24-07-06

DE MENNONIETEN

De Tour de France zit er weer op. Eén ding is ons de voorbije dagen tot vervelens toe ingepeperd, althans, voor wie de koers op de VRT, met commentaar van Michel Wuyts, heeft gevolgd: Floyd Landis groeide op in een gezin van Mennonieten. Maar wie of wat zijn nu precies die Mennonieten? Gelukkig brengt Wikipedia, de vrije encyclopedie, raad.

'De mennonieten zijn de oudste doperse kerk. Ze zijn vernoemd naar de Friese priester Menno Wigmans, rond 1540. Hij was een katholieke priester totdat hij zag dat een baptist werd neergeslagen om zijn geloof. Vanaf dat moment werd hij een belangrijk voorvechter van de Doperse stroming en het dragen van een schedelhelm. Deze kerk heeft zich over een groot gebied verspreid, maar heeft zijn invloed vooral doen gelden via de Engelse variant, de baptisten. Zij zijn tegenwoordig de grootste Doperse kerk.

De mennonieten zijn vergelijkbaar met de Amish, een strenge sobere levensstijl wordt nagestreefd. Dit betekent dat muziek, sport, dansen en dichtbundels van Dirk van Bastelaere niet zijn toegestaan. Techniek wordt maar mondjesmaat toegelaten in deze gemeenschappen, wat wil zeggen dat als je een bal krijgt toegeworpen, je die niet mag doodmaken op de wreef van je voet, maar heel knullig eerst enkele keren moet laten stuiteren om hem dan uit de beek te vissen. De bal uit de beek vissen mag niet geschieden met een professionele hengel, golfclub of biljartkeu – dat lijkt te veel op sport – maar met een houten stok die ooit nog onderdeel van een boom is geweest, een tak dus. Dit mag niet op zondag. Ballen worden dan wijselijk ook alleen maar geworpen op weekdagen of op zondagavond iets voor middernacht, wat bij de Mennonieten een geheel nieuwe betekenis verschaft aan het gezegde ‘Het is vijf voor twaalf.’ Elektriciteit is niet toegestaan en men verplaatst zich met paard en wagen. De mannen het paard en de vrouwen de wagen, wat in de praktijk betekent dat de vrouwen meestal thuis zitten, op de bok. De bok van de koets welteverstaan. Trekkers en andere machines worden alleen voor nuttige toepassingen gebruikt en zeker niet om te reizen. Zo mag een trekker alleen worden overgehaald om een niet-Mennoniet, ook wel Mennowel genoemd, neer te knallen, en een schrijfmachine dient alleen om bestsellers mee te schrijven. Tanden poetsen, haar kammen en mooie boekomslagen zijn verboden. Het is dan ook nog maar een kwestie van tijd vooraleer Pieter Aspe zich tot het Mennonietisme bekeert. De kinderen leren op school alleen bijbelkennis, rekenen, lezen, schrijven, en winden laten middels het overbekende spelletje ‘Trek eens aan mijn vinger’, wat bij de Mennonieten niet als een spelletje maar als bittere ernst moet worden opgevat, want spelletjes zijn verboden. Het is verboden te lachen bij het scheten laten; de lach inhouden is dan weer nefast voor de werking van maag en darmen, wat tot meer scheten leidt. Bovendien eten de Mennonieten alleen maar witte bonen in tomatensaus, die ze zelf kweken op hun bonen-in-tomatensausvelden. De mensen in deze gemeenschappen hebben dus geen kennis van geografie, geschiedenis of voetbalhoogstandjes. Mennonieten denken dat Johan Cruyff het wiel uitvond. Deze misvatting maakt hen niet ongelukkig en wordt dus in stand gehouden. Ze spreken onderling Dietsch, de mannen kennen vaak wel de lokale taal, die wat gelijkt op het gehinnik van een paard. De vrouwen hebben dan weer een andere taal, die sterk gelijkt op het geluid van een stilstaande boerenkar. Dit alles wordt gedaan om de drempel te verhogen om de gemeenschap te verlaten, wat in het geval van Floyd Landis, die op een zekere nacht helemaal naar Frankrijk is gefietst, niet veel heeft geholpen. Landis studeerde in het geniep geografie en wist perfect waar Frankrijk lag. Daar lag het gelukkig ook nog toen hij er arriveerde en het ligt er nog altijd. Aangezien de gemeenschappen erg geïsoleerd leven en contact met de buitenwereld schuwen, is inteelt een groot probleem. Kinderen die met hoeven en een paardenbakkes worden geboren, zijn niet onzeldzaam. Meestal heten ze Lionel of Ritchie. Om hun gemeenschap te beschermen is er momenteel spoedberaad in de hoofdstad van Mennonitië: wat zullen ze hun kinderen wijsmaken als die straks vragen wie Floyd Landis is? Volgens onze reporter ter plaatse – zonder microfoon maar met een mandje postduiven voor de nieuwsgaring en een mandje gewone duiven voor het middagmaal; vergis je niet, reporter ter plaatse! – maakt ‘De man die Johan Cruyff hielp om het wiel aan de kar te monteren’ veel kans om het te halen.'

11:50 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

17-07-06

SEE EMILY PLAY

Op 7 juli overleed Syd Barrett. Syd Barrett richtte in 1966 samen met Roger Waters, Nick Mason en Rick Wright Pink Floyd op. Ik was geen baby meer, maar evenmin al een peuter. Toen ik een kleine tien jaar later met veel gretigheid de pop- en rockmuziek ontdekte, had Pink Floyd al de status van een supergroep. Ik hield niet echt van hun muziek: te veel bombast, te lang uitgesponnen instrumentale stukken, soms ook ongelooflijk cliché en goedkoop, zoals het kassagerinkel in ‘Money’. Met het project ‘The Wall’ werden ze zo goed als verplichte leerstof in de middelbare scholen. Een leraar Nederlands of Engels die geen fossiel wilde genoemd worden, moest in zijn lessen een stukje uit hun opus magnum ten gehore brengen; meestal gebeurde dat door middel van een aftands cassetterecordertje. Wat ze na ‘The Wall’ nog hebben uitgespookt, is mij onbekend.

De naam Syd Barrett kwam mij voor het eerst onder ogen op de achterkant van de hoes van de LP ‘Masters of Rock’. Het slechts een vierkante centimeter grote prijsetiketje vermeldt dat het ding 299 Belgische franken kostte. Ik kocht weinig platen, waarom kocht ik deze? Had ik op de radio een song gehoord die mij uitermate aansprak en ben ik op zoek gegaan naar een plaat met dat nummer erop? Het is een verzamelalbum. Dat wist ik toen niet, maar ik had al zo’n vermoeden, want in officiële discografieën wordt deze schijf niet vermeld. ‘Masters of Rock’ is een vreselijke titel, die de lading totaal niet dekt. Ik kon mijn oren niet geloven toen ik ze voor het eerste draaide: vrolijke, gekke, psychedelische pop - ‘Arnold Layne had a strange hobby / Collecting clothes / Moonshine washing line / They suit him fine’, over een man die vrouwenkleren van wasdraden plukt – hoe anders dan de dinosauriërs die ze geworden waren. 

Sinds deze morgen weet ik, danzij Wikipedia, dat ‘Masters of Rock’ een collector’s item is, een zeldzaam hebbeding. Als ik ooit financieel aan de grond zit, kan ik deze plaat voor een smak geld aanbieden op eBay. Dat is een geruststellende gedachte, al zou dat wel eens lelijk kunnen tegenvallen.

Naar aanleiding van het overlijden van Barrett toonde de VRT in het nieuws een stukje uit de onnozele videoclip van het magnifieke See Emily play, één van Barrett’s meesterwerken en een deuntje dat zich vanaf de eerste beluistering als een kankergezwel in je hoofd nestelt. Als ik het goed begrijp, is dit filmpje gedraaid op een grasperk ergens in België. Zo klonk Pink Floyd dus in de late jaren zestig: fris, melodisch en intrigerend. Alras verdween de geniale, maar excentrieke en onhandelbare frontman Syd Barrett uit de groep om een teruggetrokken bestaan te leiden.

08:24 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

07-07-06

BEDRIEGLIJK VERHELDEREND

 

Zondag spelen Italië en Frankrijk de finale van het Wereldkampioenschap voetbal. Het was geen groots WK. Ik heb wedstrijden gezien, niet gezien of een beetje gezien. Als ik plat op de bank ga liggen met twee kussentjes onder mijn oor val ik in slaap. Ik heb veel geslapen tijdens het voetbal. Vroeger had je van die poppen – waarschijnlijk bestaan ze nog steeds, maar ik ben de poppen wat ontgroeid, en mijn kinderen ook – die, als je ze rechtop hield, hun ogen open hadden, en als je ze neerlegde, hun ogen sloten. Ik ben soms zo’n pop. Of mijn bank en/of de kussentjes zijn gemaakt van slaapverwekkende materialen.

Het was geen groots WK. Nochtans viel er in heel wat wedstrijden een vroeg doelpunt, wat normaliter de spektakelwaarde ten goede komt. Ik heb niet één wedstrijd gezien die mij zal bijblijven of het zou Nederland-Portugal moeten zijn, waar de scheids en niet de voetballers de hoofdrol opeiste. Bij veel ploegen primeert het systeem, de tactiek, het gepoker. De goochelaars blijven vaak te lang op de bank - de reservenbank, niet mijn slaapverwekkende sofa - en mogen pas opdraven als hun ploeg in nood verkeert. Ik denk nu bijvoorbeeld aan de Argentijnse lelijkerd Tevez, die het tornooi als invaller begon, maar zo goed speelde dat hij incontournable werd, en naar mijn smaak één van de beste die ik de voorbije maand aan het werk heb gezien.   

 

Niemand had een finale Italië-Frankrijk verwacht, maar ook niemand kijkt er van op. Wereldkampioen worden is een lot van de loterij, maar zeer zeker is het dat ook niet, anders hadden we evengoed een finale kunnen hebben tussen Trinidad en Tobago en Angola. Een finale met drie ploegen, stel je voor. Het is een geleide loterij, de sterkste ploegen halen altijd de eindfase, maar nog nooit is een ploeg Wereld- of Europees kampioen geworden zonder een flinke scheut geluk. Als de Peruanen niet meewerken, wordt Argentinië in ’78 geen wereldkampioen. Als de referee in ‘88 dat doelpunt (Kieft?) tegen de Ieren afkeurt wegens positiebuitenspel van een tussen de palen terugkerende, en dus min of meer de doelman hinderende, medespeler, dan waren dat fabuleuze doelpunt van van Basten en die Europese titel voor Nederland er niet geweest. En voor mijn landgenoten: als Georges Grün niet scoort, dan spreken we nooit over Mexico en weet niemand vandaag nog welke sport Leo Van der Elst beoefende.

 

Sinds de halve finale tussen Frankrijk en Portugal weet ik dat vertraagde herhalingen van fasen bedrieglijk en misleidend kunnen zijn. Thierry Henry – een kat, een sluipschutter, hij beweegt niet over het veld, hij zweeft, hij danst – valt over een Portugees been. Penalty. In real time absoluut zeker een strafschop. Maar dan brengt de herhaling een mens toch weer aan het twijfelen. Zo’n herhaling is vals. De vertraging laat uitschijnen dat het toch zo erg niet kan geweest zijn, want zie hoe langzaam Henry tegen het gras gaat. Bijna heeft hij nog de tijd om eerst wat onkruid te wieden en zijn outfit te fatsoeneren vooraleer hij gaat zitten. Maar het is schijn, dit was wel degelijk een strafschop. Ook de televisiehoek zorgt vaak voor verwarring. Gelukkig zien we al het gedoe vanuit zo’n tien verschillende camera-ogen, en telkens ziet het er anders uit.

 

Zijn die slow motions dan waardeloos of overbodig? Neen, ze hebben al menige kunstduiker ontmaskerd en belachelijk gemaakt. Ik noem de Zweed Christian Wilhelmsson, die op dit WK te weinig de gelegenheid kreeg om zijn acteertalent te tonen. Schitterende voetballer, maar zoals die vorig jaar bij Anderlecht aan de vallende ziekte leed, dat was niet mooi meer. Langs een tegenstander glijden, even een been strekken alsof hij gehaakt wordt, en dan languit neerploffen. Hij kan het zo goed, dat scheidsrechters er altijd weer intuinden. Met zijn bedrog heeft hij menige wedstrijd van de Belgische kampioen in een beslissende plooi gelegd. Vertoon die sketches vertraagd en de sjoemelaar gaat met de billen bloot. Wat moeten we met die beelden? Op een afgewerkte partij kan niet meer teruggekomen worden. De speler beboeten of schorsen? Ja, maar dan geven de verantwoordelijke bobo's toe dat er een benadeelde tegenpartij is, en dan gaat die weer hommeles maken.

 

Ik ben dol op dit spelletje – en op nog vele andere spelletjes – en de grote kinderen die het spelen. Als het leven een spel is, dan is het spel ongetwijfeld ook een leven. Het zou mij niet verbazen dat heel wat van die sporten zijn uitgekiend door schrijvers of dichters, kunstenaars, uitvinders, dromers, whatever. Alleszins lieden met heel veel fantasie, die niet hielden van het leven an sich en het daarom kruidden en kleurden met een streepje heerlijke onbenulligheid.

15:49 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |