01-07-08

HOORNE OP DINSDAG IN HET NIEUWSBLAD (3) EN OOK ELDERS

Alweer dinsdag, ach, wat vliegt de tijd.

bannergedicht-

Verder vindt u ook een gedicht van mij op Het Brakke Verslog en net zoals vorig jaar heeft Gwij Mandelinck een gedicht van mij uitgekozen voor de Poëziezomer in Watou, nog de hele zomer aldaar te bezichtigen.

12:00 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

24-06-08

HET NIEUWSBLAD: HOORNE OP DINSDAG (2)

bannergedicht-

19:00 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

19-06-08

MY FOOT! (1)

Ik ben geabonneerd op een aantal nieuwsbrieven. Ooit heb ik mij ervoor aangemeld onder motto's variërend van 'Ja, interessant!' alover 'Kan nuttig zijn' tot 'Baat het niet, het schaadt ook niet'.

Nieuwsbrieven zijn een beetje verslavend. Zelfs een gedisciplineerde surfer als ik klikt zich wel eens onherroepelijk vast. Enkele dagen geleden las ik ergens een amusant stukje over de Franse bondscoach Domenech, die net als bij het WK van twee jaar geleden nog altijd geen schorpioenen in zijn selectie duldt. Ik wilde aan dat amusant stukje op mijn beurt een amusant stukje ophangen, ware het niet dat ik het oorspronkelijke stukje niet meer terugvind. Ach, laat maar zitten, denk ik dan al snel. Wie zit er te wachten op een berichtje over die rare kwiet met zijn oudewijvencoiffure? En mocht er dan toch iemand onder jullie zijn vinger opsteken, tik dan in de Google-zoekbalk 'Domenech + schorpioenen + Trezeguet + Pires' en fantaseer zelf het blogbericht dat ik had kunnen schrijven.

Maar het nieuws stopt nooit. Vandaag werd mijn aandacht getrokken door dit artikel op de Knack-website. Het intrigeerde mij zozeer dat ik op zoek ging naar extra informatie. Voorwaar een nieuwtje dat meer vragen oproept dan beantwoordt, zoals daar zijn: Kan een voet zomaar afscheuren bij een schipbreuk of vliegtuigcrash? Indien dit eerder uitzonderlijk weze, kunnen zes afgerukte voeten dan nog uitzonderlijk genoemd worden? Hoezo georganiseerde misdaad: vertonen de zes gevallen gelijkenissen en zo ja welke (misdadigers laten toch altijd een signatuur achter)? Wat voor schoeisel hadden die andere voeten aan hun... euh... voeten? Kan aan het schoeisel (en/of aan de voeten) afgeleid worden of het om mannen- of vrouwen gaat? Hoeveel rechter- en hoeveel linker voeten? Kan achterhaald worden wanneer die Adidas-loopschoen werd vervaardigd, en zo ja, kan dit het onderzoek vooruit helpen (deze vraag extrapoleren naar de vijf andere schoeisels)? Kan dit het werk zijn van een haai die het niet begrepen heeft op zweetvoeten en een deel van zijn maal dan maar weer uitspuwt? O ja, deze vraag genereert nog een nieuwe vraag: zijn er bij de gevonden voeten al paren?

Wat ik mij eveneens afvraag: vanaf hoeveel voeten gaat een dergelijk nieuwsbericht over van regionaal nieuws naar nationaal nieuws naar internationaal nieuws? En zouden de speurders alginder commissaris Witse al om hulp hebben verzocht? 

Nota aan mezelf: 'Voeten Canada: opvolgen'. Nota aan jullie: Mocht ik door omstandigheden de zevende voet missen, wil iemand dan zo vriendelijk zijn mij een seintje te geven?

23:45 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

17-06-08

MEULENAERE!

spiegel2
 

Voor hen voor wie het woord 'Bladspiegel' niet meer betekent dan wat het volgens Van Dale effectief betekent: sinds begin juni heeft nu ook de nogal weergaloos schrijvende, nooit een blad voor de mond nemende Koen Meulenaere een eigen weblog: Meulenaere!

Lees ook de andere weblogs van Knack, voeg ik er even aan toe, om geen van de andere bloggers voor het hoofd te stoten.

23:45 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

HET NIEUWSBLAD: HOORNE OP DINSDAG (1)

bannergedicht-

12:00 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

15-05-08

JUSTINE HENIN STOPT MET TENNISSEN

[...]

Ik ben een grote fan van Justine Henin. Haar tennisspel is pure kunst. De gekruiste backhand van Justine Henin, daar kan ik uren naar kijken. Ik heb zo’n tweehonderdtal van die backhands op een dvd-schijfje staan, allemaal na elkaar, en als ik mij verveel, dan bekijk ik die. Druilerige zondagnamiddag, honderden boeken in de kast maar niet een dat mij weet te boeien, shit op alle tv-kanalen, geen goesting om eindelijk eens dat ultieme supergedicht te schrijven, want na de top wacht slechts de afgrond... wel, dan gaat Justine’s Gekruiste Backhands in de dvd-speler. Of Justine’s Backhands Langs De Lijn. Of Justine’s Passeerslagen (forehand). Of Justine’s Dropshots. Of Justine’s Lobballen. Of Justine’s Aces. Of Justine’s Unforced Errors, want ook in slechte tijden blijf ik een fan. Maar meestal kies ik voor de gekruiste backhands. Hopla, enkele drukken op de zapper en daar slaat Sjarapova al vertwijfeld haar gelakte klauwen ten hemel. Dementieva grijpt wanhopig naar haar zonneklepje. Lindsay Davenport zet haar poten in haar zij en staart als een autistische zeekoe in het publiek. Amélie Mauresmo doet een ongewilde maar zeer geslaagde Arnold Schwarzenegger-imitatie, Martina Hingis’ pruillip sleept haast over de court, Kim spreidt zich zo wijd dat ik er pijn van krijg aan mijn scrotum. Serena zit plat op haar gat op de baseline met in haar ene hand een Big Mac en in de andere een enorme beker Häagen-Dasz roomijs. En dat is allemaal het werk van dat frêle Waalse meisje met een cupmaat zo klein dat ze nog moet worden uitgevonden: triple A of dubbel nul of iets in die trant.

[...]

uit: Het vlees is haar, Philip Hoorne - Uitgeverij Liverse, Dordrecht, 2007 - € 12,50

12:30 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

30-04-08

JAN CREMER IN KNACK

KNW18_082KNW18_083

Deze week in Knack ondermeer een artikel dat ik schreef over Jan Cremer, schilder, schrijver en fenomeen.

12:15 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

21-04-08

TRANSPORTKEUZE

Vorige week reed ik op de autosnelweg achter een vrachtwagen van de firma Kafka Transport.

 

Of ik hen, met zo'n naam, mijn goederen zou toevertrouwen, weet ik zo nog niet. Neen, geef mij maar de firma G. Snel.

 

18:30 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

01-04-08

VAN DE DODEN NIETS DAN GOEDS

Vorige week sprak ik met een belezen man die me toevertrouwde dat hij ‘Het verdriet van België’ maar niks vond. Dat kwam goed uit. Ik las het boek een kwarteeuw geleden en ik vond er toen al, in mijn milde jonge jaren, geen zak aan. Toch is het bezig om op dit eigenste moment een bestseller te worden. Het boek draagt een sterke titel, past uitstekend bij de huidige politieke situatie van ons land en - klein detailke - de auteur ervan is net overleden.

Toen Koning Boudewijn het loodje legde, ging ik in het Kortrijkse stadhuis het rouwregister tekenen. Dat ik niet ongevoelig bleek voor massahysterie, daar schaam ik me nu nog altijd diep voor.

Tijdens het afscheidfeestje in de Bourla zat Veerle Claus de hele tijd te lachen, alsof ze op een trouwfeest zat te luisteren naar een leuke zatte nonkel die zijn kettingmailmoppen debiteert. Zou ze weten dat doodsoptimisme eigenlijk iets katholieks is?

Het had nog erger gekund. Dresscode: in het wit, kleur van de hoop. Met witte ballonnen achteraf. En witte duiven. En witte duivenstront.

Nog meer rode kaakjes. Toen Erwin Mortier tot de kardinaal riep dat die zich moest schamen, schaamde ik mij. Om Erwin Mortier. Omdat hij zich even de paus waande. Mortier, die na Reve en Claus goed op weg is om een professionele afscheidnemer - een soort verliteratuuriseerde Xavier De Baere - te worden, heeft naar het schijnt na afloop, op de after-party, heel uitdrukkelijk geïnformeerd naar de gezondheidstoestand van Harry Mulisch. Mulisch zou geantwoord hebben: “Hoe was uw naam ook alweer, jochie?”

Gerrit Komrij had dit ongetwijfeld de uitvaart van de ijdelheid genoemd, of iets van die strekking. Helaas zat hij zelf in de zaal. Met een gezicht dat verried dat hij ofwel a) zich beklaagde te zijn gekomen en liever over het hele gebeuren een stukje had geschreven met als titel 'De uitvaart van de ijdelheid', ofwel b) moest kakken.

Nog verbranden, verstrooien en dan heeft de man zijn pleziertjes gehad. Dan gaan we met zijn allen weer over tot de orde van de dag, mag ik hopen.

15:18 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

17-03-08

VIEZE HARRY GAAT NAAR DE BAKKER EN ANDERE REISVERHALEN (2)

(wat voorafging: euh... zie twee posts geleden)

Reisverhalen dus.

Noch mijn moeder noch mijn vader hielden van reizen, vooral mijn vader had er een hartgrondige hekel aan. Hij hield ook niet van autorijden. Toen zijn ogen verslechterden en hij weigerde een bril te dragen, vonden we die afkeer van autorijden eigenlijk nog zo erg niet. Treinen en bussen vonden mijn oudjes te ingewikkeld en vliegen associeerden ze louter met fladderende zwarte beestjes, die leefden om zo snel mogelijk gedood te worden. Ik groeide op in de jaren zeventig toen reizen populair werd bij het klootjesvolk, waar ons gezin onomstotelijk toe behoorde. Vriendjes trokken op zon-, sneeuw- of regenvakantie, al ben ik niet helemaal zeker van dat laatste, terwijl ik thuis achterbleef met niemand om mee te spelen. Ja, lezer, pinkt u gerust een traantje weg voordat u verder leest; het levenspad van deze jongen ging over rozen, maar dan wel een variëteit met flink wat doornen. Doch niet getreurd, ik verslond boeken en ontwikkelde aldus mijn grenzeloze fantasie. Ik ontwierp mijn eigen imaginaire, maar daarom niet minder wilde reisverhalen. Zo stelde ik me voor dat ik tien dagen bij de buren ging logeren. Dan stond ik ’s morgens op, stak mijn kop door het slaapkamerraam en schold mijn vader en moeder, die op onze koer bezig waren elkaar te ontluizen, de huid vol. ‘Hey, Neanderthalers, wanneer gaan jullie eens met vakantie?’ Waarop mijn vader naar boven stoof om mij een paar petsen tegen mijn kop te geven. Na verloop van tijd en onderhevig aan flink wat sociale druk, wilde mijn ma, een ordinaire huisvrouw zonder hobby’s of passies, die haar leven sleet op een stoel aan de keukentafel, ook wel eens een stukje van de wereld zien, en zo belandde ze samen met mijn zusje in de Cowboy Express.

Mijn zusje was nog piepjong en ik vijf jaar ouder toen we op een snikhete zomerdag een uitstapje maakten naar Bobbejaanland, een pretpark gelegen aan de andere kant van het land, uitgebaat door de zingende cowboy Bobbejaan Schoepen, gekend van wereldhits als ‘Ik zie zo gere m’n duivekot’, ‘Alle Pferden haben Tränen in den Augen’, ‘Café zonder bier’ en ‘Ik hou zoveel van haar… daarom laat ik het groeien’. Wie denkt dat ik die laatste titel verzin, zou zich wel eens lelijk kunnen vergissen. Op een deskundige wijze een speeltuin van die omvang bezoeken, vereist een zeker talent, het zogenaamde kermisgen. Mijn vader en mijn moeder misten dat gen, net zoals ze nog een resem andere genen mankeerden. Ze beschikten over niet het geringste talent om zich in zo’n pretpark te amuseren of te doen alsof. Dat non-talent heb ik van hen geërfd. Na drie keer het gehele park te hebben afgelopen, waagden we ons aan de monorail, die aan een slakkengangetje over het domein sukkelde. Na het ritje met de monorail bleken we alle rustige attracties gehad te hebben. Daar stonden we dan, in de brandende zon, als vier vegetariërs in een steakrestaurant. Over eten gesproken, van al dat gemonorail hadden we honger gekregen. Eigenlijk niet, maar een mens moet iets doen om de verveling te verdrijven, en trouwens, die boterhammen met hesp en kaas moesten verorberd worden, vooraleer ze muteerden in croque-monsieurs. Zo gezegd zo gedaan. Moeder spreidde een dekentje op het gras. ‘Ha zo, een ervaren picknickster, uw moeder,’ hoor ik u uitroepen. Neen hoor, ze was gewoon doodsbang van de insecten die zich in het gras voortbewogen. Na de inwendige mens met zwetend brood en lauwe limonade te hebben versterkt, diende er verder gepretparkt te worden. Mijn moeder, die absoluut niet tegen de hitte kon, begon eruit te zien als gestoofde rode kool en opperde voorzichtig om ons stilaan op te maken voor de lange terugreis. ‘Ik denk er niet aan,’ foeterde mijn vader. De wijzers van zijn polshorloge wezen amper kwart over twaalf. ‘Heb ik hiervoor een halve bak benzine verreden, om na amper anderhalf uur alweer in die kokende auto te gaan zitten?’ De redding kwam uit een onverwachte hoek. Mijn zusje, die al de hele tijd jengelde dat ze op een pony wilde zitten, maar bij mijn moeder bot ving wegens te gevaarlijk, kreeg ineens een horde plastic paarden in de smiezen. Die paarden trokken koetsen en huifkarren op kleine ijzeren wielen, en ook de paarden hadden van die wieltjes onder hun poten. Daar wilde ze heen. Dat wilde ze doen. Ineens kwamen de paarden in beweging. In een grote ellipsvormige baan galoppeerden ze almaar sneller en sneller, wel honderd keer sneller en onstuimiger dan die strompelende, ziekelijk uitziende pony’s met stront aan hun gat, die mijn zusje eensklaps vergeten leek. Of het niet te hard ging, vroeg mijn moeder nog, maar die dag werd duidelijk dat mijn zusje wel over genetisch pretparkmateriaal beschikt en dus wis en zeker een buitenechtelijk kind is. Iemand moest haar vergezellen op de Cowboy Express, zo heette het ding. Mijn vader stelde categoriek dat hij weigerde zich belachelijk te maken. Mij werd niks gevraagd, ik werd al duizelig bij het strikken van mijn schoenveters. Restte mijn moeder met een arm haast uit de kom, omdat mijn zusje er zo hevig aan rukte; tijdens ons getalm was de rij wachtenden bij die veredelde paardenmolen er immers niet korter op geworden. Mijn moeder berustte en keek nog één keer om vooraleer ze door haar eigen vlees en bloed naar de slachtbank werd geleid. In haar blik merkte ik een amalgaam van ondefinieerbare emoties, maar wat een ontroerende zelfopoffering! Way to go, mum! Ze schuifelde met haar jongste spruit in de richting van een huifkarretje. Zusje straalde. Mijn vader en ik namen plaats op een houten zitbank. Ik was nog een kleine jongen en ik weet niet wat ik op dat moment voelde en ik kon niet in mijn vaders hoofd kijken, maar we moeten allebei geweten hebben dat het spektakel dat ons te beurt zou vallen het geleden leed van die verschrikkelijke daguitstap ruimschoots zou vergoeden.

De cowgirls zaten inmiddels goed en wel in de attractie – ineens begreep ik waarom ze die tuigen attracties noemen. Moeder klemde zich met één hand vast aan een ijzeren beugel. Met haar vrije arm omhelsde ze mijn zusje, die ze bijna tot moes kneep. Zusje glunderde nog steeds, en dan zette de Cowboy Express zich in beweging. Zusje kraaide, eerst ingetogen, dan uitzinnig, althans dat dacht ik, maar toen het gevaarte na een halve ronde de eerste keer voorbij onze bank gleed, merkte ik dat ik dat kraaien had verward met iets wat het midden hield tussen schreien, schreeuwen en krijsen. De volgende ronde concentreerde ik mij op mijn moeder, maar omdat de Express alsmaar meer vaart won en omhoog en omlaag en weer omhoog en omlaag denderde, lukte me dat niet zo goed. Het konvooi beleefde dolle pret, mensen joelden en zwaaiden uitbundig naar de stumpers die niet mochten of konden deelnemen aan de verovering van Amerika. Niemand lette op de vrouw en het kind die tegen elkander aangedrukt met dichtgeknepen ogen wachtten tot de bleekgezichten, waar ze gezien hun gelaatskleur stellig toe behoorden, de Far West hadden ingepalmd. Niet één ingezetene van de Express lette op hen. Voor de aan de kant toeziende menigte waren mijn moeder en zusje evenwel de giller van de dag. Mensen stootten elkaar aan en barstten in lachen uit. Op deze bonusattractie hadden ze niet gerekend. Sommigen kletsen zich ongegeneerd op de dijen, een enkeling rolde over de grond in het zand van het gieren. De rit duurde en bleef duren, in de jaren zeventig kreeg een mens nog waar voor zijn geld. Toen het tuig snelheid minderde en het contingent lachers tot een rijendikke mensenzee was uitgedijd, besloten mijn vader en ik ons enigszins van het gebeuren te distantiëren en een ‘Wir haben es nicht gewusst’-houding aan te nemen. Die vrouw en dat kind? Connais pas! Nooit gezien! De volgende scène ligt in de mediatheek van mijn herinnering opgeslagen op het rekje ‘kolderieke slapstick’. Mijn moeder steeg uit, wankelde een trapje af en zwijmelde als een zatlap naar het dichtstbijgelegen gazonnetje, zeeg ineen en bleef enige seconden zitten in de houding van de Kleine Zeemeermin uit Kopenhagen, die allicht niet beseft hoe gelukkig ze wel is, zittend op haar koele, onwrikbare rots. Net op het moment dat mijn vader haar als een blijk van medeleven eventjes bemoedigend op de rug wilde tappen, opende mijn moeder mechanisch langzaam haar mond, en uit die mond gulpte een grote prak waarin ik duidelijk de contouren van in limonade geweekte boterham met hesp en kaas ontwaarde. Mijn zusje stond enkele meters verder alweer vrolijk te wezen en het stemde mijn vader trots dat ze erin slaagde haar maaginhoud aan gene zijde van haar lichaam te houden, de flinke meid. Bobbejaanland gonsde weer als voorheen. De Cowboy Express barstte uit zijn voegen. Het konvooi beleefde dolle pret, mensen joelden en zwaaiden uitbundig naar de stumpers die niet mochten of konden deelnemen aan de verovering van Amerika. Toen de drukte bij de bezienswaardigheid Vomiting Woman wegebde, keek ik nog één keer vol afschuw naar de geelachtige brij waarop vliegen en insecten reeds een feestje bouwden. ‘Kom,’ zei mijn vader, ‘we gaan naar huis, de auto zal nu al wel wat zijn afgekoeld.’ Hij vergiste zich, maar het waren verdomd wijze woorden die hij daar toen sprak.

05:45 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

10-03-08

'HUMO IS EEN SOORT JOEPIE VOOR STUDENTEN'

In een interview met Meandermagazine heb ik het o.a. over bullshitverhalen, apen van recensenten, kinderspelletjes voor grote mensen, de houdbaarheidsdatum van Guy Mortier en nog veel meer...

Het interview is te lezen na aanklikken van de hyperlink in de linker bovenhoek van deze pagina.

21:14 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

03-03-08

VIEZE HARRY GAAT NAAR DE BAKKER EN ANDERE REISVERHALEN (1)

Reisverhalen zijn doorgaans oersaai, daarom heb ik mezelf uitgedaagd er een te schrijven dat op die regel een uitzondering vormt. Beter is het gesteld met de pelliculen tegenhanger, de zogenaamde road movie, meestal van Amerikaanse makelij. De hoofdrolspelers, jonge dorstige mannen met glimmende gezichten, verplaatsen zich in een aftandse Dodge, waarbij die van Al Bundy net van de band lijkt gerold. Om de zoveel miles houden ze halt aan een tankstation om enige totaal onvoorspelbare, bloedstollende handelingen te verrichten als daar zijn benzine tanken, een koel biertje drinken en aan hun kruis krabben. Aan de bar van de belendende kroeg, zit een jonge vrouw met lang zwart lichtgolvend haar, lange rokken en een inkijkbloes. Na wat heen en weer gelonk dartelt ze in de richting van onze hoofdrolspelers. Er wordt een wijle geflirt en uiteindelijk strijkt de would-be Miss Texas met haar vlakke hand over het colbertje van een van de boys. Door deze suggestieve seksuele daad zit deze prent met een ‘Kinderen niet toegelaten’-label opgezadeld, maar de scène eruit knippen had de verhaallijn onherstelbare schade toegebracht. In een hoek aan een tafel zitten vier mannen te kaarten. Ze hebben zich, als bij afspraak, drie dagen niet geschoren. Altijd is een van de vier een kort afgesneden dikzak in een protserig wit pak. Zijn beroep is bank- of gevangenisdirecteur, voorafgegaan door het adjectief louche. De barman, zo tenger dat we hem bijna niet hadden opgemerkt, is kalend en draagt een witlinnen voorschoot. Na iedere vechtpartij in zijn rokerige nering, moet hij het interieur vernieuwen, ongeveer twee à drie keer per week is dat. Alle ingrediënten zijn aanwezig opdat een aardig verhaal zich zoude ontwikkelen in deze zanderige town called Clichéville, maar eilaas, onze jongens moeten verder. Eén heuvelkam verder wacht het volgende duffe stadje, Stereotype City, waar ze dezelfde booze en gasoline serveren, waar de griet op de barkruk net zo wulps is als het juffertje in Clichéville. Ook daar zitten vier kerels met een 72-urenbaard te kaarten, en de dikkerd in het wit is zich schijnbaar diep in de schulden aan het whisten, want hij zweet als een rund, maak daar een gehele veestapel van. De barman van Stereotype City blijkt echter slimmer dan zijn collega in Clichéville. Zijn geavanceerde inboedel is aan de vloer vastgeschroefd en bestaat geheel uit gewapende materialen – pas op! achter je! een stoel met een handgranaat tussen zijn poten!

Meanwhile in een klein landje aan de Noordzee worstelt Vuile Harry zich uit zijn pyjama en hijst zich in de enige broek die hij rijk is, een jeans van het merk Lois, fabricagejaar 1991. Zijn T-shirt draagt het opschrift Argentina 1978 met daarboven een logo voorstellende twee handen die een voetbal vasthouden. Vuile Harry wast zich nooit, daarom noemen ze hem ook Vuile Harry. Ze, dat zijn de bakker, de slager en de kruidenier. Andere contacten heeft Harry niet. Hun winkelpanden bevinden zich op respectievelijk 213, 161 en 98 passen van Harry’s huis. Dat weet hij tamelijk precies. Harry moet zich altijd haasten, want hij is allergisch voor zon, regen, wind, mist, nevel, sneeuw, hagel, ijzel, hoge, lage, lichte en dichte bewolking. Kort samengevat: buitenlucht. Als hij er te lang in vertoeft, krijgt hij flanellen benen, die eerst lauw worden, dan warm en vervolgens heet. Ze tintelen, worden uiteindelijk slap en uiteindelijk zakt hij erdoor. Probeer maar eens, liggend op de stoep als een dronkelap, aan een voorbijganger uit te leggen dat je zo snel mogelijk naar binnen moet. De meeste mensen durven de ongeschoren stinkerd niet eens aan te raken. In het beste geval belt iemand een ambulance, maar tegen de tijd dat die eraan komt, bevindt Harry zich in een diepe coma, die steeds dezelfde droom in gang zet: een corpulent vrouwmens met vettig, strak achterover gekamd lang haar en een smeulende sigaret in haar bek gebiedt hem een bad te nemen. Hij bevindt zich in een netelige positie tussen de vrouw en het bad in. Het bad dampt als een telefooncel waarin een dozijn wietrokers schuilen voor de regen. Het manwijf roept dat ze hem zal duwen als hij weigert er uit vrije wil in te stappen. De vrouw stroopt haar mouwen op en komt dichterbij. Harry grijpt naar zijn heup, misschien hangt daar wel een holster met een pistool erin, maar dat is niet het geval, want hij is poedelnaakt. Reeds voelt hij de hete stoom tegen zijn billen slaan en dan glijdt hij uit over een stuk zeep dat de wasberin strategisch op de vloertegels heeft neergelegd en plonst languit in de badkuip. To cut a long story short, een mens kan maar beter een dergelijke coma vermijden en zich reppen door die vieze, gemelijke, onzichtbare, ziekmakende lucht. Eigenlijk kan Vieze Harry alleen maar aarden in de stank van zijn eigen krocht. Oost west, thuis in eigen mest best!

En zo gebeurde het dat Harry zich tegen valavond aankleedde om een brood te halen bij bakker Joop. Joop hield elke dag een klein volkorentje aan de kant voor zijn laatste klant, een rare snuiter die altijd met gepast geld betaalde, nooit iets zei en als de bliksem weer wegvluchtte. Harry sloot de deur van zijn huisje en zette er flink de pas in richting stadscentrum waar zijn dagelijks brood op hem wachtte. Het was een licht bewolkte februariavond. Vreselijk, zo’n licht bewolkte februariavond, net zoals alle andere weertypes in om het even welke maand van het jaar. Waarom kon de wereld, of toch een deel ervan, niet ommuurd en overdekt zijn? Hij kruiste tal van pendelaars die komend van het station, na een lange werkdag in een andere stad, huiswaarts trokken. Morgen zouden ze de omgekeerde beweging maken, enzovoort enzovoort totterdood. Harry begreep het allemaal niet zo goed, waarom al dat getrein, hier was toch ook werk? Of beter gezegd, hij begreep het eigenlijk maar al te best. Vieze Harry mocht dan wel een eenzaat zijn, al dan niet tegen wil en dank door zijn ziekte, dom voelde hij zich allerminst. De wereld hangt aaneen van ongeschreven wetten en gewoonten, die haast iedereen voetstoots aanneemt en naleeft. Maar als je al die handelingen één voor één analyseert, dan kan een weldenkend mens er met zijn hoofd niet bij wat dat gewriemel allemaal mag voorstellen. Hijzelf lag een halve dag in zijn nest, de andere helft van de dag plakte hij met zijn neus tegen het televisiescherm. Dat was dat, Het Leven Zoals Het Is: Vieze Harry. Vaak zat hij in zijn eentje te grinniken om wie en wat hij sinds de ontdekking van zijn ziekte geworden was. Dan pulkte hij van pure blijdschap wolletjes uit zijn navel, of hij schraapte wat vuil van achter zijn oor of uit zijn lies en rook eraan. Heerlijk, het aroma van ongewassen manmens zonder stress, behalve dan die ene zorg dat hij er bij die enkele onvermijdelijke outdooractiviteiten over moest waken tijdig terug te keren naar de besloten veiligheid van zijn kleine smerige huisje. De grote klok boven de hoofdingang van het station wees bijna zes uur toen Harry, net niet gelijktijdig met een andere klant, de bakkerij betrad. Het broodje lag al klaar op de toonbank. Harry deponeerde enkele muntstukken op een plat plastic schaaltje, groette Joop en stapte door de automatische glazen schuifdeuren weer naar buiten. ‘Neen, niets meer, helemaal uitverkocht,’ hoorde hij de bakker nog zeggen en een halve tel later stond de klant die net na Harry de bakkerij had betreden – een graatmagere man met kraaloogjes en een haakneus – terug op straat. Die onprettig uitziende man heette Kurt Kanzinsky, maar iedereen noemde hem Kurt Kruimel. Kanzinsky was een werkloze schoenpoetser met Poolse roots, tevens gauwdief én onverbeterlijke broodjunk. Om twee uur had hij nog een Frans brood gegeten en iets na vieren drie pistolets en een chocoladekoek naar binnengewerkt, maar alweer werd hij verteerd door een onstilbare honger naar brood. Kruimel keek naar de uit het zicht verdwijnende zwerver, die het laatste brood had bemachtigd, en besloot het erop te wagen. Hij rende naar Harry toe en legde zijn benige klauw op diens schouder.‘Mag ik jou iets vragen, maat?’Harry keek verschrikt om en keek in het akelige gezicht dat hij daarnet in een flits had gezien.‘Euh, ja, zeg maar,’ stamelde Harry. Nooit eerder sprak iemand hem zo amicaal aan en het beviel hem niet dat deze engerd de eer te beurt viel de eerste te zijn.‘Ik wil je brood kopen,’ hijgde Kruimel en hij probeerde daarbij zo vriendelijk mogelijk te kijken, wat niet goed lukte, zelfs een tegenovergesteld effect sorteerde. Hij duwde een stuk van twee euro onder Harry’s neus. Harry keek naar de munt‘Neen, dank je,’ zei hij en wilde verder stappen, maar Kruimel hield hem tegen.‘Vijf euro!’ ‘Neen, echt niet, het spijt me, ik moet verder.’Harry draaide zijn rug naar Kruimel toe en wilde wegbenen, maar op dat moment voelde hij hoe de broodzak uit zijn handen werd gerukt. Kruimel zette het op een lopen, enkele sneden brood vielen op de grond. Harry keek verbouwereerd naar de afgescheurde snipper papier in zijn handen en zette de achtervolging in.

Op dit eigenste moment van dit eigenste verhaal schiet me te binnen dat dit een reisverhaal behoort te worden. Dit zou eigenlijk moeten gaan over zonneklopperij op Santorini, wildernisserij in Nieuw-Guinea, bruinbakkerij op de Seychellen, langlauferij in Finland, zwijnerij in het bordeel annex snookerzaal ‘The Asshole in One’ in hartje Londen. Doch niets van dit alles. Ik zit opgescheept met een ongewassen loser die zo dadelijk neer zal stuiken en wegzeilen in een diepe coma, waarin hij de confrontatie met zijn ergste nachtmerrie niet zal ontlopen, en een werkloze aan brood en banket verslaafde Poolse kruimeldief. Dit verhaal heeft dringend een deus ex machina nodig. Het angstzweet breekt mij uit, want ik ben niet beslagen in reizen en dus ook niet in reisverhalen. Het onafwendbare wordt stilaan onafwendbaar, ik kan niet langer rond de pot blijven draaien. A man ’s got to do what a man ’s got to do, en omdat schrijvers samen met piloten, rocksterren, presidenten van de Verenigde Staten vóór Bush jr. en ex-kappers de übermenschen onder de mannen zijn, ga ik subito presto over tot een drieste maar noodzakelijke ingreep, die dit verhaal alsnog de gewenste richting zal doen uitschieten. Eerst moet ik van die Harry af. Da’s niet moeilijk. Hij achtervolgde Kurt Kruimel tot hij door het inhaleren van de vieze lucht ter aarde stortte. Het regende pijpenstelen, heb ik dit al medegedeeld? Neen? Welnu, het regende pijpenstelen. Vieze Harry gleed weg in een diepe coma en terwijl de bakken water de dikke laag vuil van zijn gezicht spoelden, droomde hij eens te meer van een dreigend bad achter zijn ongewassen gat. Enkele minuten later verdronk hij in een plas. Niemand merkte de arme man op. Of beter gezegd, iedereen schuilde voor de zondvloed en niet één goede ziel had er een nat pak of verwoeste coiffure voor over om die sukkelaar te redden. Iedereen keek naar iedereen om te zien of iemand zich zou opofferen, en toen uiteindelijk, na bijna een kwartier, Eerwaarde Heer Pijpmans, de lokale parochieherder, die net bij apotheker Pille een doosje ribbelcondooms had gekocht, alsnog besloot om zijn pij nat te maken, was het al te laat. Harry, voornaam Vieze, had reeds het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld. Dat hij ruste in vrede, de arme sloeber. Opgeruimd staat netjes. Nu die Oost-Europese schavuit nog. Over hem kan ik zohaast nog beknopter wezen. Hij ontmoette kort na het broodincident een Russische therapeute, ene Elizaveta. De brave meid besloot hem van zijn broodverslaving af te helpen. Onder het nuttigen van een glaasje wodka luisterde ze naar Kruimels levensverhaal. Het was een lang verhaal dat begon in een zijstraat van een zijstraat van de Grote Markt van Krakau op de dag dat de kleine Kurt er ter wereld kwam. Tegen de tijd dat Kurtje zijn eerste Poolse woordjes brabbelde, hadden hij en Elizaveta al drie flessen Smirnoff soldaat gemaakt. Zonder de minste moeite genas Elizaveta Kruimel van zijn broodverslaving en met nog minder moeite bracht ze hem aan de drank. Kurt Kruimel overleed korte tijd later aan een delirium tremens. Een van zijn laatste daden bestond erin dat hij de zakfles uit de handen van een bedelaar griste en het op een lopen zette. Exit Kurt Kanzinsky, alias Kurt Kruimel, Zatte Kurt, Kurt Kroonkurk of Kurt Koppijn, de man met meer bijnamen dan nuchtere uren in een dag. (wordt vervolgd) 

07:15 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

18-02-08

NIEUW WIELERTIJDSCHRIFT: HET BUITENBLAD

Vanavond wordt in het Wielermuseum te Roeselare het eerste nummer van Het Buitenblad voorgesteld. U leest er alles over bij collega Paul R., en wel hier. Het Buitenblad is een nieuw Vlaams literair wielerblad en de langverhoopte tegenhanger van het succesvolle Nederlandse wielertijdschrift De Muur.

Het eerste nummer is een themanummer rond Tom Boonen. Omdat ik vroeger al een stuk schreef over Boonen, dat verscheen in De Muur, en omdat de redactie wat verlegen zat om poëziebijdragen, schreef ik wat light verse over Boonen, het sekssymbool. Omdat ik tot nader order een hard boiled heteroseksueel ben, en dat wis en zeker van plan ben te blijven tot het einde van mijn tijden, kroop ik daarvoor in de huid van enige jonge, maar ook weer niet al te jonge, vrouwelijke fans.

Voor De Muur schreef ik eerder bijdragen over Johan Museeuw, Tom Boonen dus, Didi Thurau en enige maanden geleden een voorbeschouwing bij het gisteren afgelopen veldrijdseizoen. In Utrecht en later ook in Roeselare bracht ik een spoken words-bijdrage over het fenomeen Koen de Kokere.

15:33 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

11-02-08

DE WORST IS HESNEDEN

foto

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bron: de Volkskrant

12:56 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

31-01-08

NIEUW GEDICHT

Vandaag is Gedichtendag. Speciaal voor u, de bezoekers van deze almaar bescheidener weblog, plaats ik hieronder een nieuw eigen gedicht.

Dit gedicht met als titel Ik geloof zal verschijnen in mijn volgende bundel, waarvoor ik nog geen uitgever heb, maar wel al een resem werktitels: Lichaam van Christus, Onrust in het perineum, Wij zagen ons in een grote groep klootzakken veranderen, Drie miauwkes, Poëzie voor fysici, Vaatdoeken gestreken en Het is een mooi leven (als Pat Donnez geen dichtbundels meer publiceert).

Overigens, na het inpalmen van de Boekenbeurs, hebben de BV's het nu ook gemunt op Gedichtendag. Op Q-Music zullen een aantal Bekende Vlamingen gedichtjes (sic) voordragen. Niet zeuren, Hoorne, we weten toch al langer dan vandaag dat een mens die met zijn smoel op tv komt ineens behept wordt met een geweldige aanwas van de meest uiteenlopende talenten.

Om over het filegedicht dat in gang werd gezet door Hugo Claus nog maar te zwijgen. Blijkbaar is de ouwe Claus zo ver heen dat hij nu ook al meewerkt aan de doodgraverij van zijn eigen vak. File-gedicht, Claus? Moet dat niet zijn: Seniele-gedicht?

Hyperlinks naar dit alles: zoek ze zelf.

IK GELOOF 

In veel valt te geloven,
goddeloosheid bijvoorbeeld
en dat ik u aan de galg zal schrijven.

   

Dat ik u hard in het gezicht zal slaan
en zeggen: waarlijk, dit deed me goed.

  

Neen, ik had het niet mogen doen, en ja,
het spijt me zeer, maar o uw lieve god, wat luchtte
die klinkende mot op de fotogenieke kant van
uw liederlijke kop mij godverdomme op.

 

En dat u mij dan dankt voor het duidelijke statement,
de klare taal mijner ongeveinsde persoonlijkheid.
Ook dat wil ik graag geloven.

 

En dat u mij dan de andere wang aanbiedt
en ik ten tweeden male mijn hand opspan.

02:45 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

24-01-08

BOOM

Een tijdje mijn computer moeten missen. Beestje binnenin. Naar de pc-dokter. Feeled so empty without her. In haar hoekje niets dan bedrading. Ik voelde me als een moslim wiens vrouw gaat bevallen met een blanke mannelijke gynaecoloog. Wat zal die kerel met haar uitspoken, hij zal haar toch wel gezond en rein terug in mekaar steken.

Stel dat in elke Vlaamse huiskamer de televisie verdwijnt, wat voor een effect zou dat hebben? Zou er meer gepraat, geruzied, gevrijd, gemoord worden? De tv even missen vind ik niet zo erg – bij die gedachte zie ik vooral mijn ongelezen boeken voor mij – maar mijn comp is een ander paar mouwen. Ik ben trouwens een vrij selectieve kijker.

Dit doet er mij aan denken dat dit weekend het WK Veldrijden wordt verreden en dat wat ik in september, in het op een na laatste nummer van wielertijdschrift De Muur min of meer voorspelde, zondag wel eens bewaarheid zou kunnen worden: Lars Boom wereldkampioen. Even zag het ernaar uit dat ik het helemaal fout zou hebben. Dat was toen Stybar de eerste belangrijke cross van het seizoen won, terwijl Boom deed alsof het hem allemaal niet zo interesseerde. Maar de Boom-sterke – what’s in a name? – Lars moest eerst eventjes snelsnel wereldkampioen tijdrijden worden voor hij zich in de modder stortte.

Lars Boom lijkt mij een gave knul. Met zijn koersmuts op, vooral die blauwe met de regenboogstreepjes die schuin van zijn schedel naar zijn wenkbrauwen toelopen, is hij zelfs ronduit schattig. Hij doet mij denken – zijn mimiek, zijn babbel – aan Martien Bos, mijn redacteur bij Uitgeverij 521 destijds. Heeft Lars Boom gezegd dat hij ooit de Tour de France wil willen of heb ik dat gedroomd? In elk geval, als Lars Boom zegt dat hij ooit de Tour zal winnen, dan zal Lars Boom de Tour winnen.

Ik supporter zondag voor onze jongens – stel je voor dat het na zijn kwakkelseizoen toch weer Vervecken wordt – maar ook stiekem voor Lars Boom. Door dit hier te bekennen is het stiekeme er eigenlijk een beetje van af. Voor zij die mij hierbij verdenken van een zekere ver-Nederlands-ing wil ik een welgemeende ‘screw you’ debiteren aan het adres van de Nederlandse omroepen, die de voorbije weken, maanden – altijd eigenlijk – dat oervervelende schaatsen uitzonden. Baantjes glijden in een oranje tight fit is voor janetten. Of zoals mijn grootmoeder zaliger zei: ‘IJs deugt alleen maar als het wordt voorafgegaan door het voorvoegsel room.’ Waarop al haar 130 kilogrammen glunderden van de pret en het waggelen richting diepvries een aanvang nam.

19:20 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

04-01-08

GENIETEN VAN POËZIE

Genieten van poëzie                                                                            Code: 081KC080

                                                                                                                                   


Online Inschrijven

Terug Naar Overzicht

 

Poëzie is voor watjes.
Poëzie is voor wereldvreemde droogstoppels.
Poëzie is voor niet meer zo jonge Hollandse dametjes die weigeren hun haar te verven.
Poëzie is moeilijk en saai.
Poëzie is niets voor mij.

Vijf veelgehoorde maar o zo foute opvattingen over het lezen – of beter, het niet lezen – van poëzie.
In drie avonden ruimt Philip Hoorne die misverstanden op. Hij reikt gedichten aan van hedendaagse dichters, die helemaal niet saai zijn, maar nu eens wonderbaarlijk mooi, dan weer onweerstaanbaar spits, een enkele keer pure rock ’n roll… of alles tegelijk.


Philip Hoorne is de poëzierecensent van Knack, tevens medewerker van Poëziekrant en Awater. Hij is de stichter en hoofdredacteur van Poëzierapport, het eerste door de Vlaamse overheid gesubsidieerde e-zine. Hij publiceerde de dichtbundels ‘Niets met jou’, ‘Inbreng nihil’ en ‘Het ei in mezelf’. Onlangs verscheen ‘Het vlees is haar’, een verhalenbundel.

 

Data :

Maandag 3-10-17 maart 2008 - 19:30-22:00

 

Praktische info :

 

INSCHRIJVEN : vorming@vormingplus.be -056/260600

LET WEL: er worden GEEN BEVESTIGINGSBRIEVEN meer verstuurd. Samen met je inschrijving, verwachten wij je betaling minstens één week voor startdatum op het rekeningnummer 001-4092044-78, met vermelding van (het) cursusnummer(s), naam en voornaam

 

Adres :

DC Schiervelde

Schiervelde 55

8800 Roeselare

 

Prijzen :

Standaard : 33 euro

Vervangingsinkomen : 16.5 euro

 

23:05 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

17-12-07

HET RIJK VAN DE RODE MORMELS IS UIT

Er zijn nog zekerheden in het leven. De zekerheid dat alles komt en gaat, de zekerheid dat cirkels altijd rond zijn. Dat wat begint ook altijd eindigt. Je had het eigenlijk net zo goed kunnen laten, de energie sparen voor een andere activiteit, van een al even dubieus of betwistbaar nut. Vroeg u zich ooit af waarom pasgeborenen niet kunnen stappen of lopen, waarom ze zo hulpeloos zijn? Wel, dat is om te vermijden dat de meest labiele onder hen, na de uitdrijving uit de moederschoot, van pure ontreddering rechtstreeks van hun wiegje het graf in jumpen, puur op het gevoel. Tegen de tijd dat zo’n mormeltje een beetje voor zichzelf kan zorgen, holt hij al volop mee in zijn persoonlijke tredmolentje. 

Over mormels gesproken, het rijk van de roodgemutste gevelklimmers is bijna uit. Bijna Kerstmis en wat een verschil met vroegere edities. De taaiste schieten over, maar het wordt hun laatste winter. Volgend jaar zult u moeten zoeken, wilt u er nog een vinden. Collega Rigolle en ik triomferen. Een beetje maar, want we zijn nuchter genoeg om te beseffen dat de kwakzalvers van de commercie de goedzakkige burger weldra wel weer met nieuwe rommel zullen opzadelen.

18:15 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

02-12-07

RECENSIE 'HET VLEES IS HAAR'

Op sapsite.nl staat een recensie van HET VLEES IS HAAR.

11:41 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

28-11-07

BOEK 07

cover_boek07300

Vanaf vandaag te koop in de boekhandel: BOEK 07, de lijvige literatuurspecial van Knack, met onder andere twee bijdragen van uw dienaar. Ontdek het zelf voor slechts € 5,00.

Voor de Nederlandse vrienden die een exemplaar wensen aan te kopen, gelieve contact op te nemen met jos.de.vuyst@knack.be.

12:01 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

27-11-07

LANG ZAL IK LEVEN!

Vandaag ontving ik van J, een Nederlandse kennis, de volgende mail:

'Zeg Philip,

Ben jij misschien vandaag jarig? Dan GEFELICITEERD! Of moet ik niet
personage en persoon verwarren? Nou ja, 38, dacht ik zo. Heb gister
zitten huilen van het lachen om je boek. Stukje medische keuring tot
en met Joegoslaaf. De treincoupé zal zich hebben kunnen irriteren,
maar misschien was het wel charmant.
[...]"

J maakt allusie op een fragment op pagina 111 van Het vlees is haar, waarin ik insinueer dat ik vandaag jarig ben. De felicitaties, die terecht zijn, neem ik - hoewel jarig zijn mij eigenlijk aan mijn reet kan roesten - in dank aan. Hij vergist zich van vijf jaar; die 38 moet 43 zijn, maar ach, whatever... 43, 38, 51, 23... het zijn maar... getallen.

Wat mij meer plezier doet is dat 'heb zitten huilen van het lachen om je boek'. Deze lezer doet precies wat ik met het boek voor ogen had. Het klinkt pretentieus, maar twee maand na verschijnen vind ik 'Het vlees is haar' hoe langer hoe meer een bijzonder grappig en goedgeschreven boek. Huilen van het lachen om woorden doet een mens niet zomaar. Ik herinner mij een zonnige zondagmorgen dat ik van Deventer naar huis spoorde, lezend in het boek 'Zondagskind' van Lévi Weemoedt. Gieren heb ik gedaan, zalig gewoon. Hoeveel schrijvers kunnen dat zeggen: dat ze mij, soms maar voor even, een jolige tijd hebben bezorgd? Veel te weinig, helaas.

Recensies tot nu toe van 'Het vlees is haar': op het internet: 3; in kranten en weekbladen: 0 (als ik het kattebelletje in Trouw, zie hieronder, even buiten beschouwing laat). Doodgezwegen door de eigen Vlaamse pers en dat verbaast me niets. Waarom me dat niet verbaast, zou ons hier en nu te ver leiden. Van mijn lezers ontving ik tot nu toe alleen maar positieve reacties, en tja, waarom zou ik dat hier op mijn eigen weblog niet mogen neerschrijven? Noem mij vol van mezelf, onbescheiden of wat dan ook... ach, wie maalt daarom? In elk geval, vandaag ben ik jarig en kan niets mij deren: Hiep hiep hiep hoera, lang zal ik leven!

18:15 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

09-11-07

NOG TWEE KEER HET VLEES IS HAAR

Trouw0001
Hierboven de aankondiging van Het vlees is haar zoals die enkele weken geleden in Trouw verscheen. Kort, dat wel, maar klaarblijkelijk toch geschreven door iemand die het boek helemaal heeft gelezen. Zoiets voel je gewoon.

Zijn er dan ook recensenten die recenseren zonder het boek te lezen? Jazeker, hier bijvoorbeeld, en het dan nog onbeschaamd vermelden ook. Merk ook hoe mijn boek wordt beoordeeld aan de hand van een prentje dat ik ooit eens lukraak van het net plukte en op mijn weblog plaatste.

13:30 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

30-10-07

RECENSIE 'HET VLEES IS HAAR'

Op Literair Nederland verscheen zopas de bij mijn weten nog maar tweede recensie van Het vlees is haar, maar wederom een bijzonder lovende.

http://www.literairnederland.nl/web/dichtbundel_week/viewBook.aspx?ID=106

02:45 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

28-10-07

POËZIEPLEIN

kl_pozieplein_oktober_07

23:45 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

26-10-07

MIKA - LOVE TODAY

MIKA - LOVE TODAY

03:15 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

25-10-07

DE MACHT VAN DE LITERATUURPAUSEN

In Knack van deze week staat een interview dat ik had met Erik Vlaminck, voorzitter van de Vlaamse Auteursvereniging.

Enige korte uittreksels zijn hier te lezen.

Vanaf volgende week woensdag vindt u het stuk integraal terug als u helemaal rechts boven op deze site klikt op de link 'Artikels voor Knack'. Nog beter is nu meteen naar de krantenwinkel te hollen om de nieuwe Knack (met Boekenbeursgids) te kopen. 

 

18:45 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

17-10-07

JE WEET MAAR NOOIT WAAR JE IN MOET VALLEN

'Hij is de vierde doelman van de wereld.
Zit hij dan, thuis op de bank,
ingetapet, afgetraind, uitgerust,
gesponsord en wel, je weet maar nooit
waar je in moet vallen –'
(Onno Kosters)

Vanavond val ik in voor Leonard Nolens op Onbederf'lijk Vers te Nijmegen. U herkent mij aan het rugnummer 12.

11:45 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

10-10-07

HEYTZE & HOORNE

heytze&hoorne

12:00 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

09-10-07

RECENSIE 'HET VLEES IS HAAR'

Op Club Propaganda staat een recensie van Het vlees is haar, geschreven door Froukje van der Ploeg.

11:45 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

01-10-07

VERSLAG BOEKVOORSTELLING 'HET VLEES IS HAAR'

DSC02217Bert4

Vrijdagavond werd in het Cultuurcentrum Guldenberg te Wevelgem, voor een 90-tal aanwezigen, mijn eerste verhalenboek Het vlees is haar voorgesteld.

 

Mijn dochter Febe, gelegenheidspresentatrice, kondigde eerst mijn gasten aan: Bert Deceuninck en Steven Pollet van het jonge, maar almaar mooier wordende literaire tijdschrift Plebs, uit Torhout. Bert leidde mijn boek in en deed dat grondig en deskundig, met tal van verwijzingen naar mijn dichtbundels. Hij trok parallellen, had het over mijn gevoel voor humor, citeerde uit interviews, en opperde dat ik, hoezeer ik ook mijn best doe om de misantroop uit te hangen, eigenlijk een grote mensenvriend ben. Welaan. Zijn betoog is te lezen in een volgende Plebs.

 

Vervolgens stelde Steven mij enkele vragen. Een interview, dat had ik nog niet eerder gedaan tijdens boekvoorstellingen. Het ging over poëzie en proza, de ernst van humor, over recenseren en publiceren, over verleden en toekomst.

 

Uitgever Henk Verweerd van Liverse vertelde dat hij nog in Vlaanderen heeft gewoond, eerst in Westvleteren en later in Turnhout, en overhandigde het zogezegde eerste exemplaar van het boek aan Lobke Maes, Schepen van Cultuur van de gemeente Wevelgem. In een enthousiaste toespraak verklaarde zij een fan te zijn, en dat het een onbetwiste taak is van het gemeentebestuur om de kunstenaars van het grondgebied te eren en te steunen. Nogmaals welaan.

 

Dan moest ik achter de katheder. De korte toespraak, die ik had voorbereid, liet ik in mijn zak. Was alles immers niet al gezegd? Ik las vijf pagina’s voor uit het boek: het Commissaris Callewaert-fragment. Zoals het een boekvoorstelling beaamt, eindigde de avond met signeren, wijn en gezellig samenzijn.

 

Op de foto Bert Plebejer (vooraanzicht) en Steven Plebejer(achteraanzicht).

09:16 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |