27-10-05

HET EI IS GELEGD (2)

Zolang de presentatie van Het ei in mezelf niet achter de rug is, zie ik me moreel verplicht om op deze weblog geen ander onderwerp aan te snijden, teneinde de angel niet uit de door mezelf gecreëerde actualiteit te halen.

Ik moet het vorige bericht even corrigeren. Bestellen van boeken bij mijn uitgever 521/Pimento is niet langer mogelijk. U moet zich naar de boekhandel begeven, waar de nieuwe normaal gezien al in de schappen moet liggen. Mijn spion in Den Haag laat weten dat hij Het ei in mezelf aldaar gespot heeft. En wat voor Den Haag geldt, zal ook wel van toepassing zijn voor andere steden in Nederland. En, naar ik hoop, ook in Vlaanderen.

Van mijn vorige boeken is alleen het nog steeds veelgevraagde Niets met jou nog leverbaar. Wie een exemplaar wenst van Antwerpen, de stad in gedichten of Inbreng nihil moet met mij contact opnemen.


15:11 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

17-10-05

HET EI IS GELEGD

Mijn nieuwe bundel Het ei in mezelf is verschenen, vandaar vanaf heden ook een platje aan de linkerzijde van uw scherm. Het platje aan de rechterzijde dient dan weer als teaser voor de presentatie op 9 november te Wevelgem waarvoor deze week de uitnodigingen verstuurd worden. Iedereen welkom.

De enkele exemplaren die mijn uitgever me toestuurde, vonden in Gent – Dichter aan Huis, weet je wel – een koper. Onder anderen Jeroen Naaktgeboren van de Woorddansers, Herlinda Vekemans en Frederik Lucien de Laere waren er als de kippen bij om mijn ei te verwerven. U hoeft de dame en beide heren niet lang te benijden. Het ei in mezelf zou nu ongeveer moeten opduiken in de boekhandel. Indien niet, vraag dat de winkelier het boek bestelt. Het ISBN is 9049970079. Een bestelling plaatsen bij Uitgeverij 521 is natuurlijk ook mogelijk. Mailen naar contact@uitgeverij521.nl.  

Meer hoeft er vandaag niet gezegd te worden.


12:24 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

12-10-05

MARC & JOHNNY

Marc Reynebeau maakte een educatief programma over Groot-Brittannië met niemand minder dan Johnny Rotten. Wil ik zien. Het wordt vanaf halfweg november uitgezonden op het tegen die tijd vernieuwde Canvas, de kwaliteitszender van de VRT, zoals dat dan heet.

 

Ik sloot me op in mijn petieterig kamertje met Never mind the bollocks, here's the Sex Pistols, op vinyl nog, en draaide de zopas aangeschafte plaat. Wat ik hoorde was een wall of sound, waarin slechts na enkele beluisteringen de songs zich lieten onderscheiden. De dag dat ik het kleinood kocht was het al een mijlpaal in de muziekgeschiedenis.

 

Johnny Rotten werd John Lydon. Aan tafel in de woonkamer met radio en cassetterecorder in de aanslag, om nu en dan een liedje uit de top-30 te tapen, hoorde ik voor het eerst Public Image van Public Image Ltd. – later veelal afgekort tot PIL of P.I.L. – de nieuwe groep van de frontman van de Pistols. Een dijk van een nummer, de definitieve afrekening met het verleden. Vervolgens de boeken dicht, schluss damit, de agressieknop werd flink teruggedraaid, nieuwe wegen aangelegd, geplaveid en bewandeld.

 

PIL heeft in wisselende bezettingen ongelooflijk prachtige songs op de mensheid losgelaten, en mag heus niet alleen herinnerd worden om het matige This is not a love song. Low life, Bad baby, Disappointed – ik schud nu maar lukraak enkele titels uit mijn mouw – en zeker niet te vergeten het schitterende Don't ask me (mooiste intro aller tijden) zijn pareltjes aan de keerzijde van de muziekgeschiedenis.

 

Het siert de VRT dat ze John Lydon – laat ons hopen dat hij in het programma aldus wordt vernoemd en aangesproken – opnieuw in beeld brengt. Opnieuw? Zou de VRT, voorheen BRTN, voorheen BRT ooit tien woorden aan 's mans carrière hebben besteed? Ik denk het niet. Spons over het verleden. De intenties zijn goed en dat stemt mij gunstig. Nu nog een boekenprogramma graag. Maar niet om elke week Rick, Jan en Herman te brengen. Die komen al genoeg op de buis.


18:28 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

09-10-05

1 JAAR POËZIERAPPORT

Op 1 oktober was het precies één jaar geleden dat ik de eerste recensie plaatste op het door mij ontwikkelde weblog Poëzierapport. De redactie bestond aanvankelijk uit Tania Donker, Karel Smits en mezelf. Kwatongen beweren dat Donker en Smits fictieve medewerkers waren. Hoe dan te verklaren dat Karel ook redacteur was en nog steeds is van Rottend Staal? In elk geval stierf het triumviraat een snelle doch gewisse dood. Meer uitleg hierover doet niets ter zake.

 

Net op het moment dat ik besefte de site niet alleen draaiende te kunnen houden – kwaliteit zou altijd ten koste gaan van kwantiteit en omgekeerd, en ik had geen zin om elk vrij moment te vullen met het schrijven van poëziebesprekingen – kreeg ik hulp aangeboden. Die hulp aanvaarden betekende het verlies van mijn autonomie. Op mijn eigen geesteskind zou ik teksten moeten plaatsen waar ik misschien zelf niet achter stond. Dichters waar ik van hield zouden door medewerkers kritisch worden besproken, en vice versa. Ik ben niet echt een teamspeler, maar op de een of andere manier trok een samenwerkingsverband mij toch aan, being one of the boys. Het was ofwel bekwame medewerkers toelaten, ofwel in mijn eentje aanmodderen op een webstek die maar heel sporadisch eens geüpdatet zou worden. Aan de andere kant kreeg ik besprekingen in de schoot geworden van bundels die ik zelf nooit zou lezen, van dichters die ik niet of nauwelijks kende. Na Chrétien Breukers en Patricia Lasoen, die een verschillende, maar elk op hun manier deskundige en aantrekkelijke schrijfstijl hebben, kwamen er nog recensenten bij. U vindt hun namen bovenaan de site. Ik ben veelal tevreden over hun bijdragen. Let wel: niet elke hond met een hoedje op kan erbij horen, ik heb al zichzelf aanprijzende would-be recensenten wandelen gestuurd, op een vriendelijke doch kordate manier. Enkele medewerkers moeten hun eerste bespreking nog leveren, anderen doen heel sporadisch eens iets, maar erg is dat niet. Het motto van Poëzierapport luidt: geen druk, geen deadlines. Het moet leuk blijven, zeker zolang het vrijwilligerswerk is. Zelf wil ik meestal alleen maar bundels doen die ik zelf graag lees en dat geldt eigenlijk ook voor de anderen. Ook met een ploeg van tien man/vrouw moet er selectief te werk gegaan worden. Als wij al eens een bundel niet bespreken komt dat niet door desinteresse maar wel door tijdgebrek.

 

In tegenstelling tot wat sommigen denken, vind ik het niet leuk om lage cijfers toe te kennen, of lage cijfers van andere redactieleden te posten. Een positieve bespreking doet mij altijd meer plezier dan een negatieve, de poëzie promoten is het doel. Ik kan u verzekeren dat het niet prettig is om op vrijdag dichter X te ontmoeten, op zaterdag een weliswaar niet door mij geschreven spijkerharde bespreking van de laatste bundel van dichter X te plaatsen, en enkele dagen later dichter X opnieuw tegen het lijf te lopen. Gelukkig zijn de meeste dichters wijs genoeg om te beseffen dat het besproken worden op zich al een erkenning inhoudt, en dat er een hemelsbreed verschil is tussen het papieren (digitale) leven en het werkelijke leven. Het gemekker van achter een computerscherm, waar ik mij soms – maar wel hoe langer hoe minder – toe laat verleiden, staat veraf van de sporadische, maar zonder uitzondering altijd hartelijke ontmoetingen met collegae.

 

Wat is het nut van dit alles, van dit gerecenseer? Wel, ik ben van mening dat een bespreking de persoonlijke mening is van één man of vrouw over één boek. Zo goed als waardeloos dus. Opinions are like assholes, everyone has one (deze quote met dank aan Onno ‘Callahan’ Kosters). Als ik louter voor mezelf spreek, dan moet ik bekennen dat ik het plezant vind mij in een tekst uit te leven, zeker als ik het werk van de besproken dichter goed ken. De nieuwe Wigman of het verzameld werk van Rawie recenseren was voor mij plezier van begin tot eind. Ik probeer altijd een portie humor in mijn verhaal te moffelen, want saaiheid is er al genoeg. Nu en dan breng ik een redelijke onbekende dichter onder de aandacht. Het mooiste voorbeeld is Jan van meenen. Wis en zeker heeft Jan dankzij de aandacht die ik hem schonk al enkele extra bundels verkocht, ik weet dat omdat die kopers mij dat zelf hebben laten weten. Zoiets doet mij plezier. Wil dat dan ook zeggen dat een negatieve bespreking leidt tot minder verkoop? Neen, ik vermoed van niet. In poëzie gaat het ook helemaal niet in de eerste plaats om verkoop, maar dat een boek toch zijn weg vindt naar een publiekje is ook weer niet zo onbelangrijk, daar worden die boekjes immers voor gedrukt en verspreid. Los van de toon van een bespreking ben ik er overigens zeker van dat de gerecenseerde dichter, naast het gevloek en geraas om het af en toe verkeerd begrepen worden, wel altijd iets leert uit wat over zijn werk verkondigd wordt.

 

Poëzierapport is een zelf in elkaar geknutselde weblog. Wij hebben niet de middelen om een webmaster in dienst te nemen, die het log kan omturnen naar een heuse website met archief en zoekfunctie en alle toeters en bellen die een website behoort te hebben. Het zou leuk zijn mocht een of andere instantie ons financiële middelen ter beschikking stellen, niet alleen omdat wat we goed doen nog beter zouden kunnen doen, maar ook omdat het een – weliswaar laagdrempelige – Nederlands-Vlaamse coproductie is, en zoiets verdient lof. Dichters die alleen in Vlaanderen gekend zijn, worden uitgedragen naar Nederland en vice versa. Is dat zo speciaal? Poëziekrant, Gedichtendag, Het Liegend Konijn… doen toch ook grensoverschrijdende dingen? I know, maar toch is het precies dat aspect van Poëzierapport dat mij het meest vertedert.

 

Het succes van Poëzierapport is niet gigantisch, maar wel bevredigend. Gemiddeld wordt de site elke dag 70 maal bezocht, bijna 500 maal per week. 60 % van de bezoekers komt uit Nederland, 35 % uit Vlaanderen. Tot op vandaag hebben 107 personen zich via de link op de site aangemeld om van elke nieuw gepubliceerde bespreking op de hoogte te worden gebracht. Ter promotie stuur ik om het half jaar een mailing naar allerlei mensen en instanties die het zou kunnen interesseren, o.a. naar alle openbare bibliotheken in Vlaanderen, voor Nederland beschik ik helaas niet over de adressen. Ter gelegenheid van het eenjarig bestaan, heb ik een pak felicitaties ontvangen. Dat is een teken dat we ertoe doen en erin slagen om een alternatief te bieden voor het gebrek aan aandacht voor de poëzie in de andere media. Yep, het is voorwaar geen zinloze onderneming, en het dichtersgild en de uitgeverijen beseffen dit maar al te goed.

 

De Contrabas – u, voor wie ik geen geheimen heb, mag dit gerust weten – wil Poëzierapport inlijven, maar alle aanzoeken heb ik tot nu toe naast mij neergelegd. Ik heb daar gegronde redenen voor, die de uitbaters van De Contrabas – die zoals u weet ook Poëzierapport-recensenten zijn – kennen en waar ik niet al te uitvoerig op in wil gaan. De voornaamste is natuurlijk het behoud van de eigen identiteit, maar ook het succes en de kleinschaligheid spelen een rol. Zich geborgen weten als onderdeel van een 'allesomvattende' poëziesite als de Contrabas leek mij aanvankelijk leuk – alle poëtische nieuwtjes in één muisklik. Maar zo werkt het natuurlijk niet, integendeel, je klikt je de pleuris. Door het bos zie je op de duur de bomen niet meer. Het is volgens mij te verkiezen om vanuit je eigen ‘favorieten’ pakweg vijf sites aan te klikken die je wenst te bezoeken, dan vanaf één centrale website met nieuws om de oren te worden geslagen waar je in de helft van de gevallen helemaal niet om geeft.

 

Enfin, op naar nog vele jaren Poëzierapport. Dank aan de recensenten, dank aan de lezers. Dank ook aan Bart FM Droog – doe de groeten aan Karel – die elke nieuwe bespreking signaleert op Rottend Staal. Er zijn er die beweren dat Bart FM Droog een fictief personage is. Maar dat is dan weer een ander verhaal.


14:18 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

07-10-05

JE PRAAT NIET VLAAMS GENOEG

Zou je niet. Ik kon mijn oren niet geloven.

 

Pas in het hoger onderwijs heb ik geleerd om de stemhebbende g-klank correct uit te spreken. Er zijn West-Vlaamse ministers die het nog steeds niet kunnen. Het is hemeltergend, denk je dan.

 

Ken je voetbalscheidsrechter Frank De Bleeckere? Heb je die man al ooit horen praten? Perfecte dictie, zo bekakt als maar zijn kan, uit het boekje, zo willen de Vlaamse leraars Nederlands het horen. Gelukkig praat hij meestal met zijn fluitje en niet met zijn stem. Hij droeg een roze pull-over. Ook dat nog.

 

Het taallabo, een gaskamer. Een klik. Neen, fout. Hou je hand aan je strottenhoofd. Voel je het trillen? Ja, zo is het goed. Neen, nu doe je het weer fout. Klik. Over naar een volgende klungelaar.

 

Twee uren dictie per week door de meedogenloze grootvader van een nu bekende actrice, die haar afkomst evenmin kan verloochenen, wat bijdraagt aan haar charme. Ik stop me weg in de groep en dat lukt me een jaar lang verbluffend goed. Wie echter een onvoldoende haalt voor uitspraak, moet zijn jaar opnieuw. Hetzelfde geldt trouwens voor spelling. Eén dt-fout en je kan het schudden. Ik haal het, op beide vlakken.

 

Het bangerige, verlegen, platte gestamel van Brusselmans, het nasale, janetterige Gents-Antwerps van Lanoye, het hyperkinetische gekwek van Urbanus, het slordige geprevel van Kamagurka… wellicht jagen deze heerschappen Vlaamse taalpuristen en woordkunstenaars de kast op van zodra ze hun bek opentrekken, maar in Nederland vinden ze het enig.

 

Het was mooi, we hebben genoten, en dan jouw taaltje, dat sappige Vlaams, hééérlijk… Hoe vaak heb ik dat al niet mogen horen uit de mond van Nederlanders. En zondag was het weer raak, met als summum die ene dame die opmerkte dat ik te mooi praatte, niet Vlaams genoeg. Zou je niet.


12:51 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

03-10-05

DICHTER AAN HUIS

Mijn lezers, u dus, zitten nu allicht te wachten op een verslag van Dichter aan Huis in Den Haag. Wel, als ik gevraagd word voor een lezing, kijk ik daar nog altijd naar uit als een kind naar de komst van Sinterklaas: onbevangen met grote wonderogen. Ik laat mijn kritische geest thuis, maar neem wel steeds mijn ijdelheid mee om die, door wie dat wil, uitbundig te laten strelen. Alle dichters zijn dan – en eigenlijk niet alleen dan – mijn vrienden, van Arie tot Vrouwkje, van Joost Anoniem tot Joost Zwagerman. Weinig mensen weten dit, maar waarschijnlijk ben ik de meest aimabele mens ter wereld.

 

Tussendoor wil ik even een berichtje inlassen voor Jan Baeke. Je knikte me zaterdagavond vriendelijk toe en zondagmorgen weer – ik knikte telkens vriendelijk terug, maar had niet te kans om je aan te spreken, jij was in gesprek of ik was in gesprek, en ik vroeg nog iemand "Wie is die man?", maar die wist het ook niet en toen was je ineens weg. Thuis de dichtersfoto's bekeken en gezien dat de mij onbekende knikker u was, Jan Baeke, ooit positief gerecenseerd op Poëzierapport, niet door mij, maar met recht en reden, en stellig iets om te vermelden op jouw cv. Wel, mijn beste Jan, moge je al de poëzieprijzen winnen waar ik niet aan deelneem, ik meen het. By the way, en nu richt ik mij niet meer tot Jan alleen, later deze week kom ik terug op het eenjarig bestaan van Poëzierapport.

 

Er moet natuurlijk ook nog gewerkt worden tijdens zo'n festival. Het is best wel vermoeiend en lastig, hoorde ik enkele dichters zeggen. Ach, mietjes, dacht ik, vermoeiend en lastig, wat zou het? New Orleans heropbouwen, dat moet vermoeiend zijn. Jan Baeke te spreken krijgen, dat is lastig. Ik trok aardig wat toehoorders naar het huis van mijn gastheer, de aardige Michael. En – nu maak ik mijn punt – dat wil ik over twee weken in Gent ook weer. Niet dat Michael tegen die tijd naar Gent verhuist, neen, die dag ben ik te gast bij Juul en Grietje, Visserij 11, in het centrum van Gent. Dus geen gemaar, excuses of doktersbriefjes, jullie moeten er zijn. Het gerucht gaat dat de kaartenverkoop voor de eerste Vlaamse editie van Dichter aan Huis nog wat te wensen overlaat, en dit bevalt me niks. Dat ik me verdorie niet kwaad moet maken op jullie. Ik mag dan wel de meest aimabele mens ter wereld zijn, maar dat kan heel snel veranderen, want Jan Baeke staat te trappelen om mij op te volgen. We hebben in Vlaanderen nu eens een onpretentieus poëziegebeuren, laten wij – u dus, want ik zal er sowieso zijn – het niet verknoeien door uit te blinken in afwezigheid. Hebben wij een deal? Ja, mijnheer Hoorne – zeg maar Philip – wij hebben een deal. Zo wil ik het horen. Wij spreken elkaar nog wel.


19:50 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |