14-12-05

DE POËZIETITELS TOP-5

Omdat lullen over poëzie erg in trek is tegenwoordig, wil ik niet nalaten mijn duit in het zakje te doen. Na ruggespraak, overleg, beraadslaging en gedachtewisseling met mezelf heb ik een top-5 samengesteld van de mooiste titels van poëziebundels die dit jaar verschenen. Natuurlijk baseer ik mij hiervoor op de lijst van de Contrabas, want al dat oeverloze geklets leidt godzijdank heel af en toe wel eens tot iets met een actualiteitswaarde die langer duurt dan een vluggertje in de lift van een gebouw met slechts twee verdiepingen.

 

Als ik al die titels één voor één proef en besnuffel, stel ik vast dat nogal wat dichters op veilig spelen bij het geven van een naam aan hun werk. Een mens kan niet bevatten hoe iemand er toe komt om zijn of haar bundel Getij, De morgen van het paard of Dagboek van een dichter te noemen. Dit jaar verschenen ook weer heel wat themabundels. Peter Ghyssaert schreef met Kleine lichamen een intrigerend bundeltje over dwergen, waarmee hij volgens mij vroeg of laat een bijpassend klein poëzieprijsje zal winnen. De aan geneesmiddelen verslaafde Sylvia Hubers out zich met Terug naar de apotheker. Maar er is beterschap. Naar het schijnt zal haar volgende bundel Net thuis van het afkickcentrum heten. Goed zo, Sylvia, geef die troep chemicaliën een schop onder hun kont! Abrikozen voor Ali van Roger Nupie zou wegens opruiend racistisch taalgebruik allang uit de schappen zijn verwijderd ware het niet dat het ding allicht nooit een boekhandel aan de binnenkant heeft gezien. Mijn kop eraf als Het ongelooflijke krimpen van Jannah Loontjens niet gaat over penissen tijdens het zwemmen, en in ...m n o p q... pronkt Toon Tellegen met de vorderingen die hij maakt bij het aanleren van het alfabet. Blijven oefenen, Toon, je hebt het bijna helemaal onder de knie! Het zit er dik in dat deze dichter nog voor zijn verscheiden een bundel zal publiceren waarin hij alle zesentwintig letters van het alfabet gebruikt. Ach ach, is ze niet van een ontroerende schoonheid, de Nederlandstalige poëzij?

 

Welaan dan, hier komen ze, de 5 mooiste titels van poëziejaar 2005:

 

1. en gingen uit sterven - Hans Groenewegen

2. Ich bin ein star baby - Peter M. van der Linden

3. Eternelle lust geen bollen - Danny Degenaar

4. Ringelorend zelfportret op haar leeuwenhuid - Richard Steegmans

5. Drievuldig feilloos vals - Piet Gerbrandy

 

Over de winnaar waren wij, de eenkoppige jury, unaniem: eenvoudig intrigerend, intrigerend eenvoudig. 2 en 3 zijn aanmatigende braniemakers, titels die horen bij boekjes met een prijzenswaardige ‘love me or leave me’-attitude. 4 en 5 zijn dan weer bekkenbrekers. Probeer ze maar eens vijf maal na mekaar uit te spreken zonder met je hoektanden door je tong te schieten. Maar alle vijf spannend, uitnodigend en intrigerend, en zo horen titels te zijn.


20:51 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

Commentaren

joehoe U vergeet de prachtige titel De Rode Soldatenvis - Poisson Soldat Rouge, ook geen alledaagse hoor, van Fred Papenhove.

Gepost door: Fred Papenhove | 15-12-05

joehoe U vergeet de prachtige titel De Rode Soldatenvis - Poisson Soldat Rouge, ook geen alledaagse hoor, van Fred Papenhove.

Gepost door: Fred Papenhove | 15-12-05

Voorwaar... ... een verdienstelijke zesde!

Gepost door: Philip | 15-12-05

... titels....
het moeilijkste deel ...
een titel moet veel zeggen en toch weer niets ...

Gepost door: franca | 16-12-05

Uh Het is geweldig Philip, heb je het ding reeds gelezen? Indien niet: Chrétien Breukers heeft nog een gedeukt exemplaar op zijn zolder liggen.

Gepost door: Peter M. van der Linden | 21-12-05

De commentaren zijn gesloten.