30-08-06

KNACK DEZE WEEK

Deze week in Knack 16 extra boekenpagina's waaronder twee bijdragen van mijn hand. Welke dat zijn moet u zelf maar uitvlooien. Verder een interview met de onvolprezen rasschrijver Maarten 't Hart en nog veel meer. De krantenwinkels zijn open. Schiet uit uw pyjama en rep u.

08:38 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

23-08-06

ONZE DUIVELS NAAR DE MAAN

Vincent Kompany is een vaste bezoeker van mijn weblog. Hij las wat ik hier drie weken geleden over hem schreef, ging niet met alles akkoord ("als ik praat wrijf ik niet aan mijn neus, wel aan mijn voorhoofd, daar is meer plaats om te wrijven") maar besloot toch in actie te schieten. Weg met dat brave imago! Als ik de leider van de Rode Duivels wil worden, moet ik mij ook als een leider gaan gedragen. Enkele dagen later op de VRT-nieuwssite deze kop: ‘Vincent Kompany: "We gaan die Kazakken wegvegen!"’ Ai, dacht ik toen ik het las, niet doen, Vincent, niet doen, dit loopt verkeerd af, dit is very much unlike you, zeg zo geen stupide dingen. Het vervolg kennen we. Na een halfuur spelen struikelde Vince het Voorhoofd over zijn eigen stelten. Hij moest geblesseerd – blessuregevoelig, ik zei het toch – naar de kant. Tot overmaat van ramp werden de Kazakken niet weggespeeld. Integendeel, telkens die mannen aan de bal kwamen, kregen we – naar Belgische maatstaven – iet of wat wervelend voetbal te zien. Onze Duivels daarentegen speelden als mietjes. Mijn grootvader – die met het looprekje – kan sneller een bal opdrijven. Mijn grootmoeder – die met de gefixeerde nekwervels – kan beter naar de goal koppen. René Vandereycken, de nieuwe frisse bondscoach, bewees na de wedstrijd het Belgische-bondscoach-taaltje van zijn voorganger al perfect te beheersen – "Ik denk dat we meer verdienden." Inderdaad, die verwende en vetbetaalde janetten verdienen meer: allemaal een paar schoppen onder hun gat. Maar laat deze straf uitvoeren door gasten die kunnen sjotten; als ze het van elkaar moeten doen, zullen ze er wis en zeker naast trappen.

De beelden van de eerste maanlanding zijn zoek. Die originele opname werd nooit vertoond – we kregen in ’69 een kopie te zien – en is nergens meer te vinden. Ze ligt ergens in de archieven van de NASA. Een legertje manschappen is ze aan het zoeken. Dat is een leugen. Het archief van de NASA is een kast met drie legborden in een bezemhok; je kan daar niet met meer dan drie mensen binnen, en als er ene zich bukt, moet die derde weer naar buiten. Op de bovenste plank van dat kastje vind je naast enkele Apollo- en Challenger-tapes alle afleveringen van Star Trek, The Originals en een setje plastieken Doctor Spock-oren. Hoe ik dit allemaal weet? Wel, ik ben op digitale wijze bevriend met mevrouw Sherene Connolly, de poetsvrouw van de NASA. Zij heeft toegang tot die archiefkast, want op de middelste plank liggen haar stoffer en blik, staat een emmer met daarin een spons, een zeemvel en een aftrekkertje, en op de onderste rust haar stofzuiger, een Nilfisk, die ooit nog per ongeluk in de ruimte is beland, maar dat is een ander verhaal. Laat we ons tot de essentie beperken: het ‘zoekraken’ (ik teken met mijn wijs- en middelvingers grote aanhalingstekens in de lucht) van de oorspronkelijke beelden van de eerste maanlading. Sherene Connolly heeft die beelden met haar eigen ogen gezien, met andermans ogen is namelijk nogal lastig. Na het werk ontspant ze zich wel eens met een movie die ze ontleent – eigenlijk is het verboden, maar soit – uit de NASA-kast. Ze is inmiddels een heuse Star Trek-deskundige, een Trekkie in hart en nieren. Hoe heette de scheeparts? McCoy. Volledige naam please. Dr. Leonard Horatio McCoy. Wat is de naam van de acteur die hem vertolkte? DeForrest Kelley. Zijn bijnaam in de serie? Bones. Je mag haar alles vragen, ze weet alles over de originele Star Trek. En ze weet alles over de originele beelden van de eerste maanlanding.

De waarheid is ontluisterend. Het mag, laat ze me weten, I will tell it all. Especially for the Belgian visitors of your log, Phil, schreef ze laatst. Many Dutch folks as well, antwoordde ik. Ze maalt er niet om, de hele wereld mag het weten, ze zwijgt nu al bijna veertig jaar, weldra gaat ze met pensioen, ze gaat eraan kapot, het moet eruit, ze wil dit vreselijke geheim niet meenemen in graf of verbrandingsoven. De geschiedenis heeft haar rechten, en zij zal de geschiedenis recht doen. That’s my girl! Ik laat haar zelf aan het woord. C’mon Sherene.

"Wel, een week voor het vertrek van Apollo 11 zit Neil (Armstrong, ph) in een bar in Cincinnati met het bevriende echtpaar Jesse en Mary Simpson. De Simpsons hebben een schoenwinkel in de buurt. Neil en Jesse zijn jeugdvrienden, stevige drinkers en niet vies van een practical joke. Er wordt die avond gelald en gebrald, gelachen en gebruld, want Neil heeft iets te vieren, he goes all the way to the moon, en hij wijst door het raam naar het grote gele ding hoog in de lucht. Vertederd kijkt Mary naar those two grown ups behaving like little boys. Dan gaat het er ineens luidruchtig aan toe. Jesse zegt tegen Neil dat hij niet durft, Neil staat op en roept van wel, dat hij alles durft, I’m a fucking astronaut, by Christ, I dare anything! Neil slaat met de vlakke hand op Jesse’s handpalm en Jesse doet hetzelfde bij Neil, er wordt omhelsd, geknuffeld en op schouders getapt, en de deal wordt afgerond met een heilsdronk.

Op 21 juli 1969, om 3u.56 Belgische tijd is het zover. Neil Armstrong komt als een space-eskimo een wankel laddertje afgedaald en zet voet aan de grond. Zijn gegrinnik wordt op aarde geïnterpreteerd als ruis op de lijn, en dan volgt de al die tijd verborgen gehouden, maar daarom niet minder historische quote: "It’s one small step for man, one giant leap for mankind, thanks to Simpson Shoes, Moonboots (grinnikt) and Accessories, 11 West Drive, Cincinnati. That’s Simpson Shoes and Accessories, 11 West Drive, Cincinnati. Jesse is a jolly nice fellow and Mary a damn hot chick. And now I must pee…Houston, any idea of trees on this fucking moon?"

Jesse had overal rondgebazuind dat Wacko Neil op de maan reclame zou maken voor zijn shop. Neen, de zaken gingen niet goed de laatste tijd, maar na 21 juli zou alles anders worden. Het kwam de FBI en CIA ter ore dat Armstrong op de maan het zotteke ging uithangen. Het was te laat om hem tegen te houden. In opdracht van de NASA werd in Hollywood halsoverkop een studio tot maanlandschap omgebouwd. De rest is geschiedenis, of beter gezegd, vervalste geschiedenis. De landing werd nagespeeld door een tweederangsacteur. Zijn tekst bestond uit Armstrong’s eerste zinsdeel. Verder mocht hij een beetje improviseren. Hij keek enkele tellen pal in de camera en plantte een Amerikaanse vlag in de bordkartonnen vloer van de studiomaan. De man kreeg een rijkelijke vergoeding en begreep niet wat hij daar had staan doen. Achteraf dronk hij met een studioassistent a couple of beers in een gelegenheid die heel toepasselijk Planet Hollywood heette. Op weg naar huis werd hij onwel, kreeg een beroerte en stierf. Dat hadden die dekselse Yanks toch maar weer mooi gefikst."

12:36 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

04-08-06

HATE THE SIN NOT THE SINNER

 

Mijn dochter noemt mij wel eens een mietje als ik weer eens lyrisch doe over een nieuwe Robbie Williams-single. Toon ik haar de getatoeëerde draak op mijn rug, mijn tong- en tepelpiercings, mijn geföhnd neus- en okselhaar, het helpt allemaal niet. Een vent die houdt van Robbie Williams is een janet, zegt ze. Dan maar de grove middelen bovengehaald om het tegendeel te bewijzen. Zijn wij Vlamingen immers niet het meest onverdraagzame volkje van West-Europa? We hebben een reputatie hoog te houden. Ik douw twee luidsprekers tegen haar hoofd, plak een stukje tape op haar mond en dwing haar te luisteren. Twintig keer na elkaar Sin Sin Sin, net de tijd die ik nodig heb om mij klaar te maken voor mijn wekelijkse travestietenavond. Dat ik van haar lippenstift en mascara moet afblijven, gromt ze. Hate the sin not the sinner, lip ik met Robbie mee.

 

Lang geleden dat een flard muziek zich nog zo hardnekkig in mijn hoofd nestelde. Weken nu al sta ik op en ga ik slapen met onderstaand refrein. Muzikaal poepsimpel geniaal en tekstueel pure poëzie. Alleen al om dit ergens als citaat of motto te vermelden, zou ik nu een nieuwe dichtbundel klaar willen hebben.

 

Sin sin sin
Look where we've been
And where we are tonight
Hate the sin not the sinner
I'm just after a glimmer
Of love and life
Deep inside

12:45 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

02-08-06

KOMPANY

De inlandse voetbalcompetitie heeft zich weer op gang getrokken. Club Brugge – mijn cluppie – en het gehate Anderlechtles mauvais blancs – zijn de favorieten voor de titel. Dat is al sinds mensenheugenis zo. De Belgen zijn de dappersten onder de Galliërs. Die beroemde uitspraak van Julius Caesar blijkt te zijn gedaan na een Club-Anderlecht. Wat goed dat Juul niet besliste om die dag naar Eburones Tongeren tegen Morini Duinkerke te gaan, anders konden we het wel schudden met onze dapperheid.

De euforie is groot en alle clubs zijn optimistisch. Dat hoort zo tijdens de voorbereiding op een nieuw voetbaljaar. Wie zich op voorhand een verliezer acht, is een watje. Toch klinken na amper één speeldag links en rechts al kritische geluiden, en tegen de tijd dat onze kinderen terug naar school moeten, zal wis en zeker de eerste trainer zijn ontslagen, en zullen een handvol zelfbewuste spelers – meestal zijn het aanvallers en doelmannen – mokkend op de reservebank verpieteren, om op maandagmorgen in de kranten uit te schreeuwen dat ze niet happy zijn, het niet begrijpen, geen uitleg krijgen van de coach, het zich anders hadden voorgesteld, erectiestoornissen en ruzie met hun schoonmoeder hebben, en zo snel mogelijk weg willen naar een club waar de bank met een lederen of fluwelen overtrekje is gecapitonneerd.

De Belgen in het buitenland. Ook dat rubriekje zal ons elk weekend weer in de strot worden geramd in allerlei sportprogramma’s, met veel duidend volk rond een tafeltje, waarin er – excusez le mot – nogal wat afgezeikt wordt. Vorig jaar werden we verondersteld lyrisch te worden van de mededeling dat Thomas Buffel bij de Rangers (zie je die stoere kerels in kilt door het grauwe Schotse straatbeeld galopperen?) uit Glasgow in de basis mocht starten en tegen Fucking Bastards Edinburgh een assist (hoezeer verafschuw ik dat basketbalwoord in een voetbalcontext) uit zijn sloffen had gepoeierd. Dit jaar is Buffel oud nieuws en zal er buitensporig veel aandacht worden besteed aan hoe het Vincent Kompany vergaat bij HSV Hamburg. Niet zo best blijkbaar. Vandaag staat op de nieuwssite van de VRT te lezen dat de uitschakeling van Hamburg voor de Duitse Ligabeker te wijten is aan dom balverlies van onze nationale trots op noppen.

Trots? Ach. Kenners weten het al langer dan vandaag. Vincent Kompany is niet de wereldvoetballer die de media van hem willen maken. Hij is niet bijzonder snel, kan niet bijster goed koppen, lijdt in zijn positie te vaak balverlies en is blessuregevoelig. Er zit een zekere zwierige nonchalance in zijn spel, maar het is de nonchalance van het fietsend joch dat baldadig uitroept ‘Kijk eens! Zonder handen!’ om vervolgens glansrijk op zijn smikkel te smakken. Kompany zal in Hamburg geen potten breken, let op mijn woorden. Ook zijn imago naast het veld kan mij niet bekoren. Vincent is het prototype van de modale kleurling die het gemaakt heeft. Prietpraat van lieden die nog nooit van Tiger Woods gehoord hebben, of denken dat het een natuurreservaat voor katachtigen is. Altijd komt Vincent aandraven met voor zijn leeftijd te verstandig geneuzel en steeds een politiek correcte quote binnen handbereik. Hij durft kritiek te uiten op zijn maats, de coach en zichzelf, maar meestal klinkt die wollig en verontschuldigend. Als hij praat, wrijft hij aan zijn neus. Hij draagt witte pakken op zwart hemden met kraagpunten die zo spits zijn dat je er de hele roofdierenpopulatie van de Big Pussycat and Tiger Woods mee kan neer steken. Voor onze voetballende jongeren is zo’n keurig rolmodel beter dan een scheldende, zuipende en snuivende vechtjas, maar toch moet ik Kompany niet. Hij is van kunststof. 100 % synthetisch. Goede marchandise, dat wel. Je mag hem op alle temperaturen wassen, hij krimpt niet, hij rekt niet uit, hij kreukt niet, na elke wasbeurt krijg je dezelfde Kompany terug. Als zijn rug het houdt, gaat hij een eeuwigheid mee bij allerlei leuke verenigingen in alle uithoeken van Europa om op zijn oude dag terug in Brussel te belanden. Vincent Kompany is de meest kleurloze kleurling die ik ken.

16:53 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |