06-11-05

RECENSIE IN TROUW (5/11/2005)

’Ikke in de zeep

ikke in de zitkom’

 

Hilarische poëzie van Philip Hoorne

 

Philip Hoorne is de clown van de Nederlandse poëzie. Hij laat zien dat humor ’de dingen soms precies in hun juiste perspectief trekt’. Maar harde waarheden schuwt hij niet, zoals een ware clown betaamt.

 

Philip Hoorne: Het ei in mezelf. Uitgeverij

521, Amsterdam. ISBN 9049970079;

48 blz. € 16,90

Ooit werd hij van internet geplukt door Gerrit Komrij; hij debuteerde in diens sandwichreeks. Sindsdien staat Philip Hoorne te boek als een clown die de werkelijkheid beschouwt als een kermis van bezielde en onbezielde objecten, bijeengehouden door stromen van misverstand en toeval. Het alledaagse als groteske ontmaskeren lijkt zijn drijfveer. Zo ook in deze nieuwe bundel, waarin de werkelijkheid meteen weer als prettig gestoorde chaos wordt voorgesteld.

 

’[…] Kameel

mag ik je tieten even lenen

voor mijn eenmanscarnaval?

En je vals gat je pruik en de

beautycase van je dochter.’

 

De bulten van een kameel ’tieten’ noemen, is typisch Hoorne. Hij zet de wereld nu eenmaal graag op zijn kop. Het ’vals gat’ ertussen is een van de vele woordspeligheden (denk aan vals plat!) waarop hij de lezer trakteert. En die pruik en beautycase geven al aan dat er in dit poëtische ’eenmanscarnaval’ eindeloos wordt geposeerd. De pose immers is de trouwe handlanger van de chaos.

 

Een pose intussen waarin ironie en het burleske slinks worden vervlochten met ernst: ,,En vechten moet ik doen. / Tegen het ei in mezelf. / Tegen de verwijfde schijnheiligheid van kerk, staat, volkorenbrood en werk. / Tegen mijn eigen naam in roetzwarte letters op een spikkelgrijze zerk’’. Staat me daar die poseur, die helemaal zo’n eitje niet is, opeens het groteske bloedserieus te betrekken op de eigen zerk.

 

Hoorne is mataglap en heel erg bij de pinken. Al die vervreemdende taferelen drukken ons op het wezen van het chaotische. Het aardige is dat hij dat doet in vrijwel louter ikgedichten. Hoorne-gedichten dus eigenlijk. Zo blijkt een schildersezel een echte ezel, de ’Schijter’, die hem – het kan soms niet plat genoeg – tot ’een / lang niet onaardig bruin motief’ inspireert dat hem met trots vervult: ’Philip Hoorne, De Eerste Vlaamse Neo-Primitief’. Of hij ontwikkelt de plot van een toneelstuk waarin hij alle rollen speelt. ,,Ik stond op het toneel met een pak andere Hoornes.’’ Verwarring alom, vooral wanneer blijkt dat ook het publiek bestaat uit Hoorne-klonen.

 

En zo gaat het verder. Een ober wordt met een rietje vermoord, een treinreis voert via ’Jonghans’, ’Flessegem’ en ’Brikkelhove’ naar ’Schaterloo’, of een herenboer laat ’s avonds zijn knechten de bomen ’uit hun putten’ halen en de grastapijten oprollen ’na eerst het klittenband te hebben losgemaakt’. Het gedicht ’Zitkom’ neemt een hilarisch bad in de wereld van de sitcom (soap): ’Ikke in de zeep. / Ikke in de zitkom. / Sommeer de applausmeester en start de lachband, / want straks moet ikke huilen’.

 

Het is allemaal spel, soms heel geestig, soms op het smakeloze af, soms alleen maar handig gedaan en soms gewoon goed.

 

’Zitkom’ bijvoorbeeld is uitstekend. Het kadergedicht onder aan dit stuk evenzeer. Het stelt de giraf voor als een bij toeval wijs beest dat door zijn idiote proporties aan de kadaverdiscipline op de grond ontsnapt. Ondanks het humoristische woordpotentieel voert het in de slotstrofe naar enige harde waarheden en tragikomische paradoxen over recht en krom.

 

Hoorne vliegt weleens uit de bocht, maar vaker toch brengt hij zijn lezer op een opgewekte manier in leerzame verwarring. Hij schrijft verstaanbare gedichten, maar door hun hilarische setting dwingen ze je het hoofd erbij te houden. Zo moet je het niet-bestaande woord ’fittingkamer’ even weten te plaatsen in de volgende strofe: ,,In een visioen met donkere manen / verdonkeremaan ik twee op elkaar staande stoelen / - zitting op zitting alsof ze paren - / uit de fittingkamer’’. Je komt eruit als je op dat paren en de klankparallellen doorassocieert: zitting - fittingkamer - sittingroom (sittingkamer) - fucking - fittingkamer. Voilà, zeggen ze dan in goed Vlaams.

 

Nu, het is niet allemaal eersterangs, maar je maakt al lezende buitelingen die je niet eerder maakte. En je leert dat de schaterlach de dingen soms precies in hun juiste perspectief trekt, en dat dan verdriet, dood en vergankelijkheid niet ontbreken. Een eersterangs clown is hij dus in elk geval wel.

 

MIJNHEER DE GIRAF

 

Waarom steek jíj je nek niet uit voor de krengen in het dierenbos,

voor de unaniem bij pootopsteking aangenomen kadaverplicht?

 

Wel dan, grote jan met je trillende polsstokpoten, jij die de hoogste

bladeren van de bomen knabbelt, wanneer ga je al stofzuigende

rond over de grond met die grote mond van jou?

 

Buiten proportie misvormd baksel, dankzij die belachelijk lange hals

ben je ontsnapt aan de bedwelmende banken boven het zand, maar vind

je dat zelf niet wat pover als rechtvaardiging voor een overleven?

 

Er bestaat geen recht, krom beest. En dat uitgerekend jij de enige bent

die dit nog weet en niet kan doorvertellen, tenzij aan de vogels.

 

 

Peter de Boer


21:59 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

27-10-05

HET EI IS GELEGD (2)

Zolang de presentatie van Het ei in mezelf niet achter de rug is, zie ik me moreel verplicht om op deze weblog geen ander onderwerp aan te snijden, teneinde de angel niet uit de door mezelf gecreëerde actualiteit te halen.

Ik moet het vorige bericht even corrigeren. Bestellen van boeken bij mijn uitgever 521/Pimento is niet langer mogelijk. U moet zich naar de boekhandel begeven, waar de nieuwe normaal gezien al in de schappen moet liggen. Mijn spion in Den Haag laat weten dat hij Het ei in mezelf aldaar gespot heeft. En wat voor Den Haag geldt, zal ook wel van toepassing zijn voor andere steden in Nederland. En, naar ik hoop, ook in Vlaanderen.

Van mijn vorige boeken is alleen het nog steeds veelgevraagde Niets met jou nog leverbaar. Wie een exemplaar wenst van Antwerpen, de stad in gedichten of Inbreng nihil moet met mij contact opnemen.


15:11 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

17-10-05

HET EI IS GELEGD

Mijn nieuwe bundel Het ei in mezelf is verschenen, vandaar vanaf heden ook een platje aan de linkerzijde van uw scherm. Het platje aan de rechterzijde dient dan weer als teaser voor de presentatie op 9 november te Wevelgem waarvoor deze week de uitnodigingen verstuurd worden. Iedereen welkom.

De enkele exemplaren die mijn uitgever me toestuurde, vonden in Gent – Dichter aan Huis, weet je wel – een koper. Onder anderen Jeroen Naaktgeboren van de Woorddansers, Herlinda Vekemans en Frederik Lucien de Laere waren er als de kippen bij om mijn ei te verwerven. U hoeft de dame en beide heren niet lang te benijden. Het ei in mezelf zou nu ongeveer moeten opduiken in de boekhandel. Indien niet, vraag dat de winkelier het boek bestelt. Het ISBN is 9049970079. Een bestelling plaatsen bij Uitgeverij 521 is natuurlijk ook mogelijk. Mailen naar contact@uitgeverij521.nl.  

Meer hoeft er vandaag niet gezegd te worden.


12:24 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

12-10-05

MARC & JOHNNY

Marc Reynebeau maakte een educatief programma over Groot-Brittannië met niemand minder dan Johnny Rotten. Wil ik zien. Het wordt vanaf halfweg november uitgezonden op het tegen die tijd vernieuwde Canvas, de kwaliteitszender van de VRT, zoals dat dan heet.

 

Ik sloot me op in mijn petieterig kamertje met Never mind the bollocks, here's the Sex Pistols, op vinyl nog, en draaide de zopas aangeschafte plaat. Wat ik hoorde was een wall of sound, waarin slechts na enkele beluisteringen de songs zich lieten onderscheiden. De dag dat ik het kleinood kocht was het al een mijlpaal in de muziekgeschiedenis.

 

Johnny Rotten werd John Lydon. Aan tafel in de woonkamer met radio en cassetterecorder in de aanslag, om nu en dan een liedje uit de top-30 te tapen, hoorde ik voor het eerst Public Image van Public Image Ltd. – later veelal afgekort tot PIL of P.I.L. – de nieuwe groep van de frontman van de Pistols. Een dijk van een nummer, de definitieve afrekening met het verleden. Vervolgens de boeken dicht, schluss damit, de agressieknop werd flink teruggedraaid, nieuwe wegen aangelegd, geplaveid en bewandeld.

 

PIL heeft in wisselende bezettingen ongelooflijk prachtige songs op de mensheid losgelaten, en mag heus niet alleen herinnerd worden om het matige This is not a love song. Low life, Bad baby, Disappointed – ik schud nu maar lukraak enkele titels uit mijn mouw – en zeker niet te vergeten het schitterende Don't ask me (mooiste intro aller tijden) zijn pareltjes aan de keerzijde van de muziekgeschiedenis.

 

Het siert de VRT dat ze John Lydon – laat ons hopen dat hij in het programma aldus wordt vernoemd en aangesproken – opnieuw in beeld brengt. Opnieuw? Zou de VRT, voorheen BRTN, voorheen BRT ooit tien woorden aan 's mans carrière hebben besteed? Ik denk het niet. Spons over het verleden. De intenties zijn goed en dat stemt mij gunstig. Nu nog een boekenprogramma graag. Maar niet om elke week Rick, Jan en Herman te brengen. Die komen al genoeg op de buis.


18:28 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

09-10-05

1 JAAR POËZIERAPPORT

Op 1 oktober was het precies één jaar geleden dat ik de eerste recensie plaatste op het door mij ontwikkelde weblog Poëzierapport. De redactie bestond aanvankelijk uit Tania Donker, Karel Smits en mezelf. Kwatongen beweren dat Donker en Smits fictieve medewerkers waren. Hoe dan te verklaren dat Karel ook redacteur was en nog steeds is van Rottend Staal? In elk geval stierf het triumviraat een snelle doch gewisse dood. Meer uitleg hierover doet niets ter zake.

 

Net op het moment dat ik besefte de site niet alleen draaiende te kunnen houden – kwaliteit zou altijd ten koste gaan van kwantiteit en omgekeerd, en ik had geen zin om elk vrij moment te vullen met het schrijven van poëziebesprekingen – kreeg ik hulp aangeboden. Die hulp aanvaarden betekende het verlies van mijn autonomie. Op mijn eigen geesteskind zou ik teksten moeten plaatsen waar ik misschien zelf niet achter stond. Dichters waar ik van hield zouden door medewerkers kritisch worden besproken, en vice versa. Ik ben niet echt een teamspeler, maar op de een of andere manier trok een samenwerkingsverband mij toch aan, being one of the boys. Het was ofwel bekwame medewerkers toelaten, ofwel in mijn eentje aanmodderen op een webstek die maar heel sporadisch eens geüpdatet zou worden. Aan de andere kant kreeg ik besprekingen in de schoot geworden van bundels die ik zelf nooit zou lezen, van dichters die ik niet of nauwelijks kende. Na Chrétien Breukers en Patricia Lasoen, die een verschillende, maar elk op hun manier deskundige en aantrekkelijke schrijfstijl hebben, kwamen er nog recensenten bij. U vindt hun namen bovenaan de site. Ik ben veelal tevreden over hun bijdragen. Let wel: niet elke hond met een hoedje op kan erbij horen, ik heb al zichzelf aanprijzende would-be recensenten wandelen gestuurd, op een vriendelijke doch kordate manier. Enkele medewerkers moeten hun eerste bespreking nog leveren, anderen doen heel sporadisch eens iets, maar erg is dat niet. Het motto van Poëzierapport luidt: geen druk, geen deadlines. Het moet leuk blijven, zeker zolang het vrijwilligerswerk is. Zelf wil ik meestal alleen maar bundels doen die ik zelf graag lees en dat geldt eigenlijk ook voor de anderen. Ook met een ploeg van tien man/vrouw moet er selectief te werk gegaan worden. Als wij al eens een bundel niet bespreken komt dat niet door desinteresse maar wel door tijdgebrek.

 

In tegenstelling tot wat sommigen denken, vind ik het niet leuk om lage cijfers toe te kennen, of lage cijfers van andere redactieleden te posten. Een positieve bespreking doet mij altijd meer plezier dan een negatieve, de poëzie promoten is het doel. Ik kan u verzekeren dat het niet prettig is om op vrijdag dichter X te ontmoeten, op zaterdag een weliswaar niet door mij geschreven spijkerharde bespreking van de laatste bundel van dichter X te plaatsen, en enkele dagen later dichter X opnieuw tegen het lijf te lopen. Gelukkig zijn de meeste dichters wijs genoeg om te beseffen dat het besproken worden op zich al een erkenning inhoudt, en dat er een hemelsbreed verschil is tussen het papieren (digitale) leven en het werkelijke leven. Het gemekker van achter een computerscherm, waar ik mij soms – maar wel hoe langer hoe minder – toe laat verleiden, staat veraf van de sporadische, maar zonder uitzondering altijd hartelijke ontmoetingen met collegae.

 

Wat is het nut van dit alles, van dit gerecenseer? Wel, ik ben van mening dat een bespreking de persoonlijke mening is van één man of vrouw over één boek. Zo goed als waardeloos dus. Opinions are like assholes, everyone has one (deze quote met dank aan Onno ‘Callahan’ Kosters). Als ik louter voor mezelf spreek, dan moet ik bekennen dat ik het plezant vind mij in een tekst uit te leven, zeker als ik het werk van de besproken dichter goed ken. De nieuwe Wigman of het verzameld werk van Rawie recenseren was voor mij plezier van begin tot eind. Ik probeer altijd een portie humor in mijn verhaal te moffelen, want saaiheid is er al genoeg. Nu en dan breng ik een redelijke onbekende dichter onder de aandacht. Het mooiste voorbeeld is Jan van meenen. Wis en zeker heeft Jan dankzij de aandacht die ik hem schonk al enkele extra bundels verkocht, ik weet dat omdat die kopers mij dat zelf hebben laten weten. Zoiets doet mij plezier. Wil dat dan ook zeggen dat een negatieve bespreking leidt tot minder verkoop? Neen, ik vermoed van niet. In poëzie gaat het ook helemaal niet in de eerste plaats om verkoop, maar dat een boek toch zijn weg vindt naar een publiekje is ook weer niet zo onbelangrijk, daar worden die boekjes immers voor gedrukt en verspreid. Los van de toon van een bespreking ben ik er overigens zeker van dat de gerecenseerde dichter, naast het gevloek en geraas om het af en toe verkeerd begrepen worden, wel altijd iets leert uit wat over zijn werk verkondigd wordt.

 

Poëzierapport is een zelf in elkaar geknutselde weblog. Wij hebben niet de middelen om een webmaster in dienst te nemen, die het log kan omturnen naar een heuse website met archief en zoekfunctie en alle toeters en bellen die een website behoort te hebben. Het zou leuk zijn mocht een of andere instantie ons financiële middelen ter beschikking stellen, niet alleen omdat wat we goed doen nog beter zouden kunnen doen, maar ook omdat het een – weliswaar laagdrempelige – Nederlands-Vlaamse coproductie is, en zoiets verdient lof. Dichters die alleen in Vlaanderen gekend zijn, worden uitgedragen naar Nederland en vice versa. Is dat zo speciaal? Poëziekrant, Gedichtendag, Het Liegend Konijn… doen toch ook grensoverschrijdende dingen? I know, maar toch is het precies dat aspect van Poëzierapport dat mij het meest vertedert.

 

Het succes van Poëzierapport is niet gigantisch, maar wel bevredigend. Gemiddeld wordt de site elke dag 70 maal bezocht, bijna 500 maal per week. 60 % van de bezoekers komt uit Nederland, 35 % uit Vlaanderen. Tot op vandaag hebben 107 personen zich via de link op de site aangemeld om van elke nieuw gepubliceerde bespreking op de hoogte te worden gebracht. Ter promotie stuur ik om het half jaar een mailing naar allerlei mensen en instanties die het zou kunnen interesseren, o.a. naar alle openbare bibliotheken in Vlaanderen, voor Nederland beschik ik helaas niet over de adressen. Ter gelegenheid van het eenjarig bestaan, heb ik een pak felicitaties ontvangen. Dat is een teken dat we ertoe doen en erin slagen om een alternatief te bieden voor het gebrek aan aandacht voor de poëzie in de andere media. Yep, het is voorwaar geen zinloze onderneming, en het dichtersgild en de uitgeverijen beseffen dit maar al te goed.

 

De Contrabas – u, voor wie ik geen geheimen heb, mag dit gerust weten – wil Poëzierapport inlijven, maar alle aanzoeken heb ik tot nu toe naast mij neergelegd. Ik heb daar gegronde redenen voor, die de uitbaters van De Contrabas – die zoals u weet ook Poëzierapport-recensenten zijn – kennen en waar ik niet al te uitvoerig op in wil gaan. De voornaamste is natuurlijk het behoud van de eigen identiteit, maar ook het succes en de kleinschaligheid spelen een rol. Zich geborgen weten als onderdeel van een 'allesomvattende' poëziesite als de Contrabas leek mij aanvankelijk leuk – alle poëtische nieuwtjes in één muisklik. Maar zo werkt het natuurlijk niet, integendeel, je klikt je de pleuris. Door het bos zie je op de duur de bomen niet meer. Het is volgens mij te verkiezen om vanuit je eigen ‘favorieten’ pakweg vijf sites aan te klikken die je wenst te bezoeken, dan vanaf één centrale website met nieuws om de oren te worden geslagen waar je in de helft van de gevallen helemaal niet om geeft.

 

Enfin, op naar nog vele jaren Poëzierapport. Dank aan de recensenten, dank aan de lezers. Dank ook aan Bart FM Droog – doe de groeten aan Karel – die elke nieuwe bespreking signaleert op Rottend Staal. Er zijn er die beweren dat Bart FM Droog een fictief personage is. Maar dat is dan weer een ander verhaal.


14:18 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

07-10-05

JE PRAAT NIET VLAAMS GENOEG

Zou je niet. Ik kon mijn oren niet geloven.

 

Pas in het hoger onderwijs heb ik geleerd om de stemhebbende g-klank correct uit te spreken. Er zijn West-Vlaamse ministers die het nog steeds niet kunnen. Het is hemeltergend, denk je dan.

 

Ken je voetbalscheidsrechter Frank De Bleeckere? Heb je die man al ooit horen praten? Perfecte dictie, zo bekakt als maar zijn kan, uit het boekje, zo willen de Vlaamse leraars Nederlands het horen. Gelukkig praat hij meestal met zijn fluitje en niet met zijn stem. Hij droeg een roze pull-over. Ook dat nog.

 

Het taallabo, een gaskamer. Een klik. Neen, fout. Hou je hand aan je strottenhoofd. Voel je het trillen? Ja, zo is het goed. Neen, nu doe je het weer fout. Klik. Over naar een volgende klungelaar.

 

Twee uren dictie per week door de meedogenloze grootvader van een nu bekende actrice, die haar afkomst evenmin kan verloochenen, wat bijdraagt aan haar charme. Ik stop me weg in de groep en dat lukt me een jaar lang verbluffend goed. Wie echter een onvoldoende haalt voor uitspraak, moet zijn jaar opnieuw. Hetzelfde geldt trouwens voor spelling. Eén dt-fout en je kan het schudden. Ik haal het, op beide vlakken.

 

Het bangerige, verlegen, platte gestamel van Brusselmans, het nasale, janetterige Gents-Antwerps van Lanoye, het hyperkinetische gekwek van Urbanus, het slordige geprevel van Kamagurka… wellicht jagen deze heerschappen Vlaamse taalpuristen en woordkunstenaars de kast op van zodra ze hun bek opentrekken, maar in Nederland vinden ze het enig.

 

Het was mooi, we hebben genoten, en dan jouw taaltje, dat sappige Vlaams, hééérlijk… Hoe vaak heb ik dat al niet mogen horen uit de mond van Nederlanders. En zondag was het weer raak, met als summum die ene dame die opmerkte dat ik te mooi praatte, niet Vlaams genoeg. Zou je niet.


12:51 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

03-10-05

DICHTER AAN HUIS

Mijn lezers, u dus, zitten nu allicht te wachten op een verslag van Dichter aan Huis in Den Haag. Wel, als ik gevraagd word voor een lezing, kijk ik daar nog altijd naar uit als een kind naar de komst van Sinterklaas: onbevangen met grote wonderogen. Ik laat mijn kritische geest thuis, maar neem wel steeds mijn ijdelheid mee om die, door wie dat wil, uitbundig te laten strelen. Alle dichters zijn dan – en eigenlijk niet alleen dan – mijn vrienden, van Arie tot Vrouwkje, van Joost Anoniem tot Joost Zwagerman. Weinig mensen weten dit, maar waarschijnlijk ben ik de meest aimabele mens ter wereld.

 

Tussendoor wil ik even een berichtje inlassen voor Jan Baeke. Je knikte me zaterdagavond vriendelijk toe en zondagmorgen weer – ik knikte telkens vriendelijk terug, maar had niet te kans om je aan te spreken, jij was in gesprek of ik was in gesprek, en ik vroeg nog iemand "Wie is die man?", maar die wist het ook niet en toen was je ineens weg. Thuis de dichtersfoto's bekeken en gezien dat de mij onbekende knikker u was, Jan Baeke, ooit positief gerecenseerd op Poëzierapport, niet door mij, maar met recht en reden, en stellig iets om te vermelden op jouw cv. Wel, mijn beste Jan, moge je al de poëzieprijzen winnen waar ik niet aan deelneem, ik meen het. By the way, en nu richt ik mij niet meer tot Jan alleen, later deze week kom ik terug op het eenjarig bestaan van Poëzierapport.

 

Er moet natuurlijk ook nog gewerkt worden tijdens zo'n festival. Het is best wel vermoeiend en lastig, hoorde ik enkele dichters zeggen. Ach, mietjes, dacht ik, vermoeiend en lastig, wat zou het? New Orleans heropbouwen, dat moet vermoeiend zijn. Jan Baeke te spreken krijgen, dat is lastig. Ik trok aardig wat toehoorders naar het huis van mijn gastheer, de aardige Michael. En – nu maak ik mijn punt – dat wil ik over twee weken in Gent ook weer. Niet dat Michael tegen die tijd naar Gent verhuist, neen, die dag ben ik te gast bij Juul en Grietje, Visserij 11, in het centrum van Gent. Dus geen gemaar, excuses of doktersbriefjes, jullie moeten er zijn. Het gerucht gaat dat de kaartenverkoop voor de eerste Vlaamse editie van Dichter aan Huis nog wat te wensen overlaat, en dit bevalt me niks. Dat ik me verdorie niet kwaad moet maken op jullie. Ik mag dan wel de meest aimabele mens ter wereld zijn, maar dat kan heel snel veranderen, want Jan Baeke staat te trappelen om mij op te volgen. We hebben in Vlaanderen nu eens een onpretentieus poëziegebeuren, laten wij – u dus, want ik zal er sowieso zijn – het niet verknoeien door uit te blinken in afwezigheid. Hebben wij een deal? Ja, mijnheer Hoorne – zeg maar Philip – wij hebben een deal. Zo wil ik het horen. Wij spreken elkaar nog wel.


19:50 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

30-09-05

FEEST

Enkele zakelijke berichten (voor gestileerde flauwekul en megalomaan gezwets moet u vandaag echt even elders naartoe, sorry):

 

Mijn geesteskind POËZIERAPPORT bestaat morgen 1 jaar. Vanavond wordt er op de site een bijzondere gastbijdrage geplaatst. Allen daarheen in de late uurtjes.

 

Ikzelf vier dit heuglijke nieuws in Den Haag waar ik zondag DICHTER AAN HUIS ben. U treft mij er in de namiddag ten huize Michael Goldan, Willemstraat 116. Dat is volgens het plannetje in mijn bezit helemaal in het centrum van Den Haag.

Nou, mocht ik mezelf niet zijn, ik zou wel weten waar naartoe zondagmiddag. En zelfs mezelf zijnde weet ik het: Willemstraat 116, Den Haag. Bij Michael Goldan. Bij regenweer graag voeten vegen voor het betreden van ’s mans nederige woning.

 

MANKIE is bevallen van drie kleine (of wat had u gedacht) poesjes (jazeker). Dit gebeurde al een tijdje geleden, maar ik had even teveel besognes aan mijn kop om u dit terstond te melden. Inmiddels staat ook vast dat de kleintjes een goede thuis in het vooruitzicht hebben. Welaan, klinkt het niet lief zoals ik dit neerschrijf.

 

Is het leven niet mooi?

Niet echt, maar we moeten het ermee doen. Of zoals mijn Duitse vertaler (o, u wist dat nog niet?) altijd zegt: Immer geradeaus! Oent daamaals nokmaals fraaken.


13:46 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

20-09-05

EN DE VIERDE DAG BRACHT HIJ VERSLAG UIT

 

ZATERDAG 17 SEPTEMBER 2005

Ontmoetingsmoment auteurs en literaire organisatoren, ingericht door de Stichting Lezen. Deze stichting beheert de lezingenlijst van de Vlaamse auteurs. Nieuw: de betoelaging wordt beperkt tot € 100. Het maximaal aantal lezingen per schrijver blijft gehandhaafd op 15.   

Dit jaar was het budget al opgesoupeerd in de maand mei. Daarom hebben de verlichte geesten van de Stichting Lezen het volgende bedacht: in de maand oktober moeten alle aanvragen ingediend worden voor lezingen die plaatsvinden in het eerste semester van volgend jaar. April wordt dan de aanvraagmaand voor het tweede semester. De schrijvers die dit handeltje door en door kennen, zullen hun zaakjes wel regelen tegen eind oktober en eind april; auteurs die occassioneel eens gevraagd worden, mogen het schudden. Dat wierp ik op. Ik kreeg een boze blik. Achterin de zaal kwam een man die als Carlo werd aangesproken regelmatig tussenbeide, ik vermoed dat dit dezelfde Carlo was aan wie ik ooit eens heb laten weten dat hij mijn motivering tot weigering van een werkbeurs in zijn reet kon douwen. Ik stelde het in mijn mail wel iets hoffelijker voor, want ik voer fatsoen hoog in het vaandel, maar het kwam wel op hetzelfde neer.

Stel dus dat mijn schitterende nieuwe bundel Het ei in mezelf straks verschijnt – ik zeg maar wat, maar ver zal ik er niet naast zijn – eind oktober, en de een of andere Vlaamse organisator of schooldirecteur krijgt die begin november onder ogen en wordt van mijn schrijfsels zo opgewonden als een krolse baviaan, dan kan hij mij helaas niet meer boeken met betoelaging in de eerste helft van volgend jaar. En tegen volgende zomer is mijn ei oud nieuws. Dank u wel, Stichting Lezen, goed bezig. Neen, geef mij dan maar de Nederlandse Stichting Schrijvers School Samenleving (SSS): geen kapsones, geen gedoe, geen regelneverij. Margriet of Johan aan de telefoon, beleefde mensen, ter zake, helder, aan een Belg leggen ze het met plezier extra goed uit, desnoods twee keer, en zo heb ik het graag. 

Desalniettemin, aan alle Vlaamse organisaties die mij voor enkele uren in huis willen halen, zeg ik: leg mij vast in oktober en u maakt de Vlaamse overheid € 100 afhandig. Goed besteed geld. Ik kan beter strijken dan uw grootmoeder en afwassen als een Turk met schulden, en ik doe niets onfatsoenlijks, behalve het lezen van poëzij.

ZONDAG 18 SEPTEMBER 2005

ZuiderZinnen. Ik moet lezen in het auditorium van het Museum voor Schone Kunsten samen met Stefan Hertmans en Koen Stassijns, terwijl op het hoofdpodium aan de voordeur Tom Lanoye de massa bespeelt. Een klein maar hardleers publiekje dus. Ik voel me in het gezelschap van die twee heerschappen de vreemde eend in de bijt. Bush, Blair en Bassie, zoiets. Ik verman mij. Hertmans mag dan wel god (nou nou) zijn in Vlaanderen en ik een klojo (nou nou), in pakweg Groningen zouden die verhoudingen wel eens een beetje anders kunnen liggen. Ik sta als derde geprogrammeerd en doe mijn ding. Als ik mijn dichies voorlees, en die gelukzalige koppen in de zaal zie, dan denk ik wel eens: 'Hoorne, dit is eigenlijk best aardig wat jij allemaal aan het papier toevertrouwt. Jammer van die boom, maar hey, it's worth it.' Anekdotisch? Welaan! Baldadig? You name it! Ironisch, sarcastisch, cynisch? Gelijk het leven zelve! Hoity toity? Zelden! Moet hoity toity niet met een koppelteken? Ik weet het niet! Lief? Dat ook! Overbodig? En of! Eigenzinnig, uniek, apart? Hoe langer hoe meer! Zinloos? Gelijk het leven zelve! Gelijk het leven zelve? Dat nooit!

MAANDAG 19 SEPTEMBER 2005

Voorstelling VWS-cahier van Hedwig Verlinde, geschreven door Lionel Deflo. VWS staat voor Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers. Elk jaar verschijnen er zes sober uitgegeven boekjes over auteurs die in West-Vlaanderen wonen of geboren zijn. Van maar twee dingen in het leven ben ik zeker: 1) Ik ga dood. 2) Ooit wordt er zo'n boekje aan mij gewijd. Ik kende Hedwig Verlinde alleen van naam. Meer dan een kwarteeuw geleden publiceerde hij meer bundels dan de drukpersen aankonden en ineens was het op, over en uit. Nu heeft hij er weer zin in. Hij schreef/schrijft ook toneel, verhalend proza en is een uitstekend cartoonist. Ook al is zo'n presentatie niet het uitgelezen moment om dat te weten te komen, ik vermoed dat de man iets te vertellen heeft. Een nuchtere, verstandige, beetje sombere, realistische kerel die zijn idealen één na één in de prullenmand heeft gekieperd, en dit laatste, mocht het zo zijn, siert hem. Idealen hebben, da's iets voor jongetjes die hun eerste nachtelijke zaadlozing nog voor de boeg hebben.


13:11 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

12-09-05

VAN ALLESWETERS OVER VAN HET REVE TOT DE HOND EN DE HAES

Ik snap niet hoe ze het doen. Ze hebben alles gelezen, missen niets van wat er op hun 'thirteen (sic) channels of shit' ook maar te zien is, weten dat het geciteerde uit een Pink Floyd-song komt, hebben constant muziek opstaan, kennen alle teksten van pakweg de Kaiser Chiefs uit het hoofd, zitten heelder dagen in de kroeg, hebben elk seizoen een ander vriendinnetje waarmee ze drie maal per jaar een halve wereldreis maken, studeren nog, financieren die studies met de inkomsten van drie baantjes (krantenwijk, barman, freelance tekstschrijver) en hebben een mening over alles, en natuurlijk ook ruim de tijd om die meningen te vormen.

 

In het toilet liggen altijd boeken op de grond. Die kunnen daar een hele poos liggen blijven. Soms neem ik een boek mee en laat het daar achter. Arnon Grunberg leest Karel van het Reve. Hoelang ligt deze Rainbow Pocket al aan mijn met broek en slip gedrapeerde voeten? Voor alle duidelijk wil ik vermelden dat er in het toilet een hoekje is waar die boeken perfect in passen. Ze vormen geen belemmering bij het betreden of verlaten van de ruimte en hinderen niet bij het poetsen. Een boekenhoekje, maar wel op de grond. Dat heeft als voordeel dat een boek niet op de grond kan vallen, want het ligt er al. Ik heb vreselijk de pest in als een boek door onhandigheid of welke reden dan ook beschadigd raakt. De vloer is dus een prima plek. Het nadeel is dan weer dat ik wel eens kleine rosse beestjes tussen de pagina's aantref. Daarom laat ik er ook geen boeken slingeren die mij dierbaar zijn. Grunberg leest van het Reve dus. Ik kreeg het boek ooit ongevraagd toegestuurd. De pocket bestaat uit een heel leuke inleiding van Grunberg, onderkoeld grappig zoals hij dat kan en zoals ik het graag heb, gevolgd door een lot gelegenheidsstukjes van van het Reve. Meestal aardig, ook wel eens drammerig, maar dan wel op een sympathieke wijze. Zo is er een stukje waarin hij stelt dat de ouderwetse schoolregel om in een tekst herhalingen te vermijden, en in de plaats passende synoniemen te zoeken, larie is. Parijs, de Franse hoofdstad, de Lichtstad, u kent het wel. Hond, trouwe viervoeter, Woef. Steuntrekker, parasiet, Sacha Blé. Als de lezer merkt dat je je hebt uitgesloofd om synoniemen te zoeken, dan ben je als schrijver het haasje, stelt van het Reve, en gelijk heeft hij. Toilet, de plee, het kleinste kamertje. Een schrijver die het in alle ernst heeft over het kleinste kamertje zou, kop in de pot, even geflusht moeten worden. Verderop in het boekje – ik ben zover nog niet, maar ik heb het wel al snel snel doorbladerd – komt er nog een artikel waarin hij zich afvraagt waarom we Keulen zeggen tegen Köln en Düsseldorf tegen Düsseldorf, terwijl Düsseldorf in het Nederlands gewoon Dusseldorp is. Van dat soort stiff upper lip gezanik ben ik nogal wild. Mits goedgeschreven zijn dergelijke angry young (of old) man-verhaaltjes ronduit leuk. Ik kende het werk van KvhR helemaal niet, en weet je hoe dat komt?

 

Ik lees te weinig.

 

Sinds ik schrijf lees ik te weinig. Vroeger was ik lezer maar geen schrijver. Nu ben ik in de eerste plaats schrijver. Wie schrijft kan niet schrijven en lezen op hetzelfde moment. Ik lees – beroepshalve – vooral poëzie, maar net zoals een pornoacteur zich wel eens met gezonde tegenzin naar de set sleept, zie ik gedichten vreten ook wel eens als werken, zou ik liever in één ruk door het hele oeuvre van Elsschot lezen of opnieuw lezen, of me vastbijten in de broertjes Reve. Of die knakker die onlangs overleed – Louis en nog iets – en in de pers werd voorgesteld als een groot romanschrijver, ik heb nog nooit een boek van hem gelezen. Evengoed hadden ze in het journaal kunnen zeggen dat hij in 1961 wereldkampioen zaklopen werd, ik had het geloofd. Tijd te kort, altijd tijd te kort, ik verbeuzel wel eens tijd, maar killing time is ook iets wat gedaan moet worden. Waar gaat al die tijd naartoe? Ik heb een dagtaak en een gezin enzovoort enzovoort, maar voor de rest weinig besognes of bezigheden. Geen hobby's die mij inpalmen, ik hang niet uitermate veel voor de tv, mijd cafés en huishoudelijke taken. Ik lees geen kranten, pik de headlines mee op teletekst en internet. Ik lees de Humo nog slechts sporadisch. (Humo lezen was ooit een dwangidee. Must read Humo! Must read Humo! Van voor naar achter en van achter naar voor. Ben ik mee gestopt, toen ik het zoveelste Geena Lisa-interview las en me afvroeg waar ik in godsnaam mee bezig was – ja, Coco maakt het goed, hij is rustiger geworden sinds hij mij kent, maar heeft wel nog altijd die zweetvoeten die hij twaalf interviews geleden ook al had, en ja, het liefst van al zou ik altijd zingen – Wel, doe dat dan, trut, en hou die journalisten buiten!)

 

Eigenlijk wilde ik u alleen even wijzen op een boeiend artikel van Leo de Haes, baas van uitgeverij Houtekiet, in de laatste Brakke Hond, zie http://www.brakkehond.be/87/haes1.html.


20:24 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

06-09-05

MANKIE

Nog altijd stilletjes. Ik laat de bezoekers van mijn weblog, jullie dus, een beetje in de steek. De bezoekersteller dikt aan en er valt hier niks te beleven. Ooit was dit anders, maar ik wil a) geen slaaf zijn van mijn eigen creatie, b) verkies niks te zeggen als het voor jullie niet of nauwelijks interessant is, en c) wat onder b) valt maak ik wel uit.

 

Wat is er allemaal gebeurd sinds de vorige post? Wel, het is nu wel duidelijk dat Mankie zwanger is en binnenkort jongen ter wereld zal brengen. Op een dag stond ze aan de voordeur. Neen, ze belde niet aan, gekkerds, ze was er ineens, ging meteen liggen met een I'm here to stay-attitude. Even voordien hoorde ik een auto halt houden en dan weer wegscheuren. Begin juli, de tijd dat veel huisdieren op slinkse wijze gedumpt worden, beweren sommigen, al kan ik me moeilijk voorstellen dat dit frequent gebeurt. Mankie mankte, vandaar dat ze zich meteen neervlijde, en nu weten jullie ook waar ze haar naam vandaan heeft. Momenteel maakt ze het al veel beter, het zielige strompelen op drie poten is zo goed als verdwenen. Mankie is onze vierde poes. Navraag leerde dat niemand in de buurt een kat miste, want ook al ben ik dan nogal misantroop, ik wil niet dat iemand treurt om een verloren kat, en eigenlijk wil ik dat nog het meest van al voor de kat zelf. Mankie is een grijsbruine poes (om even een ander woord te gebruiken dan kat) met een dikke vacht en een flinke dosis natuurlijke cool. Ze palmde vanaf dag één het hele poezenverblijf in, maar wat voor allochtonen geldt, was evenzeer op haar van toepassing: integreren, en snel wat! Het lukt haar aardig. Menig Turk van de derde generatie kan niet tippen aan haar integreervaardigheden. Het scheelde niks of ik schreef haar in voor een cursus Nederlands. Als ik ooit een jeugdboek pleeg, zal het Mankie, kat met karakter heten. Titels zijn belangrijk. Maar dat betekent dan wel dat ik in dat boek Mankie allerlei streken moet laten uithalen waaruit blijkt dat ze ook effectief het karakter heeft dat ik haar toedicht, terwijl ze verdorie de hele tijd niks anders doet dan eten, in de zon liggen, zich schoonlikken en dan alles weer van voren af aan. En wat ze ’s nachts uitspookt, daar durf ik niet eens aan denken. Karakter, my ass. Wat er straks met de kittens moet gebeuren, is nog onduidelijk. Speciaalzaken zijn niet meer zo dol op gratis poesjes. Vier poezen is echt wel het maximum, we hebben besloten om er geen meer te nemen, maar de kleintjes moeten een goede thuis vinden, dat is voor mij een erezaak. Yep, ik ben een groot dierenliefhebber. Vooral de flair en het no-nonsensegedrag van katten kunnen mij vertederen. Een kat die verveeld over het terras loopt, dat is onderkoeld charisma van het zuiverste soort. Het doet mij denken aan die fameuze Wimbledon-finale tussen Borg en McEnroe. Borg, de icoon op de terugweg, McEnroe, de rebelse nieuwe tennisheld. Ook ik supporterde destijds voor de Amerikaan met het vreselijke kapsel en die brede rode haarband die aan dat kapsel vergroeid leek, maar zoals Ice Borg zelfs in de meest penibele situaties naar zijn stoeltje wandelde met die kromme beentjes en emotieloze blik van hem, dat deden weinigen hem na. Mankie kan het. De Borg-imitatie van Mankie is bijna beter dan het origineel. Maar haar tennisspel is dan weer niet om aan te zien.

 

Nog iets literairs? Wel, ik wil het even niet hebben over mijn nieuwe bundel. Zou een kat enthousiast doen over een nieuwe bundel? Ik denk het niet. Spinnen als een chronische bronchitis, dat wel, maar verder geen omhaal. Vandaag de bundel van Thomas Möhlmann in de bus. De vloeibare jongen. Mooie titel, maar niet zo mooi als Mankie, kat met karakter. Eerste impressie is positief. Het boekje is ook heel low profile en simpel uitgegeven. Daar houd ik van. Klein formaat, leuk maar goedkoop omslagje, een boekje dat je aanschaft voor de inhoud. Een boek dat roept: ‘Neem mij en lees mij’. Je hebt ook boeken die roepen: ‘Neem mij en zet mij in de kast.’ Ik kreeg ooit een boek dat naar mij riep: ‘Neem mij en gooi mij in de kachel.’ Die dichtbundel van Joep Kuiper, remember. Hoe zou het eigenlijk zijn met die knakker? Scheepsroerhersteller op de lange omvaart? Als daar maar geen poëzie van komt.

 

Er wordt heel veel gezeurd over poëzie op het internet. En vetes uitgevochten. Ik lees zoiets en haal mijn schouders op. Leven en laten leven, is mijn motto. Eigenlijk is mijn motto Hooters! Hooters! Luscious hooters! maar leven en laten leven is geen kwaaie tweede. Ik wil iedereen te vriend blijven. Ik ben een aardige jongen. Wie zegt dat het niet waar is, kan een klap voor zijn kanis krijgen.


21:39 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

STILLETJES (2)

 
Hé, kijk aan, ik sta op deze website.
 
http://www.nieuwetitels.nl/boek.php?nummer=161


11:30 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

20-08-05

STILLETJES

Het is een beetje stilletjes hier op mijn weblog. Dat komt omdat ik druk doende ben met de samenstelling van Het ei in mezelf, mijn dichtbundel die over enkele maanden verschijnt.

 

Met samenstellen bedoel ik dat ik, ten eerste, de gedichten selecteer. Vervolgens ze in een volgorde plaats. Niet makkelijk vermits ik niet een dichter ben die reeksen gedichten schrijft. Elk gedicht staat op zichzelf. Ik zoek dus overeenkomsten in mijn werk. Welke gedichten horen bij elkaar? Plaats ik die dan ook na elkaar of doe ik dat opzettelijk niet? Belangrijk is ook de bladspiegel. Welke gedichten komen naast elkaar in het boek? Heb ik gedichten die niet op één pagina kunnen, zo ja, dewelke? Ook dit is niet eenvoudig in te schatten, want hiervoor moet ik eigenlijk weten welke lettergrootte en welk font Arjan, de vormgever van Uitgeverij 521, straks zal gebruiken. Als ik me baseer op Inbreng nihil, dan zou er in Het ei in mezelf één gedicht voorkomen dat twee pagina’s beslaat. Daar bij de samenstelling dus rekening mee houden. Deel ik de bundel op in cycli? Eerst vond ik beter van niet, alle gedichten in één ruk na elkaar. Dan had ik ineens vier afdelingen, dan twee, drie, uiteindelijk toch twee.

 

Ik ben nu ongeveer klaar met de samenstelling en heb ook een verantwoording en de tekst voor het achterplat geschreven. Eerstdaags mail ik alles naar de uitgever die het in boekvorm zal gieten.

 

Zo, u bent weer helemaal bij.

 

En voor wielertijdschrift De Muur schrijf ik een verhaal over een bekende Belgische wielrenner.


12:22 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

19-08-05

GEDICHT

 

BINNENBRAND

 

Beloftes, beloftes, wie komt nog in de tepelhof

waar ze groeien in het wild? Trap niet in

het perk met de uitgestelde verlangens:

de tuinman en de dood zijn één.

 

Slaapdronken ogen kijken niet op als

sirenes het kermen van een kind versterken.

Angst die een leven lang sluimert of één keer

werkelijkheid wordt: ik wil niet kiezen.

 

Wie wakker ligt zal eeuwig sudderen in een bedje

van zweet; het knarsende grind, de jankende hond,

het windstille geritsel in de haag niet horen.

Slapen met open raam is bij wet verboden.

 

 

Philip Hoorne

2005


11:47 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

12-08-05

GEDICHT

 

SCHATERLOO

 

In Jonghans fronste ik mijn novelle terzijde, deed de dop

op mijn pen, bracht de pen naar mijn zak, maar hij viel

op de grond en rolde, rolde, god allemachtig, wat kon mij

Jonghans nog aan toe die stomme pen verdommen?

 

Verbouwereerd ging het verder, mijn maag keerde om en om

als een wastrommel. Ik zag huizen die geleken op alle huizen

die ik ooit eerder had gezien en een brug die eruit zag als een

brug die ik kende, maar dan langer, lager, logger en lomer

en zonder graffiti op de betonnen spanbogen.

 

Flessegem?

Gras is altijd en overal groen, en dat was niet anders in Flessegem,

maar het klein beetje troost dat ik hieruit puurde werd terstond weer

vermorzeld toen ik die knalblauwe geitenbok in de smiezen kreeg.

 

In Brikkelhove besloot ik uit te stappen, doch geheel van streek

bleef ik aan het gangpad genageld tot in Schaterloo.

 

Philip Hoorne

2005


22:52 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

10-08-05

GEDICHT

 

REDERIJKERSREDERIJ

 

Geen onwaardig woord zal ik schrijven over

jullie schrijven, geen onvertogen formulering

over deine ei zo na failliete carrosseriebedrijven.

 

Rikketikkende plaatgewelfden, potentieel gerief,

al dan niet onwillige mis- en laspunten, ooit zal

ik de laatste honky tonk-benige blikslager zijn.

 

Zie die opgemaakte oogjes, fijngeknepen voor geen rook.

Het betekent niets, schepen mijner woestijn, maar des te

meer voor dij. Jawohl, xantippes, het leven is illusie.

 

Philip Hoorne

2005


15:13 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

03-08-05

POËZIE NIET POPULAIR?

De voorbije dagen sprak ik enkele mensen via de mail en langs mijn neus weg informeerde ik wel eens of ze naar Het Tuinfeest in Deventer gingen. In al mijn argeloosheid durf ik te denken dat een poëziefestival iets is met altijd plaats en vaak meer dichters dan publiek. Niet zo te Deventer.
 
Wat lees ik op de website van Het Tuinfeest?
 
'Het Tuinfeest is uitverkocht! Buffetkaarten zijn niet meer te bestellen!
Het Tuinfeest 2005 vindt plaats op zaterdag 6 augustus.
Dinsdag 17 mei 2005 is de voorverkoop voor Het Tuinfeest 2005 van start gegaan.
Vier dagen later is reeds 75 procent van de kaarten gereserveerd.
7 juni 2005: Het Tuinfeest is uitverkocht. Dit is dus veel sneller gegaan dan de voorafgaande jaren!
Mocht u nog kaarten willen bemachtigen, houdt u dan ons gastenboek in de gaten.
Meestal bieden bezoekers die uiteindelijk niet meer gaan, daar hun kaartje nog te koop aan. Succes!'

 
Een toegangskaart kost 25 euro, een buffetkaart 22,50 euro. Echt goedkoop is dit niet, laat ons zeggen dat het een billijke prijs is voor een karrenvracht bekende dichters. In het gastenboek schreeuwen ongelukkigen wanhopig om tickets. Hoeveel bezoekers het festival aankan weet ik niet precies, maar het zijn er vele duizenden. Ik vind dit onvoorstelbaar. Vorig jaar was ik voor het eerst te gast op dit hoogfeest van de poëzie en ik ben dankbaar en verheugd dit jaar opnieuw te zijn uitgenodigd. 
 
Allen daarheen, zou ik zo zeggen, maar dan alleen voor zij die op tijd een kaartje hebben kunnen bemachtigen.

17:01 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

01-08-05

DICHTERS IN DE PRINSENTUIN - 29 JULI 2005

Vrijdagavond las ik in het Schouwburgcafé De Souffleur te Groningen tijdens de afsluitende happening van Dichters in de Prinsentuin de volgende gedichten. In chronologische volgorde:

uit Niets met jou: Lipide - Vogeltje
uit Inbreng nihil: Slotpleidooi
uit Het ei in mezelf (bundel verschijnt dit najaar): Donut - Bosbegeer - Oude mensen - Erfelijkheid - Terrasje - Ik wilde iets maken met mijn handen

Het gedicht Het leven gaat even tekeer liet ik ongelezen, omdat de twee lezers voor mij het tamelijk kort hielden en ik niet uit de toon wilde vallen door mijn lezing langer te maken dan de hunne. Te horen aan het applaus en de reacties achteraf, was het een vermakelijke performance. Toch is het waarschijnlijk dat ik het volgende week tijdens Het Tuinfeest over een geheel andere boeg gooi. Enkele van de bovenstaande gedichten las ik daar vorig jaar al en ik vind niet dat ik twee keer ongeveer hetzelfde kan doen. Ik weet het nog niet.


09:43 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

27-07-05

VAN SMALL TALK TOT BALLOTAGE

 

VAN SMALL TALK TOT BALLOTAGE

De invloed van popmuziek op poëzie. Een voorbeeld.
 

In de door Gerrit Komrij samengestelde bloemlezing Komrij's Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten die begin 2004 werd uitgegeven, staan drie gedichten uit mijn debuutbundel Niets met jou. Eén van die gedichten is Ballotage.
 
Het zijn niet de kleurrijk verpakte dromen
die hij je schenkt met je verjaardag,
niet het bloemenabonnement
de half toegestoken hand,
een slap om je middel geslagen arm
of zakken vol poen,

 
maar heel eenvoudige woorden
nauwelijks verstaanbaar gefluister,
een half gemiste zoen
kleine bekentenissen in het duister,
zachtjes likken aan je ene tepel
zoeken naar de andere.

 
Dit amper durven.
 
Dit gedicht werd door de redactie van het literaire e-zine Meander verkozen tot gedicht van de maand juli 2002. In haar analyse schrijft redactrice Milla Van der Have: ‘Ballotage is een helder gedicht, dat zich eenvoudigweg laat samenvatten als 'Het zijn de kleine, onverwachte dingen die het 'm doen'. Ook in de liefde (…) Het zijn niet de 'kleurrijk verpakte dromen', niet de bloemen en al helemaal niet de 'zakken vol poen'. Nee, het zijn juist de intieme momenten, waarin die ander zich laat kennen als iemand met veel minder bravoure. Niet iemand van lange, romantische volzinnen, maar iemand van 'eenvoudige woorden', die dan ook nog eens amper verstaanbaar zijn. Ook op lichamelijk gebied hebben we te maken met een schuchter persoon: 'zachtjes likken aan je ene tepel / zoeken naar de andere// Dit amper durven' (…) Het is dit amper durven dat uiteindelijk de ballotage doet doorslaan.’
 
Een fraaie en voor de hand liggende ontleding van een inderdaad heel eenvoudig en helder gedicht: de opsomming van enkele nietes en enkele welles gevolgd door een magnifiek slotvers, al zeg ik het zelf. Ik herinner me dat ik dit gedicht met één pennentrek op papier zette, en niettegenstaande de onbetwiste poëtische kracht twijfelde ik toch even. Woorden van extreem grote eenvoud die zich in een mum van tijd tot een gedicht groeperen, kan dat wel hoogstaande poëzie zijn? In zijn essay Over het maken van een gedicht, uit de schitterende bundel Al die mooie beloften, vertelt Rutger Kopland over de totstandkoming van het gedicht Geen gezicht, geen handen, geen haar, en altijd. Twee maanden doet hij er over. Ik mag graag aannemen dat Kopland tezelfdertijd aan meerdere gedichten werkt, anders ligt zijn productie wel bijzonder laag. Trouwens, het gebeurde tijdens die eerste maanden als publicerend dichter wel vaker dat een klein meesterwerk zomaar uit mijn vinger vloeide, maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat die gave afneemt naarmate mijn oeuvre omvangrijker wordt. Elk gedicht dat je hebt geschreven, kan je niet meer schrijven, en steeds maar mezelf herhalen, daar pas ik voor.
 
Waar komt een gedicht vandaan? Dichters weten het meestal wel, soms ook niet. Inspiratie, om dat vreselijke woord maar eens te gebruiken, vliegt je van alle kanten tegemoet. Wat maakt dat je die woorden neerschrijft en geen andere? Interessante vraag. Ik had mijn gedicht Dochter allicht niet geschreven indien ik er zelf geen had; Roots, uit mijn tweede bundel Inbreng nihil, is ontstaan op een trein die van Den Haag naar Kortrijk snelde terwijl ik, grasduinend in een bundel van Hugo Claus, de aandrang voelde om aan het witte blad toe te vertrouwen dat ik me geen typisch Vlaamse boompje-blaadje-akker-dichter voel, waarmee ik niet zeg dat Claus dat wel is. Ik bedoel gewoon maar: Roots ontstond door het samengaan van bepaalde elementen op dat welbepaalde moment. Een treinrit naar Parijs in het gezelschap van een bundel van een andere dichter had misschien ook wel tot een gedicht geleid, maar dan alleszins een ander dan Roots
 
Lezers en critici zijn vaak benieuwd naar de ontstaansgeschiedenis van een gedicht. Er zijn dichters die daar niet moeilijk over doen en bij hun werk allerlei randinformatie verstrekken. Ingmar Heytze sluit zijn bundel Het ging over rozen af met een verantwoording van twee volle pagina's waarin hij zijn lezers uitgebreid laat weten hoe bepaalde gedichten zijn ontstaan. Zelf ben ik van oordeel dat de dichter de mysterieuze aura die sowieso al omheen poëzie hangt niet hoeft te schenden, behalve als het een 'vertaling' van een andere kunstvorm betreft – bijvoorbeeld een gedicht bij een schilderij of beeldhouwwerk – of als het gaat om een parodie die niet ten volle kan gesmaakt worden als de lezer het geparodieerde origineel niet kent. Laat de dingen maar hun geheimzinnigheid. De kracht van de woorden die samen een gedicht uitmaken is het enige wat telt. Ik wil als dichter beoordeeld worden op mijn gedichten, nevenaspecten zijn minder relevant. Wat biografen en poëzieduiders na mijn dood zullen uitkramen laat me koud, al sluit ik niet uit dat dit nog kan veranderen eenmaal ik de man met de zeis in de smiezen krijg.
 
Principes zijn er om met een zekere regelmaat tegen te zondigen. Daarom neem ik u even mee terug in de tijd, naar de verloskamer waar het bejubelde Ballotage het levenslicht zag, een gedicht dat ik nooit had geschreven indien ik Small talk nooit had gehoord.
 
In 1991 bracht de Zweedse popgroep Roxette de cd Joyride uit. Het titelnummer was een gigantische hit. Op dit album staan nog tal van andere pareltjes: de ballads Fading like a flower en Spending my time, het up-tempo The big L, het catchy Church of the heart en niet in het minst Small talk, een lied over het dagdagelijkse gekeuvel tussen man en vrouw als de ideale barometer voor de liefde.
 
It's not the chapters he reads when you're feeling low down
It's not the touch of his skin when you kiss him goodnight
It's not the money he spends when you want to buy a daydream
And not that miracle smile that makes the sky bright

 
It's not the way his hands behave
When you've turned out the light

 
It's the small, small small talk that makes it all happen
Small, small small talk that makes you want to fly, yes it does

 
It's not the way he believes in you like a religion
It's not the thrill that you get when he's holding you tight

 
It's not the way his eyes persuade
You to stay the night

 
It's the small, small small talk that makes it all happen (just like that)
Small, small small talk that makes you feel like flying, yes it does

 
Information, heart and soul, a whisper, a word
Confessions that have to be heard
Small small talk

 
Come on now, come on now
Come on - you make it rock so heavenly
Come on now, come on now
Come on - you seem to talk so heavenly

 
Big words...
Small talk...

 
It's not the way his eyes persuade
You to stay the night

 
It's the small, small small talk that makes it all happen
Small, small small talk that makes you feel like flying, yes it does.

 
Liedjesteksten zijn zelden wereldpoëzie. Het gaat mij ook altijd in de eerste plaats om die rilling over mijn rug die veroorzaakt wordt door de muzieknoten, de tekst vind ik eerder van ondergeschikt belang. Small talk had nooit de onbewuste inspirator voor Ballotage kunnen zijn, indien ik niet sterk onder de indruk was geweest van de schoonheid van dit popdeuntje. Het is ook maar na herhaaldelijk beluisteren dat diep in mij een gedicht begon te kiemen. Muziek die mij niet aanspreekt kan nooit de voedingsbodem zijn voor poëzie, omdat ik die ofwel meteen uitzet, ofwel over mij heen laat waaien.
 
De gelijkenissen tussen mijn gedicht en het nummer van Roxette zijn treffend, maar dat zijn ook de verschillen. Marie Frederiksson stelt in Small talk duidelijk wat ze wel en niet van een man verwacht. Voorlezen uit een boek als ze zich wat neerslachtig voelt hoeft niet echt, een stralende glimlach of allerlei gedoe voor het slapengaan al evenmin. Ze raakt niet onder de indruk als een man haar stevig tegen zich aan drukt, of haar met zijn ogen bezweert om samen de nacht door te brengen. Een Zweedse ijsklomp, die Marie! Hij hoeft zelfs niet in haar te geloven als in een religie, en geld of geschenkjes spelen al helemaal geen rol. Het enige wat telt voor haar zijn de dagdagelijkse babbeltjes.
 
Die negaties komen ook voor in de eerste strofe van Ballotage. Ik hekel de tactloze kinkel die zijn vrouw met haar verjaardag een duur maar zielloos cadeau schenkt, b.v. het befaamde bloemenabonnement – kan zijn liefste zelf op gezette tijden naar de bloemenwinkel hollen! – en daarmee tracht te verdoezelen dat hij haar de rest van het jaar onheus behandelt. De half toegestoken hand en de slappe arm verwijzen naar hoe dergelijke koppels zich en public gedragen. Niemand mag merken dat zij levenslang tot elkaar veroordeeld zijn en aan elkaar vastgeklonken middels hun trouwringen en de gemeenschappelijke bankrekening met wederzijdse volmacht. Diametraal daartegenover staat de zachte, tedere liefde die ik in de tweede strofe beschrijf. Het tweede en vierde vers van deze strofe tonen aan dat ik even leentjebuur heb gespeeld bij Roxette. Geef toe, had ik het u niet gezegd, u had het nooit geweten.
 
Is het zo eenvoudig, poëzie? Voor de criticasters die van plan zijn om straks ter kwader trouw rond te bazuinen dat Hoorne zijn dichies overpent uit songteksten, wil ik duidelijk stellen dat Ballotage het enige gedicht is waarvan ik me bewust ben dat het door een liedjestekst is beïnvloed, en door wélke liedjestekst. Trouwens, ik volg die hele muziekbusiness al lang niet meer van dichtbij. Dat ik een cd uit het jaar '91 tien jaar later voor het eerst helemaal beluisterde, is in dit opzicht veelbetekenend. De knop van de hifiketen staat bij mij hoe langer hoe meer op off, geen gewilliger muze dan de sound of silence. En mocht ik dan toch stiekem met mijn neus in stapels songteksten zitten, dan nog is het niet evident om daar poëtische meesterstukjes uit los te pulken. Als je als dichter op slinkse wijze wilt 'stelen' of de poëzie die diep in je eigen lijf huist omhoog wilt wrikken met externe hulpmiddelen, dan neem je best een verkwikkend bad in het werk van collega's, in plaats van bezig te zijn met holle songteksten die vaak niet meer zijn dan op een hoop gegooide clichés met veel oooh, aaah en lalala. Ook de woorden van Small talk zijn banaal. Desalniettemin gaat mijn dank uit naar Per Gessle, de frontman van Roxette die ze op papier zette, en zonder dat hij het ooit zal beseffen aan de grondslag ligt van een halve bladzijde in Komrij's Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten.
 
Philip Hoorne
2004

10:56 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

20-07-05

VERZURING

Afgelopen weekend danste België voor het 175-jarig bestaan van ons land en 25 jaar federalisme op de tonen van het mooie Ik hou van u van Noordkaap, voor de gelegenheid ook in het Frans vertaald. Beide versies blijven in mijn hoofd rondspoken. In diverse steden werden pleinen bevolkt door hossende mensen van uiteenlopend pluimage, mensen 'die het een keer wilden meemaken' of het 'zeker niet wilden missen'. De danspasjes werden zeker op één plaats – ik zag het in het journaal – aangeleerd door een schabouwelijk Nederlandse pratende janet in een sneeuwwitte … euh… janettenbroek en dito sweater. Ik gruwde in stilte.

 

De overheid deelt aan wie dit wil feestcheques uit, of buurtcheques, of barbecuecheques, of hoe ze ook mogen heten. Voor mijn geestesoog ontrollen zich dan met wit papier bedekte tafels, die bestaan uit grote, doorhangende planken op schraagjes, en voor mijn zware lijf veel te lichte opklapbare vissersstoeltjes. Verder zie ik kartonnen eetborden en plastic couverts, lauw bier, aangebrande saucissen en verlepte sla. Nonkel Jules die zich een hele namiddag en avond lang moet beheersen om niet te tasten naar de bijna uit de bloes glippende borsten van tante Julia. Zoals in dat liedje van Boudewijn de Groot – reputatie definitief om zeep sinds zijn verschijning in Flikken – inderdaad, maar wel andermans vrouw. De filosofie: mensen moeten terug samenklitten op straat, schrijlings op stoelen gezeten tegen elkaar aanlullen tot ze omver vallen van de vaak. De tongen mogen losgemaakt worden met geestrijk vocht, doch met mate. Er mag gerookt worden, ja, nog even, tot het helemaal en overal verboden is. Tieners moeten weer verliefd worden op hun buurjongen of –meisje in de plaats van een lief te zoeken op het internet of in een rokerige dancing met dubieuze Slavische buitenwippers aan de voordeur. Ik gruw in stilte. Massagedoe, opgefokte lolbroekerij, schaterlachen op commando, wie deze weblog al langer dan vandaag bezoekt, weet dat ik er een hartgrondige hekel aan heb.

 

En toch, en toch, beste lezers, zijn dit verdienstelijke en broodnodige pogingen om de verzuring van de maatschappij, zoals dat dan zo mooi heet, een halt toe te roepen. Een verzuring, waar ik met mijn vaak ironische, cynische en sarcastische geschriften, aan meewerk, ik weet het. Maar ik pleit onschuldig. Ik ben ook maar een product van mijn ouders en voorouders en de samenleving waarin ik werd geboren en grootgebracht, en dit is de wereld waarin ik moet leven. Of zoals ik het stel in de slotstrofe van mijn gedicht Slotpleidooi uit de bundel Inbreng nihil:

 

Edelachtbare, er is geen goed, er is geen kwaad,

dat zou u toch moeten weten, het spijt me zeer.

Geef mij het voordeel van de twijfel,

ik ben een exponent van de erfelijkheidsleer.

 

Waarschijnlijk de beste strofe uit het beste gedicht van de hele bundel. Ik krijg altijd weer een krop in de keel als ik dit voorlees. Dat heeft natuurlijk te maken met de regels die voorafgaan. In dit gedicht geef ik me bloter dan bloot, niks afstandelijk cynisme, maar doorleefde poëzie. En natuurlijk lieg ik in dat gedicht, want er is goed, en er is nog veel meer kwaad.

 

Maar het gaat nu even niet over mezelf en mijn werk. Ik ben hard geschrokken van de aanslagen in Londen, vooral toen bleek dat ze het werk waren van zelfmoordterroristen. Vroeger schoten mensen op elkaar en wie de tegenstander het eerst uitschakelde, was de overwinnaar. Cowboy en indiaan. In dit geval echter zijn er geen winnaars. Hoe blind moet haat zijn om er het eigen leven voor veil te hebben? Of hoe nutteloos moet iemand zijn leven vinden? Dit laatste is misschien nog erger dan het eerste. Hoe sterk is de overtuiging die een knappe Pakistaanse man ertoe brengt explosieven op zijn lichaam vast te binden en die in een overvolle dubbeldekbus tot ontploffing te brengen? Wat moet er in die kerel zijn omgegaan gedurende de laatste minuten van zijn leven, toen hij zijn slachtoffers nog in de ogen kon kijken. Wellicht keek hij in het gezicht van een brave huisvader op weg naar het werk, misschien tegen zijn goesting, maar met de verdomde plicht te zorgen voor zichzelf en zijn dierbaren. Keek hij in de ogen van een puistenjongen die verlegen het hand van zijn vriendinnetje vasthield, beiden dromend van een roze toekomst, later, met elkaar? Besloot hij het zaakje af te blazen in de plaats van op te blazen toen hij een moslimvrouw met hoofddoek, en twee volle boodschappentassen met zich meezeulend, op de bus zag stappen? Dacht hij op dat moment: neen, dit gaat te ver, ik kan het niet? Kon hij nog wel terug? Maar ja, hij kon terug! Hij had de chauffeur moeten toeroepen de bus te stoppen, die had dit ongetwijfeld niet meteen gedaan, maar dan had hij de waarheid kunnen schreeuwen. Die verrekte deuren open, iedereen naar buiten, ruk die explosieven van mijn lijf, ik wil leven, ik wil godverdomme leven. Zo is het dus niet gegaan.

 

Dit is geen eerlijke strijd meer, dit is guerrilla, het laffe broertje van oorlog. We hebben met mafkezen te doen, gevaarlijke mafkezen. Ik weiger politieke uitspraken te doen. De maatschappij is in een bepaalde richting geëvolueerd, ik stel dat samen met u vast. Verder weet ik niks, behalve dat ik nog ruim een kwarteeuw op deze planeet hoop te verwijlen en van zoveel mogelijk minuten mooie minuten wil maken. Wat ik wel weet is dat het geen kwaad kan een hartelijke, verdraagzame, altruïstische attitude tegenover onze medemens tentoon te spreiden. Dit klinkt melig, maar laten we nu eens ophouden met onze stekels op te zetten tegen alles wat een zekere feel good-uitstraling heeft. Ik doe mijn best, waarschijnlijk niet genoeg mijn best, ik beken. Misschien laat ik míjn borstel te vaak onaangeroerd, maar als we elk voor onze deur vegen, is de straat schoon – nog zo'n dooddoener, maar wel een waarheid als een koe, maak daar een hele veestapel van.


21:57 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

19-07-05

MAAKT KENNIS GELUKKIG? (2)

Het was de Witten die als eerste het woord vroeg, en zonder het expliciet te krijgen, in een sappig koeterwaals en met een alsmaar roder wordende kop, tegen de stelling van leer trok. De Witten en ik durfden wel eens van mening te verschillen, maar niet dit keer. Hij was een burgermannetje, zowel in kleding – hij droeg bijna altijd een marineblauwe Lacoste-sweater, met de knoopjes (koperkleurig, met de beeltenis van een anker) op de schouder – als in gedachten – een kleine, conservatieve, kapitalistische kloothommel – maar hij beheerste als geen ander de gave om de lessen lam te leggen. Eenmaal op toerental verdedigde hij zijn denkbeelden met een oprechte, maar naar mijn smaak toch lichtjes overgeacteerde bezieling.

De Witten fulmineerde ongemeen heftig dat kennis absoluut niet gelukkig maakt. Hij illustreerde dat met een paar overdreven en bijgevolg te zwakke argumenten opdat ik ze mij vandaag nog zou kunnen herinneren. De Witten wist hoe hij een motor aan de praat kon krijgen, maar niet hoe hij moest motorrijden. Gelukkig namen anderen het gretig van hem over, er evenwel zorg voor dragend dat het geen kakofonie werd, want in dat geval zou Lambert resoluut terugkeren naar zijn passé composé en futur simple. De rustige, ingetogen jongen die ik was aanschouwde het slagveld en liet de storm aanvankelijk wat overwaaien. Ik hield mijn argumenten altijd een tijdje op zak en kwam er mee voor de dag als het gebakkelei wat in het slop dreigde te geraken, een strategie die in de loop der jaren haar deugdelijkheid ruimschoots had bewezen. Op het moment dat Lambert zich ei zo na opnieuw over zijn handboek boog en naar een krijtje greep, stak ik mijn vinger op. Glunderende gezichten op alle banken. Ha! Phil, de personificatie van het pseudo-gezond verstand, gaat er nog een snok aan geven. Oui, monsieur Hoorne, zei Lambert. Met vaste stem en zonder eenmaal met de ogen te knipperen, verkondigde ik in het Nederlands – het mocht, Lambert zag zichzelf blijkbaar nog steeds als de winnaar op punten – dat een mens die leeft als een verdorde plant, bijvoorbeeld na een ongeval of trauma, en de godganse tijd gekluisterd is aan een rolstoel, van waaruit hij onafgebroken, zonder te beseffen wat hij ziet, kan turen naar kwinkelerende vogeltjes en fladderende vlindertjes, en met op zijn kop een gek petje – met publicitaire opschriften – tegen het profijtig doch hartverwarmend zonnetje dat genadeloos in het gelaat schijnt, waarschijnlijk veel gelukkiger is dan de strafste bolleboos. Het was een hard en cynisch, o zo typisch – toen al – Hoorne-voorbeeld.

Lamberts mond zakte open. Daar had de franskiljonse wijsneus niet van terug. Touché. Ik keek triomfantelijk het klaslokaal rond. Links en rechts enig flauw instemmend gegrom, maar niet het verwachte huldebetoon. Waar bleef mijn lauwerkrans? Spargo knabbelde op zijn pen, Schaap staarde naar het plafond, uit de mond van Magere Gino bungelde een eindje kauwgom, Billy speelde met een elastiekje, Joe Penis frutselde aan zijn jeans en de Witten bladerde met nerveuze vingers in zijn werkschrift, alsof hij daar het onweerlegbare antwoord zou vinden op de schijnbaar intrigerende maar in wezen belachelijke vraag waarmee we nu toch al een half lesuurtje zoet waren. Zijn hoofd zag er inmiddels uit als een overrijpe tomaat met de brandende ambitie om heel binnenkort in een kwak tomatenketchup te transformeren.

(wordt vervolgd)


17:18 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

15-07-05

MAAKT KENNIS GELUKKIG? (1)

Kennis maakt gelukkig. Of niet? Het was in een Franse les dat de discussie gevoerd werd. We probeerden de leraar altijd weg te lokken van die verwijfd in onze oren klinkende taal van Molière. Op maandag was er het competitievoetbal van het voorbije weekend, op donderdag het Europese voetbal van de woensdagavond, met op woensdag soms al een voorbeschouwing. De andere dagen van de week en buiten het voetbalseizoen moesten de creatiefste leerlingen al hun inventiviteit aan de dag leggen om stokken in de wielen van het reguliere lesverloop te steken. Monsieur Lambert hield van voetbal en discussieerde graag, en om een zekere vaart in het geredetwist te krijgen, werd met zijn stilzwijgende en argeloze toestemming snel overgeschakeld naar de moedertaal. Maar Lambert had ook een hekel aan verliezen. Als hij in een argumentatieslag het onderspit dreigde te delven, probeerde hij met een gebiedend, kort en krachtig maar vooral kinderachtig "En français, monsieur!" het laken alsnog naar zich toe te trekken.

 

Ik weet niet meer precies om welke reden de stelling dat mensen die veel weten gelukkiger zijn dan mensen die niet veel weten opeens het snikhete klaslokaal kwam binnengewaaid, wel dat de heer Lambert ze onderschreef en verdedigde. Wij, de studenten, keken elkaar aan. De ene fronste een wenkbrauw, een ander trok een vies gezicht, de meeste verroerden geen vin. Dit was andere koek dan de vraag met hoeveel goals verschil Club Brugge die avond een stelletje Roemeense zakkenwassers zou gaan inblikken. Filosofisch getinte leuterpraat, daar konden we een flink pak grammaire mee ontlopen.

 

(wordt vervolgd)


21:26 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

14-07-05

CONSUMPTIEMAATSCHAPPIJ

De consumptiemaatschappij. Die bestreden wij toen ik nog een jonge jongen was. Heeft iemand het woord nog gehoord de afgelopen tien jaar? De grote mensen hadden de Koude Oorlog, wij de consumptiemaatschappij. Wij is veel gezegd. Ik heb nooit deel uitgemaakt van een wij. Het is een woord dat prima bekt: consumptiemaatschappij. Met een -s, zo zeggen wij het, en niet met een -z zoals de Nederlanders het uitspreken, alhoewel 'conzumptiemaatschappij' eigenlijk nog stoerder klinkt. Als er iets tegenviel, dan schoof je de schuld zonder verpinken in de schoenen van de consumptiemaatschappij. Ruzie met het liefje? Consumptiemaatschappij! John Lennon vermoord? Consumptiemaatschappij! Naast de wc-pot gepist? Consumptiemaatschappij!

Op school hadden we leerboeken waarin nogal van jetje werd gegeven tegen de consumptiemaatschappij. We hadden dat woord ergens vandaan, toch? In zo'n schoolboek stond dan een zwartwitfoto, voorstellende een hoop bij elkaar gezochte luxeartikelen. Dit plaatje moest het jonge volkje duidelijk maken dat het beter was je die dingen te ontzeggen dan toe te geven aan de subtiele aantrekkingskracht van de verborgen verleiders. Verborgen verleiders, nog zo'n begrip uit lang vervlogen tijd. Het getuigde van een zwakke persoonlijkheid indien je toegaf aan het valse geluk dat de reclame je tersluiks probeerde op te dringen. Ontwaarde je in het straatbeeld een affiche waarop een blitse jonge vrouw een flesje fris tegen de lens douwde, dan mocht je naar de vrouw kijken maar niet naar het drankje, want dat product kon je kopen, die vrouw niet.

Tegenwoordig is er geen andere maatschappij dan de consumptiemaatschappij, vandaar dat het woord niet meer gebruikt wordt. Alles is consumptiemaatschappij, waarom dat prefix dan nog hanteren? Ik heb net zoals destijds nog altijd een hekel aan mensen die overdadig consumeren, die werkelijk alles willen, en het ook hebben. Die hersenspoeling heeft op mij dus echt wel effect gehad. Het ergert me dat iemand een i-pod (schrijf ik dat goed?) heeft terwijl 95% van de bevolking nog niet eens weet wat het is. Voelde ik me als tiener ongelukkig omdat ik geen i-pod had. Tuurlijk niet, ik voelde me altíjd ongelukkig tout court, daar had zo'n stom ding geen verandering kunnen in brengen.


11:26 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

08-07-05

BLACK FACES

Dat een bordje met de mededeling 'Zwembad gesloten wegens wateroverlast' mij een grijnslachje ontlokt, daar hoef ik mij niet over te schamen. Ernst is nu eenmaal grappiger dan humor die te nadrukkelijk humor wil zijn.

Na de ontploffing van de dubbeldekker gisteren in Londen, deed een vrouwelijke ooggetuige haar verhaal. Onder andere had ze mensen gezien with black faces, niet dat ze dacht dat ze verbrand waren of zo, maar toch people with black faces. Laat uitgerekend de volgende geïnterviewde een zwarte zijn, een heuse brother.

Soms denk je dat ze het erom doen, de jongens en de meisjes van mijn geliefde VRT, dat ze de angel uit de ernst willen halen door hier en daar voor de oplettende kijker wat subtiele sickness in hun reportages te stoppen. Zo herinner ik mij een item over een nieuwe recordhoogte van de BEL20-beursindex, onmiddellijk gevolgd door een reportage over de OCMW's die steeds meer gezinnen over de vloer krijgen die hun schulden niet meer kunnen afbetalen.


09:35 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

04-07-05

LE SOIR DU TOUR - UTRECHT - 2 JULI 2005

Een weblog is bedoeld als een dagboek. U weet, of weet niet, hoezeer ik een hekel heb aan weblogs die op dagboeken gelijken. Maar af en toe heb ik een plicht te vervullen tegenover jullie, mijn fans van het eerste en vele latere uren, en aan u die misschien voor de eerste keer deze pagina bezoekt. Welkom.

 

De trein had het moeilijk waardoor ik later dan gepland mijn bestemming bereikte. By the way, die nieuwe Nederlandse dubbeldektreinen sucken: geen verluchting, geen zonnewering, bovendeks geen en benedendeks amper ruimte om een tas op te bergen. De lichtstraten kronkelen tegen het plafond terwijl dat volgens mij strak en rechtlijnig had gemoeten net zoals de trein zelve. Maar ja, niemand vraagt mij iets als het over het ontwerpen van treinen gaat.

 

Geen killere wezens dan de meisjes die in een hotel de receptie bemannen. Staat het in hun arbeidscontract vermeld dat ze niet mogen lachen en alleen maar vriendelijk zijn op een doorzichtig onechte manier? Is het niet mogelijk wat trager te praten tegen oren die Vlaams Nederlands gewend zijn? Is het nodig mij met ogen neer te bliksemen als ik vraag waar ik die fucking badge zoal voor nodig heb en wanneer het ontbijt wordt opgediend? Denken ze echt dat ik een uit België afgezakte seriemoordenaar of massaverkrachter ben?

 

Bijna verdwaald in Hoog Catharijne. Even paniek, ik geraak hier nooit meer uit. Voor eeuwig en altijd zal ik rondwaren tussen koffiebars en parfumeries. Me gelukkig net op tijd bevrijd en tot bij de Domtoren gepuft alwaar ik de grote Utrechtse dichter voor het eerst in levende lijve zou ontmoeten. Vermits ik zelf niet al te ver de stad uit kan, ben ik altijd blij eens iemand hier te mogen verwelkomen, zei hij. Zo had ik het nog niet bekeken. 

 

Op naar Le Soir du Tour in Tivoli waar ik werd opgevangen door een punctuele punkster die me meteen gebood me aan mijn tijd te houden. Dan ging het van start. Ik stond geprogrammeerd in het eerste deel van de avond en bracht een verhaal over Koen de Koker. Het publiek, zo'n 140 koppen sterk, bleek heel aandachtig en alert. Ze lachten op de momenten dat ze dat hoorden te doen en zo heb ik het graag. Kenners ook. Toen ik Nico Mattan schertsend de winnaar van de eerste Gent-Wevelgem achter derny's noemde, begrepen ze meteen waar ik het over had. Maar mijn verhaal had misschien nog een ietsepietsie strakker gemoeten. Al bij al tevreden over mijn eerste prozavoordracht ooit.

 

Ik heb niet alle voorlezers en entertainers kunnen aanschouwen, maar neem van me aan dat de zaal genoot. Mensen gezien, teruggezien, voor het eerst gezien. Ik heb niet zo veel sociale contacten en dat maakt het voor mij dubbel prettig, zo'n avondje weglullen tussen podium en pint met gelijkgestemde zielen. Mijn uitgevers waren er ook en zonder daar veel woorden aan vuil te maken, waren we het roerend eens dat het voorplat van mijn derde bundel, die Het ei in mezelf zal heten, een beauty wordt.

 

Omstreeks 1 uur 's nachts nog een kroketje uit de muur gehaald en iemand aanhoudend om een berenlul horen roepen. Verder nog vernomen dat de sportpoëziebloemlezing van Willie Verhegghe dit najaar verschijnt, en dat dit literaire wielerevenement wegens succesvol wel eens herhaald zou kunnen worden op andere podia in Nederland en, wie weet, ook in Vlaanderen. Ik doe zeker weer mee.


21:06 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

30-06-05

HET HOORNE-NON-ESSAY (deel 3)

                        episch
                            *
D                          *
                            *         
C                          *
                            *
helder ********************* complex
                            *
B                          *              
                            *
A                          *
                            *wigman
                        lyrisch
           1    2    3    4    5    6    7
                                  

Even een stand van zaken opmaken. Waar sta ik met dit non-essay? Nergens, daarom heet het ook non-essay, tiens. Evenveel lezers, evenveel smaken. Probeer dit als culinaire journalist maar eens in de krant te krijgen. Beste fijnproevers, dit restaurant heeft een menukaart met ongeveer 50 gerechten. Als u er elk weekend gaat eten, dan weet u na één jaar beter wat dit etablissement voor u betekent dan ik ooit met woorden kan uitleggen. Ga heen en eet. Hoe waar dit ook is, de hoofdredacteur zal niet tevreden zijn. En terecht, want het is precies de taak van de kenner om mensen wegwijs te maken in die wirwar van eetgelegenheden. Het is zijn verdomde plicht om de côte à l’os spannend, de saladedressing gevaarlijk en de wijn uitdagend te noemen. Maar je hebt als lezer eigenlijk niks aan dat soort wollige praatjes. Een recensie of bespreking is in feite niks anders dan de zoemer die de hond van Pavlov doet kwijlen.

 

Zo is het ook met poëzie. Als we even aanvaarden dat de poëzie – laat ons voor het gemak dit begrip verengen tot de in boekvorm gepubliceerde poëzie – in al zijn diversiteit voor 90% kwalitatief evenwaardig is, dan komt het er als lezer op aan om in deze chaos enige orde te scheppen. En als dichter moet je zorgen dat precies jouw boekje opvalt. Over dit laatste zal ik het later hebben, of niet hebben, want ik eigen mij het recht toe om op elk moment met deze onzin te kappen.

 

Om orde te scheppen in de chaos heb ik het Rooster van Hoorne ontwikkeld. Dit rooster is niets anders dan een raster dat doormidden gesneden wordt door twee lijnen die elkaar loodrecht in het midden kruisen en het aldus opdelen in vier gelijke kwadranten (zie afbeelding). Aan het uiteinde van die rechten plaatsen we begrippen die tot het domein van de poëzie behoren. Op de horizontale as plaats ik helder tegenover complex, op de verticale episch tegenover lyrisch. Deze begrippen zijn voor discussie vatbaar, want ik kan me voorstellen dat de begrippen helder en complex aanleiding geven tot kritiek omwille van hun subjectiviteit. Natuurlijk heb ik het over gemakkelijke en moeilijke poëzie, maar ik voel aan mijn water dat dit al even onbehouwen klinkt. Geen enkele dichter geeft graag toe moeilijke poëzie te schrijven, want eerder dan de eigen verzen moeilijk te noemen zal men de lezer stigmatiseren als een literaire Neanderthaler.

 

Wat ontbreekt op de, omwille van de technische beperkingen van dit weblog, ietwat primitieve afbeelding hierboven, zijn de lijnen die het raster in vakjes verdelen. Op de x-as heb ik cijfers geplaatst van 1 tot 7, op de y-as letters van A tot D. Deze ijking is tamelijk willekeurig, het belangrijkste is dat we vakjes krijgen. Vervolgens kunnen we dichters en gedichten op het raster invullen. Wie zijn die 'we'? Alweer subjectief. Maar laat ik het even doen voor de dichter Menno Wigman. Wigman schrijft poëzie die begrijpelijk is maar ook weer niet prozaïsch begrijpelijk. Ik plaats hem op de helder-complex-as precies in het midden. Wigmans gedichten bekken uitermate goed. Hij heeft veel oog voor klank, ritme, metrum en muzikaliteit. Op de as episch-lyrisch bevindt hij zich heel sterk naar de lyriekzijde. Wigman is dus een A4-dichter, hoe lullig dit ook klinkt, omdat A4 ook nog iets anders betekent. Maar in dit geval staat A voor heel lyrisch en 4 betekent niet helder, niet complex, maar net in het midden. Net goed, maar dat is persoonlijke smaak.

 

Voor u mij op hoongelach onthaalt, wil ik graag zelf toegeven dat dit een nogal rudimentaire poging is om de poëzie in een grafische vorm te gieten. Niet alleen valt er iets te zeggen tegen de begrippen helder en complex, ook over de episch-lyrisch-as moet er nog even nagedacht worden, want episch en lyrisch zijn niet elkanders uitersten. Een gedicht kan perfect episch en lyrisch zijn tezelfdertijd. Anderen zullen nog verder gaan en opwerpen of een tekst die vooral episch is wel een gedicht kan genoemd worden.

 

Dit is een pretentieloze vingeroefening. Andere grafische vormen dan het raster zijn mogelijk en tips van bezoekers welkom. Ik vraag me trouwens af of er literatuur bestaat waarin de poëzie op een dergelijke manier benaderd wordt. Laat het mij weten, want ik hou veel van grafieken. En van poëzie.


14:49 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

28-06-05

HET HOORNE-NON-ESSAY (deel 2)

- vervolg van Het Hoorne-non-essay (deel 1) -

Het gedicht dat ik als voorbeeld aanhaal, mijn Spiegelbeeld, is geen wereldgedicht. Dat besef ik zelf ook wel. Bundelwaardig, dat zeker, maar geen klassieker. Voor de petite histoire mag u gerust weten dat het de eerste en enige keer is geweest dat ik een gedicht selecteerde deels omwille van extraliteraire redenen. In dezelfde cyclus van Niets met jou staat Dochter en ik wilde ook een zoongedicht opnemen, kwestie van mijn kinderen, die toen 14 (dochter) en 11 jaar (zoon) oud waren, allebei een gedicht te gunnen, hoewel niemand daar om gevraagd had, mijn nageslacht nog het minst van al. Melig, niet? U mag Spiegelbeeld gerust een middle of the road-gedicht noemen, ik zal mij niet beledigd voelen. Mijn zoon ook niet.

90% van de Nederlandse poëzie bestaat uit dat soort van doorsnee gedichten. Een typisch kenmerk van doorsnee poëzie zou kunnen zijn dat het volstrekt begrijpelijk is dat sommigen er van houden en anderen niet. Deze poëzie onderscheidt zich van de handvol canonieke gedichten, zoals bijvoorbeeld het fantastische Sterfbed van Jean-Pierre Rawie of Vertrek van dochters van Rutger Kopland, om nu maar die twee te noemen. Dergelijke meesterwerkjes schrijf je als dichter maar enkele keren in je hele leven.

Het is een publiek geheim dat ik houd van het werk van Rutger Kopland. Eigenlijk bedoel ik daarmee dat ik amper de helft van zijn werk als overbodig beschouw, terwijl dat bij een pak andere dichters al snel oploopt tot 75% of meer. Dat zogenaamde overbodig werk bestaat uit gedichten die mij niet langer bijblijven dan de tijd nodig om ze te lezen, maar is desalniettemin toch redelijk zinvol, want het geeft de andere gedichten, de pareltjes, extra glans. Mocht het verzameld werk van Rutger Kopland alleen maar uit dichterlijke hoogstandjes bestaan, dan zou ik het toch weer kwalitatief gaan opdelen en me afvragen waarom hij maar af en toe wondermooie gedichten schrijft en niet altíjd wondermooie. Die gewoon maar mooie zouden naar mijn smaak ook weer heel erg doorsnee lijken vergeleken met de sublieme. Als ik deze redenering even afmaak, ben ik misschien wel te hard voor Kopland door de helft van zijn oeuvre als middelmatig te beschouwen, omdat ik niet eens meer besef dat een middelmatige Kopland nog altijd stukken beter is dan het beste vers van ene dichter Huppeldepup. Wie ooit de 100 meter vlak liep in 10 seconden rond, wordt op afkeurend gemompel getrakteerd als hij een tijd van 11 seconden klokt. Wie een besttijd heeft van 12 seconden, krijgt applaus op alle banken als hij daar op een zekere dag een seconde van af knijpt. Beide prestaties zijn objectief gelijkwaardig. De perceptie en het verwachtingspatroon maken dat de ene atleet wordt bejubeld en de andere uitgejouwd. Jarenlang heb ik Al die mooie beloften, Dit uitzicht en Voor het verdwijnt en daarna, drie Kopland-bundels die dateren van toch al bijna een kwarteeuw geleden, met mij meegezeuld. Ik heb die boekjes gemythologiseerd. Gevolg: voor mij kan Kopland zichzelf nog nauwelijks overtreffen. Wat Rawie betreft: zelfde verhaal. Als ik moet kiezen voor een flinterdun boekje met zijn tien mooiste gedichten – een bloemlezinkje dat ik zelf mag samenstellen – of al het overige, dan kies ik voor die tien. Rawie hoeft van mij niet meer te dichten, hij mag van mij gerust zijn verdere leven lang teren op zijn topprestaties.

Dit is geen pleidooi voor het obscure begrip middelmatigheid, eerder een aanvaarding ervan. Een dichter is al een hele pief als hij het Sterfbed-niveau per gepubliceerde dichtbundel enkele keren benadert. Talloos zijn zij die een of meerdere bijna-klassiekers hebben geschreven. Dat het niet altijd lukt, heeft niet alleen te maken met het métier van de dichter, maar ook en vooral met het gedicht zelf. Een gedicht laat zich niet dwingen. Op een gegeven moment staat een doorwrochte, prima verzameling van woorden op het papier, en komt het moment dat de dichter voelt dat er nog maar weinig gesleuteld kan worden zonder aan de essentie te raken, zonder het gedicht helemaal te slopen en opnieuw te beginnen vanaf nul. De dichter verliest zijn greep op het gedicht. Het is af, maar af houdt hier niet noodzakelijk een kwaliteitsoordeel in. Vervolgens moet de dichter kiezen tussen het gedicht accepteren zoals het er staat (een heel goed gedicht, doch geen topper) of het verwerpen (als hij zich alleen maar tevreden stelt met toppers). Kiest hij voor de tweede mogelijkheid, dan is de kans reëel dat hij nooit met enig werk naar een uitgever durft te stappen, terwijl ondertussen zijn collega’s de ene na de andere mediocre bundel op de mensheid loslaten. Hier kom ik in de buurt van een uiterst gevoelige materie, nl. het verdriet en de frustratie van de would-be debutant, die mooie verzen schrijft, maar toch door alle uitgeverijen wordt afgewezen. Uitgeverijen verwachten van een nieuweling dat hij meteen, uit de losse pols, een boekje vult met alleen maar meesterlijk materiaal, dat hij in zich de genen draagt van het kruim der Nederlandstalige poëzie, maak daar de wereldpoëzie van. Dit kan natuurlijk niet, het is onredelijk zoiets te verwachten. Maar het verschaft uitgevers wel de kans om nogal willekeurig te kiezen welke kikker ze uit de poel van de middelmatigheid opdiepen, of niet opdiepen indien poëzie voor het bedrijf geen prioriteit is. De vraag dringt zich bij mij op of een uitgeverij wel gebaat is met een dichter die er meteen staat, zoals dat dan heet. Zo iemand kan zichzelf vanaf bundel twee nog amper overtreffen. Is het niet leuker te investeren in een poëet met groeipotentieel?

Ik noem dit betoog een non-essay, en wat bedoeld was als impulsieve grap, na het wedervaren van Bas’ essay, blijkt ook effectief een non-essay te zijn. Geen hoity-toity academische prietpraat, maar een benadering vanuit de onderbuik. Als mij een biefstuk met friet wordt voorgeschoteld, zal ik niet eerst een halfuurtje orakelen over het wel en wee van wijlen die dikbil op mijn bord, noch een ode afsteken aan de Vlaamse patat, maar mijn maal naar binnen werken voor het koud wordt. Ik laat het mij smaken, of niet smaken.

Het is een vloek te beweren dat de dichter geen meester is van zijn gedichten en dat houden van poëzie vooral een kwestie is van smaak. Het doodt alle discussie. Het maakt dan niks meer uit wie Dichter des Vaderlands is, en laten we al die literaire prijzen maar omdopen tot de A-B-C-Prijs, of de E-F-G-Prijs, waarbij de letters van het alfabet staan voor de drie juryleden die toevallig werden aangezocht om de prijs toe te kennen. Laten we dan in één ruk door ook maar vraagtekens plaatsen bij de subsidiepolitiek van de Fondsen voor de Letteren. Waarom krijgt de ene dichter, laten we hem Sacha Blé noemen – er is toch geen hond die weet of het hier om een echte of gefingeerde dichter gaat – na een stimuleringsbeurs ook een werkbeurs van 8.800 euro terwijl andere dichters, met een bio- en bibliografie waarmee je een olifant kan vellen, met lege handen achterblijven? Kan dit niet wat objectiever? Bijvoorbeeld, we verzamelen alle dichters op een plein onder een toren, de beide Ministers van Cultuur beklimmen de toren met elk op hun rug een enorme zak. In die zakken zit het poëziebudget voor Nederland en Vlaanderen, in bankbiljetten. De excellenties schudden de zakken uit boven de hoofden van het dichtersvolkje. Elkeen mag houden wat hij of zij vangt of opraapt. Deze regeling geldt niet voor Leonard Nolens, die zich mag beroepen op verworven rechten. Hij krijgt zijn tien schijven, voor een totaal bedrag van 22.000 euro - dit is enkel het deel van het Vlaams Fonds, ik weet niet hoeveel er daar nog bij komt uit Nederland - sowieso. We gaan die mens op zijn leeftijd toch niet meer naar de arbeidsmarkt sturen?

(wordt vervolgd)


09:15 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

24-06-05

HET HOORNE-NON-ESSAY (deel 1)

Bas Belleman gooit de handdoek, lees ik ergens. Hij startte een discussie over poëzie, maar heeft zijn doel, wat dat ook moge zijn, niet bereikt. Belleman stond wekenlang in the picture, op zich is dat al heel wat qua verwezenlijking. Hoe bekender een dichter wordt, hoe meer zijn stem gaat doorwegen, hoe belangrijker zijn visie wordt op datgene waar hij en zijn collega's mee bezig zijn, hoe meer die collega's hem respecteren, al dan niet gemeend of ingegeven door eigenbelang. Belleman past bij zijn capitulatie, bewust of onbewust, de zielige-man-truc toe: zeggen dat je het onderspit delft en tezelfdertijd weten dat je toch gewonnen hebt, al is het dan andere winst dan de vooropgestelde. Aan de start komen van een wielerwedstrijd waar je al het hele jaar naar toeleeft om jezelf even later op een voetbalveld de bal tegen het net te zien prikken – je begrijpt er niks van – maar goed, het is beter dan én de koers niet winnen én die bal hoog over het doel jagen. Je slooft je in de dancing de hele nacht uit voor die adorabele redhead maar ontwaakt 's morgens naast een nepblondine zonder borsten.

Ik las het essay van mijn stalgenoot Bas en de reacties erop amper twee weken geleden, toen de discussie al wat op apegapen lag, in de trein tussen Utrecht en Zwolle. Prima essay, wis en zeker, maar toen ik voet op Groninger grond zette, was ik alweer vergeten wat er precies in stond. Dat ligt geheel aan mij, voor me in de trein zat een adorabele nepblondine die mij afleidde bij het geconcentreerd lezen. Maar toch, al dat gediscussieer, ik vind het boeiend én vermoeiend, voel me hoe langer hoe minder geroepen om te participeren. Als ik op een literair internetforum eens een reactietje plaats, dan is dat meestal grappig-ironisch bedoeld (of als belediging aan het adres van mijn vriend Olaf). Ik word dan ook altijd straal genegeerd – want is ironie immers niet het stijlmiddel van zij die niks te vertellen hebben? – door degenen die het voeren van zinloze en tot niets leidende disputen wel een ernstige zaak vinden. Nu hou ik toevallig wel van een potje zinloos gezeik, als die zinloosheid maar enigszins zinvol is. Kunt u nog volgen?

In mijn eerste bundel Niets met jou staat het gedicht Spiegelbeeld. Recensent A, een doorwinterde poëziekenner, vond het klote; recensent B, een al even doorwinterde poëziekenner, vond het super. Twee verzenvreters die in dezelfde wereld leven, in hetzelfde taalgebied, hetzelfde land, dezelfde streek, die in grote lijnen hetzelfde onderwijs hebben genoten, dezelfde boeken en kranten lezen, en toch zo’n uiteenlopende mening over een handvol in een bepaalde volgorde gerangschikte woorden. Hoe komt dat?

(wordt vervolgd)


09:22 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

19-06-05

GEDICHT

 

IK MAN, WEIMAN

 

Met zijn drieën: eentje roteert boven mij als een te zwaar

opgetilde baby, een tweede perst haar rug in het smetteloze wit,

de derde kromt zich als een gewillig dier op handen en knieën.

 

Vastgeklonken aan de mast van het piratenschip, snokkende

lenden, ranke hals, lange lichte lustopwekkende lokken.

Deze jongen kon niet slapen en uur na uur nog veel minder.

 

Kleuren bestonden niet, behalve zwart en wit en vele

tinten grijs, die later als niet-kleur werden ontmaskerd

en verbannen naar het archief van de man met de stofjas.

 

Behoed mij voor een overkill aan lillend vlees en octopussen,

er moet een hesje op de huid. Bij de laatste noot staarde ze

hulpeloos naar boven: haar beide schouders waren helemaal bloot.

 

Philip Hoorne

2005


11:54 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |

13-06-05

TE BIECHT BIJ DE DICHTER

Het afgelopen weekend was ik in Groningen te gast voor het evenement Te biecht bij de dichter. Leuk, reuze meegevallen, maar helaas heb ik geen tijd voor een uitgebreid verslag. De andere meewerkende dichters waren Guido van der Wolk, misschien – en ik zeg misschien omdat ik op deze zonnige maandag geen mensen, laat staan dichters, voor het hoofd wil stoten – de auteur van de beste Windroos so far, Ruben van Gogh, jolly nice chap par excellence – ik kijk uit naar die nieuwe bundel van hem – én organisator tevens stadsdichter Ronald Ohlsen, een aardige, grappige kerel, die mij uitnodigde omdat hij van mijn werk houdt – kijk, dat vind ik nu eens een steekhoudend argument.

Maar geen tijd voor een verslag, dat zei ik toch. In elk geval lopen een aantal Groningers die te biecht kwamen bij de dichters er voortaan een stuk blijmoediger bij. Dat zij die deze gelegenheid onbenut aan zich voorbij lieten gaan nu gebukt lopen onder hun zondenlast, tja, eigenlijk is dat hun welverdiende loon. Weg kans, tenzij Ronald zijn plannen voor een mobiele biechtstoel ooit tot uitvoering brengt.

Ik heb het druk, te druk om u hier uitgebreid te vermaken. Ik moet een voorwoord schrijven voor een jubileumuitgave, een promotietekstje maken ter bevordering van mijn derde dichtbundel, een wielerverhaal schrijven dat geestig is en swingt als een volle bedpan in de pollen van een Parkinson-patiënt. Mijn hoofd loopt om. Ik moet aan de slag, ik moet echt aan de slag.


15:34 Gepost door philip hoorne | Permalink |  Facebook | |  Print | |