09-05-05

DAT HEET DAN GELUKKIG ZIJN (1)

Ignace Rondeel wilde enkele uren voor de werkweek er op zat nog snel de topgevel van een verbouwd herenhuis een laatste verflaag geven, toen hij struikelde en een ladder op zijn hoofd kreeg. Niet zo’n aluminium vrouwenladdertje maar een robuuste houten knaap – Ignace hield van degelijk alaam – waarmee je, mits het uitschuiven van de verlengstukken van tweemaal dertien sporten, bijna aan God zijn gat kon krabben. Dit banale voorval veranderde zijn leven zowel in negatieve als positieve zin. Na ontslag uit het ziekenhuis bleek Ignace een beetje kierewiet, maar precies dankzij die kierewieterij voelde hij zich gelukkiger dan ooit tevoren.

Enkele weken voor de wereldwijde herdenking van de geboorte van een bijzonder kind dat het levenslicht eerst niet kon zien omdat een os, een ezel en enkele sinterklazen hem het zicht belemmerden, werd ergens op onze globe Ignatius Willem Rondeel geboren. Ook hij kon aanvankelijk niet veel van zijn omgeving zien, niet alleen omdat aan zijn ene kant tante Irma met haar ezelsoren en aan de andere kant tante Magda met haar ossenknieën – en allebei zo breed als een olifant in een skipak – het zonlicht tegenhielden, maar om de eenvoudige reden dat de zon in die periode rond de jaarwisseling nauwelijks scheen, en dat de komende weken – tot een flink end na Nieuwjaar – amper zou doen. Het regende heel de maanden december en januari, en als het niet regende, dan hagelde het, en als het niet hagelde, dan sneeuwde het – niet van die witte vlokjes die je wel eens in Disney-films ziet, maar grijsbruine klodders die smolten nog voor ze het aardoppervlak bereikten. Het duurde tot midden februari vooraleer Ignace een eerste keer buiten kwam. De zon scheen, o wat scheen de zon fel die dag, zo fel dat Ignace er pijn van kreeg aan zijn oogskens en blèrde dat hij terug naar binnen wilde, wat zijn moeder Anna dan ook prompt deed, want ze kon geen geblèr uitstaan, niet van geiten, niet van kinderen in het algemeen en zeker niet van haar eerstgeboren spruit Ignace. Laat we dit creatuur voortaan Iggy noemen, want Ignace, dat is als voornaam wel heel erge koude kak. Neen, toch liever geen Iggy, doet mij teveel denken aan de zingende gespierde stylo, Iggy Pop. Weet je wat, laten we Ignace Jos noemen, een Nederlandse naam waar je ten allen tijde mee onder de mensen kunt komen, behalve als je Jos Willem Rondeel heet, want Jos, zoals ik al zei toen hij nog Ignace heette, hield niet van zonlicht en buitenlucht.

(wordt vervolgd)


16:22 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

De commentaren zijn gesloten.