10-12-05

DE QUATSCH VAN KRABBÉ

Ik ontvang weinig haatmails en dat is jammer. Het succes en belang van een schrijver – maar dit geldt evenzeer voor alle publieke personen – kan worden afgemeten aan de mate waarin hij gehaat wordt. Ik doe er alles aan om het te worden, maar het lukt me niet zo best, mijn teddybeergehalte zit in de weg. Enfin, ik kan maar blijven proberen… Iedere mail waarin ik, meestal door een mij onbekende steller of laffe anonymus – van kop tot teen wordt ondergezeikt, ontlokt mij dan ook een langgerekte yell.

 

Kort nadat mijn Museeuw-verhaal in wielertijdschrift De Muur verscheen, kreeg ik een brief van een individu, dat me in het lang en het breed en in kreupel Nederlands de levieten las. Hoe durfde ik mij vrolijk te maken over één van de beste coureurs van de voorbije decennia? Daar kwam zijn betoog op neer. Meestal reageer ik niet op dergelijke brieven, ze ontvangen is mij al dierbaar genoeg. Toch ging ik met dit heerschap in dialoog. Per e-mail een scheldpartijtje afwerken tegen een klojo die slechtere zinnen schrijft dan mijn nichtje van vijf is een gemakkelijk succesje, dat een ijdeltuit als ik niet graag laat liggen. En trouwens, hij was begonnen. In mootjes hakken, die bastaard!

 

Op een gegeven moment dreef ik hem zodanig in de hoek, dat hij steun zocht, en wel bij Tim Krabbé. Voor wie hem niet mocht kennen, Tim Krabbé is een schrijver. Mijn belager liet mij namelijk weten dat Krabbé hem ooit had medegedeeld dat mijn Museeuw- en Boonen-verhaal het niet verdienden om in een kwaliteitsblad als De Muur te worden opgenomen, dat mensen als ik de wielersport hielpen kapotmaken en nog veel vijven en zessen. Mijn sparringpartner wist ook te vertellen dat Krabbé in zijn woonkamer een immens grote foto heeft hangen van Johan Museeuw, waarop die zit te smullen van een gesneden brood met wespenconfituur, maar over die maaltijd ben ik niet helemaal zeker. Ik moest even slikken. Gehaat worden, al goed en wel, maar toch niet door andere publieke personen, erger nog, door een andere schrijver. Ik heb De Renner van Krabbé graag gelezen en ooit heb ik zelfs het plan opgevat om nog een boek van Tim Krabbé te lezen, maar verder dan dat plan ben ik niet gekomen. Zou Krabbé dat echt gezegd hebben, dat ik een disgrace ben voor De Muur. Mijn Boonen-stuk was toch een lofzang op onze wereldkampioen. Oké, in de inleiding zet ik een tiental andere Belgische renners in de zeik, maar dat is alleen maar om het contrast met de nieuwe wonderboy scherper te stellen. Literaire stilistiek heet zoiets, zou Krabbé daar nog nooit van gehoord hebben? En ironie, parodie, cynisme en sarcasme mogen dan wel in bepaalde milieus als goedkoop worden ervaren, en vaak zijn ze dat ook, maar toch niet op de wijze waarop ik ermee omga?

 

Inmiddels is mijn beruchte Museeuw-stuk opgenomen in de bloemlezing Het beste uit De Muur. Eén van de samenstellers van dat boek is Bert Wagendorp, zelf een uitmuntende schrijver, die echt wel weet wat een goede tekst is. Krabbé moet dus niet zeuren of zich laten leiden door zijn Museeuw-adoratie om mijn artikel in een negatief daglicht te stellen.

 

Ik was het hele voorval allang vergeten, totdat ik in Knack van 30 november ll. een interview met Krabbé onder ogen krijg. Daarin zegt hij enkele heel merkwaardige dingen over dopinggebruik. Ik citeer:

 

“Ik vind dat professionele sporters moeten kunnen doen wat ze willen. Het is geen ethisch vak. Het is wel: beter willen zijn dan een ander. Ze moeten wel op de hoogte zijn van de risico’s. Ik zou zeggen: laat iemand die een proflicentie aanvraagt een farmaceutisch examen doen, waaruit blijkt dat hij een idee heeft van de gevaren die hij loopt. Ik heb nog nooit een wielrenner minder bewonderd omdat hij verdacht werd gemaakt. Voor mij is Johan Museeuw een groot kampioen.”

 

Een farmaceutisch examen? Haha! En het is geen ethisch vak? Laat spurtende renners elkaar dan maar naar hartelust neertrekken, en een vluchtersgroepje moet voortaan niet meer ingelopen worden, maar neergeknald met een uit vanuit de wagen van de sportbestuurder met de drinkbus meegeleverd vuurwapen.

 

De interviewer pikt hierop in met “U zegt toch niet dat alles zou moeten worden toegelaten?”

 

Krabbé: “Natuurlijk zeg ik dat. Ik lees vaak dat iets verboden wordt omdat het spierversterkend is. Maar een boterham is ook spierversterkend. Waar hebben we het dan over?”

 

Ik verzin niks. Het staat er echt. Krabbé stelt dus dat jongeren die aardig kunnen fietsen en tezelfdertijd hun gezondheid koesteren, maar beter wilens nillens een andere sport kiezen, want het peloton bestaat uit een stelletje Duracell-konijnen, en dat vindt Krabbé prima. Een andere sport kiezen? Maar daar zullen volgens de filosofie van Krabbé ook zo’n robotten rondlopen. Mag iemand die neen zegt tegen het spul dan geen topsport bedrijven? Volgens Krabbé niet, of beter, ja, toch wel, maar de top zullen die brave borsten niet bereiken.

 

In hetzelfde interview stelt hij dat Boonen het niet verdiende om wereldkampioen te worden, omdat Bettini die dag beter reed. Alsof de koers wiskunde is. En dat komt uit de mond van een man die zichzelf een wielerkenner noemt. Of bedoelt hij dat Bettini die dag de duurste pillen innam en op basis van zijn apotheekrekening de regenboogtrui verdiende?

 

Hij eindigt met zichzelf op de borst te kloppen: “Eigenlijk is dat ook mijn credo als schrijver: durf wat je te zeggen hebt ook te zeggen. Ook al bots je op weerstanden.” Wel, Krabbé, dat komt goed uit, want het is toevallig ook mijn credo, ik zeg ook altijd wat ik te zeggen heb. En weet je, ik vind je maar een lulletje, want je slaat lulpraat uit. 


12:11 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

Commentaren

Priet praat Beste Philip

Hoewel ik je hartgrondig haat, heb je me ervan weten te overtuigen dat Krabbé een nog grotere lul is. Wat een prietpraat zeg. Het doet me denken aan taferelen zoals Stephen King die beschrijft is zijn superboek De Marathon. Laat de beste maar winnen en knal de andere overhoop, want met al die chemicaliën in hun lijf vallen ze toch op de eerste de beste berg als een dode mus van hun fiets.

Gepost door: Bert, Plebejer | 11-12-05

Hé, de Marathon heb ik ook gelezen en da's pas beklijvend...Pfffft, het wielrennen kan me niet boeien en ik kan geen fiets meer zien sinds mijn man is doodgevallen, zonder chemicalien en met een fiets tussen zijn lijf. Sporten is gezond, zeggen ze dan. Maar ik heb wel genoten van dit stukje tekst.

Gepost door: marlis | 11-12-05

De commentaren zijn gesloten.