en geen cd-schrijver. Ik vond die ouwe bak nog best te doen, lees: had verschrikkelijke angst om een nieuwe computer met ongetwijfeld heel wat ontbrekende of slecht gemonteerde vijsjes aan te schaffen. Ik keerde na ruimschoots inlichtingen te hebben ingewonnen huiswaarts, apetrots, met een reclamefoldertje en een prijslijst die ik allebei zo snel mogelijk liet verdwijnen. Uit het oog, uit het hart. Ik had mijn goede wil getoond en mijn goede wil is véél meer waard dan zo’n nieuwerwets blinkende machine. Kous af, einde verhaal, verder met de dingen des levens en een 2 gigaschijf die al enkele keren helemaal blauw was geweest, de bits en bytes stroomden het floppydesk uit.

Het zou duren tot februari 2005 voor ik er terug kwam. Hé, knul, herken je me nog? In vijf minuten tijd kocht ik een desktop en monitor, had geen andere keus, thuis stonden mijn dochter van 16 en mijn zoon van 14 mij op te wachten, gewapend met respectievelijk slagersmes en elektrische heggenschaar. Mijn zoon is bijna zo groot als ik en heeft schoenmaat 47, zeg ik er even bij om te vermijden dat u mij een mietje vindt. Met een witte vlag uit het autoraam wapperend parkeerde ik op de oprit. Het is OK, jongens, berg die moordwapens maar weer op, netjes op hun plaats, hé, papa heeft een computer gekocht, wordt overmorgen geleverd. Miserie, kom binnen in mijn nederige stulp, dacht ik bij mezelf. En zo geschiedde.

Ergernis 1: Het gezoem. Heb ik nu een computer of een straaljager gekocht? Dat zijn de ventilatoren, mijnheer. De processor heeft afkoeling nodig. Het went wel, dit type valt eigenlijk nog mee, en, onderschat het voordeel niet, voortaan kan u uw haar drogen met de computer. Voor alle duidelijk, het grapje komt van mij. Ondernemers zijn niet grappig, humor en met geile ogen geld bijeen schrapen gaan nu eenmaal niet samen.

Ergernis 2: Bij het overplaatsen van mijn bestanden heeft het computerjoch mijn adresboek laten verdwijnen. Ik heb een kopie op diskette, maar ook die blijkt waardeloos.

Ergernis 3: Mijn oude modem werkt gebrekkig, is niet compatibel met XP, maar dat besef ik eerst niet. Veel gepruts en ellende, systeemherstel, uninstall, herinstalleren … uiteindelijk belandt het Sempron-kreng terug in het schuurtje bij het neefje van mijn verre kennis. Let op man, je krediet slinkt zienderogen, nonkel Jan zal hier van horen, durf ik hem niet te zeggen, want ik heb mijn factuur al betaald. Mijn lot ligt in handen van deze kleine zelfstandige oetlul met vier spraakgebreken en anderhalf varkensoog. De meest recente software voor die modem blijkt het ook niet te doen, in tegenstelling tot wat te lezen staat op de website van de fabrikant. Alweer veel gepruts en ellende, ik kan de modem niet meer uninstalleren, krijg een foutmelding. Het toestel terug in een deken gewikkeld om beschadiging te voorkomen en terug naar het computerukje, gelukkig maar een kwartiertje rijden.

Meer ergernissen: door al het gewriemel is mijn jaar gratis Norton Antivirus om zeep. Proeftijd verstreken luidt de boodschap op mijn scherm. Wat gaan de jaren toch snel tegenwoordig. Dan maar terug die vertrouwde en solide free edition van AVG. Verder, mijn dochter krijgt van een vriendinnetje een simpel word-document toegestuurd naar haar hotmail-adres en kan het niet openen. Service pack gedoe, zegt neefje neringdoener. Mijn pc lijkt wel strenger beveiligd dan het Navo-hoofdkwartier. Wat nog? Illegale software die ik vroeger wel kon downloaden op mijn twee gigaatje, kan ik nu niet meer binnenhalen. Ik kies dan maar voor een legaal equivalent. I fought the law and the law won. Ik ben moegestreden en droom heel even van een solitair leven als schapenneuker in de Schotse Highlands.

Bovendien lijkt dit nieuw beest mij uitermate geschikt om schijfjes te spelen en te branden, om videootjes te bekijken, maar nodigt hij absoluut niet uit om te schrijven. Het is allemaal een beetje flashy en erg onpoëtisch, ook al heb ik uitdrukkelijk niet gekozen voor het model met de ingebouwde lichtinstallatie. De invloed van dit tuig op mijn toekomstig literair werk kan ik op dit moment moeilijk inschatten, maar als ik straks een sonnet schrijf over geworstel met soft- en hardware, weet dan dat het autobiografisch is.

Ik heb gisteren een andere modem gekocht, een Thomson Ethernet. Het ziet ernaar uit dat het dit keer zal lukken, maar ik besef dat ik door dit te schrijven allerlei nieuw onheil over mij afroep.


13:35 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |