22-11-05

PERFECT TWEEHANDIG

U heeft het vast al gemerkt. De klad zit een beetje in dit weblog. Een tijd lang kon ik mij wegsteken achter de nakende publicatie van mijn fabuleuze dichtbundel Het ei in mezelf, maar sinds de presentatie van het boek op 9 november, de dag waarop een en ander toch van mij af had moeten glijden, zijn hier nog maar weinig ophefmakende teksten verschenen.

 

Waar is de tijd dat u hier leuke verhaaltjes kon lezen over Kees Kloefkapper of Ignace Rondeel? Waar is de tijd dat ik ongeveer om de twee berichten iemand beledigde: Joep Kuiper, Hugo Claus, Dirk van Bastelaere, Sacha Blé en niet het minst het Vlaams Fonds voor de Letteren? Waar is de tijd dat ik om de twee berichten een collega-schrijver de hemel in prees: Herman Brusselmans, Menno Wigman, Jean-Pierre Rawie, Maarten 't Hart, Eddy van Rijmenam, Justine Henin-Hardenne… Justin Henin-Hardenne een schrijfster? Jazeker, zeg niet dat u haar lang niet onaardige novelles Quand je joue avec ma raquette…, Pierre-Yves, apporte-moi mes savattes, et vite! en Les soeurs Williams, je les aime bien… entre mon longue baguette niet kent.

 

Niets van dit alles de laatste tijd. Ongemerkt begon ik te doen wat ik in andere weblogs vaak verfoei: het ding als een dagboek gebruiken. Verslagje hier, impressietje daar… Neen, ik ben niet goed bezig. Jullie voor wie ik dit allemaal doe, blijven in groten getale langskomen, ik apprecieer jullie trouw en toewijding, maar ik verdien die niet, ik verdien die hoegenaamd niet.

 

Word ik oud, lui, zelfvoldaan, jichtig (in mijn vingers, bedoel ik), depressief? Bijlange niet, amper twee weken na het Het ei in mezelf-avondje, ben ik alweer driftig bezig met nieuwe verzen te plegen. Het kan jullie allicht gene ene moer schelen, maar ik zit volop in een creatieve fase. En dat terwijl er nog steeds enkele exemplaren van Het ei in mezelf niet verkocht zijn. Indien u er een wilt hebben, zal u zich moeten reppen. Iedereen wil mijn nieuwste bundel hebben, ik snap er niks van, maar ben er wel blij mee, hoe zoude gij zelf zijn?

 

Gisterenavond belde mijn uitgever Harold de Croon me iets voor middernacht uit mijn bed.

 

"Hoi, Philip, Harold hier, je zit toch alweer in een creatieve fase mag ik hopen?" fleemde hij.

"Ha, Harold, jazeker, ik heb vandaag Febes fiets hersteld – ja, net zoals in dat gedicht uit mijn eerste bundel, hoe heet het ook weer? – mijn wijnkelder leeggedronken en een muurtje gemetseld. Als creatieve fase kan dat tellen, niet?"

"Gadver, Philip, hoe vaak heb ik al niet gezegd dat je je vrouw en kinderen muurtjes moet laten metselen, waar heb je die anders voor? Jij moet schrijven, alleen maar schrijven. Muurtjes metselen gadsamme, ik mag er niet aan denken dat je jouw schrijfhand zou blesseren."

Daar had je hem weer met zijn schrijfhand. Weet die kwiet nog steeds niet dat ik perfect tweehandig ben: poëzie met de rechter- en proza met de linkerhand?

"Oké, het zal niet meer gebeuren,” antwoordde ik kortaf. Ik had geen zin om op dit uur een discussie over wat dan ook te voeren. “Maak je maar geen zorgen, ik ben en blijf bezig… zeg, even iets anders, dat luisterboek Lust, met mijn verhaal De Vacature ziet er prima uit."

"Ah, je bent eindelijk naar het Kruidvat gegaan. Ja, leuk hé, die cd-boeken."

"Ja, mooi."

Hier bloedde, zoals je kan vaststellen, het gesprek een beetje dood. Ik wilde terug gaan slapen en ik zei hem dat ook – tegen Nederlanders moet je altijd eerlijk je gedacht zeggen, die kunnen daar tegen – en Harold zei dat hij ook best moe was, maar voor het slapengaan moest hij zijn vriendin nog tonen wat ze 's anderendaags zoal te metselen had.

 

Ik heb het altijd gezegd: die Ollanders staan veel verder dan wij. Maar we halen ze wel in, wees maar gerust, desnoods vlak voor of vlak na Sint-juttemis, maar inhalen doen we.


19:46 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

De commentaren zijn gesloten.