16-02-06

HET MEDISCH ONDERZOEK (4)

Commissaris Callewaert zit achter zijn bureau. Hij maakt een warrige indruk en heeft grote paarse wallen onder zijn ogen. Niettegenstaande er op de glazen toegangsdeur tot het politiecommissariaat een grote sticker hangt met het opschrift ‘Dit is een rookvrij gebouw’ bungelt er een brandend sigaartje aan zijn onderlip. Af en toe neemt hij die uit zijn mond om uit een mok een teug koffie te slurpen. Op het bureaublad tal van vieze bruine vlekken. Callewaert heeft vettig haar, een stoppelbaard en bretellen. Een flik uit een televisieserie. Alleen de holster met pistool onder zijn oksel ontbreekt. Hij wijst naar de stoel aan de ander kant van zijn bureau, dooft het sigaartje in de zware glazen asbak van een al lang vergaan biermerk, leunt achterover en legt zijn handen in zijn nek.

"Volgende week is mijn vrouw jarig en ik heb nog geen geschenk voor haar. Meer zelfs, ik heb nog geen flauw idee wat ik voor haar zal kopen? Heb jij soms een tip? Jij ziet er mij het type man uit dat perfect weet wat een vrouw wil."

De politie, mijn vriend, al goed en wel, maar deze directheid en dat getutoyeer bevallen me niet echt. Maar ik ben op alles voorbereid en alles betekent inclusief vragen als deze. Het antwoord ligt dan ook op mijn lippen klaar.

"Ik weet het niet, commissaris."

"Aha! Bingo!" Hij veert recht, valt weer in zijn stoel en buigt zich vervolgens zo ver voorover dat ik zijn vieze adem kan ruiken.

"Ik weet het niet is het standaardantwoord van de misdadiger, mijnheer Hoorne. Ook dát wist jij natuurlijk niet, maar ik toevallig wel, want ík ben hier de flik en niet jij, anders zat ik nu op jouw stoel en jij op de mijne, en stelde jij mij die vraag, maar de kans dat ik ‘ik weet het niet, commissaris’ had geantwoord, is onbestaande, want ik ben geen crimineel, laat staan een moordenaar."

Hij richt een priemende vinger op mijn borstkas.

"Weet je, ik had hier ooit iemand net zoals jij. Brave burgerman, blanco strafblad, de onschuld in persoon, Mister Nice Guy. Op elke vraag die ik stelde, antwoordde hij met 'ik weet het niet'. Hoe is jouw naam? Ik weet het niet. Waar woon je? Ik weet het niet. Welk resultaat heeft Club Brugge dit weekend gespeeld en tegen wie? Ik weet het niet. Wat is de vierkantswortel van 1681? Ik weet het niet. Hoe maak je béarnaisesaus? Ik weet het niet… Gelijk wat ik die man vroeg, steeds antwoordde hij met 'ik weet het niet'. Achteraf bleek dat we te maken hadden met Christophe Caluwé, alias de Koppensneller van Koekelare."

Een siddering rolt over mijn rug. "Heeft u de Koppensneller van Koekelare gevat, commissaris?"

Commissaris Callewaert glundert. Hij trekt aan zijn bretellen en laat ze tegen zijn borstkas knallen. Ik interpreteer dit als een teken van fier zijn op zichzelf. Ineens weet ik waarom heel wat mannen geen greintje vreugde meer uitstralen. Er worden geen bretellen meer gedragen.

"Zelfde verhaal met de Hoofdenhakker van Hooglede, de Slachter van Slijpe en de Uitbeender van Uitkerke, allemaal meesters in het ignoreren. Niets wisten ze... correctie, ze zeiden dat ze niks wisten, maar wel allemaal schuldig. Als iemand meteen bekent, mijnheer Hoorne, heb ik maar één zorg, en dat is die gast zo snel mogelijk weer buiten krijgen. Meestal zijn het mannen op zoek naar een goed gesprek. Een kaartje van de psycholoog in hun pollen of een stadsplan waarop ik de hoerenbuurt omcirkel, een schop onder hun gat en hup, buiten die janetten! Eén keer hadden we hier een mafkees die in geuren en kleuren vertelde hoe hij zijn buurvrouw had omgebracht. En zich maar uitsloven om ons dat te doen geloven… lachen dat we gedaan hebben, mijn collega en ik. Op een gegeven moment rolden we over de vloer van de pret. Die vent maakte zich kwaad en legde ineens een bebloed keukenmes op mijn bureau met de woorden 'Ziehier het corpus delicti'. Corpus delicti, haha, heb je het ooit zo zout gevreten? O, wat deed mijn buik pijn van het gieren, ik heb in jaren niet meer zo'n lol gehad. Achteraf bleek ik het bij het rechte eind te hebben. De man bleek geheel onschuldig en had het hele verhaal van a tot z verzonnen. Bedelen om aandacht, zielig, vind je niet? En op zo'n manier. Een half telefoonboek vol met hulplijnen en nummers van praatgroepen en therapeuten, maar ze moeten per se de politie lastigvallen met hun pathetische praatjes. Enfin, weet je wie het gedaan had?"

"Euh… de buurman… ik bedoel de echtgenoot van het slachtoffer?"

"Fout. Het was het werk van de Wreedaard uit Vrasene, een keurige bankbediende die zelfs op de vraag 'wat zijn de huidige rentetarieven voor een hypothecaire lening' antwoordde met 'ik weet het niet'. Tja, dan weet je het wel."

Ik denk aan de titel van dit verhaal, Het Medisch Onderzoek, en hoe ver we daarvan zijn afgedwaald. Zal commissaris Callewaert straks in mijn aars op zoek gaan naar drugs? Word ik gemarteld? Ik huiver en troost mezelf met de gedachte dat daar niks medisch aan is en in dit verhaal niets ter zake doet, maar toch moet ik samen met u vaststellen dat dit verhaal aan een niet vooraf in te schatten wildgroei is begonnen. Hoorne, jij met je ik-verhalen altijd. In de derde persoon kon toch ook. Creëer een personage en noem het Jan Snot of Piet Snot en je bent van een hoop ellende verlost. Als je dan toch zo graag de hoofdrol speelt, was dan acteur geworden. Of paus. Of zanger van U2. In elk geval... this is another fine mess you’ve gotten me into.

"Je hebt nog bijna niks gezegd en je bent er toch al in geslaagd jezelf erin te praten, Hoorne. Haha, sucker! Die moderne politietechnieken zijn een zegen voor de hedendaagse misdaadbestrijding. Waar is de tijd van de nachtenlange ondervragingen… Good cop, bad cop, een spot in je gezicht. Enfin, voor ik nostalgisch word… ik lees even jouw rechten voor... ahum… you have the right to remain silent en je mag één telefoontje doen. Mag ik Pizza Palace Take Away aanbevelen, ik trakteer, 't is te zeggen, de Belgische Staat trakteert, en als je het ooit tot de elektrische stoel schopt, mag je nog eens eten op kosten van de overheid, maar dat zal dan wel in een ander apenland moeten zijn, waar de doodstraf wel nog bestaat. Pizza Palace Take Away, 056 218734."

Commissaris Callewaert draait zijn telefoontoestel naar me toe.

"Vraag naar Luigi en zeg dat het voor Germain is, dan zet hij zijn snelste brommerke in, want terwijl wij hier zitten te eten, blijven de criminelen daarbuiten maar bezig. We kunnen slechts één ding hopen, en dat is dat ook criminelen wel eens een koffiebreak, lunchpauze of snipperdag nemen. Voor mij ene met ham, tomaten en knoflook, neen, doe maar twee met ham, tomaten en knoflook. Ik heb honger als een politiepaard."

De wereld is gek geworden. Vandaag is het duidelijk, de wereld is waarlijk gek geworden, of is het altijd al zo geweest? Toen ik nog een kind was, dacht ik dat alles klopte en in elkaar klikte als een autogordel, maar dat ik nog te klein was om al dat grootse te begrijpen, een beetje zoals een legpuzzel met heel veel stukjes. Zo'n puzzel bevatte altijd een moeilijk gedeelte. De hemel bijvoorbeeld. Wolken. Lucht. Moeilijk, jong, moeilijk. Dan kieperde je al die stukjes op tafel, er voorzichtig zorg voor dragend dat er geen op de grond vielen. De lichtblauwe moesten bovenaan, dat wist je wel. Wolken, lucht, flauw zonnetje, bijna onzichtbaar vogeltje. De overige twee derden van het plaatje waren donker en somber. Daar was de actie, daar gebeurde van alles, fluitje van een cent. Maar die hemel! Hemel, er was zoveel hemel! Die stukjes leken zo verdomd goed op elkaar, maar hadden toch allemaal hun eigen onverwisselbare plekje. Tegen de tijd dat ik twintig ben heb ik mijn levenspuzzel helemaal gelegd, dacht ik, dan zal ik alles weten, gedaan met de twijfel en vertwijfeling... Dream on, dude. Vandaag zit ik plat op mijn gat in een gebombardeerde speelgoedwinkel vlakbij het rek waar daarnet nog de puzzels lagen. Jigsaw, Jumbo, Ravensburger… ik verdrink in de puzzelstukjes. Wat een chaos, wat een miserie, wat een onoverzichtelijke troep.

De commissaris rukt nijdig aan de telefoon, tikt een nummer en bestelt zijn maal. Daarna tikt hij nog een nummer. "Kom hem maar halen," zegt hij, "ik ben klaar."

 

(wordt vervolgd)

13:32 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

Commentaren

41 Er zitten nog wat tikfoutjes in je tekst, maar los daarvan: ik blijf mij ermee amuseren.

x

Gepost door: X Roelens | 16-02-06

! Leve de humoristische chaos!

Gepost door: ! | 19-02-06

De commentaren zijn gesloten.