23-08-06

ONZE DUIVELS NAAR DE MAAN

Vincent Kompany is een vaste bezoeker van mijn weblog. Hij las wat ik hier drie weken geleden over hem schreef, ging niet met alles akkoord ("als ik praat wrijf ik niet aan mijn neus, wel aan mijn voorhoofd, daar is meer plaats om te wrijven") maar besloot toch in actie te schieten. Weg met dat brave imago! Als ik de leider van de Rode Duivels wil worden, moet ik mij ook als een leider gaan gedragen. Enkele dagen later op de VRT-nieuwssite deze kop: ‘Vincent Kompany: "We gaan die Kazakken wegvegen!"’ Ai, dacht ik toen ik het las, niet doen, Vincent, niet doen, dit loopt verkeerd af, dit is very much unlike you, zeg zo geen stupide dingen. Het vervolg kennen we. Na een halfuur spelen struikelde Vince het Voorhoofd over zijn eigen stelten. Hij moest geblesseerd – blessuregevoelig, ik zei het toch – naar de kant. Tot overmaat van ramp werden de Kazakken niet weggespeeld. Integendeel, telkens die mannen aan de bal kwamen, kregen we – naar Belgische maatstaven – iet of wat wervelend voetbal te zien. Onze Duivels daarentegen speelden als mietjes. Mijn grootvader – die met het looprekje – kan sneller een bal opdrijven. Mijn grootmoeder – die met de gefixeerde nekwervels – kan beter naar de goal koppen. René Vandereycken, de nieuwe frisse bondscoach, bewees na de wedstrijd het Belgische-bondscoach-taaltje van zijn voorganger al perfect te beheersen – "Ik denk dat we meer verdienden." Inderdaad, die verwende en vetbetaalde janetten verdienen meer: allemaal een paar schoppen onder hun gat. Maar laat deze straf uitvoeren door gasten die kunnen sjotten; als ze het van elkaar moeten doen, zullen ze er wis en zeker naast trappen.

De beelden van de eerste maanlanding zijn zoek. Die originele opname werd nooit vertoond – we kregen in ’69 een kopie te zien – en is nergens meer te vinden. Ze ligt ergens in de archieven van de NASA. Een legertje manschappen is ze aan het zoeken. Dat is een leugen. Het archief van de NASA is een kast met drie legborden in een bezemhok; je kan daar niet met meer dan drie mensen binnen, en als er ene zich bukt, moet die derde weer naar buiten. Op de bovenste plank van dat kastje vind je naast enkele Apollo- en Challenger-tapes alle afleveringen van Star Trek, The Originals en een setje plastieken Doctor Spock-oren. Hoe ik dit allemaal weet? Wel, ik ben op digitale wijze bevriend met mevrouw Sherene Connolly, de poetsvrouw van de NASA. Zij heeft toegang tot die archiefkast, want op de middelste plank liggen haar stoffer en blik, staat een emmer met daarin een spons, een zeemvel en een aftrekkertje, en op de onderste rust haar stofzuiger, een Nilfisk, die ooit nog per ongeluk in de ruimte is beland, maar dat is een ander verhaal. Laat we ons tot de essentie beperken: het ‘zoekraken’ (ik teken met mijn wijs- en middelvingers grote aanhalingstekens in de lucht) van de oorspronkelijke beelden van de eerste maanlading. Sherene Connolly heeft die beelden met haar eigen ogen gezien, met andermans ogen is namelijk nogal lastig. Na het werk ontspant ze zich wel eens met een movie die ze ontleent – eigenlijk is het verboden, maar soit – uit de NASA-kast. Ze is inmiddels een heuse Star Trek-deskundige, een Trekkie in hart en nieren. Hoe heette de scheeparts? McCoy. Volledige naam please. Dr. Leonard Horatio McCoy. Wat is de naam van de acteur die hem vertolkte? DeForrest Kelley. Zijn bijnaam in de serie? Bones. Je mag haar alles vragen, ze weet alles over de originele Star Trek. En ze weet alles over de originele beelden van de eerste maanlanding.

De waarheid is ontluisterend. Het mag, laat ze me weten, I will tell it all. Especially for the Belgian visitors of your log, Phil, schreef ze laatst. Many Dutch folks as well, antwoordde ik. Ze maalt er niet om, de hele wereld mag het weten, ze zwijgt nu al bijna veertig jaar, weldra gaat ze met pensioen, ze gaat eraan kapot, het moet eruit, ze wil dit vreselijke geheim niet meenemen in graf of verbrandingsoven. De geschiedenis heeft haar rechten, en zij zal de geschiedenis recht doen. That’s my girl! Ik laat haar zelf aan het woord. C’mon Sherene.

"Wel, een week voor het vertrek van Apollo 11 zit Neil (Armstrong, ph) in een bar in Cincinnati met het bevriende echtpaar Jesse en Mary Simpson. De Simpsons hebben een schoenwinkel in de buurt. Neil en Jesse zijn jeugdvrienden, stevige drinkers en niet vies van een practical joke. Er wordt die avond gelald en gebrald, gelachen en gebruld, want Neil heeft iets te vieren, he goes all the way to the moon, en hij wijst door het raam naar het grote gele ding hoog in de lucht. Vertederd kijkt Mary naar those two grown ups behaving like little boys. Dan gaat het er ineens luidruchtig aan toe. Jesse zegt tegen Neil dat hij niet durft, Neil staat op en roept van wel, dat hij alles durft, I’m a fucking astronaut, by Christ, I dare anything! Neil slaat met de vlakke hand op Jesse’s handpalm en Jesse doet hetzelfde bij Neil, er wordt omhelsd, geknuffeld en op schouders getapt, en de deal wordt afgerond met een heilsdronk.

Op 21 juli 1969, om 3u.56 Belgische tijd is het zover. Neil Armstrong komt als een space-eskimo een wankel laddertje afgedaald en zet voet aan de grond. Zijn gegrinnik wordt op aarde geïnterpreteerd als ruis op de lijn, en dan volgt de al die tijd verborgen gehouden, maar daarom niet minder historische quote: "It’s one small step for man, one giant leap for mankind, thanks to Simpson Shoes, Moonboots (grinnikt) and Accessories, 11 West Drive, Cincinnati. That’s Simpson Shoes and Accessories, 11 West Drive, Cincinnati. Jesse is a jolly nice fellow and Mary a damn hot chick. And now I must pee…Houston, any idea of trees on this fucking moon?"

Jesse had overal rondgebazuind dat Wacko Neil op de maan reclame zou maken voor zijn shop. Neen, de zaken gingen niet goed de laatste tijd, maar na 21 juli zou alles anders worden. Het kwam de FBI en CIA ter ore dat Armstrong op de maan het zotteke ging uithangen. Het was te laat om hem tegen te houden. In opdracht van de NASA werd in Hollywood halsoverkop een studio tot maanlandschap omgebouwd. De rest is geschiedenis, of beter gezegd, vervalste geschiedenis. De landing werd nagespeeld door een tweederangsacteur. Zijn tekst bestond uit Armstrong’s eerste zinsdeel. Verder mocht hij een beetje improviseren. Hij keek enkele tellen pal in de camera en plantte een Amerikaanse vlag in de bordkartonnen vloer van de studiomaan. De man kreeg een rijkelijke vergoeding en begreep niet wat hij daar had staan doen. Achteraf dronk hij met een studioassistent a couple of beers in een gelegenheid die heel toepasselijk Planet Hollywood heette. Op weg naar huis werd hij onwel, kreeg een beroerte en stierf. Dat hadden die dekselse Yanks toch maar weer mooi gefikst."

12:36 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

De commentaren zijn gesloten.