27-07-05

VAN SMALL TALK TOT BALLOTAGE

 

VAN SMALL TALK TOT BALLOTAGE

De invloed van popmuziek op poëzie. Een voorbeeld.
 

In de door Gerrit Komrij samengestelde bloemlezing Komrij's Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten die begin 2004 werd uitgegeven, staan drie gedichten uit mijn debuutbundel Niets met jou. Eén van die gedichten is Ballotage.
 
Het zijn niet de kleurrijk verpakte dromen
die hij je schenkt met je verjaardag,
niet het bloemenabonnement
de half toegestoken hand,
een slap om je middel geslagen arm
of zakken vol poen,

 
maar heel eenvoudige woorden
nauwelijks verstaanbaar gefluister,
een half gemiste zoen
kleine bekentenissen in het duister,
zachtjes likken aan je ene tepel
zoeken naar de andere.

 
Dit amper durven.
 
Dit gedicht werd door de redactie van het literaire e-zine Meander verkozen tot gedicht van de maand juli 2002. In haar analyse schrijft redactrice Milla Van der Have: ‘Ballotage is een helder gedicht, dat zich eenvoudigweg laat samenvatten als 'Het zijn de kleine, onverwachte dingen die het 'm doen'. Ook in de liefde (…) Het zijn niet de 'kleurrijk verpakte dromen', niet de bloemen en al helemaal niet de 'zakken vol poen'. Nee, het zijn juist de intieme momenten, waarin die ander zich laat kennen als iemand met veel minder bravoure. Niet iemand van lange, romantische volzinnen, maar iemand van 'eenvoudige woorden', die dan ook nog eens amper verstaanbaar zijn. Ook op lichamelijk gebied hebben we te maken met een schuchter persoon: 'zachtjes likken aan je ene tepel / zoeken naar de andere// Dit amper durven' (…) Het is dit amper durven dat uiteindelijk de ballotage doet doorslaan.’
 
Een fraaie en voor de hand liggende ontleding van een inderdaad heel eenvoudig en helder gedicht: de opsomming van enkele nietes en enkele welles gevolgd door een magnifiek slotvers, al zeg ik het zelf. Ik herinner me dat ik dit gedicht met één pennentrek op papier zette, en niettegenstaande de onbetwiste poëtische kracht twijfelde ik toch even. Woorden van extreem grote eenvoud die zich in een mum van tijd tot een gedicht groeperen, kan dat wel hoogstaande poëzie zijn? In zijn essay Over het maken van een gedicht, uit de schitterende bundel Al die mooie beloften, vertelt Rutger Kopland over de totstandkoming van het gedicht Geen gezicht, geen handen, geen haar, en altijd. Twee maanden doet hij er over. Ik mag graag aannemen dat Kopland tezelfdertijd aan meerdere gedichten werkt, anders ligt zijn productie wel bijzonder laag. Trouwens, het gebeurde tijdens die eerste maanden als publicerend dichter wel vaker dat een klein meesterwerk zomaar uit mijn vinger vloeide, maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat die gave afneemt naarmate mijn oeuvre omvangrijker wordt. Elk gedicht dat je hebt geschreven, kan je niet meer schrijven, en steeds maar mezelf herhalen, daar pas ik voor.
 
Waar komt een gedicht vandaan? Dichters weten het meestal wel, soms ook niet. Inspiratie, om dat vreselijke woord maar eens te gebruiken, vliegt je van alle kanten tegemoet. Wat maakt dat je die woorden neerschrijft en geen andere? Interessante vraag. Ik had mijn gedicht Dochter allicht niet geschreven indien ik er zelf geen had; Roots, uit mijn tweede bundel Inbreng nihil, is ontstaan op een trein die van Den Haag naar Kortrijk snelde terwijl ik, grasduinend in een bundel van Hugo Claus, de aandrang voelde om aan het witte blad toe te vertrouwen dat ik me geen typisch Vlaamse boompje-blaadje-akker-dichter voel, waarmee ik niet zeg dat Claus dat wel is. Ik bedoel gewoon maar: Roots ontstond door het samengaan van bepaalde elementen op dat welbepaalde moment. Een treinrit naar Parijs in het gezelschap van een bundel van een andere dichter had misschien ook wel tot een gedicht geleid, maar dan alleszins een ander dan Roots
 
Lezers en critici zijn vaak benieuwd naar de ontstaansgeschiedenis van een gedicht. Er zijn dichters die daar niet moeilijk over doen en bij hun werk allerlei randinformatie verstrekken. Ingmar Heytze sluit zijn bundel Het ging over rozen af met een verantwoording van twee volle pagina's waarin hij zijn lezers uitgebreid laat weten hoe bepaalde gedichten zijn ontstaan. Zelf ben ik van oordeel dat de dichter de mysterieuze aura die sowieso al omheen poëzie hangt niet hoeft te schenden, behalve als het een 'vertaling' van een andere kunstvorm betreft – bijvoorbeeld een gedicht bij een schilderij of beeldhouwwerk – of als het gaat om een parodie die niet ten volle kan gesmaakt worden als de lezer het geparodieerde origineel niet kent. Laat de dingen maar hun geheimzinnigheid. De kracht van de woorden die samen een gedicht uitmaken is het enige wat telt. Ik wil als dichter beoordeeld worden op mijn gedichten, nevenaspecten zijn minder relevant. Wat biografen en poëzieduiders na mijn dood zullen uitkramen laat me koud, al sluit ik niet uit dat dit nog kan veranderen eenmaal ik de man met de zeis in de smiezen krijg.
 
Principes zijn er om met een zekere regelmaat tegen te zondigen. Daarom neem ik u even mee terug in de tijd, naar de verloskamer waar het bejubelde Ballotage het levenslicht zag, een gedicht dat ik nooit had geschreven indien ik Small talk nooit had gehoord.
 
In 1991 bracht de Zweedse popgroep Roxette de cd Joyride uit. Het titelnummer was een gigantische hit. Op dit album staan nog tal van andere pareltjes: de ballads Fading like a flower en Spending my time, het up-tempo The big L, het catchy Church of the heart en niet in het minst Small talk, een lied over het dagdagelijkse gekeuvel tussen man en vrouw als de ideale barometer voor de liefde.
 
It's not the chapters he reads when you're feeling low down
It's not the touch of his skin when you kiss him goodnight
It's not the money he spends when you want to buy a daydream
And not that miracle smile that makes the sky bright

 
It's not the way his hands behave
When you've turned out the light

 
It's the small, small small talk that makes it all happen
Small, small small talk that makes you want to fly, yes it does

 
It's not the way he believes in you like a religion
It's not the thrill that you get when he's holding you tight

 
It's not the way his eyes persuade
You to stay the night

 
It's the small, small small talk that makes it all happen (just like that)
Small, small small talk that makes you feel like flying, yes it does

 
Information, heart and soul, a whisper, a word
Confessions that have to be heard
Small small talk

 
Come on now, come on now
Come on - you make it rock so heavenly
Come on now, come on now
Come on - you seem to talk so heavenly

 
Big words...
Small talk...

 
It's not the way his eyes persuade
You to stay the night

 
It's the small, small small talk that makes it all happen
Small, small small talk that makes you feel like flying, yes it does.

 
Liedjesteksten zijn zelden wereldpoëzie. Het gaat mij ook altijd in de eerste plaats om die rilling over mijn rug die veroorzaakt wordt door de muzieknoten, de tekst vind ik eerder van ondergeschikt belang. Small talk had nooit de onbewuste inspirator voor Ballotage kunnen zijn, indien ik niet sterk onder de indruk was geweest van de schoonheid van dit popdeuntje. Het is ook maar na herhaaldelijk beluisteren dat diep in mij een gedicht begon te kiemen. Muziek die mij niet aanspreekt kan nooit de voedingsbodem zijn voor poëzie, omdat ik die ofwel meteen uitzet, ofwel over mij heen laat waaien.
 
De gelijkenissen tussen mijn gedicht en het nummer van Roxette zijn treffend, maar dat zijn ook de verschillen. Marie Frederiksson stelt in Small talk duidelijk wat ze wel en niet van een man verwacht. Voorlezen uit een boek als ze zich wat neerslachtig voelt hoeft niet echt, een stralende glimlach of allerlei gedoe voor het slapengaan al evenmin. Ze raakt niet onder de indruk als een man haar stevig tegen zich aan drukt, of haar met zijn ogen bezweert om samen de nacht door te brengen. Een Zweedse ijsklomp, die Marie! Hij hoeft zelfs niet in haar te geloven als in een religie, en geld of geschenkjes spelen al helemaal geen rol. Het enige wat telt voor haar zijn de dagdagelijkse babbeltjes.
 
Die negaties komen ook voor in de eerste strofe van Ballotage. Ik hekel de tactloze kinkel die zijn vrouw met haar verjaardag een duur maar zielloos cadeau schenkt, b.v. het befaamde bloemenabonnement – kan zijn liefste zelf op gezette tijden naar de bloemenwinkel hollen! – en daarmee tracht te verdoezelen dat hij haar de rest van het jaar onheus behandelt. De half toegestoken hand en de slappe arm verwijzen naar hoe dergelijke koppels zich en public gedragen. Niemand mag merken dat zij levenslang tot elkaar veroordeeld zijn en aan elkaar vastgeklonken middels hun trouwringen en de gemeenschappelijke bankrekening met wederzijdse volmacht. Diametraal daartegenover staat de zachte, tedere liefde die ik in de tweede strofe beschrijf. Het tweede en vierde vers van deze strofe tonen aan dat ik even leentjebuur heb gespeeld bij Roxette. Geef toe, had ik het u niet gezegd, u had het nooit geweten.
 
Is het zo eenvoudig, poëzie? Voor de criticasters die van plan zijn om straks ter kwader trouw rond te bazuinen dat Hoorne zijn dichies overpent uit songteksten, wil ik duidelijk stellen dat Ballotage het enige gedicht is waarvan ik me bewust ben dat het door een liedjestekst is beïnvloed, en door wélke liedjestekst. Trouwens, ik volg die hele muziekbusiness al lang niet meer van dichtbij. Dat ik een cd uit het jaar '91 tien jaar later voor het eerst helemaal beluisterde, is in dit opzicht veelbetekenend. De knop van de hifiketen staat bij mij hoe langer hoe meer op off, geen gewilliger muze dan de sound of silence. En mocht ik dan toch stiekem met mijn neus in stapels songteksten zitten, dan nog is het niet evident om daar poëtische meesterstukjes uit los te pulken. Als je als dichter op slinkse wijze wilt 'stelen' of de poëzie die diep in je eigen lijf huist omhoog wilt wrikken met externe hulpmiddelen, dan neem je best een verkwikkend bad in het werk van collega's, in plaats van bezig te zijn met holle songteksten die vaak niet meer zijn dan op een hoop gegooide clichés met veel oooh, aaah en lalala. Ook de woorden van Small talk zijn banaal. Desalniettemin gaat mijn dank uit naar Per Gessle, de frontman van Roxette die ze op papier zette, en zonder dat hij het ooit zal beseffen aan de grondslag ligt van een halve bladzijde in Komrij's Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten.
 
Philip Hoorne
2004

10:56 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

Commentaren

Swedish Design Ach, Philip Hoorne... Ik zou toch heel goed oppassen met die doorgedreven analyses van eigen gedichten. Soms toon je net het omgekeerde aan van wat de bedoeling was. Kun je een wereldtekst schrijven op basis van een prullerig liedje van een 'Swedish designer' popgroepje? In het nederlandstalig taalgebied kan dat blijkbaar wel. Daar wordt zo'n kauwgombaltekstje aanzien als 'grote' poëzie. Een heikel punt snijd je daar volgens mij aan... Vooreerst is de genaamde confectiepopgroep voor mij het summum van banaliteit en futiliteit. Dan nog liever die andere Zweedse variant uit de jaren '70, want die hadden tenminste af en toe nog een goed moment. Ten tweede vind ik het eruit voortgevloeide gedicht ook niet echt de max... Naar analogie van het origineel een beetje een slijmerig gedichtje als je het mij vraagt. Wel tof dat je toegeeft dat je de eerste strofe bijna letterlijk van hen gejat hebt. Je moet ervoor durven uitkomen, vind ik. Ten derde toon je met je stuk vooral aan dat ook Komrij af en toe de bal eens misslaat in zijn bloemlezingen... Met alle respect, ik vind de ontleding van je gedicht 'Ballotage' maar niks. Je had het beter zo gelaten. Dichters behoren hun eigen gedichten trouwens niet zelf te analyseren.

Gepost door: Peter Wullen | 29-07-05

Opinions... ... are like assholes, everyone has one.

Gepost door: Philip | 31-07-05

Aardig en dan niet meer... Laat ik stellen dat ik 'Ballotage' eerst gewoon een 'aardig' dichie vond, maar na het lezen van het artikel van Hoorne en het zelfgenoegzaam toontje van datzelfde artikel, vond ik er helemaal niks meer aan. Tsja...

Gepost door: Peter Wullen | 01-08-05

... 1. Dat klinkt als 'Eerst vond ik dat best een mooi liedje van dat zangeresje, maar toen ik op TMF zag dat ze geen borsten had, vond ik er geen zak meer aan.'

2. Ik klink soms wel zelfgenoegzaam, maar in het echte leven ben ik het helemaal niet. En ook dit klinkt zelfgenoegzaam. Mijn stelling klopt dus.

3. Ik gebruik mijn weblog om mezelf te promoten, is daar iets mis mee? Als je de ironie en zelfspot die ik in mijn berichten stopt niet opmerkt, is dat jouw probleem.

4. Natuurlijk ware het 'cooler' geweest uit te pakken met Joy Division of iets van die strekking, maar van alle liedjes die dit kauwgomfabriekje gemaakt heeft, vind ik er nu toevallig enkele mooi, sorry hoor.

5. Komrij laat weten dat hij, nu hij weet dat hij de bal heeft misgeslagen, zich stante pede zal opknopen. Met mijn excuses aan de heer Wullen, voegt hij er aan toe. Bij deze overgemaakt.

6. Ga gedichten schrijven.

Gepost door: Philip | 01-08-05

Oooooo ironie.... O, ik had de ironie wel opgemerkt, hoor, je hebt Komrij gewoon in het ootje genomen met je dichie, oplichterdichter...

Gepost door: Peter Wullen | 01-08-05

Oooooo ironie.... O, ik had de ironie wel opgemerkt, hoor, je hebt Komrij gewoon in het ootje genomen met je dichie, oplichterdichter...

Gepost door: Peter Wullen | 01-08-05

De commentaren zijn gesloten.