26-04-05

GEDICHT

 
EEN ENIG KIND
 
Kijk hoe ik loop op het water zwart als lei.
Zilvervisjes flitsen over de vloer, lichten op
boven onder naast en tussen de maan.

 
Het rad ratelde rond en rond en rond.
Kwam er ooit een einde aan?

 
Jazeker. Altijd.
 
De rode punt hield halt bij een schieter met
zuignappijltjes of een zeepbellenblaasobject.
Ik vroeg en kreeg de goudvis, of beter, mijn moeder
deed het in mijn plaats, met een verontschuldigende
sneer – hij durft niet, mijnheer.

 
Soms haalde de vis de avond, maar meestal niet,
in ons huis kon geen leven aarden. De sanseveria's
stonden te warm en na de zomer moest mijn zus
naar het buitengewoon onderwijs.

 
Laat u niet misleiden door het woord.
Het is niet wat het lijkt.

 
Philip Hoorne
2004
 

(gepubliceerd in Tzum, nr. 26, 2004)


08:49 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

De commentaren zijn gesloten.