02-09-06

ESCAPE FROM DENDERMONDE – DEEL 1: IK ZAL HET ZEGGEN, BORIS!

De laatste tijd plaats ik hier nogal wat beeld- en geluidsmateriaal. Daar zijn velerlei redenen voor. Ten eerste was ik al langer van plan om iets te posten over muziek, vooral uit de eighties. Vandaar die videoclips. Ik selecteer ze omwille van het muzikale aspect, niet voor de clip. Het zijn schitterende songs, en in zo’n geval is een videootje niet altijd een meerwaarde. In de jaren ’80 zagen alle vrouwen eruit alsof ze een blinde kapster hadden, en de mannen als janetten. Ik voel een zekere gêne om straks een clipje van Erasure of Milli Vanilli op mijn site te gooien, maar ik heb wel meer gênante situaties overwonnen. Zo heb ik ooit eens in een overvolle lift in één van de Twin Towers in mijn broek gescheten. Iets te rijkelijk getafeld die middag, je weet wel. En als u denkt dat dit qua gêne al kan tellen, moet ik er helaas nog bij vertellen dat die lift tussen de 30ste en de 31ste  floor bleef hangen, en dat het drie uur heeft geduurd vooraleer we uit onze benarde positie werden bevrijd. Uitspraken als ‘Oh my God, perfumes nowadays are not what they used to be!’ en ‘Damn, sometimes I wish that one day Al Qaeda crashes a plane in this smelly tower’, waren niet van de lucht. Maar het is wel pure nostalgie. Die hitjes uit lang vervlogen tijden, bedoel ik.

 

Pop en rock waren prominent aanwezig tijdens mijn jeugd. Zo heeft de dochter van de buren ooit een kortstondige verhouding met Willy Sommers gehad, jawel, dé Willy Sommers van ‘Het water is veel te diep’, ‘Als een leeuw in een kooi’, ‘Marietje is een travestietje en ik pak haar bij haar pietje’ en andere megakrakers. Ze heeft daar een boek over geschreven, en ik heb er voor haar de spel- en andere taalfouten uitgevist. Het heet ‘Het ware verhaal van Isabelle X (Over mijn jaren met Willy S: vrouwenversierder, vetzakske, vorte vis)’. Een beetje een nare en ongezellige titel, vond ik, maar Isabelle deelde mijn mening geheel niet. ‘Vooreerst,’ zei ze, ‘heb je die intrigerende beginletters van onze familienamen, ook al is de mijne geen X, die X betekent dat om het even welk meisje dit in mijn plaats had kunnen meemaken, snappie? Dat moet de aandacht van het publiek toch prikkelen, of niet soms? Bovendien, de naam Sommers niet helemaal noemen geeft de subtitel een intrigerend cachet. Zou het werkelijk dé Willy zijn, vraagt de potentiële koper zich af. Verder vallen de allitererende v-woorden en het s-rijm ontzettend op, en opvallen, Philip, is volgens mij een noodzaak voor om het even welk commercieel product. Maar bovenal is het in zijn totaliteit een unieke en in het oog springende titel die beklijft, dat kan je toch niet ontkennen? Titels zijn belangrijk, je zegt het zelf altijd, dus met deze is er toch niks mis?’ Tja, daar kon ik inderdaad geen speld tussen krijgen.

 

Ik stam uit een muzikale omgeving. Mijn tante Gusta werd heel lang geleden eens opgebeld door Paul McCartney, jawel, dé Paul McCartney van ‘Twenty five hours a day’, ‘Eight days a week’, ‘Thirteen months a year’ en’ Can’t buy me love ‘cause my wallet and Viagra pills are probably still lying on the kitchen table’, maar het was niet voor haar, het was voor Yoko Ono. Wij natuurlijk allemaal curieus: ‘Wat zei hij, tante, wat zei hij?’ Wel, Paul klonk niet happy. Vrij vertaald riep hij iets in de trant van: ‘Laat John met rust, en als je nog één keer jouw loempiabakkes in de studio vertoont, schop ik je helemaal terug naar Tokio.’ Een ongemeen… euh… gemene belediging, want Yoko was een plattelandsmeisje. Yes, antwoordde tante. Yes. Dat was het enige Engels woord dat ze kende, want ze had al hun platen. Toen Rick Wakeman uit de groep stapte, vond ze Yes maar niks meer en haakte ze af.    

 

Ik had het over beeldmateriaal. Film. Ik ben dol op film. Hitchcock’s Vertigo is mijn lievelingsfilm. Ik ben al een poosje op zoek naar die film op DVD, de originele, niet-ingekleurde versie. O wat had ik graag geleefd in de tijd dat alles zwart-wit was. Nooit geen gezeur van: ‘Zeg schatteke, welke rok zallekik vandaag es aondoen? Miene rooie, miene groene, mien gele, mienen oranjen, miene purperen of miene blauwe met roze bollekes? Neen, elke vrouw had in die jaren een zwarte rok en een witte rok. Zo simpel, nog het meest van al voor de dames zelf. Moest je naar een begrafenis gaan, dan droeg je die zwarte; ging je naar het strand, dan de witte. Binnenkort speel ik zelf de hoofdrol in een docudrama over de recente ontsnapping van 28 gedetineerden uit het cachot van Dendermonde. Ik vat het vooral voor mijn Nederlandse vrienden en vriendinnen kort nog even samen. Twee gevangenen smeden plannen om te vluchten uit de gevangenis en voeren die plannen ook uit. Ze zetten alle celdeuren van hun afdeling open. 28 boeven gaan aan de haal. In werkelijkheid zijn er op vandaag 11 weer opgepakt. Die deuren opengooien was geen dwaze zet. Twee ontsnapte boeven zijn zo weer gevat, maar 28, da’s een ander paar mouwen. Vóór de politiediensten zich hebben georganiseerd, zitten ze alle 28 rond een kampvuur ergens in Australië geroosterde kangoeroefilets te eten. Soit, om een lang verhaal kort te maken, in de film speel ik de rol van Vasilii Vasiliine, niet een van de aanstokers, maar een van die 26 andere. Vasilii is een Bulgaarse, niet zo zware, jongen (105 kg droog aan de haak), gespecialiseerd in het opblazen van rotondes. Een nogal rechtlijnig type, echt een rol op mijn lijf geschreven. Ik mag nog niet al te veel onthullen, maar allez, speciaal voor jullie licht ik toch een klein tipje van de sluier.

 

Het is nacht, ik slaap in mijn cel (waar anders?) en droom. Het is een zalige droom. Ik zit op de sofa met mijn vriendin Sofia, Miss Bulgarije 2002. Haar ouders noemden haar naar haar geboortestad. Er zijn veel Sofia’s in Bulgarije, vooral in de streek van Sofia. Sofia’s vriendin Plovdiv Kramatova bijvoorbeeld heet niet Sofia omdat ze werd geboren in Boergas, een stad aan de Zwarte Zee. We zitten dus op de sofa, ik en mijn Sofia, te kijken naar het Bulgaarse Rad van Fortuin. Ik ken alle woorden zonder dat ik daar veel klinkers of medeklinkers voor nodig heb.

‘O Vasilii, wat zijde gij toch ne wijze gast,’ roept Sofia ineens uit en ze kust me in mijn nek.

Sofia is nog mooier dan een potteke verse magere yoghurt. Toch hangt er geen seks in de lucht – we hebben die dag al genoeg gevrijd, Sofia vier keer en ik zes keer – maar wel enkele donkere stapelwolken. Die wij echter niet kunnen zien, want het is al donker buiten en wij zitten lekker knusjes op de sofa te kijken naar een rosse mecanicien uit Varna die zichzelf bankroet draait. En de sofa, die staat binnen, in de woonkamer, niet buiten. 

 

Op het moment dat een leptosome huisvrouw uit Sofia, die toevallig dezelfde naam heeft als mijn vriendin, uitroept: ‘Ik zal het zeggen, Boris!’ klapt mijn celdeur open.

 

(wordt vervolgd)

11:21 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

De commentaren zijn gesloten.