19-06-05

GEDICHT

 

IK MAN, WEIMAN

 

Met zijn drieën: eentje roteert boven mij als een te zwaar

opgetilde baby, een tweede perst haar rug in het smetteloze wit,

de derde kromt zich als een gewillig dier op handen en knieën.

 

Vastgeklonken aan de mast van het piratenschip, snokkende

lenden, ranke hals, lange lichte lustopwekkende lokken.

Deze jongen kon niet slapen en uur na uur nog veel minder.

 

Kleuren bestonden niet, behalve zwart en wit en vele

tinten grijs, die later als niet-kleur werden ontmaskerd

en verbannen naar het archief van de man met de stofjas.

 

Behoed mij voor een overkill aan lillend vlees en octopussen,

er moet een hesje op de huid. Bij de laatste noot staarde ze

hulpeloos naar boven: haar beide schouders waren helemaal bloot.

 

Philip Hoorne

2005


11:54 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

De commentaren zijn gesloten.