21-02-07

PEET, FRANK, JORIS EN SYLVIA... STAAN IN DE KNA-ACK, STAAN IN DE KNA-ACK...

KNW08_001

Deze week in Knack niet alleen een paginagrote toplessfoto van Sylvia Kristel, maar ook een drie-in-één-recensie van de nieuwe dichtbundels van Peter Theunynck, Frank Pollet en Joris Denoo.

Mijn intentie om dichters van uiteenlopende pluimage, ongeacht hun ster en status, aan bod te laten komen in een blad met 800.000 lezers - ik heb ze zelf geteld - wordt hiermee voor het eerst echt verwezenlijkt.

U mag mij uitgebreid loven en prijzen in de commentaarrubriek onder deze posting. Aan de foto van Kristel heb ik evenwel geen enkele verdienste.

By the way, als u klikt op de hyperlink Artikels voor Knack rechtsboven op deze pagina, komt u terecht in een lijst met mijn... euh... artikels voor Knack dus.

16:38 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

17-02-07

BRONS

Onder de vlag van Skynet zijn er 2.300 weblogs die handelen over Literatuur en/of Poëzie. Philip Hoorne Schrijft! bezet in die categorie de 3de plaats wat betreft het aantal bezoekers.

Dat is natuurlijk geheel en al uw verdienste, om van de mijne nog niet te spreken. Mocht ik kunnen - en dat kan ik gelukkig niet - zou ik jullie allemaal een pintje trakteren, en de Nederlandse vrienden een biertje. Zelf zou ik het bij een colaatje houden, want het is niet door mij elke avond lazarus te drinken dat ik 2.298 andere Skynetblogs een poepje laat ruiken. 2.297 bedoel ik, want ik mag mezelf natuurlijk niet medetellen.

Misschien moet ik, for your pleasure - om van het mijne nog niet te spreken - terug wat meer tijd spenderen aan dit ding hier, om aldus op te rukken naar hogere schavotjes.

11:42 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

12-02-07

KULTNACHT

Sommige oude liedjes hoor je bijna elke dag op de radio, andere lijken definitief verbannen uit mijn, uw en allicht het geheugen van iedereen die ongeveer even oud of ouder is dan ikzelf.

 

Groot was mijn consternatie toen op dezelfde avond twee onweerstaanbaar aanstekelijke discodeuntjes uit mijn autoradio schalden, die ik in decennia niet meer had gehoord. Nog groter werd mijn consternatie toen ik op YouTube de bijhorende videoclipjes opzocht en downloadde. Mocht dit parodie zijn, iedereen zou schreeuwen dat het er te ver over is.

Kultnacht, jawohl.  

                                                                                                                               

Belle Epoque - Black is black

 

Fun fun - Colour my love / Color my love

20:49 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

POËZIEKRANT

cover%20PK1%202007%20resize%20website

In de nieuwe Poëziekrant staan vier nieuwe gedichten van mijn hand: Groetjes uit Rusland, Het loze zwemmertje, Sneeuwpop en Verkeerde spoor.

14:31 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

25-01-07

ODE AAN WEEMOEDT

Vandaag verschijnen de Verzamelde Gedichten van Lévi Weemoedt. Ik rakel even een oude posting op, uit de tijd dat ik het lettertype Verdana nog moest ontdekken.

http://philiphoorne.skynetblogs.be/post/319162/weemoedt

Binnenkort meer over Weemoedt in Knack. Leve Lévi!

12:08 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

23-01-07

ENIGE NIEUWTJES OVER MEZELF (WIE ANDERS?)

Voor het net verschenen winternummer van Awater schreef ik een recensie van de bundel Wat boven kwam van L.Th. Lehmann, met als titel Knar met potentieel.

In de nieuwe Revisor, die morgen verschijnt, staat mijn gedicht Boerin 007. Het nummer is een niet te missen gedichtenspecial.

Morgen in Knack mijn recensie van de Gedichtendagbundel van Leonard Nolens. De bundel heet Een fractie van een kus. Mijn bespreking heeft als titel Contactgestoorde Nolens, tenzij de eindredactie deze zou gewijzigd hebben. Ik schreef eveneens een inleiding bij de bloemlezing Mijn tweede stem van Guido Lauwaert.

In het themanummer Veranderlijk van Het Liegend Konijn staan 6 nieuwe gedichten, waarvan de titels mij nu even ontsnappen. U leest het wel, maar ik denk dat het gaat om Lucky, Ergens tussen A'pen en A'dam, Mijn kruis! Mijn kruis! Een kingdom voor mijn kruis!, Kippig gedicht over haan inclusief moraal, Voor het verscheiden en Tv Zee.

Zo, u bent weer helemaal bij. Ik wens al mijn lezers een gelukkige en voorspoedige Gedichtendag. En een goeie gezondheid.

18:15 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

18-01-07

EEN HEEL JAAR GEDICHTENDAG

Ik houd niet van dagen die pretenderen belangrijker te zijn dan andere. Gedichtendag is zo’n dag. Een beetje zelfvoldaan, al had ik wel graag een uitnodiging in mijn bus gevonden om ergens te lande of te ‘nederlande’ te gaan voorlezen. Maar dat wil ik ook als het geen Gedichtendag is.

 

In de bibliotheken van de dertien gemeenten rond Kortrijk wordt er een kalender verspreid waarop een gedicht van mij prijkt. Ik wil dit niet minimaliseren, apetrots ben ik; de eerste dichter die niet ijdel is, moet ik nog ontmoeten. En zondag lees ik voor in de bibliotheek van Zele, maar het is puur toeval dat dit in de Gedichtendag-week valt. Hoezo Gedichtendag-week? Jawel, de dag wordt in de praktijk al gerekt tot een week, twee weken zelfs. Pas als het een jaar duurt, zal ik tevreden zijn. Way to go.

 

Rasechte Casanova’s houden niet van Valentijnsdag. Valentijn is voor losers, amateurs, vrijetijdsvrijers. Wat doen die gasten dan de andere 364 dagen van het jaar? Het is precies zo met Gedichtendag. Diep in hun binnenste houden dichters niet van Gedichtendag, althans, ze zouden er niet mogen van houden. Net zoals een secretaresse, die van haar tirannieke baas bloemen krijgt op Secretaressedag, die bloemen eigenlijk in baas zijn reet zou moeten douwen. Het is als een volle kerk voor de grootoudersmis: veel onechte gelovigen die de hele tijd op hun horloge zitten te kijken. Maar veel potentiële zieltjes te winnen. Hoop is wat de wereld draaiende houdt.  

 

Als ik voor mezelf al een conclusie moet trekken, dan misschien deze: net zoals met veel dingen in het leven heb ik ook met Gedichtendag een haat-liefdeverhouding. Ik had me dus de moeite van dit stukje evengoed kunnen besparen. Soit.

 

21 JANUARI: POËTISCH APERITIEF ZELE

 

25 JANUARI: JAARKALENDER DERTIEN

20:22 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

10-01-07

STADSDICHTERS

Binnenkort is het weer Gedichtendag. Her en der in Vlaanderen, maar vooral in Nederland, zullen stadsdichters worden uitgewuifd en andere ingehuldigd. Acht maanden geleden - en dus op vandaag al een ietsepietsie gedateerd: in die tijd was Rottend Staal nog springlevend en Ina Stabergh geen stadsdichter van Diest - publiceerde ik in het magazine Knack een artikel over het fenomeen stadsdichters. U kunt het lezen op de website van Knack www.knack.be of na het aanklikken van onderstaande link.

 

http://makr.roularta.be/archief/ShowArtikel.do?artikelId=152339

 

of omdat de link - bij mij toch - af en toe kuren heeft, hieronder integraal.

 

De minstrelen van de moderne tijd

Kees Alderliesten, Gerard Beense, Paul Gellings, Cornelis Putemmer... zeggen deze namen u iets? De mannelijke helft van het Nederlandse korfbalteam? Bewoners van het Big Brother-huis? Parijs-Tours-winnaars uit het interbellum? Driemaal fout. Het zijn de stadsdichters van respectievelijk Vlaardingen, Lelystad, Zwolle en Hoorn.

In Nederland neemt het aantal stadsdichters gestaag toe. Waar komt het idee vandaan om de oude middeleeuwse minnezangers in de vorm van stadsdichters weer in te voeren? Want daar vinden ze hun oorsprong, bij de minstrelen, die door een heer in dienst werden genomen om zijn lof te zingen. Toen zongen ze veelal over actuele gebeurtenissen of pikante roddels. Aanvankelijk werden ze voor hun getoonzette vleierij door de vorsten vergoed, maar later traden ze ook op voor het gewone volk. Eigenlijk kunnen ze het best vergeleken worden met onze hedendaagse 'singer-songwriters'. Het is niet toevallig dat bijna elke Nederlandse provinciestad een stadsdichter heeft, terwijl veel grote steden de boot nog wat afhouden. In een metropool, waar het klimaat doorgaans zuurder is, zou zo'n stadsdichter door de gezagsdragers een tikkeltje te kritisch en door het volk net niet kritisch genoeg bevonden worden. Joost Zwagerman, stadsdichter van het bescheiden Alkmaar, stelde ooit dat hij het 'potsierlijk zou vinden zich als "de luis in de pels van Alkmaar" voor te stellen', maar dat dit wel een vereiste is voor zijn Antwerpse collega's.

Ontwikkelde zich in het brein van de Nederlandse burgervaders de obsessieve wens om voortaan iedere morgen door een troubadour te worden gewekt? Gaat het hier om een banenplan voor armlastige, meelijwekkende poëten? Geenszins. Op het einde van de vorige eeuw organiseerden Poetry International, NRC Handelsblad en de Nederlandse Programma Stichting (NPS) gezamenlijk een verkiezing voor de Dichter des Vaderlands. Deze dichter zou om de vijf jaar worden aangewezen en opzienbarende nationale gebeurtenissen in verzen vatten, dit naar analogie van de Britse 'Poet Laureate', die nu voor tien jaar, maar voorheen voor het leven, werd benoemd. De eerste Dichter des Vaderlands, Gerrit Komrij, wilde meer zijn dan alleen maar een sprekend aapje van Oranje, en werkte een aantal initiatieven uit ter ontwikkeling van de poëzie, zoals het oprichten van de Poëzieclub en het poëzietijdschrift Awater. Trix haar hofdichter, dan wij ook, moeten tal van burgemeesters en wethouders gedacht hebben.

De eerste stadsdichter (het eenjarige stadsdichterschap - Venlo, 1993 - van Emma Crebolder en het levenslange mandaat van Jan Eijkelboom te Dordrecht even buiten beschouwing gelaten) was Bart FM Droog, dichter - vanzelfsprekend - en lid van het muzikaal-poëtische trio De Dichters uit Epibreren, maar vooral bekend als drijvende kracht achter Rottend Staal Online, de populairste en meest informatieve poëziesite in ons taalgebied. Uit 31 kandidaten werd hij op Gedichtendag 2002 aangesteld als de stadsdichter van Groningen. Ambtstermijn: twee jaar. Prijskaartje: 5000 euro voor zes à acht gedichten per jaar. Weggesmeten geld, fulmineerden cultuurbarbaren. Droog: 'Ik heb het door ambtenaren laten narekenen: jaarlijks bespaarde ik de gemeente minimaal 50.000 euro aan promotiekosten.' Naast het plegen van verzen bij belangrijke gebeurtenissen, ontwikkelde de Groningse poëziefunctionaris eigen initiatieven. Eén daarvan, het voordragen van een gedicht bij uitvaarten van overledenen zonder nabestaanden, werd massaal nagevolgd. Overal te lande schaarden dichters, ook niet-stadsdichters, zich achter doodskisten. Vorig jaar verscheen het boek Eenzame uitvaarten met bijdragen van dichters die af en toe een eenzame begrafenis bijwonen, om daar een speciaal voor de overledene geschreven vers voor te dragen. Of hoe poëzie nuttig kan zijn en middenin het leven staat, ook al is dat dan het leven na de dood.

PUBLICITEIT

In Vlaanderen waren het wél de grote steden die als eerste het Nederlandse voorbeeld volgden. Antwerpen, die fiere Stad aan de Stroom die zich graag dé letterenstad van Vlaanderen noemt, is al aan zijn derde stadsdichter toe. Eerst lieten Hugo Claus en Leonard Nolens de eer (of de beker) aan zich voorbijgaan, want 't Stad is toch wel een 'moeilijk lief', zoals Tom Lanoye, die als derde keus de job wel aanvaardde, in een stadsgedicht zou bekennen. Je kunt van Lanoye zeggen wat je wilt - dat hij vroeger beter was, zoals hij in een van zijn boektitels toegeeft; dat hij een betere performer en polemist dan dichter is - maar voor de door vele plagen geteisterde Scheldestad bleek hij een gedroomde stadsdichter te zijn: meer clown en stuntman dan poëet. Maar de relnicht Lanoye als schoothondje van 't Schoon Verdiep, klopte dat plaatje wel? Wat bezielde de keffer van weleer, die om de haverklap aan de broekspijpen hing van de lokale en nationale politici? Een zelfstandige, goedverdienende, assertieve makelaar in letteren verkoopt zijn ziel toch niet voor een schamele 5000 euro? Wat dreef Lanoye? Wat drijft een stadsdichter? Het antwoord is simpel: de eer, de publiciteit, de ijdelheid. Jazeker, willen al die stadsdichters zieltjes winnen voor de poëzie. Ongetwijfeld houden ze van hun stad en willen ze in scherpzinnige en knap geconstrueerde gedichten hun metier etaleren. Maar niets gaat boven de kick van het gevraagd worden voor een unieke en prestigieuze post. De wetenschap dat vele anderen niet zijn uitverkoren maakt het genot compleet, want er kan er maar één de officiële stadsdichter zijn.

Na Lanoye en vóór de begin dit jaar aangestelde Bart Moeyaert, was Ramsey Nasr één jaar lang stadsdichter van Antwerpen. In een interview met Humo op 29 april 2005 steekt hij zijn vreugde niet onder stoelen of banken. 'Het is een eer om stadsdichter te zijn.' En: 'Het is toch fantastisch dat de hele stad je gedichten kan lezen in Gazet van Antwerpen en De Antwerpenaar?!' Ramsey Nasr is een Nederlander met Palestijnse roots die in 1991 naar Antwerpen kwam om er te studeren aan de Studio Herman Teirlinck, en er na het behalen van zijn diploma bleef hangen. Hij werd al snel naar voren geschoven als de ideale opvolger van Lanoye, maar een opiniestuk in De Standaard en NRC Handelsblad over de Israëlisch-Palestijnse kwestie kostte hem ei zo na de felbegeerde functie. Veel Antwerpenaren kenden de would-be stadsdichter van haar noch pluimen en vermoedden in zijn vervaarlijk klinkende naam een oproerkraaier en antisemiet, terwijl de minzame Ramsey eigenlijk vooral over de liefde schrijft. Gedurende zijn ambtstermijn schreef Nasr negen fraaie stadsgedichten waarmee hij, om het even melig uit te drukken, de harten van de Antwerpse cultuurminnaars veroverde. De soms ellenlange gedichten handelen onder meer over de Zoo by night, de Permeke-bibliotheek, maar ook over kansarmoede en huisjesmelkerij: '// Er is ook een weldoener. De weldoener bezit het huis dat niet bestaat. / Zonder hem geen ongedierte, monoxide of kans op ontploffing op 't Zuid. / Ontploft de boel, dan verbrandt misschien het gezin, maar ook het huis. / Daarom vraagt de weldoener geld. Om wel te kunnen blijven doen. // Weldoeners weten: elke mens is een vierkante meter, elke meter / een luxeleven voor wie weinig of geen enkel excuus bezit. / Weldoeners lichten op in de duisternis. Ze verhuren een aambeeld / om in te wonen. Slaan erop totdat het bloost. Tot het bloost als een matras. //' Hij zette Wannes van de Velde in de bloemetjes - gaf bij een paar gelegenheden een schitterende imitatie van de volkszanger ten beste - en maakte jubileumgedichten voor deFilharmonie en voor de Universiteit Antwerpen. Net zoals zijn voorganger heeft nu ook Ramsey Nasr zijn Antwerpse gedichten gebundeld. Het boek heet onze-lieve-vrouwe-zeppelin en verdomd jammer dat er geen cd bij het boek steekt, want de dichter-acteur horen voordragen verschaft aan zijn poëzie een extra dimensie.

Gelukkig staat de moderne technologie voor niets. Op het internet hebben de bekendste stadsdichters uit Nederland en Vlaanderen zich verenigd op de website www.stadsdichterpodcast.be. Een podcast is een soort radio-uitzending. Het grote voordeel is dat je zelf kunt kiezen wanneer je luistert. Op diezelfde site staat een geluidsopname van een debat met twee Vlaamse en twee Nederlandse stadsdichters op 11 juli 2005 in het Nederlands-Vlaams huis De Buren in Brussel. Immers, de gekozen of uitverkoren stadsdichters voelen zich verwant en houden contact met elkaar. Zo werd op 30 oktober 2005 in Lelystad een heuse stadsdichtersdag gehouden, waar de poëzieambtenaren onder het nuttigen van spijs en drank hun ervaringen konden uitwisselen. Bij die gelegenheid verscheen het boek De stad en ik. Stadsdichters uit Nederland en Vlaanderen, luidt de ondertitel, hoewel er maar één Vlaming in is opgenomen: de Ninovenaar Willie Verhegghe. Ninove is na Antwerpen en Gent voorlopig de enige stad in Vlaanderen met een stadsdichter. Maar dat er ook in Vlaanderen een stadsdichtersboom komt, staat buiten kijf. De Brusselse politica Brigitte Grouwels (CD&V) meent dat een hoofdstedelijke stadsdichter voor een relatief beperkte kostprijs 'veel uitstraling kan opleveren'. 'Het zou een versterking betekenen van het profiel van de Nederlandse taal in de meest zuidelijke grootstad van het Nederlandse taalgebied en in de hoofdstad van Europa', fleemt ze in haar voorstel om er een te benoemen, en de formule met om beurten een dichter en een muzikant, zoals in Gent, is haar niet ongenegen. Of misschien kan Brussel, net als Amsterdam, opteren voor stadsdeeldichters. Het stadsdeel Centrum en het stadsdeel Westerpark hebben al hun dichter, de rest van de Amsterdammers moeten het zonder stellen. Ook in Brugge beweegt er wat. De Bos-dichters van de Lappersfort Poets Society, die ijveren voor het behoud van het Lappersfortbos, eisen een stadsdichter en zijn zo galant zichzelf als kandidaat naar voren te schuiven.

Hoe goed is de gemiddelde stadsdichter? Ik pik er lukraak één uit, de al genoemde Gerard Beense. Beense werd op Gedichtendag 2005 benoemd tot stadsdichter van Lelystad. Op zondag 19 juni 2005 werd aldaar de 21e Nationale Oldtimerdag gehouden. Gesneden koek voor een stadsdichter! 'Er is één dag in het jaar / dat op de Lelystadse dreven, / oude tijden herleven / als daar achter elkaar, / voitures van voorheen passeren / en het verre verleden, / even terug doen keren / naar het oog van vandaag, / waar de blik zich graag laat leiden / naar een file van voorbije tijden. /', zo luidt de aanhef van zijn gelegenheidsgedicht. Met dit soort gerijmel zal de heer Beense zich niet onsterfelijk maken. Ook niet onsterfelijk belachelijk, want in de tweede graad van de middelbare school vindt een uitgebluste leraar Nederlands dit al snel een 7 op 10 waard, voor de gedane moeite. Nee, dan schat ik onze Vlaamse (ex-)stadsdichters toch iets hoger in: Lanoye, Nasr, Moeyaert (Antwerpen), Roel Richelieu van Londersele, Erwin Mortier (Gent) en Verhegghe (Ninove), maar wellicht zal ik een toontje lager zingen als ook de gemeentebesturen van pakweg Meeuwen-Gruitrode, Tielt-Winge of Langemark-Poelkapelle op een memorabele (Gedichten)dag een budgetje opzijleggen voor hun eigen stadsdichter, sorry, gemeentedichter.

Zijn er andere normen en waarden in het spel als het om stadsgedichten gaat? Of is de kwaliteit alleenzaligmakend? De vraag stellen is ze beantwoorden: ja en nee. Ja, omdat ik vind dat, als we de goegemeente dan toch met de neus in de verzen duwen, het dan evengoed sterke verzen mogen zijn. Nee, omdat het stadsdichterschap mij eerder een socioculturele dan een louter literaire functie lijkt. In tal van steden en gemeenten wil de bestuurlijke overheid een ' good vibrations'-gevoel creëren of aanwakkeren. Mensen moeten opnieuw buiten komen, elkaar ontmoeten en leuk vinden. Er moet gebarbecued, gezongen en gedanst worden. Wie weet komen de koning en de koningin dan wel langs om vanaf een fleurige tribune met eigen ogen te zien dat het goed is. Wijken, pleinen en leien worden heraangelegd, verkeersarm of helemaal verkeersvrij met veel groen en open ruimte. Auto's - die asociale stinkerds van staal, glas en rubber - tuffen hoe langer hoe meer rond in parkeergeleidingssystemen en worden, eenmaal op de plaats van bestemming, ondergronds opgeborgen. De burger moet zich weer prettig voelen in zijn biotoop en het is de taak van de stadsdichter om daaraan mee te werken door breed - doch mysterieus poëtisch - glimlachend op te duiken waar hij zich nuttig kan maken... en door die enkele gedichten te schrijven natuurlijk. Anders kunnen we een stadsdichter evengoed buurtwerker of maatschappelijk assistent noemen.

Zal de stadsdichter de samenleving redden? Nee, dat mogen we van geen mens verlangen, zeker niet van een dichter, maar hoe dan ook is hij een betere investering dan een groenwerker die een halve werkweek op zijn spade leunt. Zal de laaglandse bevolking binnenkort massaal poëzie verslinden? Zelf een dichter zijnde, zou ik dat luidkeels toejuichen, maar ik maak me geen illusies. Misschien hier en daar een enkeling die via beedigde sinterklaasdichters à la Beense de stap zet naar 'echte' poëzie. Waarbij dan weer de vraag rijst wat 'echte' en wat 'slechte' poëzie is. Een vraag die voor wrevel zorgt bij het dichtersgild en waarop elke poging tot antwoord al op voorhand gedoemd is te mislukken. De huidige Nederlandse Dichter des Vaderlands, Driek van Wissen, wordt door veel van zijn collega's niet voor vol aanzien, omdat hij vederlichte verzen schrijft, maar je zult mij geen onvertogen woord over de man horen zeggen. Poëzie heeft vele bekoorlijke gedaanten, maar dat is dan weer stof voor een andere keer.

RAMSEY NASR, 'ONZE-LIEVE-VROUWE-ZEPPELIN - ANTWERPSE GEDICHTEN', UITGEVERIJ DE BEZIGE BIJ, AMSTERDAM, 18,90.euro

DOOR PHILIP HOORNE

Knack - 10-05-2006

16:01 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

02-01-07

WENSEN + OPROEP

computer_crash

Langs deze weg wens ik alle bezoekers van mijn weblog een gelukkig en vreugdevol 2007.

Door een computerpanne ben ik al mijn mails kwijt alsook mijn adresboek. In mijn postbus zaten nog enkele onbeantwoorde mails.

Iedereen die meent dat ik hem of haar nog een antwoord schuldig ben, gelieve contact met me op te nemen. Dank u!

22:03 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

28-12-06

1 ADRES EN NOG ENKELE ANDERE

Jij bent moeilijk te krijgen, zei ze. Deze opmerking bracht mij eventjes van slag, tot bleek dat het over mijn bundels ging. Via via had ze na weken een besteld exemplaar van Niets met jou bemachtigd dat eruitzag alsof het een wasbeurt achter de rug had. Ik stelde voor het om te wisselen tegen een van mijn nette exemplaren, want mijn lezers zijn mij dierbaar.

Ik probeerde de boel nog wat te vergoelijken door te stellen dat die bundeltjes van mij toch al een tijdje uit zijn, de laatste, Het ei in mezelf, ook alweer meer dan een jaar, maar haar opmerking stemde mij triest en een beetje bitter. Het is waar, in de winkel van het Poëziecentrum had ik mezelf niet zien liggen en ook in de Fnac te Gent geen Hoorne te bekennen.

Wie een bundel van mij wenst aan te schaffen, richt zich het best tot mij. Eén adres: philip.hoorne@skynet.be. Of kan zich wenden tot de Standaard Boekhandel te Kortrijk, Wevelgem of Menen. Daar liggen al mijn bundels, ook het zo goed als onvindbaar geworden Inbreng nihil, en mijn Antwerpen-bloemlezing. Wellicht doe ik hier nu enkele boekhandels tekort, omdat ik niet eens weet dat ze mijn boeken aanbieden, maar als die mij even een seintje geven, dan neem ik hun namen ook op in het hoger vermelde rijtje. Ander alternatief zijn de internetboekhandels. Of bestel een exemplaar bij mijn uitgever, Uitgeverij 521 te Amsterdam.

Ik ben niet moeilijk te krijgen, je moet mij alleen weten te vinden. Bij deze mag dat geen probleem meer zijn.

10:42 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

07-12-06

ALMOST THERE

climbing%20santa

Nog geen gezien, maar ze maken zich klaar, de engerds, ik voel het aan mijn water.

Zie ook:

http://www.paulrigolle.be/arcadim/2004/12/strovuur.html

http://philiphoorne.skynetblogs.be/post/2882445/december-i-presume

18:49 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

23-11-06

INGMAR HEYTZE EN DE REST

kluxen_augenkrankheiten_222222

Niets te beleven hier. ’t Heeft lang geduurd vooraleer iemand – weliswaar veilig verborgen achter een schuilnaam – het in mijn gezicht douwde.

De laatste tijd ben ik meer actief in de papieren wereld dan in de onderwereld. Deze week bijvoorbeeld staat in Knack mijn recensie van Het beste en de rest van Ingmar Heytze.

Voorts publiceerde ik dit jaar in papieren bladen en gidsen stukken over Didi Thurau, Stefan Hertmans, het fenomeen stadsdichters, Rutger Kopland, Willem Thies, Karel Van de Woestijne, de drijfveren van de poëzieuitgever, Lut de Block en Simon Vinkenoog.

Zitten nog in de pipeline: Richard Minne, de grote poëziebloemlezingen, Paul Snoek, Yves T’Sjoen, John Lydon, Louis Th. Lehmann, Frans Bauer, Sacha Blé, Pjotr Vanoverschelde, Midas Dekkers en Andy de Smul. Voor de aardigheid moffel ik er enkele artikels tussen die nep zijn. Ja, lach maar, het lachen zal u wel vergaan als u over enkele maanden leest op wat voor een virtuoze wijze ik de al even virtuoze debuutbundel van Pjotr Vanoverschelde de hemel in prijs.

Verder zijn er nog de geheime projecten die zo geheim zijn dat ik er jullie niets kan over vertellen, sorry. Binnenkort verschijnen enkele nieuwe gedichten van mij in Het Liegend Konijn, De Revisor en Het Facteurke. Tussendoor werk ik naarstig aan mijn nieuwe dichtbundel Een grote met mayonaise en andere vetzakkerijen.

Hier valt niets te beleven. Hier evenwel, aan mijn kant van het scherm, des te meer. Maar, lieve digitale vriendjes en vriendinnetjes, n’oubliez jamais wat Kommandeur Wanker (zie foto) zei toen hij in 1918 de Duits-Belgische grens overstak: "I’ll be back!"

14:06 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

08-11-06

OVER IK, STEF, EEN STOMME VAAS IN MIJN HAND EN IK

Ik schrijf en werk mij de pleuris. Ik ben ginder en ginds, daar en overal, maar niet hier. Ik krijg een beetje medelijden met jullie. Drie zinnen die beginnen met het woord ‘ik’, dit moet wel een post van mij zijn. Neen, niet van mij. Van ik.

 

China in your hand, zat daar een geheime boodschap in, vroeg een bezoeker van deze weblog mij onlangs niet. Maar het had iemands vraag kunnen zijn. Een boeiende vraag. Die ik bij ontstentenis aan andermans gestel dan maar aan mezelf stel. Jullie vragen mij nooit iets. Daarom vraag ik het aan mijn eigen: zit er een boodschap in dat nummer van T’Pau? Natuurlijk niet. Wat een domme vraag. Wie stelde die? Ik. Maar ik kan Erwin Troost wel begrijpen. Ook ik dacht lange tijd dat China in dit liedje stond voor het land. Pas sinds de verschijning van Mrs. Bucket (pronounce as Bouquet) op de buis is me helemaal duidelijk geworden dat China porselein betekent. Raar, hoe zouden ze dan dat groot land noemen waar heel veel spleetogen wonen, waar de economie het niet onaardig doet en er een grote muur staat? Of ligt? Wat zeg je van een muur waarvan de lengte de hoogte een buitensporig aantal keren overstijgt. Staat die muur of ligt die muur? Staan, me dunkt, want als we nu spreken van liggen, welk werkwoord zullen we dan gebruiken als die muur ooit gesloopt wordt?

 

Een Vlaamse nieuwslezer, ik geloof dat het Stef Wauters is, verwerkt in zijn nieuwsgelees gecodeerde berichten voor het thuisfront. Als hij bijvoorbeeld zegt: Morgen wordt de superbenzine 2 centiem duurder, dan bedoelt hij: Schatteke, gaat gij nog snel efkens tanken. En als hij zegt: In Milaan werd gisteren de nieuwste zomercollectie voorgesteld, dan bedoelt hij eigenlijk: In Milaan, hé schatteke, niet hier, Milaan is heel ver weg en bij ons moet de winter nog beginnen, blijf dus maar schoon in uwen zetel zitten met uwen Story en Dag Allemaal. Maar vergeet niet eerst te gaan tanken. En als hij zegt: Saddam Hoessein is veroordeeld tot de strop, bedoelt hij eigenlijk: Britney Spears gaat scheiden, want mevrouw Wauters, zie je, is niet zo geïnteresseerd in buitenlands nieuws, maar wel in showbizzperikelen. Ze verwacht dan ook dat hare Stef daar op zijn werk rekening mee houdt. Zoniet zegt ze hem ‘s avonds als hij thuiskomt van de VTM iets in de trant van de mosseloogst is mislukt dit jaar, en dan weet Stef dat hij een nachtje op de canapé mag slapen. Om ’s anderendaags fris en monter en geradbraakt op te staan en harder zijn best te doen.

20:41 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

26-10-06

DON'T PUSH TOO FAR YOUR DREAMS ARE CHINA IN YOUR HAND

 

T'PAU - CHINA IN YOUR HAND

21:25 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

18-10-06

BOEKENBEURSGIDS

afbeelding-affiche

Groot was mijn verbazing toen ik hem eergisteren al zag liggen in het station van Kortrijk: de Boekenbeursgids met daarin het door mij geschreven artikel Wat drijft de poëzieuitgever? Verder nog enkele andere fijne bijdragen en veel praktische informatie over de hoogmis van het boek, die straks weer van start gaat te Antwerpen.

09:51 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

10-10-06

PAUL HUNTER IS OUT OF THE TOURNAMENT

Paul Hunter heeft de strijd tegen kanker verloren. Hij werd 27 jaar oud. Bij Hunter, professioneel snookerspeler en een al even professionele beau garçon (de ‘Beckham van het groene laken’), werd anderhalf jaar geleden maagkanker vastgesteld.

Tijdens zijn ziekte bleef hij gewoon verder spelen, maar verzwakt door de chemotherapie kon hij niet meer op tegen de andere topspelers. Hunter won driemaal de Masters. Bij problemen om de match te winnen, kon hij terugvallen op een beproefde remedie: een vrijpartij met vrouw Lyndsey tijdens de wedstrijdonderbrekingen. Hunter laat een 11 maanden oude dochter na, Evie Rose.

Ik word een beetje triest van dit soort berichten. Gunstige tijdingen gaven mij al te vaak de indruk dat de mens de geniepige ziekte die kanker heet aan het overwinnen is. Niet dus. Dat de medische wetenschap progressie maakt, wil ik graag geloven, maar voor Hunter mocht het niet baten. Paul Hunter is out of the tournament, voorgoed.

Bron:

http://www.vrtnieuws.net/sport_master/andere/hoofdpunten/061010_paulhunter_overleden/index.html

12:48 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

06-10-06

UITNODIGING VAN DE SLAU (STICHTING LITERAIRE ACTIVITEITEN UTRECHT)

Woorden bij Van Wegen - literair café in een van Utrechts mooiste en oudste tapperijen

Maandagavond 16 oktober, aanvang 20.00
Lange Koestraat 15 - Toegang gratis / consumptie verplicht

Met o.a Chrétien Breukers- Ilja Leonard Pfeijffer - Ingmar Heytze - Marja Pruis - Philip Hoorne - Liesbeth Goedbloed - Cralan Kelder


We hebben er jaren op moeten wachten, maar nu is-ie er dan, de langverwachte 'Vette Breukers', de dikste bloemlezing van de jongste Nederlandse poëzie, boordevol versregels, met maar liefst 666 gedichten op 448 pagina's, die vandaag verschijnt onder de officiële titel: 25 Jaar Nederlandstalige poëzie, 1980-2005
(BnM Uitgevers, Nijmegen). Deze avond bij Van Wegen is uw eerste kans om met dit nieuwe standaardwerk kennis te maken. De boeken worden zo van de binderij naar het café versleept. (Ja, inderdaad: de presentatie in Amsterdam is pas vier dagen later. Zo hoort het.)
De Utrechtse dichter Chrétien Breukers
begroef zich jarenlang onder karrenvrachten bundels en oude jaargangen van tijdschriften, tevens doorkruiste hij ook de laagste krochten van het web. Hij las de totale poëtische productie van de Lage Landen: 'Om een schat te vinden moet je door de modder waden.'
Breukers begon waar Komrij ophield - in 1979 verscheen immers de eerste editie van de 'Dikke Komrij'.
Hij besteedde extra veel aandacht aan dichters uit Vlaanderen - en vandaar dat Philip Hoorne vanavond een van de gasten is, samen met de jonge (nog ongebundelde maar dus al wel gebloemleesde) Liesbeth Goedbloed. 'Poëzie is wellevend, maar brutaal. Onbeschoft maar op het juiste moment stil. Een weldaad voor het oor, ook in de vals gespeelde gedeeltes.' Over zijn keuze en zijn criteria gaat hij in gesprek met Ingmar Heytze. Marja Pruis en Ilja Leonard Pfeijffer reageren met een gesproken recensie. Aan het slot van de avond gaan de dichters met elkaar in debat over de rol van weblogs in de Nederlandse poëzie. Cralan Kelder
geeft dat debat een internationaal poëtisch accent.

Philip Hoorne, debuteerde in de Sandwichreeks van Gerrit Komrij, als nummer 1 zelfs, en publiceerde daarna nog twee bundels, Het ei in mezelf en Inbreng nihil. Peter de Boer betitelde hem in Trouw
als de clown van de Nederlandse poëzie: 'Hoorne is mataglap en heel erg bij de pinken.'
Liesbeth Goedbloed studeert in Utrecht, werkt voor uitgeverij De Banier, recenseert voor Contrabas en Nederlands Dagblad
en stelde een bloemlezing samen met de mooiste koeiengedichten. Zij leest vanavond voor het eerst voor uit haar werk.
Ilja Leonard Pfeijffer - dichter, romancier, essayist, polemist & geleerde - publiceerde vier dichtbundels en een bundel poëziepolemieken, naast talloze zeer wetenschappelijke studies over klassiek Griekse poëzie. Op 6 oktober verschijnt zijn derde roman, Het ware leven
.
Marja Pruis is schrijfster en recensente (voor o.a. De Groene en Awater). Na haar debuut, een boek over A.H.Nijhoff, publiceerde ze twee romans: Bloem en De vertrouweling
.
Cralan Kelder is dichter en poëzieredacteur van Versal (onderdeel van wordsinhere
).

21:32 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

21-09-06

ESCAPE FROM DENDERMONDE – DEEL 2: KLOTEFILM

Ik steek mijn kop naar buiten. Een horde medegevangenen stormt richting binnenkoer. Helemaal vooraan herken ik José, een bananenpeller uit Trinidad en Tobago. Het verbaast me niks dat José aan de leiding ligt. Trinidad heeft altijd al goede spurters gehad. Wisten jullie dat de Olympische kampioen van 1976 een Trinidadder was? Crawford heette de man. Ik was elf jaar oud en de Spelen in Montreal, de eerste die ik daadwerkelijk van nabij volgde, zijn mij het meest bijgebleven. Net zoals ik mij mijn eerste lief ook het best herinner. Ze droeg vaalwitte pisdoeken en in haar mond had ze altijd een roze fopspeen, die ze er alleen maar uit haalde om er legoblokjes in te stoppen (in haar mond, niet in de fopspeen) of een potje te blèren. Met de wijven niks dan last, toen al, in de knusse crèche van de lieve mevrouw A.N. Mies, een Nederlandse inwijkelinge. Aap Noot Mies heette ze voluit, geloof ik, maar daar durf ik mijn hand niet voor in het vuur te steken. Vraag mij waar en in welk jaar Fredje Deburghgraeve zijn gouden plak pakte, en ik zal het na anderhalve seconde bedenktijd zeggen. Vraag mij welke tijd Emiel Puttemans liep op de 5.000 meter in Montreal en ik zeg zonder bedenktijd 13.13 rond, een toenmalig Belgisch, misschien zelfs Europees record, dat weet ik niet helemaal zeker, een mens kan niet alles met absolute zekerheid weten. Maar vreemd toch waar diezelfde mens zoal aan denkt als zijn celdeur openklapt. Het menselijk brein, petje af voor hij die het ontworpen heeft, dergelijke techniekers maken ze tegenwoordig niet meer. Katten en oude wijn in gewone of nieuwe zakken, dat kan je heden ten dage overal in overvloed krijgen, maar kwaliteit, ho maar. Ben benieuwd wat ik zou denken als mijn deur weer dichtsloeg. Maar ze slaat niet dicht, ze blijft wijdopen staan, die gedachten zal ik dus nooit denken. Na de wedstrijd bleken Miels kleren gestolen te zijn en op weg naar het hotel kreeg de taxi motorpech. Miel besloot het laatste stuk te lopen, hij had toch zijn atletiekplunje nog aan. Verkeerde keuze. Op vijftig meter van het hotel werd hij in elkaar geslagen door een bende Canadese dikzakken. Canada is het dikste land ter wereld, ik sta elke dag voor een verscheurende keuze: diëten of emigreren naar Canada om er een onopvallend bestaan te leiden in een land met stoelen uit gewapend beton, met liften zo groot als een strafschopgebied, met vrouwen die niet constant ‘au, au’ kreunen als je tijdens het vrijen kramp in je armen krijgt en willens nillens een beetje moet doorleunen. Terwijl hij in de badkamer zijn wonden likte, kreeg hij telefoon van zijn echtgenote. Ze wilde scheiden, was al op weg naar het vliegveld, want halsoverkop verliefd geworden op een ‘snelle gast’ die ze op tv gezien had, ene Crawford uit Trinidad, die nog veel rapper kon lopen dan Miel, en met een lid tot aan zijn knieën. Wat was mevrouw Puttemans behept met een scherp opmerkingsvermogen, want we spreken hier over het tijdperk van vóór de strakke, aërodynamische pakjes. Enfin, het was Miel zijn dag niet. Of eigenlijk wel, want hij had toch maar dat record gelopen. Een beetje wel en een beetje niet, dat zou je de man zelf moeten vragen. Hangt ervan af hoeveel zijn sport voor hem betekende en hoe graag hij zijn vrouw zag. In elk geval, dat zou hem leren het getal dertien te tarten. Had hij maar beter zijn best moeten doen en een 13.12 neerzetten, de lamzak. Of 12.13, waarom niet, het waren per slot van rekening de Olympische Spelen, je kan bij zo’n speciale gelegenheid toch voor één keertje extra je best doen?

 

José raast nog steeds richting binnenkoer – het is een heel end tot buiten – met in zijn zog een bende Oost-Europeanen. Weet je wat ik een grappig toeval vind? José zit een straf uit omdat hij uit de groentewinkel van een Let twee kokosnoten stal – Raar woord hé, stal, jammer dat José geen koeien pikte, dan had de zin als volgt geluid: José zit een straf uit omdat hij in de groentewinkel van een Let twee koeien stal, hihi, koeien-stal, heeft u hem? Verkopen de groenteboeren in Letland koeien? Ik denk het niet. In de zinnen met ‘koeien stal’ had ik ‘in de groentewinkel’ moeten vervangen door iets met boerderij of slachthuis – en de Letse groenteboer die de vluchtende dief in het been schoot, zit hier ook, in dezelfde vleugel. De cellen van José en Kees liggen schuin tegenover elkaar. Gek toeval hé? Kees, hoor ik u denken, een Let die Kees heet, is dat niet wat vergezocht en tamelijk onrealistisch? Niet als u weet dat de moeder van Kees een Nederlandse is. Gerustgesteld? Dan kunnen we verder. Even overweeg ik om bij de troep aan te sluiten, maar dan bedenk ik mij. Ik houd niet van kuddegedrag, ik zal me haasten om met een zootje ongewassen dieven, moordenaars, verkrachters en ganzenbordvalsspelers de nacht in te duiken. Als ze uit het zicht verdwenen zijn, ren ik in mijn uppie naar buiten en jump over de gevangenismuur. Dit jumpen verloopt iets moeizamer dan ik het neerschrijf. In Canada zijn de muren van de gevangenissen veel lager, schijnt het. Dat weet ik van Miel Puttemans. Na het telefoontje van zijn eega dronk hij zich in de hotelbar een stuk in zijn spikes, waarna hij op de vuist ging met het Cubaanse boksteam, dat in hetzelfde hotel verbleef. Miel mocht een nachtje brommen en de Cubanen plukten ’s anderendaags de vruchten van die extra training, want ze wonnen allemaal goud, behalve de analfabete Felix ‘The Killer Cat’ Vera Cruz de la Hoya Cardinal, die de weg naar het stadion niet vond en te laat kwam voor zijn eerste kamp tegen de Fransman François ‘Le Frappeur’ Frangipane. De muur is meer dan zeven meter hoog en in de bovenste steenlaag zijn er glasscherven gemetseld. Maar het lukt me om mijn 105 kilogram zonder schrammen aan de andere kant te krijgen.

 

Daar sta ik dan, in het holst van de nacht, in gevangenisplunje aan de poort van de penitentiaire instelling te Dendermonde. Sofia zou mij moeten zien staan. Dat kan natuurlijk niet, want Sofia bestaat alleen in mijn dromen. Ik ben Vasilii Vasiliine, een eenzame Bulgaar in België. Hoe ik hier ben terechtgekomen zal u niet weten, het staat niet in het scenario. Ik heb nog minder seks dan de paus, maar wel veel praatjes. Dat is de rol die de regisseur mij heeft toebedeeld. Ik ben bij nader inzien niet bijster gelukkig met mijn casting. Het liefst zou ik hebben dat mijn personage binnen het kwartier na zijn ontsnapping ligt te vogelen, maar die rol is weggelegd voor José, de Trinidadder met de lange vingers. Wat er dan wel in het script staat dat mij aanbelangt? Wel, ik moet die muur nog eens over, terug naar mijn hok, want ineens schiet het me te binnen – ik moet dit kracht bijzetten door met de vlakke hand tegen mijn voorhoofd te slaan, acteren niveau Wittekerke dus, maar ik heb geen andere keus – dat ik overmorgen mijn volledige straf heb uitgezeten en sowieso vrij kom. Een domme Bulgaar op de koop toe. En weet je wat ik moet doen als ik over die muur terug binnen ben? Je raadt het nooit. Terug de muur over naar de straatkant en het alsnog op een rennen zetten, want de vrijheidsdrang haalt het ineens toch van mijn gezond verstand. De aanblik van mijn fictieve Sofia – dit wordt cameratechnisch gesuggereerd door een flou en getrukeerd rugbeeld van een werkloos fotomodel uit Maldegem, een nichtje van de regisseur, dat haar haar borstelt, kan het meliger? – verlamt alle rede in mij. Liever dan nog twee nachten en één luttele dag op mijn brits te liggen, ga ik op de loop met een zootje schorremorrie. Zonder een zootje schorremorrie moet dat zijn, want tegen de tijd dat ik drie keer over die zeven meter hoge muur ben geklommen, zitten die gasten al in de maïsvelden, behalve José, die opgepikt wordt door de Minister van Justitie, mevrouw Laurette Onkelinx, die toevallig voorbijrijdt en zegt dat ze hem haar lichaam aanbiedt als hij strakjes braafjes naar zijn cel terugkeert. Maar er zijn er wel dertig ontsnapt, roept José. Mevrouw de Minister glundert even in close-up. Klotefilm, ik zei het toch. Ga daarmee naar het Festival van Cannes om mee te dingen naar de Gouden Palm! Deze film is nog geen Piepschuimen Pissebloem waard. Na mijn elfde muur – ik heb af en toe een take moeten overdoen omdat er een detailke niet goed zat – sta ik uit te hijgen als een… als een… ja, als wat? Als een stomme Bulgaarse idioot die niet weet wat hij wil. In de verte hoor ik het loeien van sirenes en vlakbij fezelt een cipier in zijn gsm: “Zoeteke, strakskes kijken noar den televies, ‘k peinze dat ke deroep goan komme, d’er zin der ier a poar oentsnapt.”

 

(wordt vervolgd)

20:37 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

19-09-06

MIJN (VOORLOPIG) GELIJK

Wat ik hier enkele weken geleden schreef over Vincent Kompany lijkt zich te verwerkelijken.

Besluit: ik ben geen zwanzer, ik ben een profeet. Voor eventjes toch.

http://www.vrtnieuws.net/nieuwsnet_master/versie2/sporza/...

 

17:36 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

02-09-06

ESCAPE FROM DENDERMONDE – DEEL 1: IK ZAL HET ZEGGEN, BORIS!

De laatste tijd plaats ik hier nogal wat beeld- en geluidsmateriaal. Daar zijn velerlei redenen voor. Ten eerste was ik al langer van plan om iets te posten over muziek, vooral uit de eighties. Vandaar die videoclips. Ik selecteer ze omwille van het muzikale aspect, niet voor de clip. Het zijn schitterende songs, en in zo’n geval is een videootje niet altijd een meerwaarde. In de jaren ’80 zagen alle vrouwen eruit alsof ze een blinde kapster hadden, en de mannen als janetten. Ik voel een zekere gêne om straks een clipje van Erasure of Milli Vanilli op mijn site te gooien, maar ik heb wel meer gênante situaties overwonnen. Zo heb ik ooit eens in een overvolle lift in één van de Twin Towers in mijn broek gescheten. Iets te rijkelijk getafeld die middag, je weet wel. En als u denkt dat dit qua gêne al kan tellen, moet ik er helaas nog bij vertellen dat die lift tussen de 30ste en de 31ste  floor bleef hangen, en dat het drie uur heeft geduurd vooraleer we uit onze benarde positie werden bevrijd. Uitspraken als ‘Oh my God, perfumes nowadays are not what they used to be!’ en ‘Damn, sometimes I wish that one day Al Qaeda crashes a plane in this smelly tower’, waren niet van de lucht. Maar het is wel pure nostalgie. Die hitjes uit lang vervlogen tijden, bedoel ik.

 

Pop en rock waren prominent aanwezig tijdens mijn jeugd. Zo heeft de dochter van de buren ooit een kortstondige verhouding met Willy Sommers gehad, jawel, dé Willy Sommers van ‘Het water is veel te diep’, ‘Als een leeuw in een kooi’, ‘Marietje is een travestietje en ik pak haar bij haar pietje’ en andere megakrakers. Ze heeft daar een boek over geschreven, en ik heb er voor haar de spel- en andere taalfouten uitgevist. Het heet ‘Het ware verhaal van Isabelle X (Over mijn jaren met Willy S: vrouwenversierder, vetzakske, vorte vis)’. Een beetje een nare en ongezellige titel, vond ik, maar Isabelle deelde mijn mening geheel niet. ‘Vooreerst,’ zei ze, ‘heb je die intrigerende beginletters van onze familienamen, ook al is de mijne geen X, die X betekent dat om het even welk meisje dit in mijn plaats had kunnen meemaken, snappie? Dat moet de aandacht van het publiek toch prikkelen, of niet soms? Bovendien, de naam Sommers niet helemaal noemen geeft de subtitel een intrigerend cachet. Zou het werkelijk dé Willy zijn, vraagt de potentiële koper zich af. Verder vallen de allitererende v-woorden en het s-rijm ontzettend op, en opvallen, Philip, is volgens mij een noodzaak voor om het even welk commercieel product. Maar bovenal is het in zijn totaliteit een unieke en in het oog springende titel die beklijft, dat kan je toch niet ontkennen? Titels zijn belangrijk, je zegt het zelf altijd, dus met deze is er toch niks mis?’ Tja, daar kon ik inderdaad geen speld tussen krijgen.

 

Ik stam uit een muzikale omgeving. Mijn tante Gusta werd heel lang geleden eens opgebeld door Paul McCartney, jawel, dé Paul McCartney van ‘Twenty five hours a day’, ‘Eight days a week’, ‘Thirteen months a year’ en’ Can’t buy me love ‘cause my wallet and Viagra pills are probably still lying on the kitchen table’, maar het was niet voor haar, het was voor Yoko Ono. Wij natuurlijk allemaal curieus: ‘Wat zei hij, tante, wat zei hij?’ Wel, Paul klonk niet happy. Vrij vertaald riep hij iets in de trant van: ‘Laat John met rust, en als je nog één keer jouw loempiabakkes in de studio vertoont, schop ik je helemaal terug naar Tokio.’ Een ongemeen… euh… gemene belediging, want Yoko was een plattelandsmeisje. Yes, antwoordde tante. Yes. Dat was het enige Engels woord dat ze kende, want ze had al hun platen. Toen Rick Wakeman uit de groep stapte, vond ze Yes maar niks meer en haakte ze af.    

 

Ik had het over beeldmateriaal. Film. Ik ben dol op film. Hitchcock’s Vertigo is mijn lievelingsfilm. Ik ben al een poosje op zoek naar die film op DVD, de originele, niet-ingekleurde versie. O wat had ik graag geleefd in de tijd dat alles zwart-wit was. Nooit geen gezeur van: ‘Zeg schatteke, welke rok zallekik vandaag es aondoen? Miene rooie, miene groene, mien gele, mienen oranjen, miene purperen of miene blauwe met roze bollekes? Neen, elke vrouw had in die jaren een zwarte rok en een witte rok. Zo simpel, nog het meest van al voor de dames zelf. Moest je naar een begrafenis gaan, dan droeg je die zwarte; ging je naar het strand, dan de witte. Binnenkort speel ik zelf de hoofdrol in een docudrama over de recente ontsnapping van 28 gedetineerden uit het cachot van Dendermonde. Ik vat het vooral voor mijn Nederlandse vrienden en vriendinnen kort nog even samen. Twee gevangenen smeden plannen om te vluchten uit de gevangenis en voeren die plannen ook uit. Ze zetten alle celdeuren van hun afdeling open. 28 boeven gaan aan de haal. In werkelijkheid zijn er op vandaag 11 weer opgepakt. Die deuren opengooien was geen dwaze zet. Twee ontsnapte boeven zijn zo weer gevat, maar 28, da’s een ander paar mouwen. Vóór de politiediensten zich hebben georganiseerd, zitten ze alle 28 rond een kampvuur ergens in Australië geroosterde kangoeroefilets te eten. Soit, om een lang verhaal kort te maken, in de film speel ik de rol van Vasilii Vasiliine, niet een van de aanstokers, maar een van die 26 andere. Vasilii is een Bulgaarse, niet zo zware, jongen (105 kg droog aan de haak), gespecialiseerd in het opblazen van rotondes. Een nogal rechtlijnig type, echt een rol op mijn lijf geschreven. Ik mag nog niet al te veel onthullen, maar allez, speciaal voor jullie licht ik toch een klein tipje van de sluier.

 

Het is nacht, ik slaap in mijn cel (waar anders?) en droom. Het is een zalige droom. Ik zit op de sofa met mijn vriendin Sofia, Miss Bulgarije 2002. Haar ouders noemden haar naar haar geboortestad. Er zijn veel Sofia’s in Bulgarije, vooral in de streek van Sofia. Sofia’s vriendin Plovdiv Kramatova bijvoorbeeld heet niet Sofia omdat ze werd geboren in Boergas, een stad aan de Zwarte Zee. We zitten dus op de sofa, ik en mijn Sofia, te kijken naar het Bulgaarse Rad van Fortuin. Ik ken alle woorden zonder dat ik daar veel klinkers of medeklinkers voor nodig heb.

‘O Vasilii, wat zijde gij toch ne wijze gast,’ roept Sofia ineens uit en ze kust me in mijn nek.

Sofia is nog mooier dan een potteke verse magere yoghurt. Toch hangt er geen seks in de lucht – we hebben die dag al genoeg gevrijd, Sofia vier keer en ik zes keer – maar wel enkele donkere stapelwolken. Die wij echter niet kunnen zien, want het is al donker buiten en wij zitten lekker knusjes op de sofa te kijken naar een rosse mecanicien uit Varna die zichzelf bankroet draait. En de sofa, die staat binnen, in de woonkamer, niet buiten. 

 

Op het moment dat een leptosome huisvrouw uit Sofia, die toevallig dezelfde naam heeft als mijn vriendin, uitroept: ‘Ik zal het zeggen, Boris!’ klapt mijn celdeur open.

 

(wordt vervolgd)

11:21 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

30-08-06

KNACK DEZE WEEK

Deze week in Knack 16 extra boekenpagina's waaronder twee bijdragen van mijn hand. Welke dat zijn moet u zelf maar uitvlooien. Verder een interview met de onvolprezen rasschrijver Maarten 't Hart en nog veel meer. De krantenwinkels zijn open. Schiet uit uw pyjama en rep u.

08:38 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

29-08-06

BLOWJOB

Mannen, laten we geen softies wezen, er niet oeverloos over lullen. We wensen uit het diepste van ons hart dat onze allerliefste een helder zicht heeft op de dingen, en vooral die dingen die belangrijk zijn. Neen, we hoeven niet alles van elkander te slikken, maar van goede intenties is nog niemand doodgegaan. Soms, als ze het niet onder ogen wil zien, moeten we haar aansporen het hoofd te buigen voor de keiharde realiteit, haar aanmoedigen om met een klare kijk door het leven te happen – euh, stappen – en aldus te kunnen blijven genieten van het groeiproces dat in vele, vaak op het eerste gezicht, pietluttigheden, besloten ligt.

 

RECLAMEFILMPJE

18:57 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

23-08-06

ONZE DUIVELS NAAR DE MAAN

Vincent Kompany is een vaste bezoeker van mijn weblog. Hij las wat ik hier drie weken geleden over hem schreef, ging niet met alles akkoord ("als ik praat wrijf ik niet aan mijn neus, wel aan mijn voorhoofd, daar is meer plaats om te wrijven") maar besloot toch in actie te schieten. Weg met dat brave imago! Als ik de leider van de Rode Duivels wil worden, moet ik mij ook als een leider gaan gedragen. Enkele dagen later op de VRT-nieuwssite deze kop: ‘Vincent Kompany: "We gaan die Kazakken wegvegen!"’ Ai, dacht ik toen ik het las, niet doen, Vincent, niet doen, dit loopt verkeerd af, dit is very much unlike you, zeg zo geen stupide dingen. Het vervolg kennen we. Na een halfuur spelen struikelde Vince het Voorhoofd over zijn eigen stelten. Hij moest geblesseerd – blessuregevoelig, ik zei het toch – naar de kant. Tot overmaat van ramp werden de Kazakken niet weggespeeld. Integendeel, telkens die mannen aan de bal kwamen, kregen we – naar Belgische maatstaven – iet of wat wervelend voetbal te zien. Onze Duivels daarentegen speelden als mietjes. Mijn grootvader – die met het looprekje – kan sneller een bal opdrijven. Mijn grootmoeder – die met de gefixeerde nekwervels – kan beter naar de goal koppen. René Vandereycken, de nieuwe frisse bondscoach, bewees na de wedstrijd het Belgische-bondscoach-taaltje van zijn voorganger al perfect te beheersen – "Ik denk dat we meer verdienden." Inderdaad, die verwende en vetbetaalde janetten verdienen meer: allemaal een paar schoppen onder hun gat. Maar laat deze straf uitvoeren door gasten die kunnen sjotten; als ze het van elkaar moeten doen, zullen ze er wis en zeker naast trappen.

De beelden van de eerste maanlanding zijn zoek. Die originele opname werd nooit vertoond – we kregen in ’69 een kopie te zien – en is nergens meer te vinden. Ze ligt ergens in de archieven van de NASA. Een legertje manschappen is ze aan het zoeken. Dat is een leugen. Het archief van de NASA is een kast met drie legborden in een bezemhok; je kan daar niet met meer dan drie mensen binnen, en als er ene zich bukt, moet die derde weer naar buiten. Op de bovenste plank van dat kastje vind je naast enkele Apollo- en Challenger-tapes alle afleveringen van Star Trek, The Originals en een setje plastieken Doctor Spock-oren. Hoe ik dit allemaal weet? Wel, ik ben op digitale wijze bevriend met mevrouw Sherene Connolly, de poetsvrouw van de NASA. Zij heeft toegang tot die archiefkast, want op de middelste plank liggen haar stoffer en blik, staat een emmer met daarin een spons, een zeemvel en een aftrekkertje, en op de onderste rust haar stofzuiger, een Nilfisk, die ooit nog per ongeluk in de ruimte is beland, maar dat is een ander verhaal. Laat we ons tot de essentie beperken: het ‘zoekraken’ (ik teken met mijn wijs- en middelvingers grote aanhalingstekens in de lucht) van de oorspronkelijke beelden van de eerste maanlading. Sherene Connolly heeft die beelden met haar eigen ogen gezien, met andermans ogen is namelijk nogal lastig. Na het werk ontspant ze zich wel eens met een movie die ze ontleent – eigenlijk is het verboden, maar soit – uit de NASA-kast. Ze is inmiddels een heuse Star Trek-deskundige, een Trekkie in hart en nieren. Hoe heette de scheeparts? McCoy. Volledige naam please. Dr. Leonard Horatio McCoy. Wat is de naam van de acteur die hem vertolkte? DeForrest Kelley. Zijn bijnaam in de serie? Bones. Je mag haar alles vragen, ze weet alles over de originele Star Trek. En ze weet alles over de originele beelden van de eerste maanlanding.

De waarheid is ontluisterend. Het mag, laat ze me weten, I will tell it all. Especially for the Belgian visitors of your log, Phil, schreef ze laatst. Many Dutch folks as well, antwoordde ik. Ze maalt er niet om, de hele wereld mag het weten, ze zwijgt nu al bijna veertig jaar, weldra gaat ze met pensioen, ze gaat eraan kapot, het moet eruit, ze wil dit vreselijke geheim niet meenemen in graf of verbrandingsoven. De geschiedenis heeft haar rechten, en zij zal de geschiedenis recht doen. That’s my girl! Ik laat haar zelf aan het woord. C’mon Sherene.

"Wel, een week voor het vertrek van Apollo 11 zit Neil (Armstrong, ph) in een bar in Cincinnati met het bevriende echtpaar Jesse en Mary Simpson. De Simpsons hebben een schoenwinkel in de buurt. Neil en Jesse zijn jeugdvrienden, stevige drinkers en niet vies van een practical joke. Er wordt die avond gelald en gebrald, gelachen en gebruld, want Neil heeft iets te vieren, he goes all the way to the moon, en hij wijst door het raam naar het grote gele ding hoog in de lucht. Vertederd kijkt Mary naar those two grown ups behaving like little boys. Dan gaat het er ineens luidruchtig aan toe. Jesse zegt tegen Neil dat hij niet durft, Neil staat op en roept van wel, dat hij alles durft, I’m a fucking astronaut, by Christ, I dare anything! Neil slaat met de vlakke hand op Jesse’s handpalm en Jesse doet hetzelfde bij Neil, er wordt omhelsd, geknuffeld en op schouders getapt, en de deal wordt afgerond met een heilsdronk.

Op 21 juli 1969, om 3u.56 Belgische tijd is het zover. Neil Armstrong komt als een space-eskimo een wankel laddertje afgedaald en zet voet aan de grond. Zijn gegrinnik wordt op aarde geïnterpreteerd als ruis op de lijn, en dan volgt de al die tijd verborgen gehouden, maar daarom niet minder historische quote: "It’s one small step for man, one giant leap for mankind, thanks to Simpson Shoes, Moonboots (grinnikt) and Accessories, 11 West Drive, Cincinnati. That’s Simpson Shoes and Accessories, 11 West Drive, Cincinnati. Jesse is a jolly nice fellow and Mary a damn hot chick. And now I must pee…Houston, any idea of trees on this fucking moon?"

Jesse had overal rondgebazuind dat Wacko Neil op de maan reclame zou maken voor zijn shop. Neen, de zaken gingen niet goed de laatste tijd, maar na 21 juli zou alles anders worden. Het kwam de FBI en CIA ter ore dat Armstrong op de maan het zotteke ging uithangen. Het was te laat om hem tegen te houden. In opdracht van de NASA werd in Hollywood halsoverkop een studio tot maanlandschap omgebouwd. De rest is geschiedenis, of beter gezegd, vervalste geschiedenis. De landing werd nagespeeld door een tweederangsacteur. Zijn tekst bestond uit Armstrong’s eerste zinsdeel. Verder mocht hij een beetje improviseren. Hij keek enkele tellen pal in de camera en plantte een Amerikaanse vlag in de bordkartonnen vloer van de studiomaan. De man kreeg een rijkelijke vergoeding en begreep niet wat hij daar had staan doen. Achteraf dronk hij met een studioassistent a couple of beers in een gelegenheid die heel toepasselijk Planet Hollywood heette. Op weg naar huis werd hij onwel, kreeg een beroerte en stierf. Dat hadden die dekselse Yanks toch maar weer mooi gefikst."

12:36 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

04-08-06

HATE THE SIN NOT THE SINNER

 

Mijn dochter noemt mij wel eens een mietje als ik weer eens lyrisch doe over een nieuwe Robbie Williams-single. Toon ik haar de getatoeëerde draak op mijn rug, mijn tong- en tepelpiercings, mijn geföhnd neus- en okselhaar, het helpt allemaal niet. Een vent die houdt van Robbie Williams is een janet, zegt ze. Dan maar de grove middelen bovengehaald om het tegendeel te bewijzen. Zijn wij Vlamingen immers niet het meest onverdraagzame volkje van West-Europa? We hebben een reputatie hoog te houden. Ik douw twee luidsprekers tegen haar hoofd, plak een stukje tape op haar mond en dwing haar te luisteren. Twintig keer na elkaar Sin Sin Sin, net de tijd die ik nodig heb om mij klaar te maken voor mijn wekelijkse travestietenavond. Dat ik van haar lippenstift en mascara moet afblijven, gromt ze. Hate the sin not the sinner, lip ik met Robbie mee.

 

Lang geleden dat een flard muziek zich nog zo hardnekkig in mijn hoofd nestelde. Weken nu al sta ik op en ga ik slapen met onderstaand refrein. Muzikaal poepsimpel geniaal en tekstueel pure poëzie. Alleen al om dit ergens als citaat of motto te vermelden, zou ik nu een nieuwe dichtbundel klaar willen hebben.

 

Sin sin sin
Look where we've been
And where we are tonight
Hate the sin not the sinner
I'm just after a glimmer
Of love and life
Deep inside

12:45 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

02-08-06

KOMPANY

De inlandse voetbalcompetitie heeft zich weer op gang getrokken. Club Brugge – mijn cluppie – en het gehate Anderlechtles mauvais blancs – zijn de favorieten voor de titel. Dat is al sinds mensenheugenis zo. De Belgen zijn de dappersten onder de Galliërs. Die beroemde uitspraak van Julius Caesar blijkt te zijn gedaan na een Club-Anderlecht. Wat goed dat Juul niet besliste om die dag naar Eburones Tongeren tegen Morini Duinkerke te gaan, anders konden we het wel schudden met onze dapperheid.

De euforie is groot en alle clubs zijn optimistisch. Dat hoort zo tijdens de voorbereiding op een nieuw voetbaljaar. Wie zich op voorhand een verliezer acht, is een watje. Toch klinken na amper één speeldag links en rechts al kritische geluiden, en tegen de tijd dat onze kinderen terug naar school moeten, zal wis en zeker de eerste trainer zijn ontslagen, en zullen een handvol zelfbewuste spelers – meestal zijn het aanvallers en doelmannen – mokkend op de reservebank verpieteren, om op maandagmorgen in de kranten uit te schreeuwen dat ze niet happy zijn, het niet begrijpen, geen uitleg krijgen van de coach, het zich anders hadden voorgesteld, erectiestoornissen en ruzie met hun schoonmoeder hebben, en zo snel mogelijk weg willen naar een club waar de bank met een lederen of fluwelen overtrekje is gecapitonneerd.

De Belgen in het buitenland. Ook dat rubriekje zal ons elk weekend weer in de strot worden geramd in allerlei sportprogramma’s, met veel duidend volk rond een tafeltje, waarin er – excusez le mot – nogal wat afgezeikt wordt. Vorig jaar werden we verondersteld lyrisch te worden van de mededeling dat Thomas Buffel bij de Rangers (zie je die stoere kerels in kilt door het grauwe Schotse straatbeeld galopperen?) uit Glasgow in de basis mocht starten en tegen Fucking Bastards Edinburgh een assist (hoezeer verafschuw ik dat basketbalwoord in een voetbalcontext) uit zijn sloffen had gepoeierd. Dit jaar is Buffel oud nieuws en zal er buitensporig veel aandacht worden besteed aan hoe het Vincent Kompany vergaat bij HSV Hamburg. Niet zo best blijkbaar. Vandaag staat op de nieuwssite van de VRT te lezen dat de uitschakeling van Hamburg voor de Duitse Ligabeker te wijten is aan dom balverlies van onze nationale trots op noppen.

Trots? Ach. Kenners weten het al langer dan vandaag. Vincent Kompany is niet de wereldvoetballer die de media van hem willen maken. Hij is niet bijzonder snel, kan niet bijster goed koppen, lijdt in zijn positie te vaak balverlies en is blessuregevoelig. Er zit een zekere zwierige nonchalance in zijn spel, maar het is de nonchalance van het fietsend joch dat baldadig uitroept ‘Kijk eens! Zonder handen!’ om vervolgens glansrijk op zijn smikkel te smakken. Kompany zal in Hamburg geen potten breken, let op mijn woorden. Ook zijn imago naast het veld kan mij niet bekoren. Vincent is het prototype van de modale kleurling die het gemaakt heeft. Prietpraat van lieden die nog nooit van Tiger Woods gehoord hebben, of denken dat het een natuurreservaat voor katachtigen is. Altijd komt Vincent aandraven met voor zijn leeftijd te verstandig geneuzel en steeds een politiek correcte quote binnen handbereik. Hij durft kritiek te uiten op zijn maats, de coach en zichzelf, maar meestal klinkt die wollig en verontschuldigend. Als hij praat, wrijft hij aan zijn neus. Hij draagt witte pakken op zwart hemden met kraagpunten die zo spits zijn dat je er de hele roofdierenpopulatie van de Big Pussycat and Tiger Woods mee kan neer steken. Voor onze voetballende jongeren is zo’n keurig rolmodel beter dan een scheldende, zuipende en snuivende vechtjas, maar toch moet ik Kompany niet. Hij is van kunststof. 100 % synthetisch. Goede marchandise, dat wel. Je mag hem op alle temperaturen wassen, hij krimpt niet, hij rekt niet uit, hij kreukt niet, na elke wasbeurt krijg je dezelfde Kompany terug. Als zijn rug het houdt, gaat hij een eeuwigheid mee bij allerlei leuke verenigingen in alle uithoeken van Europa om op zijn oude dag terug in Brussel te belanden. Vincent Kompany is de meest kleurloze kleurling die ik ken.

16:53 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

24-07-06

DE MENNONIETEN

De Tour de France zit er weer op. Eén ding is ons de voorbije dagen tot vervelens toe ingepeperd, althans, voor wie de koers op de VRT, met commentaar van Michel Wuyts, heeft gevolgd: Floyd Landis groeide op in een gezin van Mennonieten. Maar wie of wat zijn nu precies die Mennonieten? Gelukkig brengt Wikipedia, de vrije encyclopedie, raad.

'De mennonieten zijn de oudste doperse kerk. Ze zijn vernoemd naar de Friese priester Menno Wigmans, rond 1540. Hij was een katholieke priester totdat hij zag dat een baptist werd neergeslagen om zijn geloof. Vanaf dat moment werd hij een belangrijk voorvechter van de Doperse stroming en het dragen van een schedelhelm. Deze kerk heeft zich over een groot gebied verspreid, maar heeft zijn invloed vooral doen gelden via de Engelse variant, de baptisten. Zij zijn tegenwoordig de grootste Doperse kerk.

De mennonieten zijn vergelijkbaar met de Amish, een strenge sobere levensstijl wordt nagestreefd. Dit betekent dat muziek, sport, dansen en dichtbundels van Dirk van Bastelaere niet zijn toegestaan. Techniek wordt maar mondjesmaat toegelaten in deze gemeenschappen, wat wil zeggen dat als je een bal krijgt toegeworpen, je die niet mag doodmaken op de wreef van je voet, maar heel knullig eerst enkele keren moet laten stuiteren om hem dan uit de beek te vissen. De bal uit de beek vissen mag niet geschieden met een professionele hengel, golfclub of biljartkeu – dat lijkt te veel op sport – maar met een houten stok die ooit nog onderdeel van een boom is geweest, een tak dus. Dit mag niet op zondag. Ballen worden dan wijselijk ook alleen maar geworpen op weekdagen of op zondagavond iets voor middernacht, wat bij de Mennonieten een geheel nieuwe betekenis verschaft aan het gezegde ‘Het is vijf voor twaalf.’ Elektriciteit is niet toegestaan en men verplaatst zich met paard en wagen. De mannen het paard en de vrouwen de wagen, wat in de praktijk betekent dat de vrouwen meestal thuis zitten, op de bok. De bok van de koets welteverstaan. Trekkers en andere machines worden alleen voor nuttige toepassingen gebruikt en zeker niet om te reizen. Zo mag een trekker alleen worden overgehaald om een niet-Mennoniet, ook wel Mennowel genoemd, neer te knallen, en een schrijfmachine dient alleen om bestsellers mee te schrijven. Tanden poetsen, haar kammen en mooie boekomslagen zijn verboden. Het is dan ook nog maar een kwestie van tijd vooraleer Pieter Aspe zich tot het Mennonietisme bekeert. De kinderen leren op school alleen bijbelkennis, rekenen, lezen, schrijven, en winden laten middels het overbekende spelletje ‘Trek eens aan mijn vinger’, wat bij de Mennonieten niet als een spelletje maar als bittere ernst moet worden opgevat, want spelletjes zijn verboden. Het is verboden te lachen bij het scheten laten; de lach inhouden is dan weer nefast voor de werking van maag en darmen, wat tot meer scheten leidt. Bovendien eten de Mennonieten alleen maar witte bonen in tomatensaus, die ze zelf kweken op hun bonen-in-tomatensausvelden. De mensen in deze gemeenschappen hebben dus geen kennis van geografie, geschiedenis of voetbalhoogstandjes. Mennonieten denken dat Johan Cruyff het wiel uitvond. Deze misvatting maakt hen niet ongelukkig en wordt dus in stand gehouden. Ze spreken onderling Dietsch, de mannen kennen vaak wel de lokale taal, die wat gelijkt op het gehinnik van een paard. De vrouwen hebben dan weer een andere taal, die sterk gelijkt op het geluid van een stilstaande boerenkar. Dit alles wordt gedaan om de drempel te verhogen om de gemeenschap te verlaten, wat in het geval van Floyd Landis, die op een zekere nacht helemaal naar Frankrijk is gefietst, niet veel heeft geholpen. Landis studeerde in het geniep geografie en wist perfect waar Frankrijk lag. Daar lag het gelukkig ook nog toen hij er arriveerde en het ligt er nog altijd. Aangezien de gemeenschappen erg geïsoleerd leven en contact met de buitenwereld schuwen, is inteelt een groot probleem. Kinderen die met hoeven en een paardenbakkes worden geboren, zijn niet onzeldzaam. Meestal heten ze Lionel of Ritchie. Om hun gemeenschap te beschermen is er momenteel spoedberaad in de hoofdstad van Mennonitië: wat zullen ze hun kinderen wijsmaken als die straks vragen wie Floyd Landis is? Volgens onze reporter ter plaatse – zonder microfoon maar met een mandje postduiven voor de nieuwsgaring en een mandje gewone duiven voor het middagmaal; vergis je niet, reporter ter plaatse! – maakt ‘De man die Johan Cruyff hielp om het wiel aan de kar te monteren’ veel kans om het te halen.'

11:50 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

17-07-06

SEE EMILY PLAY

Op 7 juli overleed Syd Barrett. Syd Barrett richtte in 1966 samen met Roger Waters, Nick Mason en Rick Wright Pink Floyd op. Ik was geen baby meer, maar evenmin al een peuter. Toen ik een kleine tien jaar later met veel gretigheid de pop- en rockmuziek ontdekte, had Pink Floyd al de status van een supergroep. Ik hield niet echt van hun muziek: te veel bombast, te lang uitgesponnen instrumentale stukken, soms ook ongelooflijk cliché en goedkoop, zoals het kassagerinkel in ‘Money’. Met het project ‘The Wall’ werden ze zo goed als verplichte leerstof in de middelbare scholen. Een leraar Nederlands of Engels die geen fossiel wilde genoemd worden, moest in zijn lessen een stukje uit hun opus magnum ten gehore brengen; meestal gebeurde dat door middel van een aftands cassetterecordertje. Wat ze na ‘The Wall’ nog hebben uitgespookt, is mij onbekend.

De naam Syd Barrett kwam mij voor het eerst onder ogen op de achterkant van de hoes van de LP ‘Masters of Rock’. Het slechts een vierkante centimeter grote prijsetiketje vermeldt dat het ding 299 Belgische franken kostte. Ik kocht weinig platen, waarom kocht ik deze? Had ik op de radio een song gehoord die mij uitermate aansprak en ben ik op zoek gegaan naar een plaat met dat nummer erop? Het is een verzamelalbum. Dat wist ik toen niet, maar ik had al zo’n vermoeden, want in officiële discografieën wordt deze schijf niet vermeld. ‘Masters of Rock’ is een vreselijke titel, die de lading totaal niet dekt. Ik kon mijn oren niet geloven toen ik ze voor het eerste draaide: vrolijke, gekke, psychedelische pop - ‘Arnold Layne had a strange hobby / Collecting clothes / Moonshine washing line / They suit him fine’, over een man die vrouwenkleren van wasdraden plukt – hoe anders dan de dinosauriërs die ze geworden waren. 

Sinds deze morgen weet ik, danzij Wikipedia, dat ‘Masters of Rock’ een collector’s item is, een zeldzaam hebbeding. Als ik ooit financieel aan de grond zit, kan ik deze plaat voor een smak geld aanbieden op eBay. Dat is een geruststellende gedachte, al zou dat wel eens lelijk kunnen tegenvallen.

Naar aanleiding van het overlijden van Barrett toonde de VRT in het nieuws een stukje uit de onnozele videoclip van het magnifieke See Emily play, één van Barrett’s meesterwerken en een deuntje dat zich vanaf de eerste beluistering als een kankergezwel in je hoofd nestelt. Als ik het goed begrijp, is dit filmpje gedraaid op een grasperk ergens in België. Zo klonk Pink Floyd dus in de late jaren zestig: fris, melodisch en intrigerend. Alras verdween de geniale, maar excentrieke en onhandelbare frontman Syd Barrett uit de groep om een teruggetrokken bestaan te leiden.

08:24 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

07-07-06

BEDRIEGLIJK VERHELDEREND

 

Zondag spelen Italië en Frankrijk de finale van het Wereldkampioenschap voetbal. Het was geen groots WK. Ik heb wedstrijden gezien, niet gezien of een beetje gezien. Als ik plat op de bank ga liggen met twee kussentjes onder mijn oor val ik in slaap. Ik heb veel geslapen tijdens het voetbal. Vroeger had je van die poppen – waarschijnlijk bestaan ze nog steeds, maar ik ben de poppen wat ontgroeid, en mijn kinderen ook – die, als je ze rechtop hield, hun ogen open hadden, en als je ze neerlegde, hun ogen sloten. Ik ben soms zo’n pop. Of mijn bank en/of de kussentjes zijn gemaakt van slaapverwekkende materialen.

Het was geen groots WK. Nochtans viel er in heel wat wedstrijden een vroeg doelpunt, wat normaliter de spektakelwaarde ten goede komt. Ik heb niet één wedstrijd gezien die mij zal bijblijven of het zou Nederland-Portugal moeten zijn, waar de scheids en niet de voetballers de hoofdrol opeiste. Bij veel ploegen primeert het systeem, de tactiek, het gepoker. De goochelaars blijven vaak te lang op de bank - de reservenbank, niet mijn slaapverwekkende sofa - en mogen pas opdraven als hun ploeg in nood verkeert. Ik denk nu bijvoorbeeld aan de Argentijnse lelijkerd Tevez, die het tornooi als invaller begon, maar zo goed speelde dat hij incontournable werd, en naar mijn smaak één van de beste die ik de voorbije maand aan het werk heb gezien.   

 

Niemand had een finale Italië-Frankrijk verwacht, maar ook niemand kijkt er van op. Wereldkampioen worden is een lot van de loterij, maar zeer zeker is het dat ook niet, anders hadden we evengoed een finale kunnen hebben tussen Trinidad en Tobago en Angola. Een finale met drie ploegen, stel je voor. Het is een geleide loterij, de sterkste ploegen halen altijd de eindfase, maar nog nooit is een ploeg Wereld- of Europees kampioen geworden zonder een flinke scheut geluk. Als de Peruanen niet meewerken, wordt Argentinië in ’78 geen wereldkampioen. Als de referee in ‘88 dat doelpunt (Kieft?) tegen de Ieren afkeurt wegens positiebuitenspel van een tussen de palen terugkerende, en dus min of meer de doelman hinderende, medespeler, dan waren dat fabuleuze doelpunt van van Basten en die Europese titel voor Nederland er niet geweest. En voor mijn landgenoten: als Georges Grün niet scoort, dan spreken we nooit over Mexico en weet niemand vandaag nog welke sport Leo Van der Elst beoefende.

 

Sinds de halve finale tussen Frankrijk en Portugal weet ik dat vertraagde herhalingen van fasen bedrieglijk en misleidend kunnen zijn. Thierry Henry – een kat, een sluipschutter, hij beweegt niet over het veld, hij zweeft, hij danst – valt over een Portugees been. Penalty. In real time absoluut zeker een strafschop. Maar dan brengt de herhaling een mens toch weer aan het twijfelen. Zo’n herhaling is vals. De vertraging laat uitschijnen dat het toch zo erg niet kan geweest zijn, want zie hoe langzaam Henry tegen het gras gaat. Bijna heeft hij nog de tijd om eerst wat onkruid te wieden en zijn outfit te fatsoeneren vooraleer hij gaat zitten. Maar het is schijn, dit was wel degelijk een strafschop. Ook de televisiehoek zorgt vaak voor verwarring. Gelukkig zien we al het gedoe vanuit zo’n tien verschillende camera-ogen, en telkens ziet het er anders uit.

 

Zijn die slow motions dan waardeloos of overbodig? Neen, ze hebben al menige kunstduiker ontmaskerd en belachelijk gemaakt. Ik noem de Zweed Christian Wilhelmsson, die op dit WK te weinig de gelegenheid kreeg om zijn acteertalent te tonen. Schitterende voetballer, maar zoals die vorig jaar bij Anderlecht aan de vallende ziekte leed, dat was niet mooi meer. Langs een tegenstander glijden, even een been strekken alsof hij gehaakt wordt, en dan languit neerploffen. Hij kan het zo goed, dat scheidsrechters er altijd weer intuinden. Met zijn bedrog heeft hij menige wedstrijd van de Belgische kampioen in een beslissende plooi gelegd. Vertoon die sketches vertraagd en de sjoemelaar gaat met de billen bloot. Wat moeten we met die beelden? Op een afgewerkte partij kan niet meer teruggekomen worden. De speler beboeten of schorsen? Ja, maar dan geven de verantwoordelijke bobo's toe dat er een benadeelde tegenpartij is, en dan gaat die weer hommeles maken.

 

Ik ben dol op dit spelletje – en op nog vele andere spelletjes – en de grote kinderen die het spelen. Als het leven een spel is, dan is het spel ongetwijfeld ook een leven. Het zou mij niet verbazen dat heel wat van die sporten zijn uitgekiend door schrijvers of dichters, kunstenaars, uitvinders, dromers, whatever. Alleszins lieden met heel veel fantasie, die niet hielden van het leven an sich en het daarom kruidden en kleurden met een streepje heerlijke onbenulligheid.

15:49 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

23-06-06

WIN MIJN VOLGENDE DICHTBUNDEL!

In afwachting van de eerste ontmoeting met de uitgever die mijn verhalenboek Het vlees is haar zal publiceren, en al evenzeer in afwachting van misschien een feedbackje van de Grote Vlaamse Schrijver, had ik de voorbije onbepaalde eenheid van tijd een opstoot van poëzie.

Titels zijn belangrijk. Een gedicht dat dreigt iets te worden, moet snel een mooie titel krijgen.
Een titel is het halve werk. Ik heb het hier op deze plaats al eerder gezegd: een titel kies je impulsief, maar het moet wel meteen raak zijn. Miljarden mogelijkheden en er precies de enige ware uitkiezen, dat is de kunst. Het is het neerhalen van een Boeing 747 met een katapult. Geblinddoekt.

Het lijkt me leuk om even in alfabetische volgorde de titels op te sommen van de gedichten waar ik momenteel aan werk. Ik heb er voor de aardigheid twee fake titels tussen gemoffeld. Wie die twee valse titels er als eerste uit kan pikken, wint mijn volgende gedichtenbundel. Die evenwel niet vóór 2008 verwacht moet worden, zeg ik er even voor alle duidelijkheid bij. Geen wedstrijd voor de ongeduldigen onder ons dus. Als ik tegen die tijd het loodje leg, is er een vervangprijs voorzien, nl. een vriendelijke uitnodiging tot mijn begrafenismaal en een gratis voor die gelegenheid ontworpen witte, met een gedicht bedrukte zakdoek.

Antwoorden in de comments onder dit bericht graag, met vermelding van naam, e-mailadres en eventueel website. Slechts één kans per deelnemer. Sommige gedichten verschenen hier al, dus zo moeilijk is dit nu ook weer niet. En wie mijn bescheiden oeuvre een beetje kent, weet dat er maar één dichter een gedicht zou kunnen schrijven met als titel Kijk uit voor het beukennootje! Zou kunnen. Bovendien zijn er maar 405 mogelijke combinaties, als ik dat goed heb uitgerekend. Het is een onnozele wedstrijd, ik weet het, maar toch nog altijd leuker dan het belspel op VT4.

BIJNA IS NIET
BOERIN 007
CIRCUMCISIE
DE MAN DIE T’RUG NAAR D’AARDE KWAM
DO DO EI
ELKE DAG SPRUITJES
FOUTJE MOET KUNNEN
GROETJES UIT RUSLAND
GROOT KIND STELT VRAGEN
HET IS WEER TIJD
HET LOZE ZWEMMERTJE
KEINE BAHNHOFGESCHICHTE
KIJK UIT VOOR HET BEUKENNOOTJE!
KIPPIG GEDICHT OVER HAAN INCLUSIEF MORAAL
LICHAAM VAN CHRISTUS
LUCKY
MIJN KRUIS! MIJN KRUIS! EEN KINGDOM VOOR MIJN KRUIS!
NA DE SOLDEN
NAAM- MAAR NIET SPRAKELOOS
ONWEERBERICHT
OOIT ERGENS TUSSEN A’PEN EN A’DAM
OPERATIE VOORSPEL NA EEN ROTDAG OP KANTOOR
RUG
THE BLACK AND WHITE MINSTREL SHOW
THERE’S NO BUSINESS LIKE CLOWN BUSINESS
TWEE TELLEN BITTERZOET GELUK
VAN NAT NAAR NIET
VOOR HET VERSCHEIDEN
WAT HEBBEN WE GELEERD?

08:05 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

19-06-06

GEDICHT

OOIT ERGENS TUSSEN A’PEN EN A’DAM

Pas op! De plaats!
Pas op de plaats.

Zo. Daar zaten we dan. Hèhè, hoe ongezellig.
Links een wei, rechts een wei, en in het midden wij.
Wij, dat waren ik en de anderen, want ik was alleen.

Even dacht ik: ik ga te voet, zolang kan ik hier niet
blijven. Ik wil niet sterven in een
internationaal stilstaande trein.

Neen hoor, het ging niet goed met mij. Maar ook niet
slecht met mij. Het ging helemaal niet met mij.

Maar dan ging het weer. Vooruit,
verman jezelf, kerel! En even dacht
ik nog, het lukt me niet,
maar dan ging het weer vooruit.

Philip Hoorne - 2006

21:27 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |