06-11-05

RECENSIE IN TROUW (5/11/2005)

’Ikke in de zeep

ikke in de zitkom’

 

Hilarische poëzie van Philip Hoorne

 

Philip Hoorne is de clown van de Nederlandse poëzie. Hij laat zien dat humor ’de dingen soms precies in hun juiste perspectief trekt’. Maar harde waarheden schuwt hij niet, zoals een ware clown betaamt.

 

Philip Hoorne: Het ei in mezelf. Uitgeverij

521, Amsterdam. ISBN 9049970079;

48 blz. € 16,90

Ooit werd hij van internet geplukt door Gerrit Komrij; hij debuteerde in diens sandwichreeks. Sindsdien staat Philip Hoorne te boek als een clown die de werkelijkheid beschouwt als een kermis van bezielde en onbezielde objecten, bijeengehouden door stromen van misverstand en toeval. Het alledaagse als groteske ontmaskeren lijkt zijn drijfveer. Zo ook in deze nieuwe bundel, waarin de werkelijkheid meteen weer als prettig gestoorde chaos wordt voorgesteld.

 

’[…] Kameel

mag ik je tieten even lenen

voor mijn eenmanscarnaval?

En je vals gat je pruik en de

beautycase van je dochter.’

 

De bulten van een kameel ’tieten’ noemen, is typisch Hoorne. Hij zet de wereld nu eenmaal graag op zijn kop. Het ’vals gat’ ertussen is een van de vele woordspeligheden (denk aan vals plat!) waarop hij de lezer trakteert. En die pruik en beautycase geven al aan dat er in dit poëtische ’eenmanscarnaval’ eindeloos wordt geposeerd. De pose immers is de trouwe handlanger van de chaos.

 

Een pose intussen waarin ironie en het burleske slinks worden vervlochten met ernst: ,,En vechten moet ik doen. / Tegen het ei in mezelf. / Tegen de verwijfde schijnheiligheid van kerk, staat, volkorenbrood en werk. / Tegen mijn eigen naam in roetzwarte letters op een spikkelgrijze zerk’’. Staat me daar die poseur, die helemaal zo’n eitje niet is, opeens het groteske bloedserieus te betrekken op de eigen zerk.

 

Hoorne is mataglap en heel erg bij de pinken. Al die vervreemdende taferelen drukken ons op het wezen van het chaotische. Het aardige is dat hij dat doet in vrijwel louter ikgedichten. Hoorne-gedichten dus eigenlijk. Zo blijkt een schildersezel een echte ezel, de ’Schijter’, die hem – het kan soms niet plat genoeg – tot ’een / lang niet onaardig bruin motief’ inspireert dat hem met trots vervult: ’Philip Hoorne, De Eerste Vlaamse Neo-Primitief’. Of hij ontwikkelt de plot van een toneelstuk waarin hij alle rollen speelt. ,,Ik stond op het toneel met een pak andere Hoornes.’’ Verwarring alom, vooral wanneer blijkt dat ook het publiek bestaat uit Hoorne-klonen.

 

En zo gaat het verder. Een ober wordt met een rietje vermoord, een treinreis voert via ’Jonghans’, ’Flessegem’ en ’Brikkelhove’ naar ’Schaterloo’, of een herenboer laat ’s avonds zijn knechten de bomen ’uit hun putten’ halen en de grastapijten oprollen ’na eerst het klittenband te hebben losgemaakt’. Het gedicht ’Zitkom’ neemt een hilarisch bad in de wereld van de sitcom (soap): ’Ikke in de zeep. / Ikke in de zitkom. / Sommeer de applausmeester en start de lachband, / want straks moet ikke huilen’.

 

Het is allemaal spel, soms heel geestig, soms op het smakeloze af, soms alleen maar handig gedaan en soms gewoon goed.

 

’Zitkom’ bijvoorbeeld is uitstekend. Het kadergedicht onder aan dit stuk evenzeer. Het stelt de giraf voor als een bij toeval wijs beest dat door zijn idiote proporties aan de kadaverdiscipline op de grond ontsnapt. Ondanks het humoristische woordpotentieel voert het in de slotstrofe naar enige harde waarheden en tragikomische paradoxen over recht en krom.

 

Hoorne vliegt weleens uit de bocht, maar vaker toch brengt hij zijn lezer op een opgewekte manier in leerzame verwarring. Hij schrijft verstaanbare gedichten, maar door hun hilarische setting dwingen ze je het hoofd erbij te houden. Zo moet je het niet-bestaande woord ’fittingkamer’ even weten te plaatsen in de volgende strofe: ,,In een visioen met donkere manen / verdonkeremaan ik twee op elkaar staande stoelen / - zitting op zitting alsof ze paren - / uit de fittingkamer’’. Je komt eruit als je op dat paren en de klankparallellen doorassocieert: zitting - fittingkamer - sittingroom (sittingkamer) - fucking - fittingkamer. Voilà, zeggen ze dan in goed Vlaams.

 

Nu, het is niet allemaal eersterangs, maar je maakt al lezende buitelingen die je niet eerder maakte. En je leert dat de schaterlach de dingen soms precies in hun juiste perspectief trekt, en dat dan verdriet, dood en vergankelijkheid niet ontbreken. Een eersterangs clown is hij dus in elk geval wel.

 

MIJNHEER DE GIRAF

 

Waarom steek jíj je nek niet uit voor de krengen in het dierenbos,

voor de unaniem bij pootopsteking aangenomen kadaverplicht?

 

Wel dan, grote jan met je trillende polsstokpoten, jij die de hoogste

bladeren van de bomen knabbelt, wanneer ga je al stofzuigende

rond over de grond met die grote mond van jou?

 

Buiten proportie misvormd baksel, dankzij die belachelijk lange hals

ben je ontsnapt aan de bedwelmende banken boven het zand, maar vind

je dat zelf niet wat pover als rechtvaardiging voor een overleven?

 

Er bestaat geen recht, krom beest. En dat uitgerekend jij de enige bent

die dit nog weet en niet kan doorvertellen, tenzij aan de vogels.

 

 

Peter de Boer


21:59 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

Commentaren

Mataglap Heb ik weer een woord bijgeleerd, mooi. Ook het slotgedicht klonk mooi toen ik het aan mezelf voorlas.
Geniet ervan woensdag! Ik kan er niet zijn, maar zal aan je denken.

x

Gepost door: X Roelens | 07-11-05

Vrije waren Wel Philip, u bent ook een mooie! Kom ik me daar op uw weblog om eens wat fris poëzienieuws op te snuiven, stuit ik op mijn eigen recensie. Die kende ik al. En k heb er geen blommetje of kaartje, laat staan een honorarium, voor mogen ontvangen. Foei. 't Is dat u dichter dus arm en karig behuisd bent en ik op het WWW toch wel erg hecht aan het ongeremde heen en weer der vrije waren. Nou, zand erover dan. Succes met alles.

Gepost door: Peter de Boer | 08-11-05

De commentaren zijn gesloten.