27-04-05

ERWTJES

Hugo Hoffmann zat al ruim een kwartier in zijn neus te peuteren. Naast de gebruikelijk groenzwarte materie die je wel eens in neusgaten aantreft, had hij er ook drie erwten, een capsule Imodium, het tweede deel van de dikke Komrij en de gebloemde bh van Lieve, zijn minnares, teruggevonden. Wat een geluk dat zijn vrouw Marie niet thuis was! Hij mocht er niet aan denken! Amai, er had wat gezwaaid! Het was ongetwijfeld zijn beste keer niet geweest! Ze had hem halfdood geslagen! Neen, vermoord had ze hem, want hoelang zocht ze al niet naar dat tweede deel van de Komrij? Hij veegde het boek schoon met zijn zakdoek en zette het op zijn plaats in de boekenkast.

Dat Imodium oraal ingenomen diende te worden wist hij inmiddels. De bh van Lieve gooide hij in de mand met vuil linnen – hij probeerde zich die kinky vrijpartij te herinneren, maar het lukte hem niet. Misschien was er wel een verband met dat gebloemde slipje dat hij vorige week uit zijn oor had gepulkt. Enfin, who cares? In elk geval zou hij de bustehouder niet aan Lieve teruggeven. Mocht dit een lesje in ordentelijkheid wezen, hoe vaak had hij haar al niet gezegd dat ze beter op haar spulletjes moest passen. Trouwens, hij was een beetje kwaad op haar. De pijn aan zijn rectum veroorzaakt door haar polshorloge ging maar niet over. Dit keer vond hij het welletjes. Marie moest die bh maar dragen, ze was toch van plan om binnenkort een nieuwe te kopen, en Lieve en Marie hadden dezelfde maat, het kon allemaal niet beter uitkomen. Het leven is in wezen poepsimpel zolang je er maar met de juiste blik tegenaan kijkt.

Restten nog die drie erwten die hem uitermate intrigeerden. Hoe kwamen die in godsnaam in zijn neus terecht? Hij keek lang en indringend naar de gerimpelde bolletjes op tafel. Het moest in zijn slaap gebeurd zijn, dat kon niet anders. De mate van verrimpeling verried dat ze er al een tijdje zaten. Leek hem plausibel, want hij kon zich de tijd niet herinneren dat Marie nog eens erwtjes had klaargemaakt. Eén van die drie erwten was bijna zo groot als de twee andere samen, en die ene grote had hij teruggevonden in zijn linker neusgat en de twee kleinere in zijn rechter. Wie hem dit ook gelapt had, het was iemand met gevoel voor symmetrie. Ongetwijfeld een evenwichtig persoon, maar niet van de snuggerste, want iemand die het snode plan opvat om erwten in andermans neus te douwen en daarbij oog heeft voor gelijke verhoudingen, kiest voor een even aantal erwten, liefst van gelijke grootte. Dit bracht Hugo op een nieuwe denkpiste. De dader had de tijd niet gehad om zijn erwten met zorg te selecteren, zowel naar aantal als naar vorm. Hier was sprake van een impulsieve daad. Of een vlaag van zinsverbijstering. Of ontoerekeningsvatbaarheid. Of een tekort aan erwten van gelijke grootte. Of een tekort aan erwten tout court.

Ineens wist hij het. Tijdens het invoeren van de erwten werd de dader op heterdaad betrapt. Dat hij daar niet meteen aan gedacht had! Wie weet hoeveel erwten hij in zijn neus had gevonden indien de boosdoener ongestoord zijn gang had kunnen blijven gaan. Wellicht had die schurk vervolgens ook zijn mond volgepropt waarna een langzame verstikkingsdood zou volgen. Hugo Hoffmann ontstak in een stille razernij. Hij zou niet rusten vooraleer hij deze duivelse geest te pakken kreeg. Zijn hersenen draaiden op volle toeren. Een plan moest hij bedenken, een waterdicht plan om het hem gedane onrecht te wreken. Hij hoorde Marie thuiskomen. Snel stopte hij de erwten in zijn navel. Dat leek hem voorlopig de meest geschikte plek om het bewijsmateriaal ongeschonden en buiten het bereik van potentiële verdachten te bewaren.


09:17 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

26-04-05

GEDICHT

 
EEN ENIG KIND
 
Kijk hoe ik loop op het water zwart als lei.
Zilvervisjes flitsen over de vloer, lichten op
boven onder naast en tussen de maan.

 
Het rad ratelde rond en rond en rond.
Kwam er ooit een einde aan?

 
Jazeker. Altijd.
 
De rode punt hield halt bij een schieter met
zuignappijltjes of een zeepbellenblaasobject.
Ik vroeg en kreeg de goudvis, of beter, mijn moeder
deed het in mijn plaats, met een verontschuldigende
sneer – hij durft niet, mijnheer.

 
Soms haalde de vis de avond, maar meestal niet,
in ons huis kon geen leven aarden. De sanseveria's
stonden te warm en na de zomer moest mijn zus
naar het buitengewoon onderwijs.

 
Laat u niet misleiden door het woord.
Het is niet wat het lijkt.

 
Philip Hoorne
2004
 

(gepubliceerd in Tzum, nr. 26, 2004)


08:49 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

22-04-05

IN ONZE REEKS 'NOG NIET ZO OUDE CHINESE GEZEGDEN'


"Wie in de Blico een touw en een dakgebinte gaat kopen, is waarschijnlijk van plan om zich op te knopen."

08:58 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

21-04-05

GEDICHT

 

VAN ZWEMMER TOT MOL

 

Ik waad door alsmaar lager water,

zo laag al dat het lijkt of ik een landman ben.

Zeg maar dag tegen de nattigheid, modderpootjes,

open mond. Nog even en je gaat ondergronds:

eerst een kruipdier, dan een mol.

 

Een mol?

Lieve-hemel-(ik-zal-je-nooit-vergeten-nog-aan-toe)!

Zo'n dommekracht? Dat multipel invalide beest?

Wat die in zijn leven aan aarde verplaatst, hapt een kraan

in de tijd van een spreekwoordelijke boterham.

 

Een bezwarende gedachte die ik best snel verdring,

want ik ben een mol, ik weet niets van kranen.

 

Philip Hoorne

2004

 

(gepubliceerd in De Revisor, 2004, nummer 5/6)


20:58 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

05-04-05

KAROL

Bij het doornemen van de ochtendbladen stuit ik in de Poolse krant Zsjivrien Packzjkies op een interview met een ex-liefje van de paus. Daarin antwoordt de genaamde Wislawa Bieckborski bijzonder openhartig op vragen over haar gewezen minnaar Karol Wojtyla, zoals iedereen weet de echte naam van de pas overleden paus Johannes Paulus II.

"Niettegenstaande mijn uithangborden net onder mijn kin hingen, gleed hij toch altijd naar mijn kruis toe," zegt ze, "maar de diepere betekenis daarvan ontging me toen, ik was nog zo’n jong en onschuldig ding. Hij wilde ook nooit een condoom gebruiken, vond hij niet naturel. En dat terwijl andere jongens van zijn leeftijd, om indruk te maken op de meisjes, heel uitdagend condoomverpakkingen in hun bakfiets lieten rondslingeren."

"Toen hij jurken begon te dragen, nam mijn moeder me even terzijde. Wiske, zei ze, ik denk niet dat dit de gepaste jongen voor je is. Uiteindelijk maar goed dat onze relatie op de klippen liep. Ik had me nooit thuis gevoeld in dat Vaticaan, veel te groot, al dat poetswerk. Als Karol ruim wil wonen, is dat zijn zaak, maar ik prefereer een knus fermetteke."

Vandaag vertrekt Wislawa Bieckborski naar Rome samen met haar oudste zoon Karol jr. Ze vindt dat hij de nieuwe paus moet worden, dat het een vader op zoon overdraagbaar ambt moet worden.

"Als kind hield hij al van verkleedpartijtjes en de hele tijd liep hij met een omgekeerd fruitschaaltje op zijn hoofd. Hij spreekt veel talen maar articuleert slecht, en als hij bloemen krijgt, zegt hij altijd dank u. Helemaal zijn vader. Hij, en niemand anders, moet de nieuwe kerkvader worden. Johannes Paulus II jr., zo zal hij heten. Zo’n jongen kan toch niet blijven leven van een werkloosheidsuitkering, en dat met een universitair diploma op zak? Dat zullen die kardinalen wel begrijpen, het zijn allemaal verstandige mensen, toch? En als ze niet willen luisteren, krijgen ze een zwieper van mijn uithangborden, die door toedoen van de zwaartekracht nu ongeveer hangen waar de jonge Karol destijds altijd naartoe wilde. God hebbe zijn ziel. Maar dat zal wel."


16:39 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

04-04-05

J.C. BLOEMPRIJS

Hebben wij niet stilaan genoeg van die Hagar Peeters met haar afstandelijk airtje, Emma Peel-look en streepjeskousen, hoorde ik een ietwat oudere dame na afloop van de J.C. Bloemprijsuitreiking zeggen tegen de man die haar vergezelde. Hoe gemeen kunnen mensen zijn. Hagar Peeters heeft terecht deze prijs gewonnen, terecht omdat de jury dat zo beslist heeft. Zolang er literaire prijzen zijn zullen er ook literaire jury’s zijn. We hadden het pleit ook kunnen beslechten met een wedstrijdje 110 meter horden lopen, maar ook dan had ik de prijs niet gewonnen. Neen, dan maar een jury. Die bestond uit de voortreffelijke dichters Jean-Pierre Rawie en Ruben van Gogh en een plaatselijke politica, die wegens ziekte verstek moest geven.

Eveneens afwezig was Marjoleine de Vos, één van de vijf genomineerden. Gastheer Remco Heite somde ter inleiding op voor welke prijzen deze dichteres in het verleden genomineerd werd, in welke jury’s ze zoal zetelde, en wat voor connecties er waren met de genomineerden voor deze tweede J.C. Bloemprijs. Ellenlange waslijsten. Bovendien is ze de wederhelft van een man die ook literair actief is. Heite liet het woord inteelt vallen. Mijn naam bleef onvermeld. Ik ben onbevlekt. Propere handen. Met mijn eerste bundel Niets met jou werd ik genomineerd voor de Vlaamse Debuutprijs, maar dat is een prijs waar proza en poëzie met ongelijke wapens tegen elkaar moeten opboksen en dus niet ernstig te nemen. Een nieuwe nominatie voor mijn tweede bundel Inbreng nihil, het deed mij warempel plezier en de twee eindeloze treinritten leken toch niet zo eindeloos. Zij die destijds per ijzeren weg naar Auschwitz gedeporteerd werden, die mochten het woord ‘eindeloos’ gebruiken, maar deze jongen moest niet zeuren. Wat een mens niet allemaal denkt om een beetje vrolijk te worden. Bovendien, bij de beste 5 bundels op 17 inzendingen, het had slechter gekund. Lieden van het Vlaams Fonds voor de Letteren die mij een stimuleringsbeurs weigerden, en 2 van de 3 lectoren van het Provinciebestuur West-Vlaanderen, die mijn werk ook maar niks vonden, eat allemaal jullie heart out. Ga bieten rooien, start een kruidenierswinkeltje, schrijf jullie nu alvast in voor de eerste commerciële ruimtevlucht, maar blijf ver weg uit de buurt van de poëzie.

Het interview met gastdichteres Neeltje Maria Min verliep stroef, en dat is een understatement bijna zo groot als het ego van Hugo Claus. Ze las enkele gedichten en ook daar spatte de goesting niet van af. Volgende op de praatstoel was de Vlaming Bart Meuleman. Hij antwoordde kort en keurig op de hem gestelde vragen en mocht vervolgens ook wat lezen. Belinda Terlouw van het voortreffelijke organisatiecomité las drie gedichten van de afwezige Marjoleine de Vos en vervolgens was het de beurt aan Peer Wittebols. Een toffe peer, die Peer. Ik kende hem niet, maar met zijn laatste gedicht bracht hij me enorm aan het lachen. Het decor, een statige zaal van Villa Rams Woerthe te Steenwijk, leende zich niet om schaterlachend over het vasttapijt te rollen, maar Hun hebben Toontje doodgeschoten, zo heette het klankrijke, met brutale humor gekruide gedicht, zorgt in elk literair café gegarandeerd voor vuurwerk.

Na de pauze was het mijn beurt. Ik antwoordde veel te openhartig op de vragen van de moderator en oogstte veel bijval met mijn Bloem-parodie. Harold, mijn uitgever, keek goedkeurend toe. De uitgevers van de andere genomineerden bleken afwezig. Hagar Peeters mocht het rijtje sluiten en even later de prijs in ontvangst nemen.

Na met hem het graf van Bloem bezocht te hebben, beleefde ik nog een gezellige avond bij de aardige heer Dorman en zijn leuke echtgenote Hermie.


11:33 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |