09-10-05

1 JAAR POËZIERAPPORT

Op 1 oktober was het precies één jaar geleden dat ik de eerste recensie plaatste op het door mij ontwikkelde weblog Poëzierapport. De redactie bestond aanvankelijk uit Tania Donker, Karel Smits en mezelf. Kwatongen beweren dat Donker en Smits fictieve medewerkers waren. Hoe dan te verklaren dat Karel ook redacteur was en nog steeds is van Rottend Staal? In elk geval stierf het triumviraat een snelle doch gewisse dood. Meer uitleg hierover doet niets ter zake.

 

Net op het moment dat ik besefte de site niet alleen draaiende te kunnen houden – kwaliteit zou altijd ten koste gaan van kwantiteit en omgekeerd, en ik had geen zin om elk vrij moment te vullen met het schrijven van poëziebesprekingen – kreeg ik hulp aangeboden. Die hulp aanvaarden betekende het verlies van mijn autonomie. Op mijn eigen geesteskind zou ik teksten moeten plaatsen waar ik misschien zelf niet achter stond. Dichters waar ik van hield zouden door medewerkers kritisch worden besproken, en vice versa. Ik ben niet echt een teamspeler, maar op de een of andere manier trok een samenwerkingsverband mij toch aan, being one of the boys. Het was ofwel bekwame medewerkers toelaten, ofwel in mijn eentje aanmodderen op een webstek die maar heel sporadisch eens geüpdatet zou worden. Aan de andere kant kreeg ik besprekingen in de schoot geworden van bundels die ik zelf nooit zou lezen, van dichters die ik niet of nauwelijks kende. Na Chrétien Breukers en Patricia Lasoen, die een verschillende, maar elk op hun manier deskundige en aantrekkelijke schrijfstijl hebben, kwamen er nog recensenten bij. U vindt hun namen bovenaan de site. Ik ben veelal tevreden over hun bijdragen. Let wel: niet elke hond met een hoedje op kan erbij horen, ik heb al zichzelf aanprijzende would-be recensenten wandelen gestuurd, op een vriendelijke doch kordate manier. Enkele medewerkers moeten hun eerste bespreking nog leveren, anderen doen heel sporadisch eens iets, maar erg is dat niet. Het motto van Poëzierapport luidt: geen druk, geen deadlines. Het moet leuk blijven, zeker zolang het vrijwilligerswerk is. Zelf wil ik meestal alleen maar bundels doen die ik zelf graag lees en dat geldt eigenlijk ook voor de anderen. Ook met een ploeg van tien man/vrouw moet er selectief te werk gegaan worden. Als wij al eens een bundel niet bespreken komt dat niet door desinteresse maar wel door tijdgebrek.

 

In tegenstelling tot wat sommigen denken, vind ik het niet leuk om lage cijfers toe te kennen, of lage cijfers van andere redactieleden te posten. Een positieve bespreking doet mij altijd meer plezier dan een negatieve, de poëzie promoten is het doel. Ik kan u verzekeren dat het niet prettig is om op vrijdag dichter X te ontmoeten, op zaterdag een weliswaar niet door mij geschreven spijkerharde bespreking van de laatste bundel van dichter X te plaatsen, en enkele dagen later dichter X opnieuw tegen het lijf te lopen. Gelukkig zijn de meeste dichters wijs genoeg om te beseffen dat het besproken worden op zich al een erkenning inhoudt, en dat er een hemelsbreed verschil is tussen het papieren (digitale) leven en het werkelijke leven. Het gemekker van achter een computerscherm, waar ik mij soms – maar wel hoe langer hoe minder – toe laat verleiden, staat veraf van de sporadische, maar zonder uitzondering altijd hartelijke ontmoetingen met collegae.

 

Wat is het nut van dit alles, van dit gerecenseer? Wel, ik ben van mening dat een bespreking de persoonlijke mening is van één man of vrouw over één boek. Zo goed als waardeloos dus. Opinions are like assholes, everyone has one (deze quote met dank aan Onno ‘Callahan’ Kosters). Als ik louter voor mezelf spreek, dan moet ik bekennen dat ik het plezant vind mij in een tekst uit te leven, zeker als ik het werk van de besproken dichter goed ken. De nieuwe Wigman of het verzameld werk van Rawie recenseren was voor mij plezier van begin tot eind. Ik probeer altijd een portie humor in mijn verhaal te moffelen, want saaiheid is er al genoeg. Nu en dan breng ik een redelijke onbekende dichter onder de aandacht. Het mooiste voorbeeld is Jan van meenen. Wis en zeker heeft Jan dankzij de aandacht die ik hem schonk al enkele extra bundels verkocht, ik weet dat omdat die kopers mij dat zelf hebben laten weten. Zoiets doet mij plezier. Wil dat dan ook zeggen dat een negatieve bespreking leidt tot minder verkoop? Neen, ik vermoed van niet. In poëzie gaat het ook helemaal niet in de eerste plaats om verkoop, maar dat een boek toch zijn weg vindt naar een publiekje is ook weer niet zo onbelangrijk, daar worden die boekjes immers voor gedrukt en verspreid. Los van de toon van een bespreking ben ik er overigens zeker van dat de gerecenseerde dichter, naast het gevloek en geraas om het af en toe verkeerd begrepen worden, wel altijd iets leert uit wat over zijn werk verkondigd wordt.

 

Poëzierapport is een zelf in elkaar geknutselde weblog. Wij hebben niet de middelen om een webmaster in dienst te nemen, die het log kan omturnen naar een heuse website met archief en zoekfunctie en alle toeters en bellen die een website behoort te hebben. Het zou leuk zijn mocht een of andere instantie ons financiële middelen ter beschikking stellen, niet alleen omdat wat we goed doen nog beter zouden kunnen doen, maar ook omdat het een – weliswaar laagdrempelige – Nederlands-Vlaamse coproductie is, en zoiets verdient lof. Dichters die alleen in Vlaanderen gekend zijn, worden uitgedragen naar Nederland en vice versa. Is dat zo speciaal? Poëziekrant, Gedichtendag, Het Liegend Konijn… doen toch ook grensoverschrijdende dingen? I know, maar toch is het precies dat aspect van Poëzierapport dat mij het meest vertedert.

 

Het succes van Poëzierapport is niet gigantisch, maar wel bevredigend. Gemiddeld wordt de site elke dag 70 maal bezocht, bijna 500 maal per week. 60 % van de bezoekers komt uit Nederland, 35 % uit Vlaanderen. Tot op vandaag hebben 107 personen zich via de link op de site aangemeld om van elke nieuw gepubliceerde bespreking op de hoogte te worden gebracht. Ter promotie stuur ik om het half jaar een mailing naar allerlei mensen en instanties die het zou kunnen interesseren, o.a. naar alle openbare bibliotheken in Vlaanderen, voor Nederland beschik ik helaas niet over de adressen. Ter gelegenheid van het eenjarig bestaan, heb ik een pak felicitaties ontvangen. Dat is een teken dat we ertoe doen en erin slagen om een alternatief te bieden voor het gebrek aan aandacht voor de poëzie in de andere media. Yep, het is voorwaar geen zinloze onderneming, en het dichtersgild en de uitgeverijen beseffen dit maar al te goed.

 

De Contrabas – u, voor wie ik geen geheimen heb, mag dit gerust weten – wil Poëzierapport inlijven, maar alle aanzoeken heb ik tot nu toe naast mij neergelegd. Ik heb daar gegronde redenen voor, die de uitbaters van De Contrabas – die zoals u weet ook Poëzierapport-recensenten zijn – kennen en waar ik niet al te uitvoerig op in wil gaan. De voornaamste is natuurlijk het behoud van de eigen identiteit, maar ook het succes en de kleinschaligheid spelen een rol. Zich geborgen weten als onderdeel van een 'allesomvattende' poëziesite als de Contrabas leek mij aanvankelijk leuk – alle poëtische nieuwtjes in één muisklik. Maar zo werkt het natuurlijk niet, integendeel, je klikt je de pleuris. Door het bos zie je op de duur de bomen niet meer. Het is volgens mij te verkiezen om vanuit je eigen ‘favorieten’ pakweg vijf sites aan te klikken die je wenst te bezoeken, dan vanaf één centrale website met nieuws om de oren te worden geslagen waar je in de helft van de gevallen helemaal niet om geeft.

 

Enfin, op naar nog vele jaren Poëzierapport. Dank aan de recensenten, dank aan de lezers. Dank ook aan Bart FM Droog – doe de groeten aan Karel – die elke nieuwe bespreking signaleert op Rottend Staal. Er zijn er die beweren dat Bart FM Droog een fictief personage is. Maar dat is dan weer een ander verhaal.


14:18 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

Commentaren

poêzierapportverjaardag Ik blijf overtuigd. Poëzierapport is een prachtig initiatief. Zo moesten er meer zijn.
Over de toegekende waardecijfers spreek ik me niet uit, die criteria lijken me nogal wispelturig en persoonsgebonden, maar het feit dat de bundels aan bod komen en serieus onder de loep worden genomen siert de gangmaker en de recencenten!

Gepost door: Jan van meenen | 12-10-05

correctie 'recencent' spel je volgens de groene bijbel natuurlijk 'recensent',...
Grote fout??? Vergeet het!
Centen, ...daar is het zelfs in poëziemiddens vaak behoorlijk om te doen!


Gepost door: Jan van meenen | 12-10-05

Cijfer Het toekennen van een cijfer lijkt schools, en dat is het ook, maar ik ben naast een mens van taal nu ook eenmaal dol op cijfers, grafiekjes, tabellen, taart- en staafdiagrammen.

Natuurlijk is zo'n 'rapport' spielerei en persoonsgebonden. Er zijn recensenten die het cijfer onontbeerlijk vinden en typisch voor Poëzierapport, anderen gruwen dan weer telkens ze een bundel in een cijfer moeten vatten.

Wedden dat de meeste bezoekers voor het lezen even naar beneden scrollen om eerst het cijfer te zien? Het is ook een bekentenis: ik hou ervan of ik hou er niet van, rond de pot draaien wordt bemoeilijkt. De uitdaging voor de recensent is het cijfer verantwoorden met de tekst.

Eigenlijk is deze manier van werken, nu ik er even over nadenk, min of meer geïnspireerd door een rubriek in het inmiddels legendarische maar helaas ter ziele gegane literaire tijdschrift Nymph.

Gepost door: Philip | 13-10-05

De commentaren zijn gesloten.