26-01-06

WK VELDRIJDEN

Vorig jaar omstreeks deze tijd plaatste ik hier een voorbeschouwing over het WK Veldrijden. Ik eindigde mijn artikel toen met vier boude voorspellingen, waarvan er drie moesten uitkomen. Zoniet moest ik een tegenprestatie leveren waarvan niemand op heden weet wat die dan wel zou geweest zijn, want ik haalde vlotjes drie op de vier. Alleen mijn vierde voorspelling, namelijk dat meer dan de helft van de top tien uit Belgen zou bestaan bleek onjuist. Het was maar de helft. Schroomt u zich niet mij toch maar een kenner te noemen.

 

Veldrijden is een van de mooiste sporten die er bestaan. Dat was vorig jaar zo en het is dit jaar niet anders. Het duurt ongeveer een uur. Dat lijkt kort en ook niet. Een kwartiertje cyclocross kan een heerlijke eeuwigheid duren en spannender zijn dan een integrale bergrit in de Tour, waar het peloton eerst een vier à vijf uren durende aanloop neemt om die laatste molshoop op te geraken. Als er zich daarentegen al heel snel onoverbrugbare tijdsverschillen manifesteren tussen de renners, en de wedstrijd nog voor halfweg in zijn definitieve plooi lijkt te liggen, kan het een tikkeltje voorspelbaar worden, maar dan nog is het uitkijken voor lekke banden, valpartijen, een koe op het parcours, de inslag van een komeet of een streaker (de inslag van een streaker?)

Het WK vindt dit jaar plaats in het Nederlandse Zeddam. Net zoals vorig jaar zet ik even de kanshebbers op de regenboogtrui op een rijtje. Natuurlijk te beginnen met…

 

DE BELGEN

 

Sven Nys:

Nog altijd de Mister Cool van het veld, zelfs meer nog dan vorig jaar. Is consciëntieus met zijn vak bezig, zozeer dat hij in de supermarkt niet eens tussen de rekken met alcoholische dranken of chocolade durft te wandelen. Terwijl vrouwlief haar flessen inslaat, wacht Sven dan maar op haar in de buurt van de pottekes yoghurt.

Heeft onder meer in Hofstade bewezen dat hij tijdens de koers lek kan rijden, vallen, glijden, schuiven, buitelen, seks hebben met Isabelle – want zo heet ze – inclusief voor-, tussen- en naspel, en toch nog winnen met ettelijke penislengten voorsprong.

Sven Nys is een groot kampioen, maar een tikkeltje saai. Hij beschouwt zichzelf als een werknemer bij Rabobank, weliswaar met een fiets onder zijn gat in de plaats van een bureaustoel op wieltjes. Ik heb het nog altijd moeilijk met die schertsvertoning in Sint Michiels Gestel enkele jaren geleden. Ik zou willen dat Nys eens iets geks deed, achteruit fietsend over een balkje springt of na een lekke band zijn wiel weggooit en op één wiel als een circusartiest het hele veld inhaalt en toch nog wint. Verder hoop ik van harte dat hij erin slaagt om als mountainbiker naar de Olympische Spelen te gaan. Dat mag gerust ten nadele van een pipo die zijn dopingschorsing om middernacht in brand steekt in een overvolle feesttent gevuld met nog veel grotere pipo's. Meirhaeghe, want over hem gaat het natuurlijk, heeft zich voor het leven onsterfelijke belachelijk gemaakt.

 

Bart Wellens:

Dit jaar weer weinig Wellens en veel Wee gezien. Ik acht een super Wellens tot grotere dingen in staat dan Nys – de jongen heeft geen Redbull nodig om te kunnen vliegen – maar Bart moet dan wel leren niet express naar de supermarkt te rijden om de schappen met chocolade, chips en diepvrieskroketten te plunderen. Diepvrieskroketten vóór de koers zijn heel ongezond. Beter is ze eerst te bakken op 190°.

Verder ben ik het met Wellens eens dat supporters die hun manieren niet kunnen houden een trap in hun balzak verdienen. Ik zou hetzelfde doen als iemand mij op het werk verrot komt schelden, bier over mijn hoofd kiepert en me in het gelaat spuugt. De volgende keer buiten beeld, Bart! Maar toch een welgemeende proficiat voor de regie van die schitterende vaudeville waarin je de UCI-beunhazen te kakken hebt gezet. Veldrijden is ook altijd een beetje Comedy Casino.

 

Erwin Vervecken:

Vorig jaar noemde ik hem 'een fietsende Mister Bean met het charisma van een suikerbietenteler.' Ik neem deze woorden terug. Erwin Vervecken is een fietsende Mister Bean met het charisma van een koolzaadteler – ik schakel even over op een moderner gewas, want er zit nog toekomst in het toch al bijzonder fraaie palmares van Vervecken. Niemand zal ervan staan te kijken als hij straks in Zeddam tijdens de ceremonie protocolaire Mister Bean-gewijs van het hoogste schavotje dondert met een fles champagne en een bloementuil in zijn pollen. Ik gun het hem van harte, 'k denk dat ik zondag maar eens voor Vervecken zal supporteren.

 

Sven Vanthourenhout:

Niet echt een kanshebber, want hij heeft een zwakker seizoen achter de rug dan vorig jaar. Hoog tijd dus om daar verandering in te brengen nu het nog kan. Met het veroveren van zo'n streepjestrui bijvoorbeeld.

 

DE NEDERLANDERS

 

Richard Groenendaal:

Nu Groenendaal in de herfst van zijn carrière zit, ben ik hem allengs sympathieker gaan vinden. Hij kan het allemaal prima relativeren en ik houd wel van dat soort mannen. Dit WK in eigen land is misschien zijn laatste kans op een wereldtitel, maar ik vermoed dat de ouwe Richard al dik tevreden zal zijn met een podiumplaats.

 

Gerben de Knegt:

Een cyclocross is geen echte cyclocross als Gerben de Knegt niet als eerste het veld induikt en de eerste ronde wat voor de anderen uit fietst. Ik mag hem wel, deze Herr Seele van wei, bos, duin en asfaltstrook. Vorig jaar stond hij niet in mijn lijstje, maar dit jaar zie ik hem op het podium.

 

DE REST

 

De Fransen, de Tsjechen en Enrico Franzoi:

Gadret, Dlask en hun respectievelijke landgenoten kunnen zeker en vast een rol van betekenis spelen en houden zich stand-by om de stekken vanaf nummer 4 te bezetten.

 

DE REST VAN DE REST

 

Zal zoals gewoonlijk weer duchtig in de weg fietsen. Kan men de gedubbelden niet op voorhand aanduiden en ze nog voor de start uit de wedstrijd nemen? Ik vraag het maar. Met die gekke heertjes van de UCI mag ik hopen dat mijn verzoek wordt ingewilligd.

 

TOT SLOT NOG VIER BOUDE VOORSPELLINGEN

  1. De wereldkampioen wordt een Belg. Niet echt boud, maar allez.
  2. Op het podium staan minstens 2 renners van Rabobank.
  3. Het aantal Fransen, Tsjechen en Enrico Franzoi in de top-10 bedraagt minstens 3.
  4. Na afloop van het kampioenschap zal er in Zimbabwe niet spontaan een volksfeest losbarsten. Een burgeroorlog evenmin.

Als er minder dan drie van deze voorspellingen uitkomen, zal ik een tegenprestatie leveren waarvoor jullie in de reacties zelf voorstellen mogen doen. Onnodig daarover na te denken, want ik ben een kenner.

11:17 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

23-01-06

RADIO

Vanavond om 21u. of iets later ben ik te horen op Radio Crazy FM, Kortrijk.

 

De uitzending is rechtstreeks online te beluisteren.

18:44 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

19-01-06

STEM BIS

Op http://decontrabas.typepad.com/publieksprijsbundel2005/ kan nog tot volgende week dinsdag gestemd worden voor dé beste poëziebundel van het jaar 2005. Ik raad u nog altijd aan te stemmen op mijn derde en zonder twijfel beste bundel Het ei in mezelf.
 
21 lezers hebben tot nu toe hun stem op Het ei in mezelf uitgebracht. Van enkelen onder hen ken ik de naam. Zonder uitzondering zijn het mensen die ik in mijn hart koester, zeg ik even melig maar daarom niet minder gemeend.

 

Voor het overige ben ik ontevreden over de geringe persbelangstelling voor dit fijne boekje, maar in een jaar waarin ongeveer drie bundels per week verschenen, is dat niet abnormaal. Als we even de grote vakantie en andere komkommermomenten eruit knippen, komen we aan om de andere dag een nieuwe dichtbundel. De aandacht gaat vooral naar de gevestigde namen en de debutanten. Ik als oude nieuweling zwem daar een beetje tussendoor. Het is jammer, maar het is niet anders. Dank aan Trouw en Meander, die Het ei in mezelf wel uitvoerig hebben belicht in hun medium. Aan alle anderen zeg ik: het is nog niet te laat. Ik blijf ijveren voor een langere levensduur van boeken in het algemeen en dichtbundels in het bijzonder.

 

Stilaan komt er weer wat actie in mijn poëtische leven, het mag wel weer even. Volgende week wordt een drukke week. Het begint zaterdag al met een lezing in de Openbare Bibliotheek te Izegem, waar ik de ontleners, terwijl ze hun boekjes uit de rekken nemen en ze aan de balie op hun lidkaart laten inscannen, zal verrassen met een streepje poëzij. Maandag vervolgens ben ik live te horen op Radio Crazy FM Kortrijk. Ik zal er een uur lang moppen tappen of poëzie lezen, die knoop moet nog doorgehakt worden. Dinsdag ga ik helemaal naar Gent om de presentatie van de debuutbundel van Els Moors bij te wonen. Donderdag is het Gedichtendag, een uitgelezen moment om met enkele West-Vlaamse dichters Antwerpen te plunderen en te brandschatten à la dat gedicht van Ruben van Gogh waarin de Vikingen Friesland binnenvallen. Met dat verschil dat West-Vlamingen pas na een keer of twintig koest zijn. En vrijdag tenslotte breng ik een bezoekje aan mijn goede vriend Hugo Claus in het Psychiatrisch Verzorgingstehuis De Nobelprijswinnaar te Oostakker.

 

En de week wordt dan afgesloten met op zondag 29 januari het WK Veldrijden te Zeddam. Poëzie van een andere orde is dat.

22:08 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

12-01-06

THERE'S NO BUSINESS LIKE CLOWN BUSINESS

De laatste reactie op mijn vorig bericht zet mij er toe aan om eindelijk weer eens mijn schouders onder deze weblog te plaatsen. Dit weblog zeggen sommigen. Zal mij worst wezen. De ironie is dood, mijn beste Marco, en als ze niet dood is, is ze halfdood of springlevend. Sorry, Marlon moet dat zijn in de plaats van Marco.

 

Op Kerstavond zag ik een leuke stand-up comedian op de Nederlandse televisie. Een allochtoon, Najim of zo, heel goed, behalve toen hij last kreeg met zijn Oosterse tanden. Allochtonen zijn vaak heel grappig. Vroeger keek ik wel eens naar een programma dat Comedy Factory heette, ook op Nederland. Daar zag ik ooit eens een neger - een Brit of een Amerikaan, ik weet het niet meer precies - die het had over zijn beste vriendin die maar geen lief vond, terwijl hij stond te popelen om met haar aan te pappen. En zij maar bij hem uithuilen en klagen dat ze haar prins niet vond. Ze merkte niet eens op wat haar beste mannelijke maatje voor haar voelde. Een flutverhaaltje van drie keer niks, maar die man bracht het wel op een grandioze wijze. En wat op een grandioze manier wordt gebracht kan mij zeer bekoren, of het nu humor is of een pak friet met mayonaise. Humor is heel vaak gebaseerd op een misverstand. Het leven zelve is trouwens een misverstand, en als het leven een misverstand is, dan is de dood dat ook. Een pak friet met mayonaise daarentegen berust heel zelden op een misverstand. Ik maakte het één keer mee. Bij de bakker bestelde ik drie chocoladekoeken, drie croissants en twee boterkoeken en hij overhandigde mij een zak friet met mayonaise. Onthutst door dit voorval trok ik 's avonds naar de frituur. Ik ordonneerde een grote met mayonaise. En weet je wat die kerel me gaf? Inderdaad, een grote met mayonaise.

 

2006. Het klinkt nog wat onwennig. Nog altijd heb ik de indruk dat dingen die op het einde van de vorige eeuw gebeurden nog maar een paar jaar oud zijn, terwijl dat toch al bijna een decennium is. Dit even terzijde.

 

Ik was ervan overtuigd dat ik vóór mijn dertiende zou overlijden, maar die leeftijd passeerde en er gebeurde helemaal niks. Nu ben ik haast zeker dat ik amper de zestig haal, maar ik mag niet, ik moet doorbijten omwille van mijn pensioenspaarplan, haha, want ik gun die klootzakken van de bank mijn intresten niet. Must live long. Vandaar dat ik momenteel enkele kilootjes aan het wegwerken ben. Bij het zien van een trap vormde zich in geen tijd een zweetplas rond mijn voeten en na het vrijen moest ik aan de zuurstoffles. Dan weet een mens het wel. Must live long. Maar ook daarin niet overdrijven, vind ik. Enkele weken geleden overleed de oudste Belg, een vrouw natuurlijk. Verdiende loon, denk ik dan, het zal je leren zo lang te leven, uitsloofster, streberes, stielbederfster. Hoezo stielbederfster? Welja, stielbederfster.

 

Ik heb die oude verhalenboekjes van Hugo Matthysen nog eens bovengehaald, omdat mijn verhalenbundel die dit jaar verschijnt en Het vlees is haar zal heten zijn stijl van toen een klein beetje benadert. Matthysen gaf zijn boeken uit bij uitgeverij Dedalus. Ik weet haast zeker dat Dedalus niet meer bestaat. Dat is jammer. Ik hou heel veel van leuke, pretentieloze kortverhalen, maar uitgevers zijn allemaal op zoek naar would-be bestsellerromans, de korte afstand interesseert hen nauwelijks. Kent u dan de bloemlezing van Joost Zwagerman niet, hoor ik u vragen? Jawel, ik heb die in mijn kast staan. Een huzarenstukje, petje af, maar dat neemt niet weg dat het genre best wat meer waardering zou mogen krijgen.

 

Dit voorjaar volg ik een toneelschrijfinitiatiecursus, of hoe moet ik het noemen? Als dat een beetje meevalt, zal ik vervolgens een toneelstuk schrijven en mij verder in deze discipline bekwamen. Eens mijn stuk af is, roep ik enkele mensen bijeen om het te spelen. Ik zal daarbij het grensverleggend karakter van de toneelspielerei niet uit het oog verliezen. Zo zal de brandweerman niet gespeeld worden door een sympathieke kleerkast met een dikke neus, borsthaar, een snor en stinkende oksels maar door een jonge vrouw waarvan het publiek als ze de eerste keer opkomt nooit zal vermoeden dat ze zo handig met haspel en brandslang overweg kan. En het werkloze fotomodel zal worden vertolkt door een sympathieke kleerkast met een dikke neus, borsthaar, een snor en stinkende oksels. Tja, dan hoef je als fotomodel niet verwonderd te zijn dat je zonder werk zit. Grensverleggend drama van eigen bodem wordt dat, met af en toe een streepje bullshit om de boel wat te verluchten. Of moet dat grensverleggende bullshit met af en toe een streepje drama zijn?

 

Wat die Poëziepublieksprijs betreft, is het leuk te merken dat ik nu al een tijdje in de top-10 meedraai, weliswaar op een lichtjaar afstand van de koplopers. Zelf heb ik nog geen stem uitgebracht, ik wacht tot het allerlaatste moment. De twee koplopers hebben duidelijk hun troepen gemobiliseerd. Het is hun goed recht. Dat zeg ik natuurlijk alleen maar omdat ik Alexis de Roode en Victor Vroomkoning allebei een warm hart toedraag, het zijn heel goede dichters, zo is het en niet anders. Hadden daar twee nitwits het lijstje aangevoerd, ik had gefulmineerd en gefulmineerd en ten derden male gefulmineerd en ten langen leste waarschijnlijk de stekker uit het internet-stopcontact getrokken zodat heel die verrekte stemming in het water viel.

 

Zelf heb ik de voorbije maanden ook alweer enkele nieuwe gedichten geschreven. Ik publiceer die voorlopig nog niet, omdat er hier en daar nog een punt of een komma bestudeerd moet worden, maar de titels mogen jullie wel al weten: Boerin 007, Circumcisie, Groetjes uit Rusland, Het loze zwemmertje, Kein Bahnhof Geschichte, Kippig gedicht over haan inclusief moraalLucky, Mijn kruis! Mijn kruis! Een kingdom voor mijn kruis!, Na de solden, Operatie voorspel na een rotdag op kantoor, The Black And White Minstrel Show en There's no business like clown business. Klinkt veelbelovend, niet? Dit laatste – klinkt veelbelovend, niet? – is geen titel van een gedicht, gewoon een vraag die ik aan jullie, you anonieme lezers out there stel.

 

Zo, als eerste bericht sinds de nieuwjaarsdip is dit natuurlijk bijzonder koude kak. Maar het is een begin, een nieuw begin. Jullie horen nog van me.

21:07 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |