31-03-06

HET MEDISCH ONDERZOEK (9)

Enkele dagen later vind ik tussen mijn post het handboek 'Ontsnappen voor beginners' – gelukkig in een discrete omslag – en een lang bruin brood – heel wat minder discreet verpakt in een ordinaire broodzak van bakkerij Kramikske. De keerzijde van de zak vermeldt de slogan 'Haal meer uit uw brood!' Belachelijk quote, maar in mijn situatie bijzonder toepasselijk. Ik haal het brood uit de zak, maak met mijn hand een holletje in de zijkant, moet ineens kakken, kak en veeg mijn gat af met enkele pagina's die ik uit 'Ontsnappen voor beginners' scheur en was mijn handen. Vervolgens graaf ik verder in het brood en al gauw voel ik wat ik er hoop te voelen: een hard en solide voorwerp. Ik werp een blik op mijn getraliede venster. Als ik er de twee middelste spijlen uithaal, ben ik zo de pijp uit. Vier maal vijlen dus, maar niet te onstuimig, zo weinig mogelijk vijlsel produceren. En als de eerste staaf los is die voorzichtig met kauwgom provisorisch terugplaatsen tot de tweede ook los komt. Klein probleem: het venster bevindt zich hoger dan mijn armen reiken kunnen. Daar heb ik wat op gevonden. Als ik de lattenbodem van mijn bed schuin tegen de muur opstel, kan ik die als ladder gebruiken. Mijn voetpunten passen precies in de openingen tussen de latten. O, wat ben ik toch een slimmerd. Vroeger op school noemden mijn vrienden mij Het Brein, mijn meisjesvrienden noemden mij Het Knappe Brein, de juf biologie noemde mij Het Superknappe Brein. Als wederdienst noemde ik haar Superknappe Juf, want dat was ze ook.

 

‘Ga zitten, Superknappe Brein, ken je de leerstof?’

‘Ik denk het wel, Superknappe Juf, ik heb gisteravond lang gestudeerd.’

‘Goed zo, hopelijk zal dat zo meteen blijken, Superknappe Brein.’

‘Ik hoop het ook, Superknappe Juf.’

‘Eerste vraag: hoe noemen we het kleintje van een koe, Superknappe Brein?’

‘Kalf, Superknappe Juf.’

‘Uitstekend, Superknappe Brein! Vermits je alle vragen correct hebt beantwoord, kan ik niet anders dan jou het maximum van de punten geven. Had je verwacht dat het zo vlot zou gaan?’

‘Ik had een goed voorgevoel, Superknappe Juf. Het is altijd prettig als hard studeren ook loont.’

‘Zo is het maar net, Superknappe Brein, veel succes nog met de andere examens.’

‘Dank je wel, Superknappe Juf, mag ik jou een prettige vakantie toewensen?’

‘Of die prettig wordt of niet, Superknappe Brein, hangt natuurlijk af van het aantal keren dat ik jou zal zien.’

‘Ik begrijp het, Superknappe Juf, zullen we morgenavond afspreken in het gemeentepark, bij de derde beuk links?’

‘Vanavond, Superknappe Brein?’

‘O.K. Superknappe Juf.

‘En tussen haakjes, het zijn geen beuken maar eiken. Heb je in de les over de loofbomen niet goed opgelet, Superknappe Brein?’

‘Toch wel, maar ik word altijd zo hevig afgeleid door jouw immense schoonheid, Superknappe Juf.’

‘Maar dat het kleintje van een koe kalf heet wist je, Superknappe Brein. Was ik in de les over de zoogdieren dan niet mooi?’

‘Toch wel, Superknappe Juf, maar het stuk over de zoogdieren heb ik extra goed ingestudeerd.’

‘Je hebt warempel een beetje geluk gehad met deze proef, heb ik de indruk, Superknappe Brein.’

‘Ja, misschien toch wel een beetje, Superknappe Juf.’

‘Welk examen heb je morgen, Superknappe Brein?’

‘Chemie, Superknappe Juf.’

‘Van mevrouw Pieters, Superknappe Brein?’

‘Ja, Superknappe Juf.’

‘Wat vind je van haar, Superknappe Brein?’

‘Ze legt het soms wat moeilijk uit, Superknappe Juf.’

‘Ik bedoel haar uiterlijk, Superknappe Brein.’

‘Pfff, Miss België zal ze nooit worden. Mits enige plastische chirurgie kan ze misschien ooit nog tweede eredame worden van Miss Stationsbuurt, Superknappe Juf.’

‘Haha, da's een goeie, Superknappe Brein.’

‘Een vleugje humor is belangrijk, niet, Superknappe Juf?’

‘Humor is alleen belangrijk als die uit jouw mond komt, Superknappe Brein.’

Ik glimlach en sla verlegen mijn ogen neer.

‘Zou ik mevrouw Pieters mogen omschrijven als een slachtrijpe struisvogel met klompvoeten en een nijlpaardbakkes, Superknappe Brein?’

‘U neemt mij de woorden uit de mond, Superknappe Juf.’

‘Ze loopt heel hoog met je op, Superknappe Brein, ze noemde jou gisteren tijdens de lerarendag haar beste leerling. Hoe komt dat?’

‘Ik word op geen enkel moment door haar afgeleid, of het zou door haar weerzinwekkende verschijning moeten zijn, Superknappe Juf.’

‘Correct antwoord, Superknappe Brein. Ik geef je bovenop jouw 100% nog enkele bonuspunten die je mag overdragen naar volgend schooljaar. We zien elkaar terug in september, neem ik aan?’

‘Neen, vanavond al onder de derde beuk, euh sorry, eik, Superknappe Juf.’

‘Ga nu, Superknappe Brein, voor ik mij van seksuele extase arbeidsongeschikt moet melden. Wees voorzichtig. Derde eik, ik heb jouw naam alvast in de schors gekrast.’

‘Hebben we niet geleerd dat in bomen kerven stout is, Superknappe Juf?’

‘Stout is my middle name als ik aan jou denk, Superknappe Brein. Alle eiken wil ik eigenhandig kappen voor één oogopslag van jou.’

‘En voor twee oogopslagen, Superknappe Juf?’

‘Een heel regenwoud, Superknappe Brein.’

Toen klopte er iemand op de deur.

 

(wordt vervolgd)

15:39 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

21-03-06

KOOPT HEDEN, NEEN MORGEN, ALLEN DE POËZIEKRANT!

In afwachting van het vervolg van de avonturen van mijn Joegoslavische vriend en mezelf, wil ik u, de bezoeker van deze weblog die mij zo dierbaar is – ja, u daar! – even wijzen op de nieuwe Poëziekrant waarin mijn recente bundel Het ei in mezelf deskundig tegen het licht wordt gehouden.

 

Verder wil ik mij verontschuldigen voor de wijze waarop ik deze blog en ook Poëzierapport een beetje laat slabakken. Wees niet ongerust, ik heb het gewoon druk momenteel. Wat Poëzierapport betreft wil ik al degenen die hun bezorgdheid hebben geuit en reikhalzend uitzien naar nieuwe besprekingen danken voor de ongeveinsde interesse. De redactie is zeer ontroerd en belooft ten stelligste om vroeg of laat weer aan de slag te gaan. Reculer pour mieux sauter, zeggen de Fransen. Oui, non, baguette, camembert en un bon vin blanc, zeggen ze ook, maar dat doet hier nu niet ter zake.

22:19 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

02-03-06

HET MEDISCH ONDERZOEK (8)

(Murat Tarmak - foto: Annelies Doom)

Ik leerde Murat Tarmak kennen op een winderige novemberavond des jaren 2004. Ik haalde een frisse neus in het park, maar aan het kraampje met de frisse neuzen hing een bordje met het opschrift 'Gesloten wegens ziekte'. Dan maar wat tussen de bomen heen en weer gelummeld onderwijl diep in en uit ademend. Op een betegelde vlakte voorstellende een reuzenschaakbord, waar ik echter nog nooit iemand schaak heb zien spelen, sprong een in het zwart geklede man met een stuk of vier handtassen om zijn schouder wild op en neer als een hyperkinetische indiaan die zich oplaadt voor de bizonjacht. Het leek alsof hij zijn voetzolen had verbrand, zozeer krijste hij in een broebeltaaltje dat alleen de slechteriken in de Kuifje-feuilletons, Filip Peeters en Rick de Leeuw spreken. Deze kerel verkeerde in grote nood, ik hoefde geen dokter, ambulancier of priester te zijn om dat te merken. Ik liep naar hem toe en vroeg of ik kon helpen. Als door een angel gestoken staakte hij zijn bokkensprongen, een angel met een verdovend goedje welteverstaan, en keek mij stomverbaasd aan, wendde daarna de blik af en tuurde naar de grond. Na enkele minuten keek hij met een glazige blik terug in mijn richting, dan wederom naar de grond. Dit tafereel herhaalde zich nog een aantal keren en net toen ik besloot mijn weg verder te zetten, kwam hij naar me toe en viel me om de nek.

"Oe hift mij keret van klain kabooter, dank oe, dank oe," snikte hij.

Wie was deze gehandtaste freak die niet goed spreekt de Vlaams? Angstig keek ik om me heen om te zien of er nog meer mensen in het park rondliepen, die mij eventueel ter hulp zouden komen snellen in het geval deze weirdo iets onkoosjer met me voorhad. Dit psychiatrisch geval boezemde me allerminst vertrouwen in. Ik mijd omgang met gekken, gewone mensen zijn mij al meer dan gek genoeg.

"Oe hift mij keret van klain kabooter, dank oe, dank oe," snikte hij nogmaals en hij schudde mijn hand als was het de zwengel van een steekpomp.

Ik rukte me los, nam zijn hoofd tussen mijn handen en drukte het stevig tegen mijn schouder. Ik kan als het echt moet heel erg pathetisch uit de hoek komen. De man was net even groot als ik en had hetzelfde halflange lichtjes krullend haar, waar mijn vrouwelijke fans zonder onderscheid van leeftijd, religie of politieke kleur zo dol op zijn. Zachtjes tapte ik op zijn rug. Eindelijk kon ik de zinnetjes debiteren die ik al zo vaak in Amerikaanse films heb gehoord en die enkel in dit soort situaties kunnen gebezigd worden.

"It's allright… everything's gonna be just fine," waarbij het woordje 'just' ietwat gerekt en nasaal dient te worden uitgesproken en het woord 'fine' een kort, krachtig, vastberaden doch goedmoedig orgelpunt behoort te zijn.

"Dank oe, dank oe, dank oe zir, oe zijn zir goet mens."

Dit kon wel volstaan qua dankbetuiging. Deze knakker moest niet overdrijven.

"Not at all," antwoordde ik, wat in de gegeven omstandigheden nogal silly klonk.

 

Na de man enkele gerichte vragen gesteld te hebben, werd me duidelijk dat ik hier te maken had met wat in het medisch standaardwerk 'Medisch Standaardwerk' van de Duitse neuropsychiater Friedrich Hrubesch omschreven wordt als dwarfofobie, angst voor echte of ingebeelde kleine wezentjes als daar zijn kabouters, dwergen, gnomen en Vera Dua. Dwarfofobie is een aandoening zo zeldzaam dat er bijna nergens informatie over te vinden is. In de volksmond wordt dwarfofobie ook wel eens smurfenhaat genoemd, alhoewel die term absoluut de lading niet dekt, want met haat in de strikte betekenis van het woord heeft dwarfofobie niks te maken, veeleer met angst. Die hele verrekte volksmond zou dan ook beter haar… euh… mond houden. Dr. Hrubesch is ook de uitvinder van de angst voor gele Opel Vectra's en het floppydrivefetisjisme, een seksuele afwijking waarbij de patiënt, veelal van de mannelijke kunne, zijn geslachtsdelen in de floppydrive van een computer probeert te wurmen met bevrediging als doel.

 

In de handel bestaat er efficiënte medicatie ter genezing van dwarfofobie. Omdat Murat niet kon genieten van het Belgische sociale zekerheidsstelsel, kocht ik die voor hem aan, en zo werden we dikke vrienden. We gingen samen naar het voet-, basket-, volley-, korf-, honk-, base- en softbal, maar nooit naar het dwergwerpen. Murat bleef om gezondheidsredenen beter uit de buurt van kleine mensen. Bij de aanvang of het einde van de schooluren voorbij een kleuterklasje rijden of in de auto een cd van Prince afspelen waren al tamelijk riskante ondernemingen. Murats lievelingssong is, hoe kan het anders, 'Short people' van Randy Newman. Short people have no reason to live. Hij zong het altijd uit volle borst mee, jammer van dat Slavisch accent. Zijn meest gehate lied is 'Comment ca va' van The Shorts. Het is goed dat vrienden van elkaar weten waar ze het meest van houden en wat ze het meest verafschuwen.

 

Murat vergezelde me naar literaire lezingen. Toen ik enkele maanden geleden te gast was als Dichter aan Huis in Den Haag, schuimde Murat de Haagse straten en pleinen af op zoek naar een publiekje voor mij. Daarbij wist hij een trosje uitgelaten poëzieliefhebbers dat gezwind op weg bleek te zijn naar het optreden van Tom Lanoye, met enige hulp van Bambi te overreden om hun koers bij te sturen richting Willemstraat 116 alwaar 'de vandazdieze Vloamse diegter Philip Hoorne' zoude voorlezen uit eigen werk. Ik keek nogal raar op toen het zootje ongeregeld eraan kwam, ze mochten hun armen nu wel laten zakken. En Murat moest ook niet overdrijven. Tom Lanoye nog aan toe! Ook janetten zeker, te zien aan hun slecht geverfde kapels, het kontgewiebel en de roze overhemden? Maar ze waren welkom.

 

U gelooft mij niet, hé? Wel, op het einde van die drukke maar bijzonder gezellige zondagmiddag liet Murat zich door de fotografe van dienst, gewillig fotograferen aan de voordeur van het nederige doch warme stulpje van mijn gastheer-voor-één-dag, de ook zonder Bambi tegen zijn hoofd heel aardige Michael Goldan, net als Murat een kerel met Oost-Europees bloed, wat een bandje schiep.

 

Dit kan volstaan als duiding bij mijn relatie met Murat Tarmak. Terug naar Murat die met een brood onder zijn arm naar mij op weg is. Hèhè, wat spannend, zo spannend dat ik de hele tijd naar het toilet moet voor een kleine plas. Op 27 november 2009 heb ik een afspraak met een uroloog voor een prostaatonderzoek. Onder de 45 is er geen enkel risico, zegt hij. Ik ben van zijn actie op de hoogte, Murat bedoel ik, niet de geneesheer-specialist die zich over enkele jaren aan mijn prostaat zal wijden. Ik weet dat Murat mij vroeg of laat uit mijn penibele situatie zal halen, want enkele dagen geleden waaide een samengevouwen papiertje in mijn cel. Daar stond op te lezen: 1/2 kg tommaten, 1 fles oleifolie, tantepasta, 1 fles feijenoord limoen allesreiner, 3 groot zak koogels. Een kwartiertje later liep Murat de supermarkt binnen met het briefje 'Ik kom je bevrijt met broot.' in zijn handen. Nog eens een kwartiertje later was het misverstand uit de wereld geholpen. Murat wierp het kattebelletje dat voor mij was bestemd door de tralies van mijn cel en ik gooide het boodschappenlijstje terug naar buiten, niet zonder eerst de taalfouten te hebben gecorrigeerd en het woord feijenoord door ajax te hebben vervangen.

 

(wordt vervolgd)

12:50 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |