22-02-06

HET MEDISCH ONDERZOEK (6)

In elk deel van dit verhaal heb ik tot nu toe een nieuw personage opgevoerd. Dat zal nu moeilijk gaan, want ik zit nog steeds alleen in mijn cel in stilte in elkaar gedoken in een hoekje in een zin die te veel keer het woordje in bevat. Mijn enige vriendje is Ciske, Ciske de rat. Een grijsbruin gedrocht van ruim een halve meter lang, staart niet inbegrepen. Ciske draagt een ouderwets bruinoranje Adidas-trainingspakje en een groene geruite pet. Ciske is geen prater. Ik ook niet, dat valt dus reuze mee. Of tegen, ik weet dat nog niet precies. Sommige zwijgers hebben graag zwijgers om zich heen, andere zwijgers verkiezen praters. Ik weet niet tot welke groep ik behoor. Het hangt er allemaal een beetje van af. Zal deze aangeklede rat verder nog een rol spelen in dit verhaal of eventueel een revival van het magisch-realisme inluiden? Neen, geen van beide, of moet dat zijn geen van beiden? Ik ben een vragende mens. Wie ben ik? Waarom zit ik hier? En Ciske, wat doe ik met hem? Weg met die rat. Geen ongedierte in mijn cel noch in mijn verhaal en geen heropflakkering van het magisch-realisme in Vlaanderen. Overmatig gebruik van het voorzetsel in wijst op een hoge mate van doodsverlangen zei mijn psychiater zaliger altijd. De brave man is gestorven in een verkeersongeval. Hij werd door een indom als indiaan verkleed individu aangereden in de Ingooigemstraat te Ingooigem ter hoogte van het kantoor van ingenieur Ingelbrecht die gehuwd is met Inge In 'T Ven, de dochter van de Belgisch-Indische industrieel Indira In 'T Ven. Intriest.

Ik zit nu helemaal alleen in mijn cel. Ciske is verdwenen. Moge hij ooit de vuilnisbelt of het riool van zijn dromen vinden. Ciske is weg, voorgoed. Net zomin als dokter Adriaens zal hij nog terugkeren om in dit verhaal een rol van betekenis te spelen. In deze erbarmelijke omstandigheden is dat al meer dan voldoende om een traan weg te pinken. Ik zal hem missen, Ciske, met zijn onmodieuze jaren tachtig sportoutfit en zijn gekke petje met golfembleem, twee gekruiste clubs met een balletje in het midden. Maar ook alleen is een mens niet alleen. Als kind heb ik hele gesprekken gevoerd met mezelf en ik doe het nog steeds. Of ik kruip in de huid van iemand anders, het is gratis en risicoloos. Even een voorbeeldje ter illustratie.

"Bij ons staat Jan Ceulemans, trainer van Club Brugge. Tja, Jan Ceulemans, mogen we zeggen dat het Europese liedje voor Club hier vanavond eindigt?"

"Ja, oké, ik had er meer van verwacht en ik denk ook niet dat we deze nederlaag verdienden, maar twee individuele fouten hebben ons de das omgedaan. We moeten op een mirakel hopen volgende week, maar het zal moeilijk zijn."

"Toch wel een sterke ploeg, hé, die Italianen."

"Als je ziet dat ze enkele van hun beste spelers op de bank zetten of thuis laten… we wisten het op voorhand, er zat zeker meer in vandaag, maar het heeft niet mogen zijn."

"Hoe kijk je terug op deze Europese campagne?"

"Ik denk dat onze doelstellingen bereikt zijn. We hebben Champions' League gespeeld. We mikten op die derde plaats en dat is ons gelukt. Ik denk dat we mogen tevreden zijn."

"Alles op de competitie nu?"

"In de competitie moeten we het nu van match tot match bekijken."

"Veel succes, Jan Ceulemans."

"Dank u."

Heel wat gedachten en herinneringen schieten door mijn kop, maar niet een is geschikt voor publicatie. Zal ik vertellen over die keer dat ik met de bus naar het werk reed, 's ochtends niet de tijd had genomen om naar het toilet te gaan en onderweg in mijn broek kakte?

"Luister, Hoorne, als je iets vertelt aan de lezers, moet je het juist vertellen."

"Doe ik toch, Hoorne."

"Neen, dat doe je niet."

"Vertel jij het dan."

"Je laat uitschijnen dat je al op de bus in je broek kakte, terwijl het eigenlijk gebeurde op weg te voet van de bushalte naar het werk."

"Is dat zo?"

"Yep."

"Weet je het zeker?"

"Heel zeker."

"Je was er al bijna toen het gebeurde. Ontdaan maakte je rechtsomkeert, niet naar de bushalte aan het station, maar naar de halte op de Grote Markt die zich iets dichterbij bevindt. De bus kwam net aangereden. Onderweg liep je nog een collega tegen het lijf die schertste dat het werk wel de andere kant uit was."

"Ja, nu je het zegt. Het was een bloedhete dag, niet?"

"Helaas wel, ja."

"En de bus zat maar voor een kwart vol."

"Gelukkig maar."

"Een genante vertoning, maar de hele tijd hield ik de boel onder controle."

"Wat van jouw sluitspier niet kon gezegd worden."

"Godver, je was er ook bij, het is ook jouw sluitspier."

"Haha."

"Het was een accident de parcours, niet minder maar ook niet meer. En laat ons er nu over zwijgen."

"Jij wilde dit verhaal vertellen, niet ik. Je wilt goochelen met feiten en fictie en bedient je daarvoor van nogal slap gezwets, vind ik. Dit verhaal begint serieus aan bloedarmoede te lijden."

"Als het ooit in boekvorm verschijnt, knippen we dit stuk eruit, O.K.?"

"Ja, doen we."

"Ik stel voor, dat we terug in onze cel zitten en een nieuw personage opvoeren."

"Wat voor een personage?"

"Ik heb een leuke naam: Murat Tarmak."

"Een Joegoslaaf?"

"Ja! Goed zo, jongen! Een echte bad boy die ons zal komen bevrijden."

"En waarom zou hij dat doen?"

"Al schrijvende komen we dat wel te weten."

"Ik weet het niet. Heb je geen Deen of Zweed of zo? Neen, geen Deen, te gevaarlijk momenteel. Doe mij maar een Zweed of een Fin, ene Sven Svensson of Petri Kupiainen."

"Murat Tarmak lijkt mij leuker. Nemen we hem of niet?"

"Wat wordt zijn functie in het verhaal?"

"Functie? Sinds wanneer maken wij ons druk om de functionaliteit van een personage? Hij komt, doet zijn ding en wordt weer afgevoerd, c'est simple comme bonjour."

"Je weet dat ik moeilijk afscheid kan nemen van personages. Ik kan nog altijd niet geloven dat die aardige mevrouw van de Dienst voor Arbeidsgeneeskunde is vermoord."

"En dat wij de mogelijke dader zijn, ha, hoe komen we erbij?"

"En Ciske, wie weet loopt hij wel in zijn ongeluk."

"Een ongeluk rattenval genaamd of pesticide."

"Ach, doe niet zo cynisch. Ik wil dat dit verhaal een positieve wending neemt. Geen cynisme, geen scheldwoorden, geen slap gezeik, geen seks of geweld, iets Disney-achtigs. Kunnen wij dat?"

"Een sprekend hertenjong met een vlinder op zijn snoet of een kabouter met een dikke neus is snel gecreëerd."

"Neen, geen kabouter, beetje cliché… Zeg?"

"Ja, wat is er."

"Hoe heet die kabouter ook weer in dat boek van Ingmar Heytze?"

"Ik ben er voor niemand?"

"Ja."

"Zou ik even moeten opzoeken. Dat is nu van geen tel. Allez, knopen doorhakken. Murat Tarmak, nemen of niet?"

"Ik wil hem wel een kans geven."

"O.K. Murat Tarmak, 39 jaar, geboren in Belgrado, draagt altijd zwarte kleren. Heeft zijn straf uitgezeten, roofmoord, drugs, pooierschap, harde jongen, maar heeft ook een zachte kant. Houdt van Disney-films, maar niet met kabouters."

(wordt vervolgd)

17:43 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

Commentaren

De schizofrene ik in onszelf. Heerlijke schizofrenie!

Gepost door: anoniem | 22-02-06

De commentaren zijn gesloten.