23-05-05

DAT HEET DAN GELUKKIG ZIJN (5)

- vervolg van Dat heet dan gelukkig zijn (1), (2), (3) en (4) -
 

Ignace Rondeel zat geknield naast zijn bed. Van op de rug gezien leek hij een man in gebed, maar dat mes en die vork in zijn handen deden een argeloze toeschouwer wis en zeker twijfelen aan het religieuze gehalte van dit tafereeltje. Op de gebloemde bedsprei lagen een zoutvaatje en een pepermolen. Ignace wilde zijn bed opeten. Giechelend als een schoolmeisje tijdens een biologieles over de menselijke voortplanting, prikte hij met zijn vork in de matras terwijl hij met het mes probeerde om er stukken af te snijden, maar – zoals u allicht niet weet, maar neem het gerust van mij aan – zo’n matras is nogal taai en dat snijdt niet makkelijk. Al snel gaf Ignace er de brui aan. Ontgoocheld gooide hij het bestek in een hoek van de kamer en raakte daarbij ei zo na de vogelkooi met de dode mus.

 

Vorige week had Ignace in het stadspark een dode mus gevonden. Irene vertikte het een kooi te kopen, maar toen hij maar bleef zeuren en uiteindelijk op zomaar een middag van pure razernij zijn hoofd in de kom met spaghettisaus doopte, besefte ze geen andere keus te hebben. Haar man bleek over een grenzeloze energie te beschikken die ze niet in hem vermoedde, een vitaliteit die zij daarentegen nooit had bezeten en ook nooit zou bezitten. Ignace was blij met zijn dode mus. Hij kon er wel twee minuten aan een stuk naar kijken, maar dan rende hij weer het huis door en hoorde ze hem nu eens rommelen op zolder (dood aan de spoken!) dan weer de kelder instuiven (meisjes, ik kom jullie bevrijden!) of bevond hij zich in de tuin, rollend en dollend op het gazon, alwaar hij samen met de hond aan zijn ballen likte. Hoe vaak had ze hem al gezegd dat dit niet betaamde. En dat bovendien die hond maar aan zijn eigen ballen moest likken. Ignace hoorde het niet, hij ving klanken op, maar die waren zonder betekenis. Aan Irene’s gezicht kon hij wel zien of ze iets al dan niet leuk vond, of ze blij of boos was. Maar hey, waarom rolde ze ook niet ballenlikkend over het gras? Is leuk toch! Waarom speelde ze niet mee? Waarom sneed ze de matras niet in kleine stukjes zodat hij die beter kon kauwen? Waarom kocht ze geen zaad voor zijn dode mus? Waarom deed die vrouw altijd zo vervelend, waarom moest zij altijd de spelbreker zijn, waarom zat ze soms in een hoekje te huilen? Waarom bleef ze altijd in zijn buurt als ze toch niet deed wat hij van haar verlangde, waarom liet ze hem niet met rust, ze liet de dode mus wel met rust! Moest hij dan ook eerst dood zijn vooraleer ze hem met rust zou laten?

 

(wordt vervolgd)

20:38 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

De commentaren zijn gesloten.