06-02-06

HET MEDISCH ONDERZOEK (1)

‘Leven jouw ouders nog?’

‘Ja.’

‘Is jouw vader gezond?’

‘Ja.’

‘Moeder gezond?’

‘Ja.’

‘Zijn jouw kinderen gezond?’

Ik grom instemmend.

‘Hond?’

Grom grom.

‘Kat?’

‘Yep, alle vier.’

‘Parkiet?’

‘Neen.’

‘Hoezo neen? De vorige keer nog wel.’

‘De parkiet is uit zijn kooi gevallen en één van de katten heeft hem opgegeten.’

‘Kunnen parkieten niet vliegen dan?’

Ik slaak een verveelde zucht, verrast als ik ben door de spottende toon die ze aanslaat.

‘Tiger had een zwak pootje.’

‘So what? Vliegen doe je toch met vleugels.’

Wat is me dat voor takkenwijf, zeg? Weer zo'n kittelorige vraag, en wat heeft wijlen Tiger te maken met mijn gezondheid.

‘Goed, mijnheer Hoorne,’ zegt ze alsof ze mijn gedachten leest, ‘de omstandigheden waarin uw parkiet naar de big birdcage in the sky is vertrokken doen eigenlijk niks ter zake. We gaan de ogentest doen.’

Big birdcage in the sky? Zei ze dat echt? Of liet ze eigenlijk een langgerekte boer gevolgd door een pijnkreetje? Bibburbeiiiib aaai?

De ogentest verloopt vlekkeloos. Alle kaartjes die ze in de kijker schuift zijn dezelfde. Op de duur weet ik met mijn ogen dicht of het ringetje een opening heeft aan de boven-, onder-, linker- of rechterzijde.

 

Deel één van de gehoortest loopt eveneens prima. Ze verstuurt de tonen met een tussenpauze van ongeveer drie seconden. Het enige wat je eigenlijk moet kunnen om goed te horen is tot drie tellen. Eén, twee, drie, JA! Eén, twee, drie, JA! En als ik niks hoor, weet ik stellig dat er toch iets moet zijn. JA!

Omdat ik veel last ondervind bij een conversatie met achtergrondrumoer, worden mijn oren aan een bijkomende proef onderworpen. De verpleegster neemt plaats in het belendende lokaal. We zitten nu aan weerszijden van een groot raam. Door een microfoon beveelt ze me om de hoofdtelefoon op te zetten. De woorden die ze mij voorzegt, moet ik nazeggen. Eerst éénlettergrepige, vervolgens tweelettergrepige. Onder het spreken neemt ze driftig notities en corrigeert mij waar nodig. Dat hoeft slechts één keer. Ik zeg bloedbad in de plaats van bloedvat en we moeten daar allebei om lachen. Ik hard en uitbundig omdat ik bloedbad in de context van deze test toch al een raar woord vond, zij ingetogen omdat ze niet de schijn wil wekken mij uit te lachen. Lach dan, aangeklede bezemsteel, denk ik. Het mag, hoor, want dit is best grappig.

 

Volgt de blaasproef ofte spirografie. Wat zal ze nu weer uitkramen? The old grey whistle test? Iets met blowjob? Ik kijk naar het stuk antiek voor mij en grinnik. Dit mens met haar bilaterale hazenlip zou zelfs uit een blokfluit nog geen noot muziek kunnen wringen, laat staan uit…

‘Sta recht, mijnheer Hoorne', zegt ze, ‘en get ready for the blowjob.’

Ik verslik me in mijn speeksel en schiet in een onbedwingbare hoestbui.

 

(wordt vervolgd)

19:31 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

De commentaren zijn gesloten.