05-04-06

OPEN BRIEF AAN KEES VAN KOOTEN EN GERRIT KOMRIJ (deel 1)

Geachte heer Kees van Kooten,

Geachte heer Komrij, beste Gerrit,

In de sanitaire branche is een kwalijke ontwikkeling aan de gang, waarover ik niet wil nalaten u te berichten. Waarom ik mij tot u beiden wend, wil ik evenmin in het ongewisse laten. U, geachte heer van Kooten, heeft in het verleden, al dan niet onder het mom van een typetje, lucht gegeven aan tal van kleine ergernissen die zich in onze hedendaagse maatschappij manifesteren. Een spijker met een ondoordacht kopje, een hamer met een stroeve steel, een tuinslang die zich niet zonder een potje Grieks-Romeins worstelen laat haspelen, op sublieme wijze slaagde u er telkens weer in om in een hooglijk amusante taal uw grieven te delen met de lezer. Als geen ander weet u hoe kleine praktische beslommeringen ons de duvel aandoen in een mate die omgekeerd evenredig is aan hun schijnbare nietigheid. Oorlog in Oost-Afrika? Jammer, maar een tube lijm die vanzelf leegloopt na het verwijderen van het dopje, een horreur!

Deze brief richt ik in een ruk door aan de heer Komrij, die ik in het verdere verloop van dit schrijven als Gerrit zal aanspreken. Ik eigen mij die vrijheid toe op grond van onze niet zo talrijke maar altijd aangename ontmoetingen in het verleden. Bent u immers, waarde Gerrit, naast uw literaire duizendpootschap ook niet een erudiet connaisseur van alles wat van dichtbij of veraf naar stront ruikt. Wis en zeker heeft de recente publicatie van uw Encyclopedie van de Stront, Kakafonie genaamd, mij ervan overtuigd er goed aan te doen u deelgenoot te maken aan mijn chagrijn. Immers, zoals reeds minimaal ontsluierd in de aanhef van deze brief, heeft mijn latente woede van de laatste uren – sinds gisteren 4 april 2006, 15 uur 35 om precies te zijn – te maken met een der voornaamste aspecten van de menselijke uitwerpselarij, namelijk het aarsreinigen.

(wordt vervolgd)

12:30 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

De commentaren zijn gesloten.