17-06-06

GEDICHT

GROETJES UIT RUSLAND

Een man, oud en jong genoeg om te werken of te sterven
zit op de drempel van een huis naast een amorfe oma in
een bloemetjesjurk, bloemen die niet anders bestaan
dan op dat soort jurken.

De man heeft een Oost-Europese kop, maar dan wel héél
Oost-Europees, ver voorbij de Kaukasus, Siberië bijna.

Siberia o Siberia,
zie het hoofd van die man en hoe het getuigt
van eerbied en een laag IQ.

Siberia o Siberia,
met je diepgevroren zeeën, je verkleumde badgasten en je
benijdenswaardige solidariteit. Het leven is er niet zo mals
in jouw verkankerde baarmoederhals.

Roestige duikboten wachten op hun zinken en grootmoeder-
seks is er net zo ingeburgerd als Elvis en de Burger King.

Philip Hoorne - 2006

11:10 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

24-05-06

GEDICHT

VOOR HET VERSCHEIDEN

alle vier een poot met een stuk, dat is wat zal
geschieden, geen laatavondfilmhartenpijn, maar
een eerlijke verdeling van tafels, stoelen, schoot-
hoge huisdieren en ander zit- en aanzitmeubilair

is dat de reden voor mijn afwachtende houding
tegenover de hoogpotige die me elke dag een
smachtende stapel zo dik als de komrij stuurt?

me om het kwartier laat weten dat ze slechts wil leven
als ze mag ademen doorheen het intiemste mijner delen?

(ben ik een opgeblazen zak lucht?)

misschien wel, misschien niet, wie maalt erom?
nu even geen tijd voor duidingsprogrammagezeik
ik heb poten te tellen, een zaagblad te wetten

Philip Hoorne - 2006

20:34 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

GEDICHT

NA DE SOLDEN

ik heb een nieuwe broek
maar geen gat dat erin past
het is ook altijd wat

ik moet afvallen of aankomen
al naargelang de omvang
van kont en pantalon

het zit me niet lekker zei de verkoopster
dat je ze niet wilt passen
en zo deed ook de broek

toch vond ik haar aardig
de verkoopster niet de broek
maar ik wilde niet ik wilde niet

Philip Hoorne - 2006

20:21 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

23-05-06

GEDICHT

KEINE BAHNHOFGESCHICHTE

akke akke tuut tuut weg zijn wij, maar
we blijven en beefden, beklijven en leefden, alsof we
ooit ergens somewhere in summertime een afspraak
hadden met het mooie gotische meisje van de dood

waar vind je tegenwoordig nog integer personeel, drie talen
vloeiend als bloed en passief duits omwille van het nog niet
verwerkte bitchy beulsgebroed?

waar, zeg me waar, vind je dat nog?
wat dan? wel, wat ik net zei: integer personeel, drie talen
vloeiend als bloed en passief duits omwille van het nog niet
verwerkte bitchy beulsgebroed

Philip Hoorne - 2006

10:30 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

09-05-06

WEDEROM KNACK

Deze week staat in Knack een artikel dat ik schreef over stadsdichters in het algemeen en de bundel onze-lieve-vrouwe-zeppelin, Antwerpse gedichten van Ramsey Nasr in het bijzonder.

Het heet De minstrelen van de moderne tijd en op welke pagina het staat, weet ik morgen pas als de nieuwe Knack in de winkels ligt.

18:43 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

30-04-06

KORT OP ZONDAG

Ik ben een misantropische dierenvriend, zei hij, en hij gaf de hond van de buren een niet zo harde schop voor zijn kop.

 

Uit de cursus Mensenleer:

‘Heeft het een volle donkere snor, dan is het studieobject allicht van Turkse origine. Verder onderzoek kan leiden tot geslachtsbepaling.’

 

De Marokkaanse gemeenschap in België laat in een communiqué weten dat – en ik citeer – ‘wij niet gekant zijn tegen de immigratie van Polen en onderdanen van andere Oostbloklanden, op voorwaarde dat ze niet al te zeer op ons gelijken.’

12:49 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

29-04-06

KRAKATAU PODIUM II - VIEL HET MEE?

Ja, was leuk, dat Krakatau Podium II in Zaal De Unie te Rotterdam. Professionele organisatie, prima zaal, aardige dichters - Anneke Claus, Willem Thies en ikzelf. Peter de Groot leidde de avond in en uit zoals hij alleen dat kan... en er was een keigoede muziekband: Bomb Shelter, onder aanvoering van frontman Mark Lotterman, een charismatische en bijzonder grappige multi-instrumentalist. Hun muziek is onpretentieuze bluespoprock, hun teksten heerlijk relativerend geestig. Nog nooit trad Bomb Shelter op in België. Nou, dat wordt dan wel eens tijd, organisatoren van De Nachten, ZuiderZinnen en consorten. En als jullie Bomb Shelter boeken, boek mij dan ook... kan ik ze opnieuw aan het werk horen.

21:36 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

26-04-06

KRAKATAU PODIUM II

Morgenavond treed ik op in Zaal de Unie te Rotterdam tijdens het Krakatau Podium II. Alle info vindt u hier.

Overigens staat in het gloednieuwe nummer van Krakatau een korte doch fraaie recensie van mijn nieuwe bundel Het ei in mezelf.

17:10 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

16-04-06

HET MEDISCH ONDERZOEK (11 - SLOT)

Stilaan wil ik een einde breien aan dit verhaal dat nu al ruim 16 A4’tjes telt. Het laten doodbloeden. Geen climax. Niet spurten, maar onderweg op kousenbanden stilletjes wegrijden, dat is mijn tactiek. Je zou ervan opkijken wat je allemaal met een schoenlepel kan doen: je schoenen aantrekken, hem in je mond steken en aaaaa zeggen, hem in je mond steken en oooohh zeggen, als drumstick gebruiken om er een wijsje mee te roffelen. Laten we stilaan afronden. Eerst nog even recapituleren. Wat een onschuldig medisch onderzoek op het werk moest worden, eindigde in de gevangenis. Voilà, in één zin laat het zich samenvatten, net als het leven zelve: ik word geboren en ik ga dood. Zo eenvoudig is het allemaal. Ik ben geen nihilist, weet zelfs niet wat het betekent. Ik durf te wedden: aanhanger van het nihilisme. Ik lees in literaire teksten soms de woorden modernisme en post-modernisme. Weten jullie dat ik geen flauw benul heb wat dat precies is. Weet je, mensen bazelen maar wat, dat is het hele eieren eten. Je mag zeggen van Duran Duran wat je wilt, maar ‘Electric Barbarella’ is één van de mooiste popsongs aller tijden. Na ongeveer 2 minuten en 40 seconden komt in dat liedje een ongelooflijk schitterende passage voor, of zeggen ze dat niet van een lied, passage? Als je eenmaal getoond hebt dat je het kunt, hoef je niks meer te bewijzen. Ik heb ‘Vogeltje’ geschreven, en ‘Slotpleidooi’ en ‘Wanneer eten we nog eens aardappelpuree?’, drie van de mooiste gedichten in de Nederlandse poëzie – al is dat laatste nog ongepubliceerd – zodus, wat zou ik mij nog uitsloven? Ik heb Justine Henin’s éénhandige backhand gezien, zowel gekruist als langs de lijn, wat moet er nog meer zijn? Zand? Moet er nog zand zijn? Absoluut niet, ik heb geen zand nodig. Stop uw zand maar waar het zonlicht nooit schijnt. Vandaag is het Pasen en ik zit hier in mijn cel een beetje in mezelf te mijmeren. Uit mezelf mijmeren zou nogal silly zijn. Buiten kriekt de lente en iets verder framboost de zomer en nog een beetje verder aardbeit de winter. De seizoenen en ik zijn geen beste maatjes, elk jaar datzelfde liedje, vervelend, jong, vervelend! Ik hoop dat ik geen honderd word, maar dat is weinig waarschijnlijk. 99 is een prima leeftijd om te sterven, vraag dat maar aan… ja, aan wie eigenlijk? In de verte weerklinkt het geroep van kinderen, het getoeter van auto’s, het geroekoekoe van duiven. Ik voel daar geen enkele gedachte of emotie bij. Kan een mens gedachten voelen? Ik denk van niet. Dzjiezes, dit wordt wel een heel belabberd einde. Het gevangenisregime is niet goed voor mijn taalknobbel. Ik ben hier dan ook de enige Nederlandssprekende gedetineerde. Wie denkt dat de volgende zin zal luiden: ‘In geen tijd leerde ik hier vloeiend Turks en Marokkaans,’ heeft het verkeerd voor. En mij dan van racisme beschuldigen zeker? Hoorne blablabla stelt op zijn weblog blablabla dat de Belgische gevangenissen vol allochtonen zitten blablabla. Niet met mij, zulle. De reden dat ik na zoveel weken in het cachot nog geen Turks en Marokkaans spreek is dat ik die gasten geen ene keer heb aangesproken en zij mij niet. We moeten elkaar niet. Ieder zijn speeltuin. Ik hoorde daarnet de cipiers bezig over een jongen die in het Brussels Centraal Station door twee Afrikanen is omgebracht. Met vijf messteken. Omdat hij zijn mp3-speler niet wilde afgeven. Op een weekdag, om vier uur in de namiddag, temidden van honderden pendelaars die maar aan één ding dachten: hun trein halen. Waarom? Om naar hun lelijke huis te sporen in een lelijke stad om er een lelijke dag af te sluiten in het gezelschap van hun lelijke vrouw (man) en hun lelijke kinderen. Goed dat ik híer zit, denk ik dan. En dat het vandaag geen verkiezingen zijn. En dat ik geen mp3-speler heb. Wie wind zaait zal storm oogsten. En wie storm eet zal veel scheten laten. Ik ben moe. Ik ga op mijn brits liggen en sluit mijn ogen. En Jantje, wat zoude gij graag doen voor uwen verjaardag? Welke vriendjes gaat ge uitnodigen? Geen, mama, ik zal mij de hele dag opsluiten in mijn kamer, ik wil niemand zien. Maar jongen toch! Ja, mama, alstublieft, mama, ik zou dat heel graag doen, mama. It’s my party and I cry if I want to. Dat zegt Jantje niet, want hij is te jong om zijn gesprekken of gedachten al met Engelse quotes te doorspekken. Het is een liedje van enkele decennia geleden. It’s my party and I cry if I want to. Een schoon liedje was dat.

 

Iemand morrelt aan mijn celdeur. Ik ga rechtop zitten. De deur slaat open. In het deurgat staat Marcel, de cipier met de twee neuzen. ‘Je mag naar huis,’ zegt hij. ‘Waarom?’ vraag ik. ‘Allez,’ zegt hij, ‘je bent vrij.’ ‘Godver, Marcel, ge hebt mij wakker gemaakt, ‘k was net aan het indommelen.’ Ik ga weer liggen, Marcel verbouwereerd in de deuropening achterlatend. Jantje zit in zijn kamer. Van zijn ene oma krijgt hij een gsm en van zijn andere een mp3-speler, maar Jantje wil niet naar beneden komen. Papa staat beneden aan de trap te tieren dat hij nu meteen moet komen of dat het zijnen beste keer niet zal zijn. Jantje hoort het en glimlacht. Hij voelt zich het centrale personage in een mop die begint met ‘Jantje…’. De deur van zijn kamer is op slot.

23:09 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

15-04-06

HET MEDISCH ONDERZOEK (10)

Het was Superdomme Directeur, die mij altijd 't Klootzakske noemde.

Dat laatste deed hij niet ongestraft. Don't mess with the brain. Samen met Sandra Vanhulle, een klasgenote die hij altijd aansprak met Stomme Trut, zette ik een val voor hem op waar hij met open ogen in liep. Om een lang verhaal niet eens te laten aanvangen: de man werd veroordeeld tot een langdurige celstraf wegens zedendelicten. Een week voor hij zou vrijkomen verhing hij zich in zijn cel, die zich hier iets verderop in de gang bevindt. Waarom toch, jeremieerde zijn familie, hij moest nog maar één weekje zitten, waarom toch, hij zou vrijkomen. Was dat dan niet duidelijk misschien? Met al uw hersenkrakers, quiz- en levensvragen, wendt u tot Het Brein! De directeur verhing zich omdat de schande en de schaamte na zijn vrijlating te zwaar zouden wegen, tiens! Is dat nu zo moeilijk? Soms heb ik de indruk dat mensen vragen stellen om hun domheid te etaleren. Is domheid een nieuwe rage of zo? Is het een nieuwe academische studierichting? Kan je koning van België worden op grond van domheid? Oeps, ongelukkig voorbeeld, dat laatste.

 

Voorzichtig, zonder het brood al te zeer te verkruimelen, peuter ik de vijl eruit. Ze voelt hard, maar vreemd genoeg ook glad en rond aan. Het is jaren geleden dat ik nog een vijl heb gebruikt. Had ik nu maar het handboek Vijlen voor beginners. Waar heeft een schrijver in godsnaam een vijl voor nodig? Om de scherpe kantjes van zijn teksten te vijlen? Vergeet het maar! In mijn schrijfsels durf ik alles zeggen. Een voorbeeldje? Vooruit dan maar. Hugo Claus is een demente en impotente kuttenkop die ooit onder een valse naam ophemelende recensies schreef over zijn eigen werk en die nog gepubliceerd kreeg ook! Nog eentje? Johan Museeuw is een opgefokt Duracell-konijn met een piepstemmeke en een gat als een olifant! En een kuttenkop! Maar hij schreef geen recensies over zijn eigen werk, dat pleit dan weer in zijn voordeel. Nog niet overtuigd? Allez, nog eentje, kort en krachtig: Justine Henin heeft geen tetten! Voilà! Vijlen aan mijn teksten? Ammehoela. Maar ze kan wel aardig tegen een balletje meppen. Ik ben een grote fan van Justine Henin. Haar tennisspel is pure kunst. (Nog eentje om het af te leren: Jan Hoet is een product van de kakmachine van Delvoye.) De gekruiste backhand van Justine Henin, daar kan ik uren naar kijken. Ik heb zo'n tweehonderdtal van die backhands op een DVD-schijfje staan, allemaal na elkaar, en als ik mij verveel, dan bekijk ik die. Druilerige zondagnamiddag, honderden boeken in de kast maar geen die mij weet te boeien, shit op alle tv-kanalen, geen goesting om eindelijk eens dat ultieme supergedicht te schrijven, want na de top wacht slechts de afgrond... wel, dan gaat 'Justine's Gekruiste Backhands' in de DVD-speler. Of Justine's 'Backhands Langs De Lijn'.  Of 'Justine's Passeerslagen (forehand)'. Of 'Justine's Dropshots'. Of ‘Justine’s Lobballen’. Of ‘Justine’s Unforced Errors’, want ook in slechte tijden blijf ik een fan. Maar meestal kies ik voor de gekruiste backhands. Hopla, enkele drukken op de zapper en daar slaat Sjarapova al vertwijfeld haar gelakte klauwen ten hemel. Dementieva grijpt wanhopig naar haar zonneklepje. Lindsay Davenport zet haar poten in haar zij en staart als een autistische zeekoe in het publiek. Amélie Mauresmo doet een ongewilde Arnold Schwarzenegger-imitatie, Martina Hingis' pruillip sleept haast over de court, Kim spreidt zich zo wijd dat ik er pijn van krijg aan mijn scrotum. Serena zit plat op haar gat op de baseline met in haar ene hand een Big Mac en in de andere een enorme beker Häagen-Dasz roomijs. En dat is allemaal het werk van dat frêle Waalse meisje met een cupmaat zo klein dat ze nog moet worden uitgevonden: triple A of dubbel nul of iets in die trant.

 

Daar glipt de vijl uit het brood, maar in mijn handen houd ik ineens een schoenlepel vast. Een schoenlepel? Ja, een schoenlepel! Murat, idioot! Wat moet ik met een schoenlepel? Godverdegodverdegodver! Waar zat God met zijn gedachten toen hij de Joegoslaven schiep? Heeft hij hun koppen gevuld met dode kwallen in plaats van met hersenen? Ik gooi de schoentrekker keihard op de grond. Er springt een brokje af. Ik raap hem snel weer op. Wie weet heeft hij eigenschappen die ik op het eerste zicht niet zag of vermoedde: een zaagblad aan één zijde, of misschien is hij wel hol vanbinnen en steekt in die holte een piepklein vijltje. Ik bepotel het voorwerp aan alle kanten, schud ermee, krab eraan, bijt erin, maar wat zou het… dit is een ordinaire schoenlepel zonder snufjes. Ik zucht en huil een beetje. Had ik nu maar het handboek Hoe maak ik van een schoenlepel een vijl?

(wordt vervolgd)

22:14 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

13-04-06

OPEN BRIEF AAN KEES VAN KOOTEN EN GERRIT KOMRIJ (deel 2)

Op dat onzalige moment passeerde de werkman langs mijn bureau – het hele verhaal speelt zich af op kantoor, want zoals u weet, beste Gerrit, of niet weet, geachte heer van Kooten, heb ik naast mijn geprul in de schrijverij (ja, zo denk ik er wel eens over in mijn meest sombere buien) nog een voltijdse baan, want de vrouw en de kinderen moeten eten, om van mezelf nog maar te zwijgen, en die kinderen van mij, ziet u, worden alsmaar groter; u kent dat wel, mijnheer Koot, kleine kinderen, kleine zorgen, grote kinderen, grote zorgen, en hoe ouder ze worden, hoe duurder het allemaal wordt; net als u heb ik een dochter en een zoon, in die volgorde, en die dochter van mij heeft een gat in alle twee haar handen, enfin, laten wij niet van de kwestie afwijken en ons tot één droefenis beperken. Op dat tijdstip dus, laat in de middag van de vierde april des jaren 2006 loopt de onderhoudsman, Kristof is zijn naam, voorbij mijn bureau met in zijn handen een grote kartonnen doos. Ik lees het opschrift en weet dat het zover is. Een lamlendige gelatenheid overweldigt mij, want dit is de trieste finale van een reeks gebeurtenissen die zich de voorbije weken heeft voltrokken. Kristof brengt de doos naar het kleinste kamertje, gaat er meteen weer vandoor (zonder doos) en keert luttele ogenblikken later terug met zijn materiaalkoffer, een grote bak op wieltjes. Het wordt mij even zwaar te moede, want ik mag enkele zinnen geleden wel beweerd hebben dat het zover was, nu was het wérkelijk zover. Zolang het monster zich in de doos bevond, was er nog hoop, maar nu er een alaambak bij te pas komt, waar zich ongetwijfeld een boor, schroeven met passende pluggen en een schroevendraaier in bevinden, is er geen weg meer terug. Het drama staat op het punt zich te voltrekken en ik kan niks doen, en zelfs als ik zou kunnen, ik mag niks doen, want alles wat gebouwen en infrastructuur aangaat, behoort niet tot mijn bevoegdheid. Als Kristof morgen een poot van mijn stoel komt zagen, zal ik mijn job verder op drie poten moeten uitoefenen en daarbij krampachtig mijn evenwicht trachten te bewaren, want evenwicht is belangrijk, vraag het maar aan een koorddanser. Ja, lach maar! Bescherming van de werknemer? Ammehoela! Vakbondsafgevaardigden? Pipo’s wier beste pak een kleurige vuilniszak is, ja! En ook al zal ik nog duizend keer kakken op mijn pot en die verdomde onderhoudsman nooit van zijn leven, mijn lot ligt volledig in zijn vuile poten. Ergens hebben directieleden, collega's en technici, die ik nog vaak in de gangen van dit immense gebouw tegen het lijf zal lopen, dit beslist. Mocht ik met absolute zekerheid weten om wie het gaat, ik zoude hen nooit meer groeten, ik zoude hen straal negeren, ik zoude hun auto- en fietsbanden luchtledig maken. Dit laatste klinkt kinderachtig, maar ik ben dan ook heel erg boos, en om een oude Zuid-Mongoolse zegswijze te parafraseren: boosheid is de kaasstolp op de rede.

 

Dit verhaal is een waar verhaal. Ik mag mij in het verleden al vaak schoner hebben voorgesteld dan ik in werkelijkheid ben, en bij nog meer gelegenheden lelijker dan ik ben – want wie wenst geliefd te worden, wenst ook haat over zich af te roepen (het is een kwestie van evenwicht, alles is een kwestie van evenwicht, vraag dat ter bevestiging nog maar eens aan een tweede koorddanser), maar dit verhaal is verdomme waar. Om dit te staven heb ik heel even overwogen om enkele foto’s te nemen van de plek des onheils, én van die kartonnen doos die daar nog altijd staat, maar dan moet ik bij mijn dochter bedelen om haar digitaal dingetje eens te gebruiken, en vast en zeker zal ze mij dit weigeren, want ze heeft het van haar eigen spaarcentjes betaald – en het zomaar uit haar kamer wegnemen vind ik maar kleintjes, zoiets doet een vader niet – en dan vraagt de vrouw wat ik van plan ben en moet ik het allemaal nog eens aan haar uitleggen, alsof u deelgenoot maken aan dit onheil nog niet genoeg is. Dit is mijn kruis en ik zal het dragen. Alleen. Ik zal mijn verhaal vertellen, aan u, en op het einde zal u zeggen ‘is het dat maar?’ en overgaan tot de orde van de dag, want u weet niet wat het is. Zo ze in Amsterdam en Portugal al van die dingen hebben, dan heeft u ze zeker niet in huis. En zo ja, stop dan maar met lezen. In dat geval heb ik mij vergist in het uitkiezen van uw schouder om op uit te huilen. Neen, u heeft de krengen niet in huis, dat weet ik haast zeker. Vooralsnog doemen ze bijna uitsluitend op in publieke plaatsen, maar er komt een tijd dat deze gedrochten de hele aarsveegsector zullen inpalmen. Zeg niet dat ik u niet gewaarschuwd heb! En met u, waarde Gerrit, geachte Kees, iedereen die over uw met mijn tranen besprenkelde schouders meeleest. Ik mag dan wel een beetje zot wezen, of een dubieuze reputatie hebben waartegen ik mij maar minnetjes verzet, als u straks met uw broek op uw enkels zit te zweten op het privaat, vervloek dan voor mijn part het hele noordelijk halfrond, maar schijt niet op de pianist (en die tikfout mag blijven staan!)

 

(wordt vervolgd)

21:25 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

12-04-06

VANDAAG...

... in Knack mijn eerste bijdrage voor dit met voorsprong belangrijkste en meest kwaliteitsvolle nieuwsmagazine van Vlaanderen: een bespreking van het verzameld werk van Stefan Hertmans.

Ik bereik hiermee 679.000 lezers (bron: CIM). En zeggen dat ik 200 bezoekers per dag voor dit blogje al heel wat vond.

 

14:13 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

05-04-06

OPEN BRIEF AAN KEES VAN KOOTEN EN GERRIT KOMRIJ (deel 1)

Geachte heer Kees van Kooten,

Geachte heer Komrij, beste Gerrit,

In de sanitaire branche is een kwalijke ontwikkeling aan de gang, waarover ik niet wil nalaten u te berichten. Waarom ik mij tot u beiden wend, wil ik evenmin in het ongewisse laten. U, geachte heer van Kooten, heeft in het verleden, al dan niet onder het mom van een typetje, lucht gegeven aan tal van kleine ergernissen die zich in onze hedendaagse maatschappij manifesteren. Een spijker met een ondoordacht kopje, een hamer met een stroeve steel, een tuinslang die zich niet zonder een potje Grieks-Romeins worstelen laat haspelen, op sublieme wijze slaagde u er telkens weer in om in een hooglijk amusante taal uw grieven te delen met de lezer. Als geen ander weet u hoe kleine praktische beslommeringen ons de duvel aandoen in een mate die omgekeerd evenredig is aan hun schijnbare nietigheid. Oorlog in Oost-Afrika? Jammer, maar een tube lijm die vanzelf leegloopt na het verwijderen van het dopje, een horreur!

Deze brief richt ik in een ruk door aan de heer Komrij, die ik in het verdere verloop van dit schrijven als Gerrit zal aanspreken. Ik eigen mij die vrijheid toe op grond van onze niet zo talrijke maar altijd aangename ontmoetingen in het verleden. Bent u immers, waarde Gerrit, naast uw literaire duizendpootschap ook niet een erudiet connaisseur van alles wat van dichtbij of veraf naar stront ruikt. Wis en zeker heeft de recente publicatie van uw Encyclopedie van de Stront, Kakafonie genaamd, mij ervan overtuigd er goed aan te doen u deelgenoot te maken aan mijn chagrijn. Immers, zoals reeds minimaal ontsluierd in de aanhef van deze brief, heeft mijn latente woede van de laatste uren – sinds gisteren 4 april 2006, 15 uur 35 om precies te zijn – te maken met een der voornaamste aspecten van de menselijke uitwerpselarij, namelijk het aarsreinigen.

(wordt vervolgd)

12:30 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

31-03-06

HET MEDISCH ONDERZOEK (9)

Enkele dagen later vind ik tussen mijn post het handboek 'Ontsnappen voor beginners' – gelukkig in een discrete omslag – en een lang bruin brood – heel wat minder discreet verpakt in een ordinaire broodzak van bakkerij Kramikske. De keerzijde van de zak vermeldt de slogan 'Haal meer uit uw brood!' Belachelijk quote, maar in mijn situatie bijzonder toepasselijk. Ik haal het brood uit de zak, maak met mijn hand een holletje in de zijkant, moet ineens kakken, kak en veeg mijn gat af met enkele pagina's die ik uit 'Ontsnappen voor beginners' scheur en was mijn handen. Vervolgens graaf ik verder in het brood en al gauw voel ik wat ik er hoop te voelen: een hard en solide voorwerp. Ik werp een blik op mijn getraliede venster. Als ik er de twee middelste spijlen uithaal, ben ik zo de pijp uit. Vier maal vijlen dus, maar niet te onstuimig, zo weinig mogelijk vijlsel produceren. En als de eerste staaf los is die voorzichtig met kauwgom provisorisch terugplaatsen tot de tweede ook los komt. Klein probleem: het venster bevindt zich hoger dan mijn armen reiken kunnen. Daar heb ik wat op gevonden. Als ik de lattenbodem van mijn bed schuin tegen de muur opstel, kan ik die als ladder gebruiken. Mijn voetpunten passen precies in de openingen tussen de latten. O, wat ben ik toch een slimmerd. Vroeger op school noemden mijn vrienden mij Het Brein, mijn meisjesvrienden noemden mij Het Knappe Brein, de juf biologie noemde mij Het Superknappe Brein. Als wederdienst noemde ik haar Superknappe Juf, want dat was ze ook.

 

‘Ga zitten, Superknappe Brein, ken je de leerstof?’

‘Ik denk het wel, Superknappe Juf, ik heb gisteravond lang gestudeerd.’

‘Goed zo, hopelijk zal dat zo meteen blijken, Superknappe Brein.’

‘Ik hoop het ook, Superknappe Juf.’

‘Eerste vraag: hoe noemen we het kleintje van een koe, Superknappe Brein?’

‘Kalf, Superknappe Juf.’

‘Uitstekend, Superknappe Brein! Vermits je alle vragen correct hebt beantwoord, kan ik niet anders dan jou het maximum van de punten geven. Had je verwacht dat het zo vlot zou gaan?’

‘Ik had een goed voorgevoel, Superknappe Juf. Het is altijd prettig als hard studeren ook loont.’

‘Zo is het maar net, Superknappe Brein, veel succes nog met de andere examens.’

‘Dank je wel, Superknappe Juf, mag ik jou een prettige vakantie toewensen?’

‘Of die prettig wordt of niet, Superknappe Brein, hangt natuurlijk af van het aantal keren dat ik jou zal zien.’

‘Ik begrijp het, Superknappe Juf, zullen we morgenavond afspreken in het gemeentepark, bij de derde beuk links?’

‘Vanavond, Superknappe Brein?’

‘O.K. Superknappe Juf.

‘En tussen haakjes, het zijn geen beuken maar eiken. Heb je in de les over de loofbomen niet goed opgelet, Superknappe Brein?’

‘Toch wel, maar ik word altijd zo hevig afgeleid door jouw immense schoonheid, Superknappe Juf.’

‘Maar dat het kleintje van een koe kalf heet wist je, Superknappe Brein. Was ik in de les over de zoogdieren dan niet mooi?’

‘Toch wel, Superknappe Juf, maar het stuk over de zoogdieren heb ik extra goed ingestudeerd.’

‘Je hebt warempel een beetje geluk gehad met deze proef, heb ik de indruk, Superknappe Brein.’

‘Ja, misschien toch wel een beetje, Superknappe Juf.’

‘Welk examen heb je morgen, Superknappe Brein?’

‘Chemie, Superknappe Juf.’

‘Van mevrouw Pieters, Superknappe Brein?’

‘Ja, Superknappe Juf.’

‘Wat vind je van haar, Superknappe Brein?’

‘Ze legt het soms wat moeilijk uit, Superknappe Juf.’

‘Ik bedoel haar uiterlijk, Superknappe Brein.’

‘Pfff, Miss België zal ze nooit worden. Mits enige plastische chirurgie kan ze misschien ooit nog tweede eredame worden van Miss Stationsbuurt, Superknappe Juf.’

‘Haha, da's een goeie, Superknappe Brein.’

‘Een vleugje humor is belangrijk, niet, Superknappe Juf?’

‘Humor is alleen belangrijk als die uit jouw mond komt, Superknappe Brein.’

Ik glimlach en sla verlegen mijn ogen neer.

‘Zou ik mevrouw Pieters mogen omschrijven als een slachtrijpe struisvogel met klompvoeten en een nijlpaardbakkes, Superknappe Brein?’

‘U neemt mij de woorden uit de mond, Superknappe Juf.’

‘Ze loopt heel hoog met je op, Superknappe Brein, ze noemde jou gisteren tijdens de lerarendag haar beste leerling. Hoe komt dat?’

‘Ik word op geen enkel moment door haar afgeleid, of het zou door haar weerzinwekkende verschijning moeten zijn, Superknappe Juf.’

‘Correct antwoord, Superknappe Brein. Ik geef je bovenop jouw 100% nog enkele bonuspunten die je mag overdragen naar volgend schooljaar. We zien elkaar terug in september, neem ik aan?’

‘Neen, vanavond al onder de derde beuk, euh sorry, eik, Superknappe Juf.’

‘Ga nu, Superknappe Brein, voor ik mij van seksuele extase arbeidsongeschikt moet melden. Wees voorzichtig. Derde eik, ik heb jouw naam alvast in de schors gekrast.’

‘Hebben we niet geleerd dat in bomen kerven stout is, Superknappe Juf?’

‘Stout is my middle name als ik aan jou denk, Superknappe Brein. Alle eiken wil ik eigenhandig kappen voor één oogopslag van jou.’

‘En voor twee oogopslagen, Superknappe Juf?’

‘Een heel regenwoud, Superknappe Brein.’

Toen klopte er iemand op de deur.

 

(wordt vervolgd)

15:39 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

21-03-06

KOOPT HEDEN, NEEN MORGEN, ALLEN DE POËZIEKRANT!

In afwachting van het vervolg van de avonturen van mijn Joegoslavische vriend en mezelf, wil ik u, de bezoeker van deze weblog die mij zo dierbaar is – ja, u daar! – even wijzen op de nieuwe Poëziekrant waarin mijn recente bundel Het ei in mezelf deskundig tegen het licht wordt gehouden.

 

Verder wil ik mij verontschuldigen voor de wijze waarop ik deze blog en ook Poëzierapport een beetje laat slabakken. Wees niet ongerust, ik heb het gewoon druk momenteel. Wat Poëzierapport betreft wil ik al degenen die hun bezorgdheid hebben geuit en reikhalzend uitzien naar nieuwe besprekingen danken voor de ongeveinsde interesse. De redactie is zeer ontroerd en belooft ten stelligste om vroeg of laat weer aan de slag te gaan. Reculer pour mieux sauter, zeggen de Fransen. Oui, non, baguette, camembert en un bon vin blanc, zeggen ze ook, maar dat doet hier nu niet ter zake.

22:19 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

02-03-06

HET MEDISCH ONDERZOEK (8)

(Murat Tarmak - foto: Annelies Doom)

Ik leerde Murat Tarmak kennen op een winderige novemberavond des jaren 2004. Ik haalde een frisse neus in het park, maar aan het kraampje met de frisse neuzen hing een bordje met het opschrift 'Gesloten wegens ziekte'. Dan maar wat tussen de bomen heen en weer gelummeld onderwijl diep in en uit ademend. Op een betegelde vlakte voorstellende een reuzenschaakbord, waar ik echter nog nooit iemand schaak heb zien spelen, sprong een in het zwart geklede man met een stuk of vier handtassen om zijn schouder wild op en neer als een hyperkinetische indiaan die zich oplaadt voor de bizonjacht. Het leek alsof hij zijn voetzolen had verbrand, zozeer krijste hij in een broebeltaaltje dat alleen de slechteriken in de Kuifje-feuilletons, Filip Peeters en Rick de Leeuw spreken. Deze kerel verkeerde in grote nood, ik hoefde geen dokter, ambulancier of priester te zijn om dat te merken. Ik liep naar hem toe en vroeg of ik kon helpen. Als door een angel gestoken staakte hij zijn bokkensprongen, een angel met een verdovend goedje welteverstaan, en keek mij stomverbaasd aan, wendde daarna de blik af en tuurde naar de grond. Na enkele minuten keek hij met een glazige blik terug in mijn richting, dan wederom naar de grond. Dit tafereel herhaalde zich nog een aantal keren en net toen ik besloot mijn weg verder te zetten, kwam hij naar me toe en viel me om de nek.

"Oe hift mij keret van klain kabooter, dank oe, dank oe," snikte hij.

Wie was deze gehandtaste freak die niet goed spreekt de Vlaams? Angstig keek ik om me heen om te zien of er nog meer mensen in het park rondliepen, die mij eventueel ter hulp zouden komen snellen in het geval deze weirdo iets onkoosjer met me voorhad. Dit psychiatrisch geval boezemde me allerminst vertrouwen in. Ik mijd omgang met gekken, gewone mensen zijn mij al meer dan gek genoeg.

"Oe hift mij keret van klain kabooter, dank oe, dank oe," snikte hij nogmaals en hij schudde mijn hand als was het de zwengel van een steekpomp.

Ik rukte me los, nam zijn hoofd tussen mijn handen en drukte het stevig tegen mijn schouder. Ik kan als het echt moet heel erg pathetisch uit de hoek komen. De man was net even groot als ik en had hetzelfde halflange lichtjes krullend haar, waar mijn vrouwelijke fans zonder onderscheid van leeftijd, religie of politieke kleur zo dol op zijn. Zachtjes tapte ik op zijn rug. Eindelijk kon ik de zinnetjes debiteren die ik al zo vaak in Amerikaanse films heb gehoord en die enkel in dit soort situaties kunnen gebezigd worden.

"It's allright… everything's gonna be just fine," waarbij het woordje 'just' ietwat gerekt en nasaal dient te worden uitgesproken en het woord 'fine' een kort, krachtig, vastberaden doch goedmoedig orgelpunt behoort te zijn.

"Dank oe, dank oe, dank oe zir, oe zijn zir goet mens."

Dit kon wel volstaan qua dankbetuiging. Deze knakker moest niet overdrijven.

"Not at all," antwoordde ik, wat in de gegeven omstandigheden nogal silly klonk.

 

Na de man enkele gerichte vragen gesteld te hebben, werd me duidelijk dat ik hier te maken had met wat in het medisch standaardwerk 'Medisch Standaardwerk' van de Duitse neuropsychiater Friedrich Hrubesch omschreven wordt als dwarfofobie, angst voor echte of ingebeelde kleine wezentjes als daar zijn kabouters, dwergen, gnomen en Vera Dua. Dwarfofobie is een aandoening zo zeldzaam dat er bijna nergens informatie over te vinden is. In de volksmond wordt dwarfofobie ook wel eens smurfenhaat genoemd, alhoewel die term absoluut de lading niet dekt, want met haat in de strikte betekenis van het woord heeft dwarfofobie niks te maken, veeleer met angst. Die hele verrekte volksmond zou dan ook beter haar… euh… mond houden. Dr. Hrubesch is ook de uitvinder van de angst voor gele Opel Vectra's en het floppydrivefetisjisme, een seksuele afwijking waarbij de patiënt, veelal van de mannelijke kunne, zijn geslachtsdelen in de floppydrive van een computer probeert te wurmen met bevrediging als doel.

 

In de handel bestaat er efficiënte medicatie ter genezing van dwarfofobie. Omdat Murat niet kon genieten van het Belgische sociale zekerheidsstelsel, kocht ik die voor hem aan, en zo werden we dikke vrienden. We gingen samen naar het voet-, basket-, volley-, korf-, honk-, base- en softbal, maar nooit naar het dwergwerpen. Murat bleef om gezondheidsredenen beter uit de buurt van kleine mensen. Bij de aanvang of het einde van de schooluren voorbij een kleuterklasje rijden of in de auto een cd van Prince afspelen waren al tamelijk riskante ondernemingen. Murats lievelingssong is, hoe kan het anders, 'Short people' van Randy Newman. Short people have no reason to live. Hij zong het altijd uit volle borst mee, jammer van dat Slavisch accent. Zijn meest gehate lied is 'Comment ca va' van The Shorts. Het is goed dat vrienden van elkaar weten waar ze het meest van houden en wat ze het meest verafschuwen.

 

Murat vergezelde me naar literaire lezingen. Toen ik enkele maanden geleden te gast was als Dichter aan Huis in Den Haag, schuimde Murat de Haagse straten en pleinen af op zoek naar een publiekje voor mij. Daarbij wist hij een trosje uitgelaten poëzieliefhebbers dat gezwind op weg bleek te zijn naar het optreden van Tom Lanoye, met enige hulp van Bambi te overreden om hun koers bij te sturen richting Willemstraat 116 alwaar 'de vandazdieze Vloamse diegter Philip Hoorne' zoude voorlezen uit eigen werk. Ik keek nogal raar op toen het zootje ongeregeld eraan kwam, ze mochten hun armen nu wel laten zakken. En Murat moest ook niet overdrijven. Tom Lanoye nog aan toe! Ook janetten zeker, te zien aan hun slecht geverfde kapels, het kontgewiebel en de roze overhemden? Maar ze waren welkom.

 

U gelooft mij niet, hé? Wel, op het einde van die drukke maar bijzonder gezellige zondagmiddag liet Murat zich door de fotografe van dienst, gewillig fotograferen aan de voordeur van het nederige doch warme stulpje van mijn gastheer-voor-één-dag, de ook zonder Bambi tegen zijn hoofd heel aardige Michael Goldan, net als Murat een kerel met Oost-Europees bloed, wat een bandje schiep.

 

Dit kan volstaan als duiding bij mijn relatie met Murat Tarmak. Terug naar Murat die met een brood onder zijn arm naar mij op weg is. Hèhè, wat spannend, zo spannend dat ik de hele tijd naar het toilet moet voor een kleine plas. Op 27 november 2009 heb ik een afspraak met een uroloog voor een prostaatonderzoek. Onder de 45 is er geen enkel risico, zegt hij. Ik ben van zijn actie op de hoogte, Murat bedoel ik, niet de geneesheer-specialist die zich over enkele jaren aan mijn prostaat zal wijden. Ik weet dat Murat mij vroeg of laat uit mijn penibele situatie zal halen, want enkele dagen geleden waaide een samengevouwen papiertje in mijn cel. Daar stond op te lezen: 1/2 kg tommaten, 1 fles oleifolie, tantepasta, 1 fles feijenoord limoen allesreiner, 3 groot zak koogels. Een kwartiertje later liep Murat de supermarkt binnen met het briefje 'Ik kom je bevrijt met broot.' in zijn handen. Nog eens een kwartiertje later was het misverstand uit de wereld geholpen. Murat wierp het kattebelletje dat voor mij was bestemd door de tralies van mijn cel en ik gooide het boodschappenlijstje terug naar buiten, niet zonder eerst de taalfouten te hebben gecorrigeerd en het woord feijenoord door ajax te hebben vervangen.

 

(wordt vervolgd)

12:50 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

27-02-06

HET MEDISCH ONDERZOEK (7)

Murat Tarmak haalt de cassette van Jungle Book uit de videospeler, doet een maar half geslaagde dansimitatie van Baloo de beer, trekt Bambi uit de holster en knalt door het keukenraam een willekeurige voorbijganger neer. Tegen de tijd dat er sirenes weerklinken, is Murat al onderweg naar de penitentiaire instelling waar hij zijn tweede jeugd en alledrie zijn midlifecrises beleefde. Onder zijn arm houdt hij een broodzak gekneld. Even raakt hij het noorden kwijt. Hij vraagt de weg aan een oud vrouwtje en plukt, nu ze toch het behulpzame type blijkt te zijn, haar handtas van onder haar arm en zet het op een lopen. Shit, wat zei dat besje ook weer? Rechts, dan nogmaals rechts, rechtdoor, links, links, rechts, rechts houden, flauwe bocht en dan naar links? Of was het rechts, dan nogmaals rechts, rechtdoor, links, rechts, links, links houden, flauwe bocht en dan naar links? Dedju toch hé! Sinds Murat ooit van een assertieve juwelier, wiens zaak hij wilde leegroven, een mep tegen zijn rechter slaap ontving, lijdt hij aan concentratiestoornissen en amnesie. In de handtas steken een kleine geldbeugel en een grote portefeuille. In de kleine geldbeugel zit wat een mens in een kleine geldbeugel mag verwachten: kleingeld. Murat klettert het tegen de stoeprand. In de grote portefeuille zitten behalve een resem klantenkaarten, kortingsbonnen en foto's van kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen en huisdieren alleen maar twee biljetten van 5 euro. Zou je geen ongeluk begaan? Murat trekt Bambi en kijkt achter zich waar het wijf gebleven is. Nergens te bespeuren. Handtas gestolen, maar toch haar lucky day, jammer dat ze dat nooit zal beseffen. Wat heb ik ook weer onder mijn arm? Murat kijkt in de broodzak. O ja, nu weet hij het weer. Een brood. Op naar de gevangenis om mijn goede vriend Philip Hoorne te helpen ontsnappen, murmelt Murat Tarmak in een Slavische dialect tegen zichzelf, en hij zet er flink de pas in.

 

(wordt vervolgd)

20:17 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

22-02-06

HET MEDISCH ONDERZOEK (6)

In elk deel van dit verhaal heb ik tot nu toe een nieuw personage opgevoerd. Dat zal nu moeilijk gaan, want ik zit nog steeds alleen in mijn cel in stilte in elkaar gedoken in een hoekje in een zin die te veel keer het woordje in bevat. Mijn enige vriendje is Ciske, Ciske de rat. Een grijsbruin gedrocht van ruim een halve meter lang, staart niet inbegrepen. Ciske draagt een ouderwets bruinoranje Adidas-trainingspakje en een groene geruite pet. Ciske is geen prater. Ik ook niet, dat valt dus reuze mee. Of tegen, ik weet dat nog niet precies. Sommige zwijgers hebben graag zwijgers om zich heen, andere zwijgers verkiezen praters. Ik weet niet tot welke groep ik behoor. Het hangt er allemaal een beetje van af. Zal deze aangeklede rat verder nog een rol spelen in dit verhaal of eventueel een revival van het magisch-realisme inluiden? Neen, geen van beide, of moet dat zijn geen van beiden? Ik ben een vragende mens. Wie ben ik? Waarom zit ik hier? En Ciske, wat doe ik met hem? Weg met die rat. Geen ongedierte in mijn cel noch in mijn verhaal en geen heropflakkering van het magisch-realisme in Vlaanderen. Overmatig gebruik van het voorzetsel in wijst op een hoge mate van doodsverlangen zei mijn psychiater zaliger altijd. De brave man is gestorven in een verkeersongeval. Hij werd door een indom als indiaan verkleed individu aangereden in de Ingooigemstraat te Ingooigem ter hoogte van het kantoor van ingenieur Ingelbrecht die gehuwd is met Inge In 'T Ven, de dochter van de Belgisch-Indische industrieel Indira In 'T Ven. Intriest.

Ik zit nu helemaal alleen in mijn cel. Ciske is verdwenen. Moge hij ooit de vuilnisbelt of het riool van zijn dromen vinden. Ciske is weg, voorgoed. Net zomin als dokter Adriaens zal hij nog terugkeren om in dit verhaal een rol van betekenis te spelen. In deze erbarmelijke omstandigheden is dat al meer dan voldoende om een traan weg te pinken. Ik zal hem missen, Ciske, met zijn onmodieuze jaren tachtig sportoutfit en zijn gekke petje met golfembleem, twee gekruiste clubs met een balletje in het midden. Maar ook alleen is een mens niet alleen. Als kind heb ik hele gesprekken gevoerd met mezelf en ik doe het nog steeds. Of ik kruip in de huid van iemand anders, het is gratis en risicoloos. Even een voorbeeldje ter illustratie.

"Bij ons staat Jan Ceulemans, trainer van Club Brugge. Tja, Jan Ceulemans, mogen we zeggen dat het Europese liedje voor Club hier vanavond eindigt?"

"Ja, oké, ik had er meer van verwacht en ik denk ook niet dat we deze nederlaag verdienden, maar twee individuele fouten hebben ons de das omgedaan. We moeten op een mirakel hopen volgende week, maar het zal moeilijk zijn."

"Toch wel een sterke ploeg, hé, die Italianen."

"Als je ziet dat ze enkele van hun beste spelers op de bank zetten of thuis laten… we wisten het op voorhand, er zat zeker meer in vandaag, maar het heeft niet mogen zijn."

"Hoe kijk je terug op deze Europese campagne?"

"Ik denk dat onze doelstellingen bereikt zijn. We hebben Champions' League gespeeld. We mikten op die derde plaats en dat is ons gelukt. Ik denk dat we mogen tevreden zijn."

"Alles op de competitie nu?"

"In de competitie moeten we het nu van match tot match bekijken."

"Veel succes, Jan Ceulemans."

"Dank u."

Heel wat gedachten en herinneringen schieten door mijn kop, maar niet een is geschikt voor publicatie. Zal ik vertellen over die keer dat ik met de bus naar het werk reed, 's ochtends niet de tijd had genomen om naar het toilet te gaan en onderweg in mijn broek kakte?

"Luister, Hoorne, als je iets vertelt aan de lezers, moet je het juist vertellen."

"Doe ik toch, Hoorne."

"Neen, dat doe je niet."

"Vertel jij het dan."

"Je laat uitschijnen dat je al op de bus in je broek kakte, terwijl het eigenlijk gebeurde op weg te voet van de bushalte naar het werk."

"Is dat zo?"

"Yep."

"Weet je het zeker?"

"Heel zeker."

"Je was er al bijna toen het gebeurde. Ontdaan maakte je rechtsomkeert, niet naar de bushalte aan het station, maar naar de halte op de Grote Markt die zich iets dichterbij bevindt. De bus kwam net aangereden. Onderweg liep je nog een collega tegen het lijf die schertste dat het werk wel de andere kant uit was."

"Ja, nu je het zegt. Het was een bloedhete dag, niet?"

"Helaas wel, ja."

"En de bus zat maar voor een kwart vol."

"Gelukkig maar."

"Een genante vertoning, maar de hele tijd hield ik de boel onder controle."

"Wat van jouw sluitspier niet kon gezegd worden."

"Godver, je was er ook bij, het is ook jouw sluitspier."

"Haha."

"Het was een accident de parcours, niet minder maar ook niet meer. En laat ons er nu over zwijgen."

"Jij wilde dit verhaal vertellen, niet ik. Je wilt goochelen met feiten en fictie en bedient je daarvoor van nogal slap gezwets, vind ik. Dit verhaal begint serieus aan bloedarmoede te lijden."

"Als het ooit in boekvorm verschijnt, knippen we dit stuk eruit, O.K.?"

"Ja, doen we."

"Ik stel voor, dat we terug in onze cel zitten en een nieuw personage opvoeren."

"Wat voor een personage?"

"Ik heb een leuke naam: Murat Tarmak."

"Een Joegoslaaf?"

"Ja! Goed zo, jongen! Een echte bad boy die ons zal komen bevrijden."

"En waarom zou hij dat doen?"

"Al schrijvende komen we dat wel te weten."

"Ik weet het niet. Heb je geen Deen of Zweed of zo? Neen, geen Deen, te gevaarlijk momenteel. Doe mij maar een Zweed of een Fin, ene Sven Svensson of Petri Kupiainen."

"Murat Tarmak lijkt mij leuker. Nemen we hem of niet?"

"Wat wordt zijn functie in het verhaal?"

"Functie? Sinds wanneer maken wij ons druk om de functionaliteit van een personage? Hij komt, doet zijn ding en wordt weer afgevoerd, c'est simple comme bonjour."

"Je weet dat ik moeilijk afscheid kan nemen van personages. Ik kan nog altijd niet geloven dat die aardige mevrouw van de Dienst voor Arbeidsgeneeskunde is vermoord."

"En dat wij de mogelijke dader zijn, ha, hoe komen we erbij?"

"En Ciske, wie weet loopt hij wel in zijn ongeluk."

"Een ongeluk rattenval genaamd of pesticide."

"Ach, doe niet zo cynisch. Ik wil dat dit verhaal een positieve wending neemt. Geen cynisme, geen scheldwoorden, geen slap gezeik, geen seks of geweld, iets Disney-achtigs. Kunnen wij dat?"

"Een sprekend hertenjong met een vlinder op zijn snoet of een kabouter met een dikke neus is snel gecreëerd."

"Neen, geen kabouter, beetje cliché… Zeg?"

"Ja, wat is er."

"Hoe heet die kabouter ook weer in dat boek van Ingmar Heytze?"

"Ik ben er voor niemand?"

"Ja."

"Zou ik even moeten opzoeken. Dat is nu van geen tel. Allez, knopen doorhakken. Murat Tarmak, nemen of niet?"

"Ik wil hem wel een kans geven."

"O.K. Murat Tarmak, 39 jaar, geboren in Belgrado, draagt altijd zwarte kleren. Heeft zijn straf uitgezeten, roofmoord, drugs, pooierschap, harde jongen, maar heeft ook een zachte kant. Houdt van Disney-films, maar niet met kabouters."

(wordt vervolgd)

17:43 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

20-02-06

HET MEDISCH ONDERZOEK (5)

 

Mijn cel is kaal maar proper. Ik weet niet wat mij precies ten laste wordt gelegd. Het is te zeggen: ik weet het eigenlijk wel. De verpleegster van de Dienst voor Arbeidsgeneeskunde en mijn twee buren in het ziekenhuis werden om het leven gebracht en overal, werkelijk overal zijn mijn vingerafdrukken teruggevonden. En dat terwijl ik pertinent zeker weet dat ik het niet gedaan heb. Leiden mijn vingers een eigen leven? Heeft iemand mijn vingerafdrukken gekopieerd? Zal ik dit verhaal de magisch-realistische toer laten opgaan?

 

Toen ik nog een kind was, beleefde de kunststroming die het magisch-realisme werd genoemd haar hoogtepunt of de naweeën daarvan. In Vlaanderen toch, onze noorderburen waren niet zo dol op die hocus pocus. Elk leerboek Nederlandse taal bevatte van die verhalen die op een gegeven moment geheel de mist ingingen. Verhaaltjes zoals ik ze tegenwoordig wel eens durf schrijven, maar dan saai en zoutloos. Magisch-realisme, djiezes, hoe heeft het ooit iets kunnen voorstellen? Hoe heette die hopman van het magisch-realisme ook alweer? Daisne. Juist ja, Johan Daisne. Wie kent niet zijn grimmig pamflet tegen de hippiecultuur getiteld 'De man die zijn haar kort liet knippen'? In dat visionaire meesterwerk rookt een hippie een joint van slechte makelij (pagina 7) waarna zijn ziel hemelwaarts zweeft (pagina 8). Daar aangekomen staat Sint-Pieter hem op te wachten met een grote heggenschaar in zijn handen (pagina 10). Knip knip doet Sint-Pieter en de lange lokken van hippiemans dwarrelen ter aarde (pagina 12). Gelukkig heeft alleen het lichaam beharing en niet de ziel. Geen man overboord dus. In een halfslaap verzonken mijmert onze peacebrother hier een wijle over (pagina 14 tot pagina 253) waarna hij op pagina 254 stikt in zijn eigen braaksel. Wat is er immers gebeurd? Die dag heeft onze vriend omstreeks vier uur in de namiddag bij wijze van ontbijt een stukje bedorven spacecake genuttigd. Dat in combinatie met het onkoosjere rokertje blijkt fataal te zijn. Via het vagevuur komt de hippie in de hel terecht waar mannen wél lang haar mogen dragen. Eind goed, al goed, want op de laatste pagina besluit Daisne zijn fantastische roman met de mysterieuze doch hoopvolle woorden 'Komaan boreling, licht mijn vuurtje. Komaan, boreling, licht mijn vuurtje.' Vertaal dit in het Engels en u weet meteen waar de Doors hun mosterd haalden.

 

Enkele jaren later verscheen van dezelfde auteur 'De trein der traagheid', een al even profetische bestseller over de nakende structurele problemen bij de NMBS. Een trein vertrekt op een mistige morgen in het unheimisch idyllische plaatsje A (pagina 7) op weg naar het stadje C. Na vele honderden kilometers sporen valt de trein stil in het boerengat B (pagina 8). Alras blijkt het om een technisch euvel te gaan (pagina 177). De stoomfluit doet het niet meer en de machinist weigert verder te rijden. Belachelijk, denkt u, maar hoedt u voor voorbarige conclusies. U moet rekenen dat de ijzerweg in die tijd nog in zijn kinderschoenen stond. Bewaakte overwegen waren er niet, onbewaakte overwegen evenmin. Overstekend vee des te meer. En niet te vergeten… de struikrovers in de bosjes. Hier maakt de schrijver volgens mij een foutje, dacht ik aanvankelijk, want het leek mij nogal onrealistisch dat benden onvervaarde struikrovers zich door een stoomfluit laten afschrikken. Hoe kortzichtig en zelfingenomen van mij om te twijfelen aan het métier van Daisne. Stom stom, hoezeer schaamde ik mezelf… want vergeet niet dat we hier te maken hebben met het opus magnum van de Grote Manitoe van het magisch-realisme . Die stoomfluit is dus niet zomaar een stoomfluit, maar een magische stoomfluit. Dat staat er niet, en er wordt nergens allusie op gemaakt, maar ook dat maakte deel uit van het magisch-realisme, er zelf van alles bij bedenken. Evengoed zou je kunnen veronderstellen dat die machinist een schijtlaars is. Of dat die struikrovers leiden aan stoomfluitallergie, of dat ze vrezen dat ineens Sint-Pieter met zijn heggenschaar uit die trein springt. Maar dat ware dan weer te weinig magisch en te veel realistisch. Vergeet bij het lezen van Johan Daisne nooit dat in het magisch-realisme the sky niet the limit is maar only just the beginning.

 

Een tweede exponent van deze kunststroming die Vlaanderen definitief op de wereldkaart zette is Hubert Lampo. Ook over hem valt er heel wat te zeggen. Hij werd geboren in 1920 te Antwerpen.

 

Tot zover deze verhelderende retrospectieve op een der belangrijkste literaire hausses die Vlaanderen ooit gekend heeft.

 

Hier zit ik op mijn brits, een mens alleen met zijn gedachten. Mijn cel is kaal maar proper. Ik weet niet wat mij precies ten laste wordt gelegd. Het is te zeggen: ik weet het eigenlijk wel. De verpleegster van de Dienst voor Arbeidsgeneeskunde en mijn twee buren in het ziekenhuis werden om het leven gebracht en overal, werkelijk overal zijn mijn vingerafdrukken teruggevonden.

 

(wordt vervolgd)

12:38 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

16-02-06

HET MEDISCH ONDERZOEK (4)

Commissaris Callewaert zit achter zijn bureau. Hij maakt een warrige indruk en heeft grote paarse wallen onder zijn ogen. Niettegenstaande er op de glazen toegangsdeur tot het politiecommissariaat een grote sticker hangt met het opschrift ‘Dit is een rookvrij gebouw’ bungelt er een brandend sigaartje aan zijn onderlip. Af en toe neemt hij die uit zijn mond om uit een mok een teug koffie te slurpen. Op het bureaublad tal van vieze bruine vlekken. Callewaert heeft vettig haar, een stoppelbaard en bretellen. Een flik uit een televisieserie. Alleen de holster met pistool onder zijn oksel ontbreekt. Hij wijst naar de stoel aan de ander kant van zijn bureau, dooft het sigaartje in de zware glazen asbak van een al lang vergaan biermerk, leunt achterover en legt zijn handen in zijn nek.

"Volgende week is mijn vrouw jarig en ik heb nog geen geschenk voor haar. Meer zelfs, ik heb nog geen flauw idee wat ik voor haar zal kopen? Heb jij soms een tip? Jij ziet er mij het type man uit dat perfect weet wat een vrouw wil."

De politie, mijn vriend, al goed en wel, maar deze directheid en dat getutoyeer bevallen me niet echt. Maar ik ben op alles voorbereid en alles betekent inclusief vragen als deze. Het antwoord ligt dan ook op mijn lippen klaar.

"Ik weet het niet, commissaris."

"Aha! Bingo!" Hij veert recht, valt weer in zijn stoel en buigt zich vervolgens zo ver voorover dat ik zijn vieze adem kan ruiken.

"Ik weet het niet is het standaardantwoord van de misdadiger, mijnheer Hoorne. Ook dát wist jij natuurlijk niet, maar ik toevallig wel, want ík ben hier de flik en niet jij, anders zat ik nu op jouw stoel en jij op de mijne, en stelde jij mij die vraag, maar de kans dat ik ‘ik weet het niet, commissaris’ had geantwoord, is onbestaande, want ik ben geen crimineel, laat staan een moordenaar."

Hij richt een priemende vinger op mijn borstkas.

"Weet je, ik had hier ooit iemand net zoals jij. Brave burgerman, blanco strafblad, de onschuld in persoon, Mister Nice Guy. Op elke vraag die ik stelde, antwoordde hij met 'ik weet het niet'. Hoe is jouw naam? Ik weet het niet. Waar woon je? Ik weet het niet. Welk resultaat heeft Club Brugge dit weekend gespeeld en tegen wie? Ik weet het niet. Wat is de vierkantswortel van 1681? Ik weet het niet. Hoe maak je béarnaisesaus? Ik weet het niet… Gelijk wat ik die man vroeg, steeds antwoordde hij met 'ik weet het niet'. Achteraf bleek dat we te maken hadden met Christophe Caluwé, alias de Koppensneller van Koekelare."

Een siddering rolt over mijn rug. "Heeft u de Koppensneller van Koekelare gevat, commissaris?"

Commissaris Callewaert glundert. Hij trekt aan zijn bretellen en laat ze tegen zijn borstkas knallen. Ik interpreteer dit als een teken van fier zijn op zichzelf. Ineens weet ik waarom heel wat mannen geen greintje vreugde meer uitstralen. Er worden geen bretellen meer gedragen.

"Zelfde verhaal met de Hoofdenhakker van Hooglede, de Slachter van Slijpe en de Uitbeender van Uitkerke, allemaal meesters in het ignoreren. Niets wisten ze... correctie, ze zeiden dat ze niks wisten, maar wel allemaal schuldig. Als iemand meteen bekent, mijnheer Hoorne, heb ik maar één zorg, en dat is die gast zo snel mogelijk weer buiten krijgen. Meestal zijn het mannen op zoek naar een goed gesprek. Een kaartje van de psycholoog in hun pollen of een stadsplan waarop ik de hoerenbuurt omcirkel, een schop onder hun gat en hup, buiten die janetten! Eén keer hadden we hier een mafkees die in geuren en kleuren vertelde hoe hij zijn buurvrouw had omgebracht. En zich maar uitsloven om ons dat te doen geloven… lachen dat we gedaan hebben, mijn collega en ik. Op een gegeven moment rolden we over de vloer van de pret. Die vent maakte zich kwaad en legde ineens een bebloed keukenmes op mijn bureau met de woorden 'Ziehier het corpus delicti'. Corpus delicti, haha, heb je het ooit zo zout gevreten? O, wat deed mijn buik pijn van het gieren, ik heb in jaren niet meer zo'n lol gehad. Achteraf bleek ik het bij het rechte eind te hebben. De man bleek geheel onschuldig en had het hele verhaal van a tot z verzonnen. Bedelen om aandacht, zielig, vind je niet? En op zo'n manier. Een half telefoonboek vol met hulplijnen en nummers van praatgroepen en therapeuten, maar ze moeten per se de politie lastigvallen met hun pathetische praatjes. Enfin, weet je wie het gedaan had?"

"Euh… de buurman… ik bedoel de echtgenoot van het slachtoffer?"

"Fout. Het was het werk van de Wreedaard uit Vrasene, een keurige bankbediende die zelfs op de vraag 'wat zijn de huidige rentetarieven voor een hypothecaire lening' antwoordde met 'ik weet het niet'. Tja, dan weet je het wel."

Ik denk aan de titel van dit verhaal, Het Medisch Onderzoek, en hoe ver we daarvan zijn afgedwaald. Zal commissaris Callewaert straks in mijn aars op zoek gaan naar drugs? Word ik gemarteld? Ik huiver en troost mezelf met de gedachte dat daar niks medisch aan is en in dit verhaal niets ter zake doet, maar toch moet ik samen met u vaststellen dat dit verhaal aan een niet vooraf in te schatten wildgroei is begonnen. Hoorne, jij met je ik-verhalen altijd. In de derde persoon kon toch ook. Creëer een personage en noem het Jan Snot of Piet Snot en je bent van een hoop ellende verlost. Als je dan toch zo graag de hoofdrol speelt, was dan acteur geworden. Of paus. Of zanger van U2. In elk geval... this is another fine mess you’ve gotten me into.

"Je hebt nog bijna niks gezegd en je bent er toch al in geslaagd jezelf erin te praten, Hoorne. Haha, sucker! Die moderne politietechnieken zijn een zegen voor de hedendaagse misdaadbestrijding. Waar is de tijd van de nachtenlange ondervragingen… Good cop, bad cop, een spot in je gezicht. Enfin, voor ik nostalgisch word… ik lees even jouw rechten voor... ahum… you have the right to remain silent en je mag één telefoontje doen. Mag ik Pizza Palace Take Away aanbevelen, ik trakteer, 't is te zeggen, de Belgische Staat trakteert, en als je het ooit tot de elektrische stoel schopt, mag je nog eens eten op kosten van de overheid, maar dat zal dan wel in een ander apenland moeten zijn, waar de doodstraf wel nog bestaat. Pizza Palace Take Away, 056 218734."

Commissaris Callewaert draait zijn telefoontoestel naar me toe.

"Vraag naar Luigi en zeg dat het voor Germain is, dan zet hij zijn snelste brommerke in, want terwijl wij hier zitten te eten, blijven de criminelen daarbuiten maar bezig. We kunnen slechts één ding hopen, en dat is dat ook criminelen wel eens een koffiebreak, lunchpauze of snipperdag nemen. Voor mij ene met ham, tomaten en knoflook, neen, doe maar twee met ham, tomaten en knoflook. Ik heb honger als een politiepaard."

De wereld is gek geworden. Vandaag is het duidelijk, de wereld is waarlijk gek geworden, of is het altijd al zo geweest? Toen ik nog een kind was, dacht ik dat alles klopte en in elkaar klikte als een autogordel, maar dat ik nog te klein was om al dat grootse te begrijpen, een beetje zoals een legpuzzel met heel veel stukjes. Zo'n puzzel bevatte altijd een moeilijk gedeelte. De hemel bijvoorbeeld. Wolken. Lucht. Moeilijk, jong, moeilijk. Dan kieperde je al die stukjes op tafel, er voorzichtig zorg voor dragend dat er geen op de grond vielen. De lichtblauwe moesten bovenaan, dat wist je wel. Wolken, lucht, flauw zonnetje, bijna onzichtbaar vogeltje. De overige twee derden van het plaatje waren donker en somber. Daar was de actie, daar gebeurde van alles, fluitje van een cent. Maar die hemel! Hemel, er was zoveel hemel! Die stukjes leken zo verdomd goed op elkaar, maar hadden toch allemaal hun eigen onverwisselbare plekje. Tegen de tijd dat ik twintig ben heb ik mijn levenspuzzel helemaal gelegd, dacht ik, dan zal ik alles weten, gedaan met de twijfel en vertwijfeling... Dream on, dude. Vandaag zit ik plat op mijn gat in een gebombardeerde speelgoedwinkel vlakbij het rek waar daarnet nog de puzzels lagen. Jigsaw, Jumbo, Ravensburger… ik verdrink in de puzzelstukjes. Wat een chaos, wat een miserie, wat een onoverzichtelijke troep.

De commissaris rukt nijdig aan de telefoon, tikt een nummer en bestelt zijn maal. Daarna tikt hij nog een nummer. "Kom hem maar halen," zegt hij, "ik ben klaar."

 

(wordt vervolgd)

13:32 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

11-02-06

HET MEDISCH ONDERZOEK (3)

Als ik ontwaak, blijk ik mij – o surprise surprise – in een ziekenhuis te bevinden. Waarom worden mensen die buiten bewustzijn geraken altijd naar een ziekenhuis en niet naar een kroeg, pretpark of bordeel gebracht? Overal wit: witte muren, witte stoelen, witte tafel, witte apparatuur, witte rozen, witte Cliniclown… Witte Cliniclown?? Hoort die niet thuis op de kinderkankerafdeling?

"Gegroet," zegt de Cliniclown, "ik ben dokter Adriaens."

Dokter Adriaens heeft een varkensneus en boven zijn oren lichtgrijze bossen kroeshaar als ragebollen zo groot. Bovenaan glimmend kaal. Hij draagt een pofbroek en schoenen waarvan de punten omhoog krullen tot bijna tegen de zoom van zijn schort.

"Zo zo…" zegt hij en hij kijkt me indringend aan.

Nu behoor ik een paniekerig gezicht te trekken en te stamelen: waar… ben… ik… ? hoe… gaat het… met me… dokter? Net alsof die dat weet. Waar ik ben wel, hoop ik, maar hoe het met me gaat, afwachten maar. Ik besluit te zwijgen en de dokter aan het woord te laten. Geen insinuerende vragen stellen. Trouwens, nog altijd geloof ik niet echt dat deze Bassie Bleekscheet een arts is. Wacht, ik zal die knakker even aan een kleine test onderwerpen. Na twintig jaar mijn boterham te hebben verdiend in het ziekenfonds, kan ik qua medische lulpraat aardig mijn streng trekken.

"Geef mij eens een synoniem voor het specialisme dat zich bezighoudt met de aandoeningen van neus, keel en oren?" gebied ik hem.

"Otorinolaryngologie. Hoezo?" giechelt hij verbaasd.

Wel wel, een clown die gestudeerd heeft, kijk eens aan.

"Wat is een myomectomie?"

"Een operatieve verwijdering van een myoom van de baarmoeder, hahaha, man toch, waarom wil jij dat allemaal weten? Met jouw baarmoeder is heus alles in orde hoor, want je hebt er geen, hahaha."

Dokter Adriaens heeft een reuzenlol. Hij kletst op zijn dijen van plezier. (Vraagje aan steller dezes: dijen van plezier, wa’s da voor iet?)

"De meeste patiënten willen meteen weten wat er met hen schort, maar jij steekt van wal met een medische quiz, het is eens wat anders… haha… enfin, ter zake, elke dag om acht uur op Canvas, hahaha… ik zal eerlijk met u zijn, mijnheer euh…" Hij kijkt in zijn ordner.

"Hoorne," zeg ik.

"Juist ja, Hoorne. Hoor eens, Hoorne, hahaha, u heeft geluk gehad, vriend."

Dit is het moment waarop zelfs de meest koelbloedige patiënt breekt en de dokter om een stand van zaken smeekt. Maar ik blijf ijzig kalm. Ik heb tijdens het voltrekken van het hierboven beschreven tafereeltje al mijn ledematen een na een lichtjes bewogen, en ik voel niet de minste pijn.

"Ja ja, u heeft waarlijk geluk gehad," herhaalt hij. "In de belendende kamers 203 en 207 zijn vannacht twee moorden gepleegd. U heeft wel een hele goede… euh… engelbewaarder. U zou zich natuurlijk ook… haha… verongelijkt… ha… kunnen voelen… hahaha... omdat de moordenaar u niet … hoho… de moeite waard vond, mijnheer Hoorne. Hahahahahaha!"

Het gebulder van dokter Adriaens werkt zo aanstekelijk dat ik lachtranen moet onderdrukken. Edoch, er valt hier helemaal niks te lachen. Deze pipo scheurt straks in zijn Porsche naar de tennis-, bridge- of golfclub, maar ik, ik lig hier toch maar mooi in het ziekenhuis, diagnose vooralsnog onbekend, en nu zou ik hoera moeten roepen omdat ik nog leef?

Het verhaal van de dubbele moord geeft mij een onbehaaglijk gevoel, maar ik weiger het te geloven. Men heeft mij gewoon per vergissing naar een psychiatrisch ziekenhuis gebracht in plaats van naar een algemeen ziekenhuis, en nu ben ik in een gesprek gewikkeld met de patiënt die iedereen hier kent als Dokter Kwak, de beste vriend van Napoleon. Als er werkelijk mensen zijn vermoord, waarom hoor ik dan geen politiemannen op de gang, sirenes, gegil, huilende familieleden, het geritsel van lijkzakken. En waarom word ik, als mogelijke kroongetuige of verdachte, niet ondervraagd?

"O ja, de commissaris vroeg uw naam en adres. Niet dat ik denk dat hij met u wil daten, haha, hij zag er maar een ietsepietsie homofiel uit, hihi, ik wist niet dat de nieuwe politieuniformen roze waren, hahaha. Maar goed, alle gekheid op een beenprothese, laten we het even over u hebben, die dooien komen heus wel goed terecht, hahaha. U heeft tonnen geluk gehad, mijnheer Hoorne. Ten gevolge van uw accidentje zijn uw… haha… patatjes… en uw Willy Wortel… hoho… een beetje gezwollen, maar dat komt allemaal wel weer dik in orde. Het had erger kunnen zijn. Maar medisch en statistisch gezien moet ik u toch verbieden om de komende twee à drie weken … euh… hahaha… gemiddeld 2,7 maal per week Grieks-Romeins te worstelen… hihi… maar… en u heeft nog meer chance… in werkelijkheid zal die 2,7 keer slechts…."

"… 0,7 keer bedragen," vul ik aan.

"Euh… neen, 0,73… u vergeet… laat maar zitten… hahaha… het zijn niet mijn zaken wat u al dan niet uitvreet in uw vrije tijd, zolang u hier maar uw handen onder de lakens houdt, hahaha. In elk geval, deze jongen moet er vandoor. Vermits ik vandaag twee patiënten minder moet bezoeken, heb ik eindelijk weer eens tijd om te gaan golfen. Ik moet een beetje aan mijn handicap werken. Weet je wat hier zo… haha… grappig aan is. Mijn vaste golfpartner, een ex-patiënt van mij, moet… haha… niet meer aan zijn handicap werken. En weet je waarom?"

"Betere speler dan u?" gok ik.

"Haha… bijlange niet… Michel kan nog geen ei kapotslaan. Mijn golfmaat… hahaha… zit in een karreke. Mijn eerste medische fout! Tweede Kerstdag 1989, alsof het de dag van gisteren was. Daar ben je als dokter best trots op, op je eerste medische fout. Maar het went, zoals alles in het leven. Dokters zonder medische fouten worden door hun collega's niet voor vol aanzien. Ze hebben weinig patiënten, een zee van vrije tijd, maar geen geld voor een lidkaart van de golfclub. In de hedendaagse jongerencultuur bestaat er een mooi woord voor dat slag volk: loezers. Meestal zijn ze zelf ook nog jong, onderdanig en baardloos – vooral de dokteresjes, haha – tot ze op een dag te weten komen wat ze moeten doen om erbij te horen. Allez, dit is eigenlijk niet om te lachen. Mijn verzekering heeft zwaar betaald voor Michel... en mijn premie flink verhoogd, de bloedzuigers. Ik heb hem voor zijn verjaardag een lidkaart van mijn golfclub cadeau gedaan, want weet u, ik ben nog de slechtste niet. O ja, om twee uur mag u naar huis. De hoofdverpleegster zal u een zalfke meegeven om uw klokkenspel mee op te blinken... haha. Als er binnenkort ergens een anonieme flasher opduikt, dan weet ik dat u het bent. Hahaha. Flashen, je weet wel, heeft u hem… hahahaha?"

Dokter Kwak zal zich ooit nog doodlachen, tenzij ik hem hier nu stante pede vermoord, verdomme! Schrijver van dit verhaal, voer dit personage af a.u.b. en laat het nooit meer terugkomen.

"Prettige dag, verder, mijnheer Hoorne. Controleraadpleging over twee weken. Hier heb je mijn kaartje. Bel mijn secretaresse om een afspraak te maken, of maak er straks één voor u vertrekt, dan moet u er niet meer aan denken. Behalve over twee weken natuurlijk, hahaha."

 

(wordt vervolgd)

14:51 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

08-02-06

HET MEDISCH ONDERZOEK (2)

Ik blaas een mooie curve en voor de rest gebeurt er niks, of wat had u gedacht? Er gebeurt nooit eens iets wat het daglicht mag zien. Nog voor de prik de angel uit een verhaal halen, daarin wil ik mij bekwamen. Is het niet helemaal gelijk het leven zelve? Maar dan wel tienduizend keer minder opwindend. Hoe leit dit kindeken hier in de kou! Ziet eens hoe alle ledekens beven, ziet eens hoe dat het weent en krijt van rouw! Na, na, na, na, na, na, Kindeken teer, ei, zwijg toch stil sus, sus, en krijt niet meer... Is it my imagination or have I finally found something worth living for? I was looking for some action, but all I found was cigarettes and alcohol… Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, de hemel en de aarde. Maal twee. En zo kun je een verhaal vollullen met flarden lyrics en allerlei flauwekul, en iedereen zal het merken.

 

Wat ik geblazen heb, mag er warempel wezen. Op het einde heb ik niet echt meer doorgedouwd – ik ben geen uitslover – en dat tekent zich duidelijk af op het grafiekje. Duikelend naar de x-as verdwijnt mijn ademtocht onder de lijn voorstellende het spirografische kunnen van de gemiddelde man van 41. Wie is die gemiddelde man van 41, vraag ik me af. Ik vraag het aan mevrouw de verpleegkundige. Weet zij het antwoord? Dat weet ze.

 

"De gemiddelde man van 41 – laten we ons voor het gemak beperken tot Vlaanderen – is voor 77% gehuwd en heeft 2,13 kinderen. Hij doet het naar eigen zeggen 2,7 maal per week met zijn eigen vrouw en 0 maal per week met andere vrouwen. Wishful thinking. In werkelijkheid bedragen die cijfers 0,7 en 0,03. Hij heeft 0,5 huisdier, in de helft van de gevallen is dat een hond. Eén man op vier heeft dus een hond. Dat gelooft toch geen kat, en terecht, want in de meest recente audit is een fout geslopen. De enquêteurs hebben namelijk de schapen, gehouden door bijna uitsluitend allochtone mannen, als hond meegeteld, een blunder van formaat die het Nationaal Instituut voor Statistiek handig heeft weten te maskeren. All well that ends well, denkt een mens dan, maar de DVH – de Dienst voor Hondenbelasting – krijgt, zich baserend op foute statistieken, ineens het akelige vermoeden dat er out there een pak zwarte honden rondlopen, en werft een batterij extra controleurs aan. Waarmee worden die mensen betaald, denkt u, mijnheer Hoorne?"

"Met mijn en uw geld, zuster."

"Exact. Het contrast met de cijfers van de vorige jaren is des te extremer omdat vroeger een poedel wel eens voor een schaap werd gehouden en dus abusievelijk niet geteld. Eén van de voornaamste directieven bij de laatste registratie luidde dan ook: een poedel die op een schaap gelijkt, is en blijft een poedel! En wat denkt u was het gevolg van die richtlijn, mijnheer Hoorne?"

"Overijverige ambtenaren die opeens overal poedels zien?"

"Correct! Overijverige ambtenaren die tot hun verbazing constateren dat ineens heel veel allochtonen zich een poedel hebben aangeschaft. De sociale en culturele integratie komt eindelijk op gang, want onze allochtone medemens schaft steeds vaker typisch westerse huisdieren aan, jubelde de directeur-generaal van het N.I.S. tijdens zijn nieuwjaarsspeech, de stomme kloot."

"Missen is menselijk en mensen zijn misselijk," opper ik.

"Uw mening, maar die vroeg ik niet. De mijne is dat ik niet goed word van dat soort dwaze vergissingen. Soit, we dwalen af… Wat valt er nog te zeggen over de gemiddelde man? Wel, hij scheert zich om de 35 uur en kamt precies één maal per dag zijn haar. Andere cijfers over de persoonlijke hygiëne van de man zijn uit het rapport weggelaten wegens te gênant. De gemiddelde man slaat 3 keer per jaar zijn vrouw, maar wordt zelf 4,4 keer door zijn eega in elkaar getimmerd. SM, spanking en andere potige perversiteiten met wederzijdse toestemming behoren niet tot het onderzoeksdomein, maar partnergeweld, het blijft een groot taboe in onze…"

"Ja ja, 't is al goed," zeg ik. "Qua informatie over de gemiddelde man kan dat volstaan, informatie waar ik niks aan heb overigens, want ik ben wie ik ben en niet van plan om op mijn leeftijd nog te veranderen, zeker niet richting middelmaat."

"That's the spirit, mijnheer Hoorne."

"You name it, sister. I heard it through the grapevine. Oe oe oe oerend hard kwamen zie doar angescheurd. Don't call us, we call you. En als we dood zijn, groeit er gras op onzen buik. Vooruit met de geit, wat is het volgende onderdeel in deze medische tienkamp?" Ik begin me verdorie aardig op mijn gemak te voelen bij deze griet. Ze heeft de uitstraling van een wormstekige sperzieboon. Allicht daarom. Ik wil niks voor deze vrouw betekenen en zij laat mij zo koud als een frigide eskimotinnetje op vakantie aan de Zuidpool.

"O, u heeft nog niet geplast," roept ze uit. "Hier, een plastic bekertje. Niet vol graag, een klein halfje volstaat. Het toilet is achter dat gordijn." Ze wijst naar… o opperste non-consternatie... een gordijn.

Ik heb daarnet nog maar geplast, maar ik ben een zeiker en schijter eerste klas, en dat komt me dit keer goed van pas.

"Zal ik in een tweede potje nog een drolletje draaien, zuster, of is de arbeidsgeneeskunde niet geïnteresseerd in mijn faeces?"

Haar telefoon rinkelt, ze antwoordt niet en schudt het hoofd. Deze dingen gebeuren op hetzelfde moment, maar wel in die volgorde.

 

Ik glijd langs het gordijn het plashokje binnen en wat ik daar zie slaat mij met verstomming. Achter het gordijn staat een levend wezen van op het eerste zicht onbestemd geslacht. Het heeft in zijn handen een baseballknuppel met daarop in grote letters het woord VERSTOMMING. Het heft de knuppel en mept mij keihard in de onderbuik. Het wordt me antraciet voor de ogen, en met 'het' bedoel ik dit keer niet het wezen maar gewoon het lidwoord, moet ik hier echt alles gaan uitleggen, u die deze weblog al langer bezoekt, weet toch wat ik bedoel, wij kennen elkaar toch door en door, of niet? Ik moet mijn explicatie staken want het antraciet is inmiddels gitzwart geworden. Ik zie minaretten, ik zie de Chinese Muur, ik zie een brandende Deense vlag, ik zie Japanners die in een metrostel worden geduwd, ik zie een kangoeroe die uit de buidel van een andere kangoeroe een geldbeugel pikt… dit alles maakt me duidelijk dat ik geheel en al buiten westen ben.

 

(wordt vervolgd)

16:52 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

06-02-06

HET MEDISCH ONDERZOEK (1)

‘Leven jouw ouders nog?’

‘Ja.’

‘Is jouw vader gezond?’

‘Ja.’

‘Moeder gezond?’

‘Ja.’

‘Zijn jouw kinderen gezond?’

Ik grom instemmend.

‘Hond?’

Grom grom.

‘Kat?’

‘Yep, alle vier.’

‘Parkiet?’

‘Neen.’

‘Hoezo neen? De vorige keer nog wel.’

‘De parkiet is uit zijn kooi gevallen en één van de katten heeft hem opgegeten.’

‘Kunnen parkieten niet vliegen dan?’

Ik slaak een verveelde zucht, verrast als ik ben door de spottende toon die ze aanslaat.

‘Tiger had een zwak pootje.’

‘So what? Vliegen doe je toch met vleugels.’

Wat is me dat voor takkenwijf, zeg? Weer zo'n kittelorige vraag, en wat heeft wijlen Tiger te maken met mijn gezondheid.

‘Goed, mijnheer Hoorne,’ zegt ze alsof ze mijn gedachten leest, ‘de omstandigheden waarin uw parkiet naar de big birdcage in the sky is vertrokken doen eigenlijk niks ter zake. We gaan de ogentest doen.’

Big birdcage in the sky? Zei ze dat echt? Of liet ze eigenlijk een langgerekte boer gevolgd door een pijnkreetje? Bibburbeiiiib aaai?

De ogentest verloopt vlekkeloos. Alle kaartjes die ze in de kijker schuift zijn dezelfde. Op de duur weet ik met mijn ogen dicht of het ringetje een opening heeft aan de boven-, onder-, linker- of rechterzijde.

 

Deel één van de gehoortest loopt eveneens prima. Ze verstuurt de tonen met een tussenpauze van ongeveer drie seconden. Het enige wat je eigenlijk moet kunnen om goed te horen is tot drie tellen. Eén, twee, drie, JA! Eén, twee, drie, JA! En als ik niks hoor, weet ik stellig dat er toch iets moet zijn. JA!

Omdat ik veel last ondervind bij een conversatie met achtergrondrumoer, worden mijn oren aan een bijkomende proef onderworpen. De verpleegster neemt plaats in het belendende lokaal. We zitten nu aan weerszijden van een groot raam. Door een microfoon beveelt ze me om de hoofdtelefoon op te zetten. De woorden die ze mij voorzegt, moet ik nazeggen. Eerst éénlettergrepige, vervolgens tweelettergrepige. Onder het spreken neemt ze driftig notities en corrigeert mij waar nodig. Dat hoeft slechts één keer. Ik zeg bloedbad in de plaats van bloedvat en we moeten daar allebei om lachen. Ik hard en uitbundig omdat ik bloedbad in de context van deze test toch al een raar woord vond, zij ingetogen omdat ze niet de schijn wil wekken mij uit te lachen. Lach dan, aangeklede bezemsteel, denk ik. Het mag, hoor, want dit is best grappig.

 

Volgt de blaasproef ofte spirografie. Wat zal ze nu weer uitkramen? The old grey whistle test? Iets met blowjob? Ik kijk naar het stuk antiek voor mij en grinnik. Dit mens met haar bilaterale hazenlip zou zelfs uit een blokfluit nog geen noot muziek kunnen wringen, laat staan uit…

‘Sta recht, mijnheer Hoorne', zegt ze, ‘en get ready for the blowjob.’

Ik verslik me in mijn speeksel en schiet in een onbedwingbare hoestbui.

 

(wordt vervolgd)

19:31 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

26-01-06

WK VELDRIJDEN

Vorig jaar omstreeks deze tijd plaatste ik hier een voorbeschouwing over het WK Veldrijden. Ik eindigde mijn artikel toen met vier boude voorspellingen, waarvan er drie moesten uitkomen. Zoniet moest ik een tegenprestatie leveren waarvan niemand op heden weet wat die dan wel zou geweest zijn, want ik haalde vlotjes drie op de vier. Alleen mijn vierde voorspelling, namelijk dat meer dan de helft van de top tien uit Belgen zou bestaan bleek onjuist. Het was maar de helft. Schroomt u zich niet mij toch maar een kenner te noemen.

 

Veldrijden is een van de mooiste sporten die er bestaan. Dat was vorig jaar zo en het is dit jaar niet anders. Het duurt ongeveer een uur. Dat lijkt kort en ook niet. Een kwartiertje cyclocross kan een heerlijke eeuwigheid duren en spannender zijn dan een integrale bergrit in de Tour, waar het peloton eerst een vier à vijf uren durende aanloop neemt om die laatste molshoop op te geraken. Als er zich daarentegen al heel snel onoverbrugbare tijdsverschillen manifesteren tussen de renners, en de wedstrijd nog voor halfweg in zijn definitieve plooi lijkt te liggen, kan het een tikkeltje voorspelbaar worden, maar dan nog is het uitkijken voor lekke banden, valpartijen, een koe op het parcours, de inslag van een komeet of een streaker (de inslag van een streaker?)

Het WK vindt dit jaar plaats in het Nederlandse Zeddam. Net zoals vorig jaar zet ik even de kanshebbers op de regenboogtrui op een rijtje. Natuurlijk te beginnen met…

 

DE BELGEN

 

Sven Nys:

Nog altijd de Mister Cool van het veld, zelfs meer nog dan vorig jaar. Is consciëntieus met zijn vak bezig, zozeer dat hij in de supermarkt niet eens tussen de rekken met alcoholische dranken of chocolade durft te wandelen. Terwijl vrouwlief haar flessen inslaat, wacht Sven dan maar op haar in de buurt van de pottekes yoghurt.

Heeft onder meer in Hofstade bewezen dat hij tijdens de koers lek kan rijden, vallen, glijden, schuiven, buitelen, seks hebben met Isabelle – want zo heet ze – inclusief voor-, tussen- en naspel, en toch nog winnen met ettelijke penislengten voorsprong.

Sven Nys is een groot kampioen, maar een tikkeltje saai. Hij beschouwt zichzelf als een werknemer bij Rabobank, weliswaar met een fiets onder zijn gat in de plaats van een bureaustoel op wieltjes. Ik heb het nog altijd moeilijk met die schertsvertoning in Sint Michiels Gestel enkele jaren geleden. Ik zou willen dat Nys eens iets geks deed, achteruit fietsend over een balkje springt of na een lekke band zijn wiel weggooit en op één wiel als een circusartiest het hele veld inhaalt en toch nog wint. Verder hoop ik van harte dat hij erin slaagt om als mountainbiker naar de Olympische Spelen te gaan. Dat mag gerust ten nadele van een pipo die zijn dopingschorsing om middernacht in brand steekt in een overvolle feesttent gevuld met nog veel grotere pipo's. Meirhaeghe, want over hem gaat het natuurlijk, heeft zich voor het leven onsterfelijke belachelijk gemaakt.

 

Bart Wellens:

Dit jaar weer weinig Wellens en veel Wee gezien. Ik acht een super Wellens tot grotere dingen in staat dan Nys – de jongen heeft geen Redbull nodig om te kunnen vliegen – maar Bart moet dan wel leren niet express naar de supermarkt te rijden om de schappen met chocolade, chips en diepvrieskroketten te plunderen. Diepvrieskroketten vóór de koers zijn heel ongezond. Beter is ze eerst te bakken op 190°.

Verder ben ik het met Wellens eens dat supporters die hun manieren niet kunnen houden een trap in hun balzak verdienen. Ik zou hetzelfde doen als iemand mij op het werk verrot komt schelden, bier over mijn hoofd kiepert en me in het gelaat spuugt. De volgende keer buiten beeld, Bart! Maar toch een welgemeende proficiat voor de regie van die schitterende vaudeville waarin je de UCI-beunhazen te kakken hebt gezet. Veldrijden is ook altijd een beetje Comedy Casino.

 

Erwin Vervecken:

Vorig jaar noemde ik hem 'een fietsende Mister Bean met het charisma van een suikerbietenteler.' Ik neem deze woorden terug. Erwin Vervecken is een fietsende Mister Bean met het charisma van een koolzaadteler – ik schakel even over op een moderner gewas, want er zit nog toekomst in het toch al bijzonder fraaie palmares van Vervecken. Niemand zal ervan staan te kijken als hij straks in Zeddam tijdens de ceremonie protocolaire Mister Bean-gewijs van het hoogste schavotje dondert met een fles champagne en een bloementuil in zijn pollen. Ik gun het hem van harte, 'k denk dat ik zondag maar eens voor Vervecken zal supporteren.

 

Sven Vanthourenhout:

Niet echt een kanshebber, want hij heeft een zwakker seizoen achter de rug dan vorig jaar. Hoog tijd dus om daar verandering in te brengen nu het nog kan. Met het veroveren van zo'n streepjestrui bijvoorbeeld.

 

DE NEDERLANDERS

 

Richard Groenendaal:

Nu Groenendaal in de herfst van zijn carrière zit, ben ik hem allengs sympathieker gaan vinden. Hij kan het allemaal prima relativeren en ik houd wel van dat soort mannen. Dit WK in eigen land is misschien zijn laatste kans op een wereldtitel, maar ik vermoed dat de ouwe Richard al dik tevreden zal zijn met een podiumplaats.

 

Gerben de Knegt:

Een cyclocross is geen echte cyclocross als Gerben de Knegt niet als eerste het veld induikt en de eerste ronde wat voor de anderen uit fietst. Ik mag hem wel, deze Herr Seele van wei, bos, duin en asfaltstrook. Vorig jaar stond hij niet in mijn lijstje, maar dit jaar zie ik hem op het podium.

 

DE REST

 

De Fransen, de Tsjechen en Enrico Franzoi:

Gadret, Dlask en hun respectievelijke landgenoten kunnen zeker en vast een rol van betekenis spelen en houden zich stand-by om de stekken vanaf nummer 4 te bezetten.

 

DE REST VAN DE REST

 

Zal zoals gewoonlijk weer duchtig in de weg fietsen. Kan men de gedubbelden niet op voorhand aanduiden en ze nog voor de start uit de wedstrijd nemen? Ik vraag het maar. Met die gekke heertjes van de UCI mag ik hopen dat mijn verzoek wordt ingewilligd.

 

TOT SLOT NOG VIER BOUDE VOORSPELLINGEN

  1. De wereldkampioen wordt een Belg. Niet echt boud, maar allez.
  2. Op het podium staan minstens 2 renners van Rabobank.
  3. Het aantal Fransen, Tsjechen en Enrico Franzoi in de top-10 bedraagt minstens 3.
  4. Na afloop van het kampioenschap zal er in Zimbabwe niet spontaan een volksfeest losbarsten. Een burgeroorlog evenmin.

Als er minder dan drie van deze voorspellingen uitkomen, zal ik een tegenprestatie leveren waarvoor jullie in de reacties zelf voorstellen mogen doen. Onnodig daarover na te denken, want ik ben een kenner.

11:17 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

23-01-06

RADIO

Vanavond om 21u. of iets later ben ik te horen op Radio Crazy FM, Kortrijk.

 

De uitzending is rechtstreeks online te beluisteren.

18:44 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

19-01-06

STEM BIS

Op http://decontrabas.typepad.com/publieksprijsbundel2005/ kan nog tot volgende week dinsdag gestemd worden voor dé beste poëziebundel van het jaar 2005. Ik raad u nog altijd aan te stemmen op mijn derde en zonder twijfel beste bundel Het ei in mezelf.
 
21 lezers hebben tot nu toe hun stem op Het ei in mezelf uitgebracht. Van enkelen onder hen ken ik de naam. Zonder uitzondering zijn het mensen die ik in mijn hart koester, zeg ik even melig maar daarom niet minder gemeend.

 

Voor het overige ben ik ontevreden over de geringe persbelangstelling voor dit fijne boekje, maar in een jaar waarin ongeveer drie bundels per week verschenen, is dat niet abnormaal. Als we even de grote vakantie en andere komkommermomenten eruit knippen, komen we aan om de andere dag een nieuwe dichtbundel. De aandacht gaat vooral naar de gevestigde namen en de debutanten. Ik als oude nieuweling zwem daar een beetje tussendoor. Het is jammer, maar het is niet anders. Dank aan Trouw en Meander, die Het ei in mezelf wel uitvoerig hebben belicht in hun medium. Aan alle anderen zeg ik: het is nog niet te laat. Ik blijf ijveren voor een langere levensduur van boeken in het algemeen en dichtbundels in het bijzonder.

 

Stilaan komt er weer wat actie in mijn poëtische leven, het mag wel weer even. Volgende week wordt een drukke week. Het begint zaterdag al met een lezing in de Openbare Bibliotheek te Izegem, waar ik de ontleners, terwijl ze hun boekjes uit de rekken nemen en ze aan de balie op hun lidkaart laten inscannen, zal verrassen met een streepje poëzij. Maandag vervolgens ben ik live te horen op Radio Crazy FM Kortrijk. Ik zal er een uur lang moppen tappen of poëzie lezen, die knoop moet nog doorgehakt worden. Dinsdag ga ik helemaal naar Gent om de presentatie van de debuutbundel van Els Moors bij te wonen. Donderdag is het Gedichtendag, een uitgelezen moment om met enkele West-Vlaamse dichters Antwerpen te plunderen en te brandschatten à la dat gedicht van Ruben van Gogh waarin de Vikingen Friesland binnenvallen. Met dat verschil dat West-Vlamingen pas na een keer of twintig koest zijn. En vrijdag tenslotte breng ik een bezoekje aan mijn goede vriend Hugo Claus in het Psychiatrisch Verzorgingstehuis De Nobelprijswinnaar te Oostakker.

 

En de week wordt dan afgesloten met op zondag 29 januari het WK Veldrijden te Zeddam. Poëzie van een andere orde is dat.

22:08 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

12-01-06

THERE'S NO BUSINESS LIKE CLOWN BUSINESS

De laatste reactie op mijn vorig bericht zet mij er toe aan om eindelijk weer eens mijn schouders onder deze weblog te plaatsen. Dit weblog zeggen sommigen. Zal mij worst wezen. De ironie is dood, mijn beste Marco, en als ze niet dood is, is ze halfdood of springlevend. Sorry, Marlon moet dat zijn in de plaats van Marco.

 

Op Kerstavond zag ik een leuke stand-up comedian op de Nederlandse televisie. Een allochtoon, Najim of zo, heel goed, behalve toen hij last kreeg met zijn Oosterse tanden. Allochtonen zijn vaak heel grappig. Vroeger keek ik wel eens naar een programma dat Comedy Factory heette, ook op Nederland. Daar zag ik ooit eens een neger - een Brit of een Amerikaan, ik weet het niet meer precies - die het had over zijn beste vriendin die maar geen lief vond, terwijl hij stond te popelen om met haar aan te pappen. En zij maar bij hem uithuilen en klagen dat ze haar prins niet vond. Ze merkte niet eens op wat haar beste mannelijke maatje voor haar voelde. Een flutverhaaltje van drie keer niks, maar die man bracht het wel op een grandioze wijze. En wat op een grandioze manier wordt gebracht kan mij zeer bekoren, of het nu humor is of een pak friet met mayonaise. Humor is heel vaak gebaseerd op een misverstand. Het leven zelve is trouwens een misverstand, en als het leven een misverstand is, dan is de dood dat ook. Een pak friet met mayonaise daarentegen berust heel zelden op een misverstand. Ik maakte het één keer mee. Bij de bakker bestelde ik drie chocoladekoeken, drie croissants en twee boterkoeken en hij overhandigde mij een zak friet met mayonaise. Onthutst door dit voorval trok ik 's avonds naar de frituur. Ik ordonneerde een grote met mayonaise. En weet je wat die kerel me gaf? Inderdaad, een grote met mayonaise.

 

2006. Het klinkt nog wat onwennig. Nog altijd heb ik de indruk dat dingen die op het einde van de vorige eeuw gebeurden nog maar een paar jaar oud zijn, terwijl dat toch al bijna een decennium is. Dit even terzijde.

 

Ik was ervan overtuigd dat ik vóór mijn dertiende zou overlijden, maar die leeftijd passeerde en er gebeurde helemaal niks. Nu ben ik haast zeker dat ik amper de zestig haal, maar ik mag niet, ik moet doorbijten omwille van mijn pensioenspaarplan, haha, want ik gun die klootzakken van de bank mijn intresten niet. Must live long. Vandaar dat ik momenteel enkele kilootjes aan het wegwerken ben. Bij het zien van een trap vormde zich in geen tijd een zweetplas rond mijn voeten en na het vrijen moest ik aan de zuurstoffles. Dan weet een mens het wel. Must live long. Maar ook daarin niet overdrijven, vind ik. Enkele weken geleden overleed de oudste Belg, een vrouw natuurlijk. Verdiende loon, denk ik dan, het zal je leren zo lang te leven, uitsloofster, streberes, stielbederfster. Hoezo stielbederfster? Welja, stielbederfster.

 

Ik heb die oude verhalenboekjes van Hugo Matthysen nog eens bovengehaald, omdat mijn verhalenbundel die dit jaar verschijnt en Het vlees is haar zal heten zijn stijl van toen een klein beetje benadert. Matthysen gaf zijn boeken uit bij uitgeverij Dedalus. Ik weet haast zeker dat Dedalus niet meer bestaat. Dat is jammer. Ik hou heel veel van leuke, pretentieloze kortverhalen, maar uitgevers zijn allemaal op zoek naar would-be bestsellerromans, de korte afstand interesseert hen nauwelijks. Kent u dan de bloemlezing van Joost Zwagerman niet, hoor ik u vragen? Jawel, ik heb die in mijn kast staan. Een huzarenstukje, petje af, maar dat neemt niet weg dat het genre best wat meer waardering zou mogen krijgen.

 

Dit voorjaar volg ik een toneelschrijfinitiatiecursus, of hoe moet ik het noemen? Als dat een beetje meevalt, zal ik vervolgens een toneelstuk schrijven en mij verder in deze discipline bekwamen. Eens mijn stuk af is, roep ik enkele mensen bijeen om het te spelen. Ik zal daarbij het grensverleggend karakter van de toneelspielerei niet uit het oog verliezen. Zo zal de brandweerman niet gespeeld worden door een sympathieke kleerkast met een dikke neus, borsthaar, een snor en stinkende oksels maar door een jonge vrouw waarvan het publiek als ze de eerste keer opkomt nooit zal vermoeden dat ze zo handig met haspel en brandslang overweg kan. En het werkloze fotomodel zal worden vertolkt door een sympathieke kleerkast met een dikke neus, borsthaar, een snor en stinkende oksels. Tja, dan hoef je als fotomodel niet verwonderd te zijn dat je zonder werk zit. Grensverleggend drama van eigen bodem wordt dat, met af en toe een streepje bullshit om de boel wat te verluchten. Of moet dat grensverleggende bullshit met af en toe een streepje drama zijn?

 

Wat die Poëziepublieksprijs betreft, is het leuk te merken dat ik nu al een tijdje in de top-10 meedraai, weliswaar op een lichtjaar afstand van de koplopers. Zelf heb ik nog geen stem uitgebracht, ik wacht tot het allerlaatste moment. De twee koplopers hebben duidelijk hun troepen gemobiliseerd. Het is hun goed recht. Dat zeg ik natuurlijk alleen maar omdat ik Alexis de Roode en Victor Vroomkoning allebei een warm hart toedraag, het zijn heel goede dichters, zo is het en niet anders. Hadden daar twee nitwits het lijstje aangevoerd, ik had gefulmineerd en gefulmineerd en ten derden male gefulmineerd en ten langen leste waarschijnlijk de stekker uit het internet-stopcontact getrokken zodat heel die verrekte stemming in het water viel.

 

Zelf heb ik de voorbije maanden ook alweer enkele nieuwe gedichten geschreven. Ik publiceer die voorlopig nog niet, omdat er hier en daar nog een punt of een komma bestudeerd moet worden, maar de titels mogen jullie wel al weten: Boerin 007, Circumcisie, Groetjes uit Rusland, Het loze zwemmertje, Kein Bahnhof Geschichte, Kippig gedicht over haan inclusief moraalLucky, Mijn kruis! Mijn kruis! Een kingdom voor mijn kruis!, Na de solden, Operatie voorspel na een rotdag op kantoor, The Black And White Minstrel Show en There's no business like clown business. Klinkt veelbelovend, niet? Dit laatste – klinkt veelbelovend, niet? – is geen titel van een gedicht, gewoon een vraag die ik aan jullie, you anonieme lezers out there stel.

 

Zo, als eerste bericht sinds de nieuwjaarsdip is dit natuurlijk bijzonder koude kak. Maar het is een begin, een nieuw begin. Jullie horen nog van me.

21:07 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

27-12-05

STEM!

Op http://decontrabas.typepad.com/publieksprijsbundel2005/ kan vanaf nu gestemd worden voor dé beste poëziebundel van het jaar 2005.
 
Wie zich geroepen voelt om te stemmen op Het ei in mezelf zal ik niet tegenhouden, om het even eufemistisch uit te drukken.
 
Vergeet niet de dagvraag te beantwoorden en de gevraagde gegevens over uzelf te vermelden in de antwoordmail. Voor wie het antwoord op de dagvraag niet kent: op het wereldwijde web zijn alle antwoorden op alle vragen just a mouseclick away.
 
Als u niet stemt voor Hoorne maar voor een andere dichter, even goede vrienden. Het initiatief voor en de omkadering van deze poëziepublieksprijs zijn belangrijker dan wie de prijs uiteindelijk zal winnen.

08:27 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

17-12-05

NET GEEN OVERDOSIS HOORNE IN MEANDER

In de nieuwe Meander die dit weekend verschijnt, staan zowel een recensie van Het ei in mezelf als een interview met uw dienaar, allebei nu reeds online te lezen. In dit interview praat ik voor het eerst over mijn nakende prozadebuut.

 

Normaal gezien zou ook mijn verhaal Reverse in dit nummer worden opgenomen, maar dat vond de redactie toch wat teveel Hoorne.




10:47 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

14-12-05

DE POËZIETITELS TOP-5

Omdat lullen over poëzie erg in trek is tegenwoordig, wil ik niet nalaten mijn duit in het zakje te doen. Na ruggespraak, overleg, beraadslaging en gedachtewisseling met mezelf heb ik een top-5 samengesteld van de mooiste titels van poëziebundels die dit jaar verschenen. Natuurlijk baseer ik mij hiervoor op de lijst van de Contrabas, want al dat oeverloze geklets leidt godzijdank heel af en toe wel eens tot iets met een actualiteitswaarde die langer duurt dan een vluggertje in de lift van een gebouw met slechts twee verdiepingen.

 

Als ik al die titels één voor één proef en besnuffel, stel ik vast dat nogal wat dichters op veilig spelen bij het geven van een naam aan hun werk. Een mens kan niet bevatten hoe iemand er toe komt om zijn of haar bundel Getij, De morgen van het paard of Dagboek van een dichter te noemen. Dit jaar verschenen ook weer heel wat themabundels. Peter Ghyssaert schreef met Kleine lichamen een intrigerend bundeltje over dwergen, waarmee hij volgens mij vroeg of laat een bijpassend klein poëzieprijsje zal winnen. De aan geneesmiddelen verslaafde Sylvia Hubers out zich met Terug naar de apotheker. Maar er is beterschap. Naar het schijnt zal haar volgende bundel Net thuis van het afkickcentrum heten. Goed zo, Sylvia, geef die troep chemicaliën een schop onder hun kont! Abrikozen voor Ali van Roger Nupie zou wegens opruiend racistisch taalgebruik allang uit de schappen zijn verwijderd ware het niet dat het ding allicht nooit een boekhandel aan de binnenkant heeft gezien. Mijn kop eraf als Het ongelooflijke krimpen van Jannah Loontjens niet gaat over penissen tijdens het zwemmen, en in ...m n o p q... pronkt Toon Tellegen met de vorderingen die hij maakt bij het aanleren van het alfabet. Blijven oefenen, Toon, je hebt het bijna helemaal onder de knie! Het zit er dik in dat deze dichter nog voor zijn verscheiden een bundel zal publiceren waarin hij alle zesentwintig letters van het alfabet gebruikt. Ach ach, is ze niet van een ontroerende schoonheid, de Nederlandstalige poëzij?

 

Welaan dan, hier komen ze, de 5 mooiste titels van poëziejaar 2005:

 

1. en gingen uit sterven - Hans Groenewegen

2. Ich bin ein star baby - Peter M. van der Linden

3. Eternelle lust geen bollen - Danny Degenaar

4. Ringelorend zelfportret op haar leeuwenhuid - Richard Steegmans

5. Drievuldig feilloos vals - Piet Gerbrandy

 

Over de winnaar waren wij, de eenkoppige jury, unaniem: eenvoudig intrigerend, intrigerend eenvoudig. 2 en 3 zijn aanmatigende braniemakers, titels die horen bij boekjes met een prijzenswaardige ‘love me or leave me’-attitude. 4 en 5 zijn dan weer bekkenbrekers. Probeer ze maar eens vijf maal na mekaar uit te spreken zonder met je hoektanden door je tong te schieten. Maar alle vijf spannend, uitnodigend en intrigerend, en zo horen titels te zijn.


20:51 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |