25-01-07

ODE AAN WEEMOEDT

Vandaag verschijnen de Verzamelde Gedichten van Lévi Weemoedt. Ik rakel even een oude posting op, uit de tijd dat ik het lettertype Verdana nog moest ontdekken.

http://philiphoorne.skynetblogs.be/post/319162/weemoedt

Binnenkort meer over Weemoedt in Knack. Leve Lévi!

12:08 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

23-01-07

ENIGE NIEUWTJES OVER MEZELF (WIE ANDERS?)

Voor het net verschenen winternummer van Awater schreef ik een recensie van de bundel Wat boven kwam van L.Th. Lehmann, met als titel Knar met potentieel.

In de nieuwe Revisor, die morgen verschijnt, staat mijn gedicht Boerin 007. Het nummer is een niet te missen gedichtenspecial.

Morgen in Knack mijn recensie van de Gedichtendagbundel van Leonard Nolens. De bundel heet Een fractie van een kus. Mijn bespreking heeft als titel Contactgestoorde Nolens, tenzij de eindredactie deze zou gewijzigd hebben. Ik schreef eveneens een inleiding bij de bloemlezing Mijn tweede stem van Guido Lauwaert.

In het themanummer Veranderlijk van Het Liegend Konijn staan 6 nieuwe gedichten, waarvan de titels mij nu even ontsnappen. U leest het wel, maar ik denk dat het gaat om Lucky, Ergens tussen A'pen en A'dam, Mijn kruis! Mijn kruis! Een kingdom voor mijn kruis!, Kippig gedicht over haan inclusief moraal, Voor het verscheiden en Tv Zee.

Zo, u bent weer helemaal bij. Ik wens al mijn lezers een gelukkige en voorspoedige Gedichtendag. En een goeie gezondheid.

18:15 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

18-01-07

EEN HEEL JAAR GEDICHTENDAG

Ik houd niet van dagen die pretenderen belangrijker te zijn dan andere. Gedichtendag is zo’n dag. Een beetje zelfvoldaan, al had ik wel graag een uitnodiging in mijn bus gevonden om ergens te lande of te ‘nederlande’ te gaan voorlezen. Maar dat wil ik ook als het geen Gedichtendag is.

 

In de bibliotheken van de dertien gemeenten rond Kortrijk wordt er een kalender verspreid waarop een gedicht van mij prijkt. Ik wil dit niet minimaliseren, apetrots ben ik; de eerste dichter die niet ijdel is, moet ik nog ontmoeten. En zondag lees ik voor in de bibliotheek van Zele, maar het is puur toeval dat dit in de Gedichtendag-week valt. Hoezo Gedichtendag-week? Jawel, de dag wordt in de praktijk al gerekt tot een week, twee weken zelfs. Pas als het een jaar duurt, zal ik tevreden zijn. Way to go.

 

Rasechte Casanova’s houden niet van Valentijnsdag. Valentijn is voor losers, amateurs, vrijetijdsvrijers. Wat doen die gasten dan de andere 364 dagen van het jaar? Het is precies zo met Gedichtendag. Diep in hun binnenste houden dichters niet van Gedichtendag, althans, ze zouden er niet mogen van houden. Net zoals een secretaresse, die van haar tirannieke baas bloemen krijgt op Secretaressedag, die bloemen eigenlijk in baas zijn reet zou moeten douwen. Het is als een volle kerk voor de grootoudersmis: veel onechte gelovigen die de hele tijd op hun horloge zitten te kijken. Maar veel potentiële zieltjes te winnen. Hoop is wat de wereld draaiende houdt.  

 

Als ik voor mezelf al een conclusie moet trekken, dan misschien deze: net zoals met veel dingen in het leven heb ik ook met Gedichtendag een haat-liefdeverhouding. Ik had me dus de moeite van dit stukje evengoed kunnen besparen. Soit.

 

21 JANUARI: POËTISCH APERITIEF ZELE

 

25 JANUARI: JAARKALENDER DERTIEN

20:22 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

10-01-07

STADSDICHTERS

Binnenkort is het weer Gedichtendag. Her en der in Vlaanderen, maar vooral in Nederland, zullen stadsdichters worden uitgewuifd en andere ingehuldigd. Acht maanden geleden - en dus op vandaag al een ietsepietsie gedateerd: in die tijd was Rottend Staal nog springlevend en Ina Stabergh geen stadsdichter van Diest - publiceerde ik in het magazine Knack een artikel over het fenomeen stadsdichters. U kunt het lezen op de website van Knack www.knack.be of na het aanklikken van onderstaande link.

 

http://makr.roularta.be/archief/ShowArtikel.do?artikelId=152339

 

of omdat de link - bij mij toch - af en toe kuren heeft, hieronder integraal.

 

De minstrelen van de moderne tijd

Kees Alderliesten, Gerard Beense, Paul Gellings, Cornelis Putemmer... zeggen deze namen u iets? De mannelijke helft van het Nederlandse korfbalteam? Bewoners van het Big Brother-huis? Parijs-Tours-winnaars uit het interbellum? Driemaal fout. Het zijn de stadsdichters van respectievelijk Vlaardingen, Lelystad, Zwolle en Hoorn.

In Nederland neemt het aantal stadsdichters gestaag toe. Waar komt het idee vandaan om de oude middeleeuwse minnezangers in de vorm van stadsdichters weer in te voeren? Want daar vinden ze hun oorsprong, bij de minstrelen, die door een heer in dienst werden genomen om zijn lof te zingen. Toen zongen ze veelal over actuele gebeurtenissen of pikante roddels. Aanvankelijk werden ze voor hun getoonzette vleierij door de vorsten vergoed, maar later traden ze ook op voor het gewone volk. Eigenlijk kunnen ze het best vergeleken worden met onze hedendaagse 'singer-songwriters'. Het is niet toevallig dat bijna elke Nederlandse provinciestad een stadsdichter heeft, terwijl veel grote steden de boot nog wat afhouden. In een metropool, waar het klimaat doorgaans zuurder is, zou zo'n stadsdichter door de gezagsdragers een tikkeltje te kritisch en door het volk net niet kritisch genoeg bevonden worden. Joost Zwagerman, stadsdichter van het bescheiden Alkmaar, stelde ooit dat hij het 'potsierlijk zou vinden zich als "de luis in de pels van Alkmaar" voor te stellen', maar dat dit wel een vereiste is voor zijn Antwerpse collega's.

Ontwikkelde zich in het brein van de Nederlandse burgervaders de obsessieve wens om voortaan iedere morgen door een troubadour te worden gewekt? Gaat het hier om een banenplan voor armlastige, meelijwekkende poëten? Geenszins. Op het einde van de vorige eeuw organiseerden Poetry International, NRC Handelsblad en de Nederlandse Programma Stichting (NPS) gezamenlijk een verkiezing voor de Dichter des Vaderlands. Deze dichter zou om de vijf jaar worden aangewezen en opzienbarende nationale gebeurtenissen in verzen vatten, dit naar analogie van de Britse 'Poet Laureate', die nu voor tien jaar, maar voorheen voor het leven, werd benoemd. De eerste Dichter des Vaderlands, Gerrit Komrij, wilde meer zijn dan alleen maar een sprekend aapje van Oranje, en werkte een aantal initiatieven uit ter ontwikkeling van de poëzie, zoals het oprichten van de Poëzieclub en het poëzietijdschrift Awater. Trix haar hofdichter, dan wij ook, moeten tal van burgemeesters en wethouders gedacht hebben.

De eerste stadsdichter (het eenjarige stadsdichterschap - Venlo, 1993 - van Emma Crebolder en het levenslange mandaat van Jan Eijkelboom te Dordrecht even buiten beschouwing gelaten) was Bart FM Droog, dichter - vanzelfsprekend - en lid van het muzikaal-poëtische trio De Dichters uit Epibreren, maar vooral bekend als drijvende kracht achter Rottend Staal Online, de populairste en meest informatieve poëziesite in ons taalgebied. Uit 31 kandidaten werd hij op Gedichtendag 2002 aangesteld als de stadsdichter van Groningen. Ambtstermijn: twee jaar. Prijskaartje: 5000 euro voor zes à acht gedichten per jaar. Weggesmeten geld, fulmineerden cultuurbarbaren. Droog: 'Ik heb het door ambtenaren laten narekenen: jaarlijks bespaarde ik de gemeente minimaal 50.000 euro aan promotiekosten.' Naast het plegen van verzen bij belangrijke gebeurtenissen, ontwikkelde de Groningse poëziefunctionaris eigen initiatieven. Eén daarvan, het voordragen van een gedicht bij uitvaarten van overledenen zonder nabestaanden, werd massaal nagevolgd. Overal te lande schaarden dichters, ook niet-stadsdichters, zich achter doodskisten. Vorig jaar verscheen het boek Eenzame uitvaarten met bijdragen van dichters die af en toe een eenzame begrafenis bijwonen, om daar een speciaal voor de overledene geschreven vers voor te dragen. Of hoe poëzie nuttig kan zijn en middenin het leven staat, ook al is dat dan het leven na de dood.

PUBLICITEIT

In Vlaanderen waren het wél de grote steden die als eerste het Nederlandse voorbeeld volgden. Antwerpen, die fiere Stad aan de Stroom die zich graag dé letterenstad van Vlaanderen noemt, is al aan zijn derde stadsdichter toe. Eerst lieten Hugo Claus en Leonard Nolens de eer (of de beker) aan zich voorbijgaan, want 't Stad is toch wel een 'moeilijk lief', zoals Tom Lanoye, die als derde keus de job wel aanvaardde, in een stadsgedicht zou bekennen. Je kunt van Lanoye zeggen wat je wilt - dat hij vroeger beter was, zoals hij in een van zijn boektitels toegeeft; dat hij een betere performer en polemist dan dichter is - maar voor de door vele plagen geteisterde Scheldestad bleek hij een gedroomde stadsdichter te zijn: meer clown en stuntman dan poëet. Maar de relnicht Lanoye als schoothondje van 't Schoon Verdiep, klopte dat plaatje wel? Wat bezielde de keffer van weleer, die om de haverklap aan de broekspijpen hing van de lokale en nationale politici? Een zelfstandige, goedverdienende, assertieve makelaar in letteren verkoopt zijn ziel toch niet voor een schamele 5000 euro? Wat dreef Lanoye? Wat drijft een stadsdichter? Het antwoord is simpel: de eer, de publiciteit, de ijdelheid. Jazeker, willen al die stadsdichters zieltjes winnen voor de poëzie. Ongetwijfeld houden ze van hun stad en willen ze in scherpzinnige en knap geconstrueerde gedichten hun metier etaleren. Maar niets gaat boven de kick van het gevraagd worden voor een unieke en prestigieuze post. De wetenschap dat vele anderen niet zijn uitverkoren maakt het genot compleet, want er kan er maar één de officiële stadsdichter zijn.

Na Lanoye en vóór de begin dit jaar aangestelde Bart Moeyaert, was Ramsey Nasr één jaar lang stadsdichter van Antwerpen. In een interview met Humo op 29 april 2005 steekt hij zijn vreugde niet onder stoelen of banken. 'Het is een eer om stadsdichter te zijn.' En: 'Het is toch fantastisch dat de hele stad je gedichten kan lezen in Gazet van Antwerpen en De Antwerpenaar?!' Ramsey Nasr is een Nederlander met Palestijnse roots die in 1991 naar Antwerpen kwam om er te studeren aan de Studio Herman Teirlinck, en er na het behalen van zijn diploma bleef hangen. Hij werd al snel naar voren geschoven als de ideale opvolger van Lanoye, maar een opiniestuk in De Standaard en NRC Handelsblad over de Israëlisch-Palestijnse kwestie kostte hem ei zo na de felbegeerde functie. Veel Antwerpenaren kenden de would-be stadsdichter van haar noch pluimen en vermoedden in zijn vervaarlijk klinkende naam een oproerkraaier en antisemiet, terwijl de minzame Ramsey eigenlijk vooral over de liefde schrijft. Gedurende zijn ambtstermijn schreef Nasr negen fraaie stadsgedichten waarmee hij, om het even melig uit te drukken, de harten van de Antwerpse cultuurminnaars veroverde. De soms ellenlange gedichten handelen onder meer over de Zoo by night, de Permeke-bibliotheek, maar ook over kansarmoede en huisjesmelkerij: '// Er is ook een weldoener. De weldoener bezit het huis dat niet bestaat. / Zonder hem geen ongedierte, monoxide of kans op ontploffing op 't Zuid. / Ontploft de boel, dan verbrandt misschien het gezin, maar ook het huis. / Daarom vraagt de weldoener geld. Om wel te kunnen blijven doen. // Weldoeners weten: elke mens is een vierkante meter, elke meter / een luxeleven voor wie weinig of geen enkel excuus bezit. / Weldoeners lichten op in de duisternis. Ze verhuren een aambeeld / om in te wonen. Slaan erop totdat het bloost. Tot het bloost als een matras. //' Hij zette Wannes van de Velde in de bloemetjes - gaf bij een paar gelegenheden een schitterende imitatie van de volkszanger ten beste - en maakte jubileumgedichten voor deFilharmonie en voor de Universiteit Antwerpen. Net zoals zijn voorganger heeft nu ook Ramsey Nasr zijn Antwerpse gedichten gebundeld. Het boek heet onze-lieve-vrouwe-zeppelin en verdomd jammer dat er geen cd bij het boek steekt, want de dichter-acteur horen voordragen verschaft aan zijn poëzie een extra dimensie.

Gelukkig staat de moderne technologie voor niets. Op het internet hebben de bekendste stadsdichters uit Nederland en Vlaanderen zich verenigd op de website www.stadsdichterpodcast.be. Een podcast is een soort radio-uitzending. Het grote voordeel is dat je zelf kunt kiezen wanneer je luistert. Op diezelfde site staat een geluidsopname van een debat met twee Vlaamse en twee Nederlandse stadsdichters op 11 juli 2005 in het Nederlands-Vlaams huis De Buren in Brussel. Immers, de gekozen of uitverkoren stadsdichters voelen zich verwant en houden contact met elkaar. Zo werd op 30 oktober 2005 in Lelystad een heuse stadsdichtersdag gehouden, waar de poëzieambtenaren onder het nuttigen van spijs en drank hun ervaringen konden uitwisselen. Bij die gelegenheid verscheen het boek De stad en ik. Stadsdichters uit Nederland en Vlaanderen, luidt de ondertitel, hoewel er maar één Vlaming in is opgenomen: de Ninovenaar Willie Verhegghe. Ninove is na Antwerpen en Gent voorlopig de enige stad in Vlaanderen met een stadsdichter. Maar dat er ook in Vlaanderen een stadsdichtersboom komt, staat buiten kijf. De Brusselse politica Brigitte Grouwels (CD&V) meent dat een hoofdstedelijke stadsdichter voor een relatief beperkte kostprijs 'veel uitstraling kan opleveren'. 'Het zou een versterking betekenen van het profiel van de Nederlandse taal in de meest zuidelijke grootstad van het Nederlandse taalgebied en in de hoofdstad van Europa', fleemt ze in haar voorstel om er een te benoemen, en de formule met om beurten een dichter en een muzikant, zoals in Gent, is haar niet ongenegen. Of misschien kan Brussel, net als Amsterdam, opteren voor stadsdeeldichters. Het stadsdeel Centrum en het stadsdeel Westerpark hebben al hun dichter, de rest van de Amsterdammers moeten het zonder stellen. Ook in Brugge beweegt er wat. De Bos-dichters van de Lappersfort Poets Society, die ijveren voor het behoud van het Lappersfortbos, eisen een stadsdichter en zijn zo galant zichzelf als kandidaat naar voren te schuiven.

Hoe goed is de gemiddelde stadsdichter? Ik pik er lukraak één uit, de al genoemde Gerard Beense. Beense werd op Gedichtendag 2005 benoemd tot stadsdichter van Lelystad. Op zondag 19 juni 2005 werd aldaar de 21e Nationale Oldtimerdag gehouden. Gesneden koek voor een stadsdichter! 'Er is één dag in het jaar / dat op de Lelystadse dreven, / oude tijden herleven / als daar achter elkaar, / voitures van voorheen passeren / en het verre verleden, / even terug doen keren / naar het oog van vandaag, / waar de blik zich graag laat leiden / naar een file van voorbije tijden. /', zo luidt de aanhef van zijn gelegenheidsgedicht. Met dit soort gerijmel zal de heer Beense zich niet onsterfelijk maken. Ook niet onsterfelijk belachelijk, want in de tweede graad van de middelbare school vindt een uitgebluste leraar Nederlands dit al snel een 7 op 10 waard, voor de gedane moeite. Nee, dan schat ik onze Vlaamse (ex-)stadsdichters toch iets hoger in: Lanoye, Nasr, Moeyaert (Antwerpen), Roel Richelieu van Londersele, Erwin Mortier (Gent) en Verhegghe (Ninove), maar wellicht zal ik een toontje lager zingen als ook de gemeentebesturen van pakweg Meeuwen-Gruitrode, Tielt-Winge of Langemark-Poelkapelle op een memorabele (Gedichten)dag een budgetje opzijleggen voor hun eigen stadsdichter, sorry, gemeentedichter.

Zijn er andere normen en waarden in het spel als het om stadsgedichten gaat? Of is de kwaliteit alleenzaligmakend? De vraag stellen is ze beantwoorden: ja en nee. Ja, omdat ik vind dat, als we de goegemeente dan toch met de neus in de verzen duwen, het dan evengoed sterke verzen mogen zijn. Nee, omdat het stadsdichterschap mij eerder een socioculturele dan een louter literaire functie lijkt. In tal van steden en gemeenten wil de bestuurlijke overheid een ' good vibrations'-gevoel creëren of aanwakkeren. Mensen moeten opnieuw buiten komen, elkaar ontmoeten en leuk vinden. Er moet gebarbecued, gezongen en gedanst worden. Wie weet komen de koning en de koningin dan wel langs om vanaf een fleurige tribune met eigen ogen te zien dat het goed is. Wijken, pleinen en leien worden heraangelegd, verkeersarm of helemaal verkeersvrij met veel groen en open ruimte. Auto's - die asociale stinkerds van staal, glas en rubber - tuffen hoe langer hoe meer rond in parkeergeleidingssystemen en worden, eenmaal op de plaats van bestemming, ondergronds opgeborgen. De burger moet zich weer prettig voelen in zijn biotoop en het is de taak van de stadsdichter om daaraan mee te werken door breed - doch mysterieus poëtisch - glimlachend op te duiken waar hij zich nuttig kan maken... en door die enkele gedichten te schrijven natuurlijk. Anders kunnen we een stadsdichter evengoed buurtwerker of maatschappelijk assistent noemen.

Zal de stadsdichter de samenleving redden? Nee, dat mogen we van geen mens verlangen, zeker niet van een dichter, maar hoe dan ook is hij een betere investering dan een groenwerker die een halve werkweek op zijn spade leunt. Zal de laaglandse bevolking binnenkort massaal poëzie verslinden? Zelf een dichter zijnde, zou ik dat luidkeels toejuichen, maar ik maak me geen illusies. Misschien hier en daar een enkeling die via beedigde sinterklaasdichters à la Beense de stap zet naar 'echte' poëzie. Waarbij dan weer de vraag rijst wat 'echte' en wat 'slechte' poëzie is. Een vraag die voor wrevel zorgt bij het dichtersgild en waarop elke poging tot antwoord al op voorhand gedoemd is te mislukken. De huidige Nederlandse Dichter des Vaderlands, Driek van Wissen, wordt door veel van zijn collega's niet voor vol aanzien, omdat hij vederlichte verzen schrijft, maar je zult mij geen onvertogen woord over de man horen zeggen. Poëzie heeft vele bekoorlijke gedaanten, maar dat is dan weer stof voor een andere keer.

RAMSEY NASR, 'ONZE-LIEVE-VROUWE-ZEPPELIN - ANTWERPSE GEDICHTEN', UITGEVERIJ DE BEZIGE BIJ, AMSTERDAM, 18,90.euro

DOOR PHILIP HOORNE

Knack - 10-05-2006

16:01 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

02-01-07

WENSEN + OPROEP

computer_crash

Langs deze weg wens ik alle bezoekers van mijn weblog een gelukkig en vreugdevol 2007.

Door een computerpanne ben ik al mijn mails kwijt alsook mijn adresboek. In mijn postbus zaten nog enkele onbeantwoorde mails.

Iedereen die meent dat ik hem of haar nog een antwoord schuldig ben, gelieve contact met me op te nemen. Dank u!

22:03 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |