30-04-06

KORT OP ZONDAG

Ik ben een misantropische dierenvriend, zei hij, en hij gaf de hond van de buren een niet zo harde schop voor zijn kop.

 

Uit de cursus Mensenleer:

‘Heeft het een volle donkere snor, dan is het studieobject allicht van Turkse origine. Verder onderzoek kan leiden tot geslachtsbepaling.’

 

De Marokkaanse gemeenschap in België laat in een communiqué weten dat – en ik citeer – ‘wij niet gekant zijn tegen de immigratie van Polen en onderdanen van andere Oostbloklanden, op voorwaarde dat ze niet al te zeer op ons gelijken.’

12:49 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

29-04-06

KRAKATAU PODIUM II - VIEL HET MEE?

Ja, was leuk, dat Krakatau Podium II in Zaal De Unie te Rotterdam. Professionele organisatie, prima zaal, aardige dichters - Anneke Claus, Willem Thies en ikzelf. Peter de Groot leidde de avond in en uit zoals hij alleen dat kan... en er was een keigoede muziekband: Bomb Shelter, onder aanvoering van frontman Mark Lotterman, een charismatische en bijzonder grappige multi-instrumentalist. Hun muziek is onpretentieuze bluespoprock, hun teksten heerlijk relativerend geestig. Nog nooit trad Bomb Shelter op in België. Nou, dat wordt dan wel eens tijd, organisatoren van De Nachten, ZuiderZinnen en consorten. En als jullie Bomb Shelter boeken, boek mij dan ook... kan ik ze opnieuw aan het werk horen.

21:36 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

26-04-06

KRAKATAU PODIUM II

Morgenavond treed ik op in Zaal de Unie te Rotterdam tijdens het Krakatau Podium II. Alle info vindt u hier.

Overigens staat in het gloednieuwe nummer van Krakatau een korte doch fraaie recensie van mijn nieuwe bundel Het ei in mezelf.

17:10 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

16-04-06

HET MEDISCH ONDERZOEK (11 - SLOT)

Stilaan wil ik een einde breien aan dit verhaal dat nu al ruim 16 A4’tjes telt. Het laten doodbloeden. Geen climax. Niet spurten, maar onderweg op kousenbanden stilletjes wegrijden, dat is mijn tactiek. Je zou ervan opkijken wat je allemaal met een schoenlepel kan doen: je schoenen aantrekken, hem in je mond steken en aaaaa zeggen, hem in je mond steken en oooohh zeggen, als drumstick gebruiken om er een wijsje mee te roffelen. Laten we stilaan afronden. Eerst nog even recapituleren. Wat een onschuldig medisch onderzoek op het werk moest worden, eindigde in de gevangenis. Voilà, in één zin laat het zich samenvatten, net als het leven zelve: ik word geboren en ik ga dood. Zo eenvoudig is het allemaal. Ik ben geen nihilist, weet zelfs niet wat het betekent. Ik durf te wedden: aanhanger van het nihilisme. Ik lees in literaire teksten soms de woorden modernisme en post-modernisme. Weten jullie dat ik geen flauw benul heb wat dat precies is. Weet je, mensen bazelen maar wat, dat is het hele eieren eten. Je mag zeggen van Duran Duran wat je wilt, maar ‘Electric Barbarella’ is één van de mooiste popsongs aller tijden. Na ongeveer 2 minuten en 40 seconden komt in dat liedje een ongelooflijk schitterende passage voor, of zeggen ze dat niet van een lied, passage? Als je eenmaal getoond hebt dat je het kunt, hoef je niks meer te bewijzen. Ik heb ‘Vogeltje’ geschreven, en ‘Slotpleidooi’ en ‘Wanneer eten we nog eens aardappelpuree?’, drie van de mooiste gedichten in de Nederlandse poëzie – al is dat laatste nog ongepubliceerd – zodus, wat zou ik mij nog uitsloven? Ik heb Justine Henin’s éénhandige backhand gezien, zowel gekruist als langs de lijn, wat moet er nog meer zijn? Zand? Moet er nog zand zijn? Absoluut niet, ik heb geen zand nodig. Stop uw zand maar waar het zonlicht nooit schijnt. Vandaag is het Pasen en ik zit hier in mijn cel een beetje in mezelf te mijmeren. Uit mezelf mijmeren zou nogal silly zijn. Buiten kriekt de lente en iets verder framboost de zomer en nog een beetje verder aardbeit de winter. De seizoenen en ik zijn geen beste maatjes, elk jaar datzelfde liedje, vervelend, jong, vervelend! Ik hoop dat ik geen honderd word, maar dat is weinig waarschijnlijk. 99 is een prima leeftijd om te sterven, vraag dat maar aan… ja, aan wie eigenlijk? In de verte weerklinkt het geroep van kinderen, het getoeter van auto’s, het geroekoekoe van duiven. Ik voel daar geen enkele gedachte of emotie bij. Kan een mens gedachten voelen? Ik denk van niet. Dzjiezes, dit wordt wel een heel belabberd einde. Het gevangenisregime is niet goed voor mijn taalknobbel. Ik ben hier dan ook de enige Nederlandssprekende gedetineerde. Wie denkt dat de volgende zin zal luiden: ‘In geen tijd leerde ik hier vloeiend Turks en Marokkaans,’ heeft het verkeerd voor. En mij dan van racisme beschuldigen zeker? Hoorne blablabla stelt op zijn weblog blablabla dat de Belgische gevangenissen vol allochtonen zitten blablabla. Niet met mij, zulle. De reden dat ik na zoveel weken in het cachot nog geen Turks en Marokkaans spreek is dat ik die gasten geen ene keer heb aangesproken en zij mij niet. We moeten elkaar niet. Ieder zijn speeltuin. Ik hoorde daarnet de cipiers bezig over een jongen die in het Brussels Centraal Station door twee Afrikanen is omgebracht. Met vijf messteken. Omdat hij zijn mp3-speler niet wilde afgeven. Op een weekdag, om vier uur in de namiddag, temidden van honderden pendelaars die maar aan één ding dachten: hun trein halen. Waarom? Om naar hun lelijke huis te sporen in een lelijke stad om er een lelijke dag af te sluiten in het gezelschap van hun lelijke vrouw (man) en hun lelijke kinderen. Goed dat ik híer zit, denk ik dan. En dat het vandaag geen verkiezingen zijn. En dat ik geen mp3-speler heb. Wie wind zaait zal storm oogsten. En wie storm eet zal veel scheten laten. Ik ben moe. Ik ga op mijn brits liggen en sluit mijn ogen. En Jantje, wat zoude gij graag doen voor uwen verjaardag? Welke vriendjes gaat ge uitnodigen? Geen, mama, ik zal mij de hele dag opsluiten in mijn kamer, ik wil niemand zien. Maar jongen toch! Ja, mama, alstublieft, mama, ik zou dat heel graag doen, mama. It’s my party and I cry if I want to. Dat zegt Jantje niet, want hij is te jong om zijn gesprekken of gedachten al met Engelse quotes te doorspekken. Het is een liedje van enkele decennia geleden. It’s my party and I cry if I want to. Een schoon liedje was dat.

 

Iemand morrelt aan mijn celdeur. Ik ga rechtop zitten. De deur slaat open. In het deurgat staat Marcel, de cipier met de twee neuzen. ‘Je mag naar huis,’ zegt hij. ‘Waarom?’ vraag ik. ‘Allez,’ zegt hij, ‘je bent vrij.’ ‘Godver, Marcel, ge hebt mij wakker gemaakt, ‘k was net aan het indommelen.’ Ik ga weer liggen, Marcel verbouwereerd in de deuropening achterlatend. Jantje zit in zijn kamer. Van zijn ene oma krijgt hij een gsm en van zijn andere een mp3-speler, maar Jantje wil niet naar beneden komen. Papa staat beneden aan de trap te tieren dat hij nu meteen moet komen of dat het zijnen beste keer niet zal zijn. Jantje hoort het en glimlacht. Hij voelt zich het centrale personage in een mop die begint met ‘Jantje…’. De deur van zijn kamer is op slot.

23:09 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

15-04-06

HET MEDISCH ONDERZOEK (10)

Het was Superdomme Directeur, die mij altijd 't Klootzakske noemde.

Dat laatste deed hij niet ongestraft. Don't mess with the brain. Samen met Sandra Vanhulle, een klasgenote die hij altijd aansprak met Stomme Trut, zette ik een val voor hem op waar hij met open ogen in liep. Om een lang verhaal niet eens te laten aanvangen: de man werd veroordeeld tot een langdurige celstraf wegens zedendelicten. Een week voor hij zou vrijkomen verhing hij zich in zijn cel, die zich hier iets verderop in de gang bevindt. Waarom toch, jeremieerde zijn familie, hij moest nog maar één weekje zitten, waarom toch, hij zou vrijkomen. Was dat dan niet duidelijk misschien? Met al uw hersenkrakers, quiz- en levensvragen, wendt u tot Het Brein! De directeur verhing zich omdat de schande en de schaamte na zijn vrijlating te zwaar zouden wegen, tiens! Is dat nu zo moeilijk? Soms heb ik de indruk dat mensen vragen stellen om hun domheid te etaleren. Is domheid een nieuwe rage of zo? Is het een nieuwe academische studierichting? Kan je koning van België worden op grond van domheid? Oeps, ongelukkig voorbeeld, dat laatste.

 

Voorzichtig, zonder het brood al te zeer te verkruimelen, peuter ik de vijl eruit. Ze voelt hard, maar vreemd genoeg ook glad en rond aan. Het is jaren geleden dat ik nog een vijl heb gebruikt. Had ik nu maar het handboek Vijlen voor beginners. Waar heeft een schrijver in godsnaam een vijl voor nodig? Om de scherpe kantjes van zijn teksten te vijlen? Vergeet het maar! In mijn schrijfsels durf ik alles zeggen. Een voorbeeldje? Vooruit dan maar. Hugo Claus is een demente en impotente kuttenkop die ooit onder een valse naam ophemelende recensies schreef over zijn eigen werk en die nog gepubliceerd kreeg ook! Nog eentje? Johan Museeuw is een opgefokt Duracell-konijn met een piepstemmeke en een gat als een olifant! En een kuttenkop! Maar hij schreef geen recensies over zijn eigen werk, dat pleit dan weer in zijn voordeel. Nog niet overtuigd? Allez, nog eentje, kort en krachtig: Justine Henin heeft geen tetten! Voilà! Vijlen aan mijn teksten? Ammehoela. Maar ze kan wel aardig tegen een balletje meppen. Ik ben een grote fan van Justine Henin. Haar tennisspel is pure kunst. (Nog eentje om het af te leren: Jan Hoet is een product van de kakmachine van Delvoye.) De gekruiste backhand van Justine Henin, daar kan ik uren naar kijken. Ik heb zo'n tweehonderdtal van die backhands op een DVD-schijfje staan, allemaal na elkaar, en als ik mij verveel, dan bekijk ik die. Druilerige zondagnamiddag, honderden boeken in de kast maar geen die mij weet te boeien, shit op alle tv-kanalen, geen goesting om eindelijk eens dat ultieme supergedicht te schrijven, want na de top wacht slechts de afgrond... wel, dan gaat 'Justine's Gekruiste Backhands' in de DVD-speler. Of Justine's 'Backhands Langs De Lijn'.  Of 'Justine's Passeerslagen (forehand)'. Of 'Justine's Dropshots'. Of ‘Justine’s Lobballen’. Of ‘Justine’s Unforced Errors’, want ook in slechte tijden blijf ik een fan. Maar meestal kies ik voor de gekruiste backhands. Hopla, enkele drukken op de zapper en daar slaat Sjarapova al vertwijfeld haar gelakte klauwen ten hemel. Dementieva grijpt wanhopig naar haar zonneklepje. Lindsay Davenport zet haar poten in haar zij en staart als een autistische zeekoe in het publiek. Amélie Mauresmo doet een ongewilde Arnold Schwarzenegger-imitatie, Martina Hingis' pruillip sleept haast over de court, Kim spreidt zich zo wijd dat ik er pijn van krijg aan mijn scrotum. Serena zit plat op haar gat op de baseline met in haar ene hand een Big Mac en in de andere een enorme beker Häagen-Dasz roomijs. En dat is allemaal het werk van dat frêle Waalse meisje met een cupmaat zo klein dat ze nog moet worden uitgevonden: triple A of dubbel nul of iets in die trant.

 

Daar glipt de vijl uit het brood, maar in mijn handen houd ik ineens een schoenlepel vast. Een schoenlepel? Ja, een schoenlepel! Murat, idioot! Wat moet ik met een schoenlepel? Godverdegodverdegodver! Waar zat God met zijn gedachten toen hij de Joegoslaven schiep? Heeft hij hun koppen gevuld met dode kwallen in plaats van met hersenen? Ik gooi de schoentrekker keihard op de grond. Er springt een brokje af. Ik raap hem snel weer op. Wie weet heeft hij eigenschappen die ik op het eerste zicht niet zag of vermoedde: een zaagblad aan één zijde, of misschien is hij wel hol vanbinnen en steekt in die holte een piepklein vijltje. Ik bepotel het voorwerp aan alle kanten, schud ermee, krab eraan, bijt erin, maar wat zou het… dit is een ordinaire schoenlepel zonder snufjes. Ik zucht en huil een beetje. Had ik nu maar het handboek Hoe maak ik van een schoenlepel een vijl?

(wordt vervolgd)

22:14 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

13-04-06

OPEN BRIEF AAN KEES VAN KOOTEN EN GERRIT KOMRIJ (deel 2)

Op dat onzalige moment passeerde de werkman langs mijn bureau – het hele verhaal speelt zich af op kantoor, want zoals u weet, beste Gerrit, of niet weet, geachte heer van Kooten, heb ik naast mijn geprul in de schrijverij (ja, zo denk ik er wel eens over in mijn meest sombere buien) nog een voltijdse baan, want de vrouw en de kinderen moeten eten, om van mezelf nog maar te zwijgen, en die kinderen van mij, ziet u, worden alsmaar groter; u kent dat wel, mijnheer Koot, kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen, grote zorgen, en hoe ouder ze worden, hoe duurder het allemaal wordt; net als u heb ik een dochter en een zoon, in die volgorde, en die dochter van mij heeft een gat in alle twee haar handen, enfin, laten wij niet van de kwestie afwijken en ons tot één droefenis beperken. Op dat tijdstip dus, laat in de middag van de vierde april des jaren 2006 loopt de onderhoudsman, Kristof is zijn naam, voorbij mijn bureau met in zijn handen een grote kartonnen doos. Ik lees het opschrift en weet dat het zover is. Een lamlendige gelatenheid overweldigt mij, want dit is de trieste finale van een reeks gebeurtenissen die zich de voorbije weken heeft voltrokken. Kristof brengt de doos naar het kleinste kamertje, gaat er meteen weer vandoor (zonder doos) en keert luttele ogenblikken later terug met zijn materiaalkoffer, een grote bak op wieltjes. Het wordt mij even zwaar te moede, want ik mag enkele zinnen geleden wel beweerd hebben dat het zover was, nu was het wérkelijk zover. Zolang het monster zich in de doos bevond, was er nog hoop, maar nu er een alaambak bij te pas komt, waar zich ongetwijfeld een boor, schroeven met passende pluggen en een schroevendraaier in bevinden, is er geen weg meer terug. Het drama staat op het punt zich te voltrekken en ik kan niks doen, en zelfs als ik zou kunnen, ik mag niks doen, want alles wat gebouwen en infrastructuur aangaat, behoort niet tot mijn bevoegdheid. Als Kristof morgen een poot van mijn stoel komt zagen, zal ik mijn job verder op drie poten moeten uitoefenen en daarbij krampachtig mijn evenwicht trachten te bewaren, want evenwicht is belangrijk, vraag het maar aan een koorddanser. Ja, lach maar! Bescherming van de werknemer? Ammehoela! Vakbondsafgevaardigden? Pipo’s wier beste pak een kleurige vuilniszak is, ja! En ook al zal ik nog duizend keer kakken op mijn pot en die verdomde onderhoudsman nooit van zijn leven, mijn lot ligt volledig in zijn vuile poten. Ergens hebben directieleden, collega's en technici, die ik nog vaak in de gangen van dit immense gebouw tegen het lijf zal lopen, dit beslist. Mocht ik met absolute zekerheid weten om wie het gaat, ik zoude hen nooit meer groeten, ik zoude hen straal negeren, ik zoude hun auto- en fietsbanden luchtledig maken. Dit laatste klinkt kinderachtig, maar ik ben dan ook heel erg boos, en om een oude Zuid-Mongoolse zegswijze te parafraseren: boosheid is de kaasstolp op de rede.

 

Dit verhaal is een waar verhaal. Ik mag mij in het verleden al vaak schoner hebben voorgesteld dan ik in werkelijkheid ben, en bij nog meer gelegenheden lelijker dan ik ben – want wie wenst geliefd te worden, wenst ook haat over zich af te roepen (het is een kwestie van evenwicht, alles is een kwestie van evenwicht, vraag dat ter bevestiging nog maar eens aan een tweede koorddanser), maar dit verhaal is verdomme waar. Om dit te staven heb ik heel even overwogen om enkele foto’s te nemen van de plek des onheils, én van die kartonnen doos die daar nog altijd staat, maar dan moet ik bij mijn dochter bedelen om haar digitaal dingetje eens te gebruiken, en vast en zeker zal ze mij dit weigeren, want ze heeft het van haar eigen spaarcentjes betaald – en het zomaar uit haar kamer wegnemen vind ik maar kleintjes, zoiets doet een vader niet – en dan vraagt de vrouw wat ik van plan ben en moet ik het allemaal nog eens aan haar uitleggen, alsof u deelgenoot maken aan dit onheil nog niet genoeg is. Dit is mijn kruis en ik zal het dragen. Alleen. Ik zal mijn verhaal vertellen, aan u, en op het einde zal u zeggen ‘is het dat maar?’ en overgaan tot de orde van de dag, want u weet niet wat het is. Zo ze in Amsterdam en Portugal al van die dingen hebben, dan heeft u ze zeker niet in huis. En zo ja, stop dan maar met lezen. In dat geval heb ik mij vergist in het uitkiezen van uw schouder om op uit te huilen. Neen, u heeft de krengen niet in huis, dat weet ik haast zeker. Vooralsnog doemen ze bijna uitsluitend op in publieke plaatsen, maar er komt een tijd dat deze gedrochten de hele aarsveegsector zullen inpalmen. Zeg niet dat ik u niet gewaarschuwd heb! En met u, waarde Gerrit, geachte Kees, iedereen die over uw met mijn tranen besprenkelde schouders meeleest. Ik mag dan wel een beetje zot wezen, of een dubieuze reputatie hebben waartegen ik mij maar minnetjes verzet, als u straks met uw broek op uw enkels zit te zweten op het privaat, vervloek dan voor mijn part het hele noordelijk halfrond, maar schijt niet op de pianist (en die tikfout mag blijven staan!)

 

(wordt vervolgd)

21:25 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

12-04-06

VANDAAG...

... in Knack mijn eerste bijdrage voor dit met voorsprong belangrijkste en meest kwaliteitsvolle nieuwsmagazine van Vlaanderen: een bespreking van het verzameld werk van Stefan Hertmans.

Ik bereik hiermee 679.000 lezers (bron: CIM). En zeggen dat ik 200 bezoekers per dag voor dit blogje al heel wat vond.

 

14:13 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

05-04-06

OPEN BRIEF AAN KEES VAN KOOTEN EN GERRIT KOMRIJ (deel 1)

Geachte heer Kees van Kooten,

Geachte heer Komrij, beste Gerrit,

In de sanitaire branche is een kwalijke ontwikkeling aan de gang, waarover ik niet wil nalaten u te berichten. Waarom ik mij tot u beiden wend, wil ik evenmin in het ongewisse laten. U, geachte heer van Kooten, heeft in het verleden, al dan niet onder het mom van een typetje, lucht gegeven aan tal van kleine ergernissen die zich in onze hedendaagse maatschappij manifesteren. Een spijker met een ondoordacht kopje, een hamer met een stroeve steel, een tuinslang die zich niet zonder een potje Grieks-Romeins worstelen laat haspelen, op sublieme wijze slaagde u er telkens weer in om in een hooglijk amusante taal uw grieven te delen met de lezer. Als geen ander weet u hoe kleine praktische beslommeringen ons de duvel aandoen in een mate die omgekeerd evenredig is aan hun schijnbare nietigheid. Oorlog in Oost-Afrika? Jammer, maar een tube lijm die vanzelf leegloopt na het verwijderen van het dopje, een horreur!

Deze brief richt ik in een ruk door aan de heer Komrij, die ik in het verdere verloop van dit schrijven als Gerrit zal aanspreken. Ik eigen mij die vrijheid toe op grond van onze niet zo talrijke maar altijd aangename ontmoetingen in het verleden. Bent u immers, waarde Gerrit, naast uw literaire duizendpootschap ook niet een erudiet connaisseur van alles wat van dichtbij of veraf naar stront ruikt. Wis en zeker heeft de recente publicatie van uw Encyclopedie van de Stront, Kakafonie genaamd, mij ervan overtuigd er goed aan te doen u deelgenoot te maken aan mijn chagrijn. Immers, zoals reeds minimaal ontsluierd in de aanhef van deze brief, heeft mijn latente woede van de laatste uren – sinds gisteren 4 april 2006, 15 uur 35 om precies te zijn – te maken met een der voornaamste aspecten van de menselijke uitwerpselarij, namelijk het aarsreinigen.

(wordt vervolgd)

12:30 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |